Naarmate het conflict in Ivoorkust aansleept wordt het steeds meer gepersonifieerd — een destructieve tête à tête tussen twee presidenten. In zo'n scenario dreigt de gepolariseerde Ivoriaanse bevolking de rol toebedeeld te krijgen van willoos instrument, stootkussen tussen twee botsende ambities. Maar beide hoofdrolspelers zijn slechts gedeeltelijk de auteurs van deze tweestrijd. Ze zijn vooral de producten van oude en minder oude tegenstellingen, gebroken dromen en apocalyptische angsten die grote delen van de Ivoriaanse bevolking in hun greep houden. Dat deze sentimenten nu op de spits zijn gedreven kan vrij eenvoudig worden uitgelegd als de uitkomst van een aantal electorale procedures en partijpolitieke keuzes. Echter, dat deze polarisering een brede populaire basis geniet en angstwekkend diep de Ivoriaanse bevolking in twee snijdt, vraagt om een ruimere analyse (Dossier).
Autochtonie
Een ruimere analyse is geen eenvoudige variant op "it's the economy, stupid!" maar vergt een meerdimensionaal kader. Daarin is naast evidente economische aspecten zoals herverdelingsmechanismen van rijkdom, ook ruimte voor de veranderende verbeelding van de natiestaat, haar interne diversiteit en haar mondiale status, en daaraan verbonden ook voor verschuivingen in de invulling van burgerschap (Comaroff and Comaroff 2001: 255; Bayart, Geschiere, and Nyamnjoh 2001). Deze veranderingen kunnen volgens Geschiere en Nyamnjoh (2000) best begrepen worden als aangedreven door contradicties die inherent zijn aan het kapitalistisch wereldsysteem. De contradictie die beide auteurs centraal stellen is deze die voortkomt uit de dubbelzijdige kapitalistische dynamiek (a) om mensen te 'mobiliseren' voor arbeid, in de zin van vrij maken, als homo economicus loswrikken uit hun lokale, affectieve en culturele verbanden, maar ook fysiek in beweging brengen en (b) om deze stromen van mensen/arbeid te beheersen, te kanaliseren inclusief het aanbrengen van grenzen en het herscheppen van groepen en identiteiten (Swyngedouw 1992; Harvey 2006). Daarin past autochtonie waarover dit artikel handelt.
Autochtonie evalueert de mate waarin mensengroepen aan een nationaal territorium gebonden zijn en koppelt daaraan kwaliteiten van nationale loyauteit en groepsverbondenheid, culturele affiniteit, enz. en dit in tegenstelling tot 'allochtonen'. Ervoor kiezen om, zoals Geschiere en Nyamnjoh, autochtonie te benaderen binnen een kader van systemische contradicties spreekt tegen wat autochtoniebewegingen over zichzelf vertellen, namelijk dat ze een soort tegenreactie vormen tegen kapitalistische vervreemding of teruggrijpen naar een meer oorspronkelijke situatie van culturele of nationale zuiverheid. Cruciaal hierin is de aanspraak van autochtoniebewegingen op 'natuurlijkheid' die berust op de verankering in de eigen grond (auto-chton). Een benadering in termen van contradicties laat ons vooral zien hoe autochtonie deze natuurlijkheid inzet om op een eigentijdse en vooral flexibele manier om te gaan met geschiedenis en afkomst, etnische genealogieën, identiteiten, culturen, enz. Uiteindelijk kaderen al deze operaties in de manier waarop kapitalisme niet alleen geschiedenis schrijft maar ook geografisch actief is, allerlei 'grenzen' schept en verlegt. Vandaar ook dat het onproductief is om autochtonie te zien als een vorm van etnicisme of etno-nationalisme — termen die precies die terugkeer-idee propageren. Eerder is autochtonie een post-etnische en een post-nationale ontwikkeling die vroegere etnische groepen heruitvindt en hercombineert, die nationale populaties herdefinieert en de aanspraak op nationaliteit conditionaliseert — operaties die de natiestaat waarin zich dit afspeelt herindelen (Ferguson and Gupta 2002; Li 2007; Comaroff and Comaroff 2001).
De autochtoniebeweging die momenteel grote delen van de Ivoriaanse bevolking aansteekt heeft een eigen parcours doorlopen maar is tegelijk heel erg typisch (Geschiere 2009). De reconstructie van dat parcours is daarom niet enkel van belang om beter te begrijpen wat er nu in Ivoorkust gebeurt maar ook daarbuiten. In andere Afrikaanse landen zoals DR Congo, Kameroen en Zuid-Afrika zijn soortgelijke bewegingen aan het werk, evenals in Europa, meer bepaald in België. De snelle opkomst van het Vlaams Blok in de jaren '80, haar grootschalige doorbraak in de jaren '90, alsook de verstrooiing van haar ideeëngoed over mainstream-Vlaanderen, toont de aantrekkingskracht van autochtonie. Weinigen in dit 'tochtgat aan de Noordzee' kunnen zich misschien inbeelden dat bijna synchroon en in zeer vergelijkbare termen een dergelijke beweging 6000 km zuidelijker, de subtropische kusten van de Golf van Guinea beroert. Maar ik ga hier niet proberen een soort vergelijkende geschiedenis van België en Ivoorkust te schrijven, ondanks de aardigheidjes of zelfs de dramatische parallellen die dit zou opleveren. Ik laat het aan de lezer om een en ander te ontwaren. Enkel presenteer ik enkele analytische instrumenten die ingezet zouden kunnen worden in een kritiek van het Vlaamse autochtoniedenken — een kritiek die vooralsnog beperkt blijft (Arnaut and Ceuppens 2009; Ceuppens and Geschiere 2005).












