De tijd is voorbij dat de Verenigde Staten en Europa de draaischijf en het knooppunt zijn voor de wereldpolitiek. Twee belangrijke ontwikkelingen karakteriseren de onoverzichtelijke crisis van de VS hegemonie. Vooreerst de onbekwaamheid van de Amerikaanse strijdkrachten om de aanvalsoorlogen in Afghanistan en Irak met succes te beëindigen en ten tweede, het wereldwijde verlies aan globale politieke beïnvloedingsmogelijkheden.
Antoine Uytterhaeghe
De tijd is voorbij dat de Verenigde Staten en Europa de draaischijf en het knooppunt zijn voor de wereldpolitiek.
Met de implosie van de Sovjet-Unie en het verdwijnen van het Warschau Pact kwam er niet alleen een einde aan de koude oorlog. Het was ook het einde van de bipolariteit van de wereldpolitiek die sedert het einde van de tweede wereldoorlog was ontstaan: met zijn ideologische, economische en militaire inhoud. De VS achtte als enige supermogendheid - eventueel in samenwerking met bondgenoten - de tijd rijp om na de sociale verworvenheden ook de antikoloniale bevrijding zoveel mogelijk terug te schroeven. Dit alles verpakt onder de slogan van het einde van het totalitaire tijdperk en de weldaden van de neoliberale globalisering onder de leiding van de Verenigde Staten.
In zijn boek “ De enige wereldmacht” van 1997, ontwikkelt Zbigniew Brzezinski, zijn visie en concept over de realisering van de Amerikaanse wereldheerschappij, de zogenoemde “hegemonie van een nieuwe tijd”.
Dit concept gaat er van uit dat de macht en invloed van de VS zich over onze ganse planeet uitstrekken. De dominantie over het ganse Euraziatisch werelddeel is hierbij van cruciaal belang voor globale suprematie. Deze dominantie is volgens Brzezinski historisch enig in zijn soort. Niet alleen beheersen de Verenigde Staten de wereldzeeën, staat het Amerikaanse leger aan de westelijke en oostelijke grenzen van Eurazië en controleert het de regio van de Perzische Golf. Maar bovendien is het ganse gebied met Amerikaanse vazallen en schatplichtige staten bezaaid, waarvan sommige leiders zich maar al te graag nog nauwer aan Washington zouden willen binden.
Maar Brzezinski is genoeg realist wanneer hij meent dat Amerika als leidende wereldmacht maar een in tijd beperkte historische kans heeft om deze doelstelling van de 'hegemonie van de nieuwe tijd' te bewerkstelligen. Om deze geostrategische aanspraken in stand te houden en te realiseren moeten de Amerikaanse leiders verhinderen dat vazalstaten hun afhankelijkheid van Washington qua veiligheid in vraag zouden stellen. Ook moeten ze er voor zorgen dat de gebrandmerkte 'barbaarse volkeren' zich niet zouden verenigen tegen de 'goddelijke' zending van de Verenigde Staten.
collectief imperialisme
Het zijn juist de drie imperatieven van Brzezinski (tijdsdruk, afhankelijkheid en volgzaamheid) van de imperiale geostrategie die veel zeggen over de aard van de Amerikaanse hegemonie.
Deze hegemonie steunt dus vooral op de onderdanigheid van de bondgenoten, waar natuurlijk ook wel concurrentiele belangen spelen. Beslissend is echter de gemeenschappelijke frontvorming van de VS, de EU, Japan en Israël tegen die staten die zich niet willen laten koloniseren. De eensgezindheid is groot om met alle middelen een economische wereldorde te handhaven, die deze landen met 20 procent van de wereldbevolking moeten toelaten 80 procent van de hulpbronnen op te souperen, zodat voor de rest maar 20 procent overblijft. Voor deze doelstelling maakt de EU zich ondergeschikt aan de VS hegemonie, ze stelt zich op als een “onder-imperium” in het mondiale Amerikaanse imperium.
Reeds geruime tijd is de NAVO naar het oosten uitgebreid met militaire basissen en een reserve van gewillige onderdanige vazallen, waar Washington zich selectief kan van bedienen.
Samir Amin heeft ons gewaarschuwd voor de globale mogelijkheden van dit hedendaags imperialisme, dat over volgende vijf monopolies zou beschikken: het monopolie over de nieuwste technologie, de controle over de globale financiële geldstromen, de controle over de toegang tot de bodemschatten, de controle over communicatie en media, het monopolie over de massavernietigingswapens. Deze monopolies steunen op een gemeenschappelijk optreden (mekaar aanvullend en soms ook in conflict) van het industrieel complex, de financiële multinationale groepen en de samenwerking met de bevriende staten.
Op basis van de vijf genoemde monopolies streven de VS en hun bondgenoten ernaar om de geproclameerde nieuwe wereldorde door te drukken.
In wezen gaat het hierbij om de tegenstelling tussen het geldende volkenrecht van het VN-charter en de praktijk van de krachtsverhoudingen in de wereld. Dus het gaat om het VN-charter tegenover het nieuw imperialisme en kolonialisme van de Verenigde Staten en hun bondgenoten. Volgens Samir Amin richten de VS zich bij het nastreven van deze doelstelling vooral op de NAVO als bestuurder van de wereldorde, ten nadele van de VN. Ze stappen af van het basisprincipe van de VN uit de jaren 1945, en zoeken om alle politieke problemen voortaan met oorlogen te regelen. Dit is beslist geen toeval, daar de hegemonie van de VS berust op hun militaire macht en er aanzienlijke voordelen spelen voor hun economisch systeem.
Oorlogen voor een nieuwe wereldorde.
Sedert hun overwinning in de koude oorlog hebben de VS en hun vazallen vier oorlogen gevoerd in strijd met het geldende volkenrecht: 1991 tegen Irak, 1999 tegen Joegoslavië, 2001 Afghanistan en in 2003 opnieuw tegen Irak. Permanent dreigen de Amerikaanse politici, militairen of sommigen van hun vrienden, bijvoorbeeld Bernard Kouchner, met een nieuwe oorlog (momenteel tegen Iran).
Volgens de inschatting van de Amerikaanse politicoloog Chalmer Johnson, gewezen raadgever van de CIA, waren de oorlogen van de VS van 1991 tot 2003 de facto imperialistisch. Ze werden echter officieel gevoerd onder het voorwendsel van een humanitaire interventie, voor de bevrijding van onderdrukte vrouwen, tegen de bedreiging van massavernietigingswapens of welke andere slogan dan ook die imponeert of opportuun klinkt.
De VS zijn niet waar ze zich voor willen uitgeven, ze zijn een militaristische moloch die de wereld aan zich wil onderwerpen. Vandaar het belang van de Amerikaanse militaire basissen in andere landen. Chalmer Johnson noemt dan ook het VS imperium, een imperium van militaire basissen.
In werkelijkheid betreft het een soort oorlogsstrategie met als doelstelling de resultaten van de antikoloniale bevrijdingsstrijd van de 20ste eeuw ongedaan te maken en een nieuwe kapitalistische globalisering van koloniale aard tot stand te brengen.
Volgens de historicus Eric Hobsbawm realiseert het imperialisme in het postsovjettijdperk haar neokolonialisme door het instellen van protectoraten, zoals in de Balkan en Afghanistan. Dat doet ons terugdenken aan de tijd na 1918. Toen werden er ook nieuwe kolonies onder de verpakking van mandaatgebieden van de Volkenbond geschapen. Natuurlijk ging het toen ook reeds over het toe-eigenen van de belangrijkste grondstoffen, vooral gas en olie. Daarom was en is het geen toeval dat de VS met hun invasie in Irak de bedoeling hebben om het ganse Nabije en Midden-Oosten tot neokoloniaal gebied om te vormen. Onmiddellijk na de invasie in Irak, maart 2003, verklaarde Pentagon medewerker James Wolsey, directeur van de CIA van 1993 tot 1994, in een interview: “We moeten het Midden-Oosten het oliewapen afnemen. Hiervoor hebben we een langetermijnstrategie nodig, we beginnen met Irak”.
De invasie van Irak werd door de conservatieve media van het Westen euforisch geprezen en verantwoord door de noodzaak aan VS hegemonie. De dagen voor het binnenvallen van de Amerikaanse strijdkrachten in het tweestromenland kon men in een conservatieve Duitse zondagskrant het volgende lezen: “De mensheid heeft een hegemonie nodig, de eerste goede stap in deze richting op deze verantwoordelijke en mogelijke bloedige weg, is Irak. Deze hegemonie kan überhaupt maar door een macht worden opgenomen, de Verenigde Staten. Het VS imperium is onze enige kans, een andere hebben we niet”. Christian Hacke, verbonden aan de universiteit in Bonn, speelde het klaar om te beweren dat de wereldvrede alleen maar tot stand kan gebracht worden door het aanvaarden van de Amerikaanse hegemonie en zijn oorlogsstrategie. Wie oorlog wil verhinderen, moet volgens Christian Hacke, bereid zijn deze te voeren. Daarin bestaat juist de afschrikking die berust op een crisisdiplomatie van de sterkste, belichaamd door de hegemonie van de VS. Wie van de Amerikaanse hegemonie niet wil weten, kan de hoop op wereldvrede begraven.
In dezelfde zin sprak de Beierse minister president Stoiber in juli 2003, op een zomerontmoeting van de evangelische academie club. Volgens hem moet het artikel 51 van het VN-charter, dat het recht op zelfverdediging verankert, gewijzigd worden in het recht voor het voeren van preventieve aanvalsoorlogen die beantwoorden aan de nieuwe VS strategie.
Invloedrijke imperialistische kringen stemden in met de oorlog tegen Bagdad, maar niemand hield rekening met de gevolgen en het resultaat van vandaag: het onvermogen van Washington om deze oorlog te winnen.
Zoals de kaarten nu liggen kunnen de VS deze oorlog inderdaad niet meer winnen. Ze slagen er niet in om het Midden-Oosten in een nieuw koloniaal keurslijf te persen, wat Bush en Co ook mogen beweren. Dit, ondanks het isoleren en het ontwapenen van Irak in de jaren 1990, met de hulp en van de VN-veiligheidsraad. De nederlaag van de Amerikanen in het tweestromenland wordt meer en meer vergeleken met hun nederlaag in Vietnam. Het is een aanwijzing dat Amerika aan de grens is gekomen van zijn globale machtsontplooiing.
Richard Haas, chef planning in het ministerie Buitenlandse zaken onder Colin Powell, noemt het: “de ironie van de geschiedenis, de eerste Irak-oorlog markeerde het Amerikaanse tijdperk in het Midden-Oosten, de tweede oorlog toont dat het einde nabij is.” Het is zeer leerzaam te kijken naar de oorzaken die Richard Haas ziet: “In het oude Midden-Oosten genoten de Amerikanen van een enorme dominantie en vrijheid van handelen, olie was goedkoop, de regio relatief vreedzaam. Deze tijd is voorbij. Een beslissende verslechtering werd bereikt toen Washington de oorlog tegen Irak ontketende, door de aard en wijze van oorlogsvoering, door haar ‘missioneringdrift’ voor democratie' gepaard gaande met ernstige fouten en het ontbreken van een ernstige energiepolitiek.”
Tien jaar na het verschijnen van zijn boek ‘De enige wereldmacht’ verklaarde Zbigniev Brzezinski voor de Senaatscommissie Buitenlandse Zaken het volgende: “Het wordt tijd dat het Witte Huis twee belangrijke realiteiten onder ogen ziet. De oorlog in Irak is een historische, strategische en morele catastrofe. Hij wordt onder valse voorstellingen gevoerd, wat de Amerikaanse globale legitimiteit ondergraaft.” De imperiale aanmatiging van de VS vergroot de regionale instabiliteit. Alleen een historisch relevante politieke strategie die in de plaats komt van de koloniale betutteling kan de oorlog in Irak en de toenemende spanning in de regio beëindigen.
Ook interessant in de kritiek van Brzezinski is zijn bemerking aan het adres van de beleidsmakers van het Witte Huis, dat de VS duidelijk en niet mis te verstaan hun wil moeten tonen dat zij Irak op korte termijn zullen verlaten. Meer nog, een publieke verklaring is nodig om de angst in het Midden-Oosten voor een nieuwe blijvende imperiale hegemonie weg te nemen. Aldus Brzezinski.
Twee belangrijke ontwikkelingen karakteriseren de onoverzichtelijke crisis van de VS hegemonie. Vooreerst de onbekwaamheid van de Amerikaanse strijdkrachten om de aanvalsoorlogen in Afghanistan en Irak met succes te beëindigen en ten tweede, het wereldwijde verlies aan globale politieke beïnvloedingsmogelijkheden. De VS strategie om via de Irak-oorlog het Midden-Oosten zijn oliewapen te ontnemen is mislukt. De OPEC is nu veel machtiger dan voor de Iraakse oorlog en wordt bovendien nog versterkt door het tegen de VS hegemonie gerichte energiebeleid van Latijns-Amerika. Het feit dat de VS ondertussen ook aan de grens van hun militaire mogelijkheden zijn gekomen wordt zeer duidelijk aangetoond doordat ze verplicht worden om de maximum leeftijd voor de rekruten te verhogen tot 42 jaar, alsook door het inzetten van de nationale garde voor buitenlandse opdrachten.
Het groeiend verlies aan internationaal aanzien van Washington, omschreef Samuel Huntington reeds in 1999: “Terwijl de VS regelmatig meerdere landen als schurkenstaten brandmerkten, werden ze zelf in de ogen van de wereldopinie als schurkenwereldmacht aangevoeld.” Gewezen president Carter legt de oorzaak voor dit verlies aan internationaal aanzien bij de “minachtende houding voor het volkenrecht en de internationale verdragen en door het militair optreden tegen andere soevereine staten. Amerikaanse politieke beleidsvoerders streven er openlijk naar om een wereldoverheersend imperium in te stellen, koste wat kost. Men ziet ons land overal met wantrouwen en vijandigheid.” Een anti-Amerikanisme verovert de planeet. Voor Jan Ross is dit een nieuwe ideologie en het gevoel van vele wereldburgers.
Vooral omdat het VS imperialisme in de Iraakse oorlog duidelijk op de grenzen van zijn macht is gestoten, kan men terecht van een crisis spreken. Maar toch beschikken de Verenigde Staten nog over een wereldwijd machtspotentieel. Ze zijn niet alleen de sterkste militaire macht, ze zijn ook een belangrijk regisseur van de economie. Via de NAVO uitbreiding tot aan de west- en zuidgrens van Rusland hebben ze in feite Eurazië onder controle. Brzezinski drong reeds in 1997 aan op de toetreding van Oekraïne tot het militaire bondgenootschap van het Westen. Door haar dominerende plaats in de internationale organisatie zoals de WTO, de Wereldbank en het IMF, beheerst Washington de toegang tot de wereldmarkt, waardoor zelfs opkomende grootmachten zoals China, India of Brazilië zeer voorzichtig zijn ten opzichte van de VS. De VS blijven tot op heden nog alleen de wereldpolitiek bepalen. Ross karakteriseert daarom ook de steeds maar groter wordende invloed van het anti-Amerikanisme als een fenomeen in een door de VS gedomineerde wereld; in ieder geval een wereld waar Amerika nog de sterkste kracht, de dynamische factor is.
Daartegenover is Washington volgens Egon Bahr verplicht, door het mislukken van de strategie die het volkenrecht miskent, de door hen misprezen VN en haar opzij geschoven NAVO bondgenoten toch ter hulp te roepen. Washington ziet dat het groeiend gewicht van China en India economisch maar ook politiek is. Daarom begint het Witte Huis het idee van een multipolaire wereld te aanvaarden, zelf wanneer dit 'onaangenaam' is.
Voorbarig?
Men kan zich de vraag stellen of deze analyse niet te optimistisch is. De VS hebben nog geen publieke verklaring afgelegd over deze ontwikkeling naar een multipolaire wereldorde.
Integendeel, tot op heden hebben ze het klaar gespeeld dat de VN-Veiligheidsraad geen enkel van de (internationaal-rechtelijk illegale) oorlogen heeft veroordeeld. Meer nog, al deze oorlogen werden door de nodige resoluties van de VN-Veiligheidsraad achteraf gelegaliseerd. Zo werd de VN omgevormd tot een hulporganisatie van een supermacht die het volkerenrecht minacht.
Zolang de VS de VN als instrument kunnen uitspelen, blijft hun hegemonie onaangetast.
Zolang de vredeskrachten niet sterk genoeg zijn om te verhinderen dat landen als Joegoslavië, Afghanistan, Irak en Libanon met instemming van de VN-Veiligheidsraad door de VS en zijn vazallen overvallen en vernietigd worden, zolang geldt allen het recht van de sterke. Dan kan er ook geen plaats zijn voor een wereldorde op basis van het VN-charter.
De opkomst van China en India zorgt er wel voor dat veel over het einde van de VS als enige wereldmacht wordt gesproken. In feite gaat het hier niet alleen om het einde van de VS hegemonie, maar om het einde van het globale oppergezag dat door de G7-G8 aan de rest van de wereld opgedrongen wordt. Deze staten die zich het 'Westen' noemen, zullen hun globale dominantie verliezen
Het einde van de vijf monopolies van Samir Amin betekent het begin van een nieuw tijdperk. Jan Ross en Bernd Ulrich zien het als volgt en vanuit westelijk standpunt benaderd: “De opkomst van China en India heeft een wereldhistorische betekenis, 'gerucht' is realiteit geworden veel vlugger dan men aanvankelijk gedacht had. Niet alleen als groeiende economieën maar ook als machtsfactor.”
De tijd is voorbij dat alleen Europa en de VS draaischijf en aanknopingspunt vormen van de wereldpolitiek. Het Westen is nog sterk genoeg om een bestendige provocatie voor de rest van de wereld te zijn, maar niet sterk genoeg om die wereld volledig te beheersen. De unipolaire wereldorde die de VS na het einde van de socialistische statengemeenschap opdrong, heeft zo zijn beste tijd gehad.
Wanneer precies een nieuwe andere wereldorde zich in haar plaats zal doorzetten blijft op dit ogenblik nog een open vraag, evenals de beslissing of ze multipolair of bipolair zal gestructureerd zijn. Dat zal uiteindelijk bepaald worden door het toekomstig karakter van de economische globalisering wiens evolutie van de maatschappelijke krachtsverhoudingen zal afhangen.
Bron: Ernst Wolf – Die US-Hegemonie und ihre Krise
Brzezinki: De enige wereldmacht
S.Amin – Kapitalisme – Imperialisme –Globalisering
A.Schuller – Wir brauchen das Imperium Americanum (FAZ)
R. Cooper – Wenn Staaten zerfallen droht ( Die Zeit)
P. Huntington – De eenzame supermacht
J.Carter – Onze bedreigde waarden - De morele crisis van Amerika
J.Ross/B.Ulrich – De nieuwe wereldorde ( Die Zeit)
www.linksnet.de