We hebben in dit tijdschrift al geregeld commentaar geschreven over de Europese Unie en over haar eventuele grondwet. Onze afwijzing is grotendeels gebaseerd op drie punten. We verwerpen de keuze voor het neoliberalisme en de ongebreidelde concurrentie in de Europese verdragen en dus ook in de grondwet. Er blijft een enorm democratisch deficit in de Europese structuren steken, en we verzetten ons tegen de militaire ontwikkelingen in de Unie.
De recente bijeenkomst van de Europese regeringsleiders in Brussel, half juni, moest de balans opmaken na een jaar van reflectie. Deze bezinningsperiode was ingesteld nadat de Franse en Nederlandse bevolking de grondwettekst per referendum hadden verworpen. Is de grondwet nu 'dood', of moet de ratificatie in de resterende landen verder gaan? That's the question. De crisis in de Unie beperkt zich niet tot de afwijzing van de grondwet en de politieke impasse die daar uit voortvloeit. Ze manifesteert zich ook zeer duidelijk in de problemen om bijvoorbeeld de begroting op te stellen. Daarbij blijft de opmerking maar steeds weerkeren dat de huidige beslissingsprocedures het besturen van de Unie zwaar hypothekeren.
Vernieuwde discussies zijn ook op gang gekomen – en voorlopig weer stil gelegd – rond de strategie van een kern-Europa en een 'periferie', naar analogie met de eurozone. De Belgische regering is daar een groot voorstander van. Maar op de Europese Top, en net voordien in het Europarlement, werd deze piste afgevoerd. In dit alles komt ook de verdere uitbreiding van de Unie op de gesprekstafel te liggen. Daar zijn de meningen verdeeld: eerst verdiepen dan uitbreiden, of verdere uitbreiding gebruiken voor verdieping.
Ik geloof dat een samengaan van 25 zelfstandige staten inderdaad een charter nodig heeft voor een gemeenschappelijk beleid. Als de voornaamste economische actoren transnationaal zijn, moeten de politieke structuren ook het nationale overstijgen. Anders krijgen we, zoals SP.a europarlementslid Anne Van Lancker hier ooit uitlegde, niet de kans een eventueel tegengewicht te bereiken tegen de economische actoren die de regio's en hun arbeidende bevolking tegen mekaar willen uitspelen. Wij zijn van mening dat die grondwet dat nu net propageerde: de concurrentie vrij zijn gang laten gaan. Maar goed. Onze regering in de persoon van de premier blijft zeggen: de grondwet is dood, leve de grondwet.
Het punt dat ik in dit edito wil maken is dus dat de crisis in de Unie onze bewindslui kennelijk niet doet komen tot wat wij de kern van het probleem achten.
Toen Commissievoorzitter Barroso in het Belgisch Parlement zijn opwachting kwam maken, moest hij van SP.a-er Dirk Vander Maelen wel een kritiek op zijn te neoliberale koers aanhoren. Barroso vond de opmerking echter niet terecht, hij "voerde alleen maar de verdragen uit"ン. Inderdaad. De Europese verdragen zijn doordrenkt van het neoliberalisme en onze bewindslui blijven de fundamentele keuze voor het neoliberalisme buiten de discussie houden.
Er is nu door de Europese leiders overeengekomen om niet te beslissen tot 2008. Dan hebben we waarschijnlijk een nieuwe bewindsploeg in Frankrijk en is er aflossing van de Blairwacht in Groot-Brittannië. Of wij vanuit de civiele samenleving vooral op de partijpolitieke conjunctuur moeten rekenen voor onze zaak, is maar de vraag. Het is maar in een "neen"ン-sfeer en onder druk van de vakbonden dat het Europa parlement de richtlijnen voor de havendiensten afwees, en samen met de Commissie de richtlijn Bolkestein heeft afgezwakt.
We zijn er hier bij ons totnogtoe echter ook niet in geslaagd om de Europese grondwet als discussiethema bij de mensen in gang te doen vinden. Dat is nochtans cruciaal. Moeten we de kat niet opnieuw de bel aanbinden en mobiliseren rond een progressieve en linkse visie op Europa? Het Masereelfonds nodigde ons uit om het thema Europese Unie verder te blijven volgen. Daar gaan we graag en gretig op in. Wie mee wil denken en discussiëren, wie voorstellen wil doen, weet waar hij terecht kan.
deze tekst vormt het edito van het Vrede nummer juli-augustus 2006. Vrede, tijdschrift voor internationale politiek.