Vrede

Switch to desktop Register Login

Vrede vzw

Oorlog tegen terrorisme of geostrategische belangen?

taliban_waits_for_you_744945

Werkgroep I van de zeer geslaagde Vredesconferentie over Afghanistan van 8 oktober 2011 te Brussel, had als thema: 'Oorlog tegen terrorisme of geostrategische belangen?'. Dit is de tekst die de werkgroep inleidde en die gebracht werd door Soetkin Van Muylem, stafmedewerker van Vrede vzw. Er werd tijdens de werkgroep ook een extern verslag gemaakt van de inleiding en de reacties van de deelnemers, zo'n dertigtal mensen.

Het gebied dat vandaag overeenkomt met de staat Afghanistan lag vroeger op de lucratieve klassieke zijderoute. De controle over het gebied werd in de loop der geschiedenis bijgevolg nagestreefd door verschillende grote rijken. Het feit dat Afghanistan vandaag een etnisch en cultureel lappendeken is, is het resultaat van het eeuwenlange komen en gaan van allerlei rijken en culturen.

In de 19de eeuw was Afghanistan de speelbal van twee op expansie beluste grootmachten tijdens 'the Great Game'. Ten noorden van Afghanistan lag Tsaristisch Rusland en in het zuiden lag Brits-Indië. Geen van beide rijken kon verdragen dat Afghanistan opgeslokt zou worden door de concurrerende grootmacht. Er volgden een aantal Anglo-Afghaanse oorlogen en na de tweede (in 1880) werd Afghanistan een Brits protectoraat. In 1919 bemachtigde Afghanistan na een derde anglo-Afghaanse oorlog zijn onafhankelijkheid, maar later in de 20ste eeuw werd het (zoals zovele derdewereldlanden) een confrontatiezone van de twee dominerende grootmachten: de Sovjetunie en de Verenigde Staten. Via massale hulpprogramma's (financieel, infrastructuurwerken, militair) van beide machten werd gepoogd om Afghanistan in te lijven binnen de eigen invloedssfeer. De steun ging ook gepaard met ideologische en culturele beïnvloeding. Afghanistan leunde in de praktijk alsmaar meer aan bij de Sovjetunie (dat tenslotte een buurland was) en in de jaren 1960 ontstond in de grote steden een communistische partij: de Democratische Volkspartij van Afghanistan (DVPA). In 1978 pleegde deze partij een bloederige staatsgreep. Er rees onmiddellijk verzet vanuit verschillende groepen binnen de bevolking en het communistisch bewind slaagde er niet in om veiligheid en orde te creëren in de maatschappij. De DVPA was vlak na haar ontstaan al uiteengevallen in twee verschillende fracties en deze oude tegenstellingen kwamen weer bovendrijven nadat de partij aan de macht was gekomen. Binnen de fracties zelf lagen de leiders ook met elkaar overhoop. Kortom: geen stabiele regering en geen stabiele maatschappij. Uiteindelijk besloot de Sovjetunie om er eigenhandig voor te zorgen dat Afghanistan binnen zijn invloedssfeer zou blijven. De Russische tanks rolden in december 1978 het land binnen. De Verenigde Staten kon dit in volle Koude Oorlogsperiode om ideologische redenen niet accepteren en zette onmiddellijk een geheim hulpprogramma op om het Afghaans verzet tegen de buitenlandse invasie te steunen. Er werd 6 maanden voor de invasie al steun verleend aan het verzet, maar van zodra de Sovjetunie het land betreden had, kwam de steun -waaronder ook een ongekende wapenstroom- pas echt op gang. Tegen 1987 ging het al over meer dan 600 miljoen dollar per jaar. De keuze viel op verschillende islamitisch-fundamentalistische verzetsgroepen. De moedjahedien (of heilige strijders) waren het meest bereid om te vechten tegen de communistische en seculiere regering. 'Operation Cyclone' was het CIA-programma dat deze strijders financierde, bewapende en trainingskampen voor hen hielp opzetten.

Het Sovjetleger bleef uiteindelijk 9 jaar lang in Afghanistan. Op het hoogtepunt van hun ontplooiing waren er 120.000 soldaten tegelijk in het land, maar ze hebben Afghanistan nooit kunnen controleren en het verzet nooit volledig kunnen onderdrukken. Eigenlijk zeer gelijkaardig aan de situatie vandaag (er zijn momenteel 130.000 ISAF-troepen in het land). Nadat de Sovjetunie uiteindelijk met de staart tussen de benen moest afdruipen in 1989 geraakte Afghanistan volledig in de vergetelheid, ondanks het feit dat er een zware burgeroorlog woedde tussen de verschillende tot de tanden bewapende moedjahedeen-groepen. Alleen buurland Pakistan, dat belang had bij een Afghaanse regering waar mee te praten viel omwille van de kwestie Pasjtoenistan, bleef zich mengen in de Afghaanse binnenlandse aangelegenheden.

De Sovjetunie implodeerde in 1991 en ten Noorden van Afghanistan ontstonden hierdoor nieuwe centraal-Aziatische republieken. Die waren voor Pakistan interessant als potentiële afzetmarkten en de gas en olie die er in de grond bleek te zitten, wekte zowel de Saoedische als Amerikaanse interesse. Het Saoedische Delta Oil en het Amerikaanse UNOCAL wilden een gas- en oliepijplijn trekken dwars door Afghanistan om zo de Russische invloed op de energiebevoorrading te kunnen omzeilen. Een energielijn van Turkmenistan, door Afghanistan en Pakistan richting Indische Oceaan liet bovendien ook Iran links liggen. Maar Afghanistan verkeerde in een staat van totale chaos, te wijten aan de nog altijd aan de gang zijnde burgeroorlog en de overvloed aan wapens in het hele land die allerlei lokale krijgsheren, drugsbaronnen en bandieten in staat stelde om terreur te zaaien. Afghanistan was onveilig en instabiel. Dat is geen goed klimaat voor zaken. Er was een veilige doorgang nodig doorheen het land zowel om handel te kunnen drijven, als een pijplijn te kunnen bouwen. Vooral Pakistan, maar ook Saoedi-Arabië en de CIA (voor dit laatste zijn duidelijke aanwijzingen maar nog geen concrete bewijzen zolang de Amerikaanse archieven hieromtrent niet ontsloten worden) begonnen met het steunen van een groep waarvan ze hoopten dat ze de stabiliteit weer zouden kunnen herstellen: de Taliban. Zij waren vooral een product van de super strenge islamscholen (Madrassas) in de Afghaanse vluchtelingenkampen in Pakistan. In 1996 slaagde de Taliban er effectief in om Kaboel te veroveren en tegen 1998 waren de verschillende moedjahedeengroepen verdreven naar de noord-oostelijke uithoek van het land (waar ze later onder de verzamelnaam Noordelijke Alliantie opnieuw gefinancierd en bewapend zouden worden om de grondoperaties uit te voeren in de VS-oorlog in Afghanistan). Er werd ondertussen volop met de nieuwe Taliban-regering -onder leiding van de eenogige Mullah Omar- onderhandeld over allerlei zakendeals en de gewenste pijplijn (ook door de Amerikanen).

In 1996 zocht de Saoedische Osama Bin Laden zijn toevlucht tot Afghanistan. Als verdachte van verschillende aanslagen (op de Amerikaanse ambassades in Tanzania en Kenia in 1998, en het Amerikaanse oorlogsschip USS Cole in 1999) wilde de VS dat de Afghaanse regering hem uitleverde. Er werd daarvoor druk uitgeoefend via VN-sancties en een heus eisenpakket dat naast de uitlevering van Bin Laden onder meer de stopzetting van de opiumproductie bevatte. Als inzet van de VS onderhandelingen werd de Taliban internationale erkenning aangeboden. Voor het echter tot een akkoord kwam waren er de spectaculaire aanslagen van 11 september 2001, waardoor de situatie plots omsloeg. De op wraak beluste Bush kon het niet maken om als leider van de enige overblijvende supermacht niet krachtdadig te reageren op de aanslagen en startte op 7 oktober de oorlog in Afghanistan als de eerste militaire actie binnen de bredere 'globale oorlog tegen het terrorisme'. Het doel was het vangen van Bin Laden (dead or alive), het uitschakelen van zijn organisatie Al-Qaeda en het verdrijven van de Taliban. Deze laatsten werden als regering die terroristen herbergde, gelijkgeschakeld met de terroristen zelf. Op zich hebben Al-Qaeda en de Taliban echter niets met elkaar te maken. Al-Qaeda is een aan geen enkele staat gebonden entiteit die streeft naar de oprichting van een islamitisch kalifaat door middel van gewelddadige acties. De verschillende cellen van het Al-Qaeda-netwerk kunnen aarden in eender welke zwakke staat. Het enige wat Al-Qaeda en de Taliban gemeen hebben is dat ze elk een eigen zeer strenge interpretatie van de islam aanhangen.

De oorlogsinspanningen van de VS in Afghanistan werden in een aantal fasen overgenomen door de NAVO met een VN-mandaat en zo komen we tot de huidige situatie. We zijn 10 jaar verder en een heleboel mensen vragen zich af wat de NAVO in godsnaam nog in Afghanistan te zoeken heeft. Het antwoord bevat verschillende aspecten. Geostrategie speelt zeker een beslissende rol.

De VS gebruikte de NAVO in Afghanistan als een soort schaamlapje zodat de militaire actie niet als unilateraal beschouwd zou worden. Bovendien zorgde het delen van de inspanningen ervoor dat de VS de handen vrij had om de reeds lang gewenste oorlog tegen Irak te initiëren.

De NAVO is sinds de val van de Sovjet-Unie een de facto overbodige internationale organisatie en zag zich verplicht een nieuwe bestaansreden uit vinden. Die staat ondertussen duidelijk geformuleerd in het Nieuw Strategisch Concept van de NAVO en bestaat erin de belangen van de NAVO-lidstaten -waaronder de energiebevoorrading- overal ter wereld te beschermen en te verzekeren. De NAVO wil bovendien opereren als een soort alternatief voor de Verenigde Naties als 'politieagent van de wereld'. De VS stuurde hard aan op deze zelfverklaarde nieuwe functie van de NAVO, want in de VN moet het altijd rekening houden met al die andere 'vervelende' naties. In de VN-Veiligheidsraad zetelen bijvoorbeeld 'de eigenwijze' Russen en Chinezen. Met de NAVO als instrument om haar politieke en economische hegemonie kracht bij te zetten, kunnen dwarsliggende staten gemakkelijk omzeild worden. De nieuwe rol van de NAVO zorgde ervoor dat het actieterrein van de organisatie aanzienlijk verschoven werd. De NAVO zou nu mondiaal opereren in plaats van alleen in de NAVO-lidstaten en Afghanistan werd een soort test-case. De NAVO zou in Afghanistan aan zichzelf en de wereld bewijzen dat het haar zelfverklaarde nieuwe taken efficiënt kon vervullen. De hele operatie loopt echter niet van een leien dakje en duurt nu al veel langer dan voorzien. De Taliban werd sinds 2005 gestaag weer sterker en het aantal gesneuvelde soldaten bleef jaar na jaar stijgen (momenteel al meer dan 2750 doden). De buitenlandse troepen in Afghanistan zijn in hetzelfde sukkelstraatje terecht gekomen als de Sovjetunie vroeger. De NAVO moet het land nu proberen verlaten met zo weinig mogelijk gezichtsverlies. Het is daarom dat uit de monden van de staatshoofden en ministers van de NAVO-lidstaten (De Crem incluis) constant te horen valt dat er vooruitgang wordt geboekt en dat alles volgens plan verloopt. In werkelijkheid tonen alle rapporten van de VS-administratie zelf, van politieke en militaire studiediensten en van NGO's ter plaatse aan dat dit allerminst het geval is.

Een ander aspect in dit conflict is het feit dat Afghanistan geostrategisch gezien enorm gunstig gelegen is. Een bevriend regime of een permanente militaire aanwezigheid in het land zou zeer interessant zijn voor de VS. Afghanistan ligt vlakbij de economische en politieke wereldconcurrenten China en Rusland en de opkomende mondiale macht India. Aartsrivaal in de Midden-Oosten-regio Iran is dan weer een buurland van Afghanistan. Dit alles maakt dat de VS graag de controle over het land zou behouden in de toekomst (rechtstreeks of onrechtstreeks). Afghanistan ligt bovendien ook te midden van drie immens belangrijke energiebassins: de Perzische Golf, de Kaspische Zee en Centraal-Azië. In Afghanistan zelf zitten geen gekende olie- of gasvoorraden in de grond, maar wel een hele resem aan waardevolle mineralen. Recente ontwikkelingen (gsm's, computerchips...) zorgen ervoor dat bepaalde mineralen aanzienlijk in waarde zijn gestegen. De VS wil ten alle prijze vermijden dat China deze Afghaanse natuurlijke rijkdommen zou exploiteren, iets waar Peking zeker naar hengelt. China onderhoudt immers goede relaties met de Afghaanse regering van Karzai en maakte al verschillende afspraken ter verbetering van de economische en zakelijke banden.

In de regio zelf gelooft men niet dat de immense buitenlandse militaire infrastructuur die de VS uitgebouwd heeft in Afghanistan alleen maar dient om de naar schatting 20.000 overblijvende verzetsstrijders te bestrijden, maar dat ze eerder regionale doelen moet dienen. Er waren in 2010 honderden buitenlandse militaire basissen en faciliteiten verspreid over heel Afghanistan. Er zijn momenteel een 8-tal gigantische VS-basissen in het land. Het zijn bijna Amerikaanse dorpen, compleet met filialen van de vertrouwde fastfoodketens. Sommige van deze basissen worden nog altijd verder uitgebouwd ondanks de beloofde volledige terugtrekking uit het land tegen 2014. Het scenario van Irak lijkt zich te herhalen. Daar zijn de troepen officieel teruggetrokken, maar toch verblijven er nog 50.000 VS-soldaten in het land. Ze zijn veel minder prominent aanwezig, maar ze zijn er wel. Er is bovendien geen sprake van dat ze in de nabije toekomst zullen opkrassen. Afghanistan zal hoogstwaarschijnlijk dezelfde weg opgaan.

De oorlog in Afghanistan is niet geïnitieerd zoals in Irak om olie of om geostrategische redenen, maar simpelweg als reactie op de aanslagen van Al-Qaeda in New-York en Washington. De mogelijkheid die de militaire wraak-operatie met zich meebracht voor de VS om zich op te werpen als een speler in de Centraal en Zuid-Aziatische regio -traditioneel de achtertuin van Rusland en China- valt niet te negeren. Geostrategische overwegingen zijn uiteindelijk zeer bepalend voor de VS-strategie in Afghanistan. De terroristische dreiging die uitgaat van Afghanistan is namelijk nihil. De bedreiging van de Amerikaanse nationale veiligheid door de Taliban die nog altijd met man en macht bestreden wordt is onbestaand. Indien de Taliban er echter in slaagt om het Karzai-regime van de macht te verdrijven mag de VS vaarwel zeggen tegen haar gewenste geostrategisch gunstige positie in de regio.