400ste nummer van het tijdschrift Vrede
Het november nummer van Vrede is al het 400ste in haar bestaan. Ter gelegenheid daarvan brengt Lucien Bollaert, jarenlang redactiesecretaris, een korte geschiedenis van het blad en de gelijknamige beweging (red.).
In 2009 bestaat Vrede 60 jaar en viert het haar 400ste nummer van het tijdschrift. Het lijkt een eeuwigheid. En dat is het ook. Want in die 60 jaar zijn reeds heel wat alternatieve tijdschriften ofwel verdwenen, ofwel van naam, concept of missie veranderd. Vierhonderd nummers: een gouden jubileum van een huwelijk tussen een bewegingsblad van de gelijknamige vredesorganisatie en een informatiebron over, zoals de huidige ondertitel zegt, “internationale politiek”. In die lange geschiedenis werd dit ook “vredespolitiek”, “internationale betrekkingen”, “polemologie” en nog veel meer genoemd. Over dit huwelijk tussen het blad van de vredesorganisatie en de informatiebron, de evolutie en het evenwicht tussen beiden, wil ik het kort hebben.
Het begin: de jaren 1950
Opnieuw lijkt dit een eeuwigheid geleden, zeker voor de huidige jonge generatie van vredesmilitanten. In 1957 is het begin van de zogenoemde Koude Oorlog en de na-oorlogse heropbouw van Europa. Een Europa dat door de Yalta-akkoorden sterk verdeeld werd, of is het “bezet”, door de overwinnaars op de nazi’s: de Verenigde Staten in het Westen en de Sovjet-Unie in het Oosten.
Al vlug werd duidelijk dat een nieuwe, wereldbedreigende wapenwedloop zich tussen deze twee blokken op gang trok. Met de ontwikkeling van de atoombom was immers een nieuwe fase in de bewapening en de internationale politiek ontstaan. Een fase die gekenmerkt werd door een afschrikkingspolitiek, waarbij de burgers als gijzelaars genomen werden. Een kracht die grote delen of het geheel van de planeet in één klap kon vernietigen hing voortdurend als een zwaard van Damocles boven de hoofden van de mensen. Vandaag zou men wellicht de term “terrorisme” gebruiken voor zoiets, maar dan vanwege staten.
Deze nieuwe fase had, als economische onderbouw in West-Europa, het Marshall-plan. In 1949 werd die beantwoord door de Oost-Europese COMECON, waarvan het acronym meteen duidelijk maakte dat er wel degelijk een economische grondslag was.
“Vrede” als vredesorganisatie, toen nog de Belgische Unie voor de Vrede (BUVV) genoemd, ontstond in die periode en trachtte onmiddellijk een brede, pluralistische coalitie tot stand te brengen tegen die nieuwe wapenwedloop, waarbij alle burgers, van welke politieke gezindheid ook, gegijzeld en geappelleerd werden.
Het actieblad “Vrede”, ontstond als gestencild ledenblad om over de talrijke acties te informeren en ervoor op te roepen. De noodzaak werd echter vlug duidelijk om ook de niet-leden, via achtergrondinformatie, overtuigd konden en moesten worden om aan de vredesstrijd deel te nemen.
Het was de tijd van de grote anti-atoommarsen. De organisatie Vrede vertrok van het inzicht dat de wapenwedloop niet iets op zichzelf was, maar haar wortels had in de politiek-economische opties die toen genomen werden. Heel concreet werd dit belichaamd in het militair-industrieel complex (MIC). De militaire industrie was in die tijd, - en is nog steeds – een onderdeel van de politiek-economische ontwikkeling. Het tijdschrift Vrede bracht toendertijd als enige dit inzicht. Ik herinner mij nog levendig de artikels over hoe de westerse geallieerden na de oorlog de nazi-kopstukken en geleerden binnenhaalden om de atoomwedloop en de Koude Oorlog op te zetten. Vijftig jaar later wordt die informatie bevestigd. Meteen is de noodzaak en de juistheid van dergelijke informatie aangetoond.
Maar vanuit het inzicht en de optie dat de wapenwedloop niet iets op zichzelf was – en is -, maar een politiek-economische onderbouw heeft, bracht het tijdschrift “Vrede” niet enkel achtergrondinformatie, maar ook analyse en duiding.
De anti-imperialistische jaren 1960
Dit werd des te meer duidelijk in de jaren 1960. Daar waar de jaren 1950 de atoomwedloop als centraal thema hadden, was dit in de jaren 1960 het anti-imperialisme. Want de hele wereld werd meer en meer in die na-oorlogse politiek-economische blokvorming meegesleept. Vandaag de dag zouden we zoiets globalisering noemen. Vroeger heette dit imperialisme, de wereldwijde uitbreiding van hèt economisch winstbejag. Het was de tijd van de opkomst van de multinationals. Het was tevens de tijd van de opkomst van de anti-imperialistische strijd zoals in Vietnam en Cuba.
In die jaren was de organisatie Vrede de spil van brede anti-oorlogsfronten. Het tijdschrift Vrede bracht niet enkel feitelijk nieuws uit die landen, maar bracht ook duiding bij politieke keuzes en de internationale verhoudingen. De Amerikaanse domino-theorie werd, door feiten en analyse, doorprikt. Met de overwinning van het Vietnamese volk op de Amerikaanse troepen in 1975 enerzijds en de nederlagen van de onafhankelijkheidsstrijd, of het recht op zelfbeschikking zoals het toen noemde, anderzijds, werd dit thema een vast gegeven in het tijdschrift. De overwinningen en nederlagen in Latijns-Amerika kregen een vaste plaats.
Ik herinner me nog hoe op de 14-daagse redactievergaderingen in de kantoren in de Knokkestraat aan het Gentse station, de wereld, of beter gezegd de verslaggeving erover, verdeeld werd onder “specialisten” die over meer dan de gebruikelijke informatie uit die landen of werelddelen beschikten. Want dankzij de band tussen het tijdschrift en de vredesorganisatie konden de redactieleden gebruik maken van niet-Westers gekleurde informatie rechtstreeks uit die landen zelf, die niet tot onze populaire media doordrong. Maar de gespecialiseerde redactieleden legden tevens verbanden tussen de feiten, en brachten dus meteen duiding. De ongedekte gebieden werden dan maar ingevuld via vertalingen met onder andere 'Le Monde Diplomatique' als bronnenmateriaal.
De crisis van de jaren 1970
Halfweg de jaren 1970 kwam er niet enkel een kentering in de anti-imperialistische berichtgeving. Er was ook de breuk met de “golden sixties”, de eerste inflatieve economische crisissen, en er was de doorbraak van de Angelsaksische cultuur in naam van de naïeve vrijheid van de hippies.
De alternatieve media uit de jaren 1960 verdwenen. Denken we maar aan “De Nieuwe” of “Het Tijdschrift voor Diplomatie”, vandaag collectors items. Vrede bleef overeind, dankzij het feit dat het ook een ledenblad bleef én mits een aantal redactionele ingrepen. De lange artikels werden ingekort. Wie nog analyses wou, werd verwezen naar de dossiers op de middelste pagina's van het tijdschrift. De Rubriek “Te zot om los te lopen” verhuisde naar de achterflap. Vrede gebruikte nooit de “human interest” invalshoek, waarin individuele mensen en hun problemen gepresenteerd worden op een emotionele manier. Wel waren er heel wat reportages en interview-artikels die alternatieve VIP’s (denkers, analisten,...) toegankelijker probeerden te maken.
Met de economische crisissen brachten de populaire media de marketingtechnieken binnen. Niet enkel op de commerciële- of verkoopdienst, maar ook in de redactie. De keuze van artikels, topics, invalshoeken, stijl en inhoud werden meer en meer door de markt bepaald. Lees- en kijkcijfers maakten opgang.
De individualistische jaren 1980
De sfeer in de jaren 1980 werd toen aangevoeld en omschreven als de opkomst van de “ik-cultuur”. Dit kwam trouwens ook tot uiting in de strijd tegen de verdere atoomwedloop in de slogan “Geen kruisraket in mijn achtertuin”. Er was namelijk een nieuwe fase in de atoomwedloop ingezet. In de plaats van steeds maar zwaardere atoombommen bracht de technologische research en ontwikkeling in het militair-industrieel complex de door informatica beheerste kruisraketten op de markt, die zich een weg konden banen naar kwetsbare, vitale doelen onder de radars door. Tezelfdertijd kwam de Koude Oorlog tot zijn toppunt in de voorgestelde Star Wars-expansie: de uitbreiding van atoomoorlog tot in de ruimte met al dan niet waterdichte schilden en performante raketten. Het kwam er meer en meer op aan om in staat te zijn als eerste en bij verrassing aan duizelingwekkende snelheden en met immense kracht te schieten. De “First strike” strategie was geboren.
De organisatie Vrede slaagde er opnieuw in een breed front te smeden tegen deze nog gevaarlijkere fase in de wapenwedloop en de Koude Oorlog. De jaren 1980 werden gekenmerkt door de massale anti-rakettenbetogingen en VAKA.
Het tijdschrift Vrede legde nog meer de klemtoon op achtergrondinformatie, analyse en duiding. Het was de tijd dat Vrede bleef pleiten voor een referendum of volksraadpleging tegen de raketten. Het tijdschrift bleef het militair industrieel complex beschrijven, de saga rond de kruisraketten optekenen: de nieuwe strategie en de gevaren ervan duiden en de vergelijking met de Sovjetraketten en dito strategieën en tegenvoorstellen analyseren.
De triomf van de kapitalistische ideologie in de jaren 1990
Het einde van de jaren 1980 – begin de jaren 1990 werd getekend door de implosie van de zogenaamde Oost-Europese staten van het reëel socialisme en de overwinning van het neo-liberale politiek denken. De economische en culturele globalisering was een brutale verderzetting van het imperialisme. Waar Reagan en Tatcher in de jaren 1980 nog ietwat clowneske fenomenen waren, werden hun ideeën tijdens de Bush-generatie de mainstream.
In die omstandigheden kregen vele alternatieve organisaties en publicaties het moeilijk.
De organisatie Vrede zocht en kreeg voeling en contact met de milieubeweging en de andersglobalisten. In het tijdschrift werden de wereldwijde gevolgen van de neoliberale economie op socio-economisch en ecologisch vlak beschreven. In een medialandschap waarin zelfs kwaliteitskranten vermarkten, bleef Vrede door zijn volgehouden lijn van feitelijke informatie, analyses en duiding vanuit een breed-maatschappelijke invalshoek een fenomeen. Het tijdschrift kreeg ook een nieuwe lay-out.
De oorlogsjaren van het begin van de 21ste eeuw
Het keerpunt van de 21ste eeuw werd cruciaal. De gewelddadige interventiepolitiek om plat economische redenen (zoals olie) brachten oorlog en vrede weer op de voorgrond. De vredesorganisatie wist opnieuw een breed front op te bouwen tegen de oorlogshaarden en dito politiek. Blijvende conflictregio's, zoals het Nabije- en Midden-Oosten, kregen hun vaste plaats in de acties van Vrede en het tijdschrift.
Diezelfde jaren werd een vernieuwde ploeg samengesteld. Georges Spriet nam op zijn eigen, serene manier de fakkel van André Smet over. Ludo De Brabander verankerde het vroegere werk van de gewetensbezwaarden, een ras dat ondertussen verdwenen is, in de organisatie. Een verjongde redactie met contacten in de andersglobalistische en ecologische beweging zorgde voor enkele nieuwe rubrieken.
Onafhankelijke informatie in crisis
Met de huidige oorlogen en de wereldwijde crisis, die de macht én de onmacht van het financiekapitaal op de wereldwijde economie duidelijk gemaakt heeft, hebben de feiten de analyse van Vrede gelijk geven. Nu de nieuwsagentschappen verschrompeld zijn in een handvol internationale consortia en onze beeldcultuur beheersen. Nu ook in Vlaanderen drievierde van de dagbladen tot 1 groep behoren en de algemene hoofdredacteur van de meest gelezen Vlaamse kwaliteitskrant zelfs wordt uitgeroepen tot “Marketeer van het jaar”, hebben onafhankelijke berichtgeving, gebaseerd op feiten die in verband gesteld worden met een welbepaalde analyse en met duiding, meer dan ooit zin. Het thema van het eerste decennium van de 21ste eeuw, het zogenaamde anti-terrorisme, wordt enkel nog in alternatieve media als Vrede doorprikt.
Vrede is dus letterlijk levensbelangrijk, voor haar lezers, voor de vredesbeweging, voor iedereen die niet wil geslachtofferd worden in een sociaal-economische oorlogspolitiek.
Dat het journalistieke uitgangspunt van het tijdschrift, dat kan samengevat worden in “ontwapenen om te ontwikkelen”, ons nog lang mag informeren, inzicht verschaffen en tot actie aanzetten. Het tekent de levenskracht van Vrede dat zij haar 400ste nummer kan vieren.
Lucien Bollaert,
voormalig redactiesecretaris van het tijdschrift Vrede












