Abou Jahjah is slachtoffer van censuur

Foto: Days of Palestine

Abou Jahjah is slachtoffer van censuur

Een korte reactie van Dyab Abou Jahjah op een aanslag waarbij een Palestijn met een truck inreed op een groep Israëlische soldaten zorgde voor veel heisa. Zijn steunbetuiging aan een aanslag - 'recht op verzet' - wordt niet getolereerd. Nochtans bieden onze media geregeld een platform aan oproepen tot geweld.

Op zijn facebookpagina schreef hij: ‘By any means necessary! #FreePalestine’. De Standaard reageerde prompt met de aankondiging dat zijn columns niet langer gewenst zijn. Volgens de krant plaatste Dyab Abou Jahjah “zich buiten de grenzen van het publieke debat dat De Standaard op haar eigen platformen wil voeren.”

Het recht op verzet

Het recht op verzet met inbegrip van de gewapende strijd' maakt deel uit van het internationaal recht.

Los van het feit of dit een gepaste reactie was of niet is het de vraag of ze wel zo controversieel is als De Standaard en verschillende politici beweren. Helemaal niet. Het recht op verzet met inbegrip van de gewapende strijd' maakt deel uit van het internationaal recht. In Resolutie 3246 (1974) van herbevestigt de Algemene Vergadering van de VN “de legitimiteit van de strijd van volkeren voor bevrijding van koloniale en vreemde overheersing en onderdrukking met behulp van alle mogelijke middelen, gewapende strijd inbegrepen”. Dezelfde resolutie maakt zelfs een rechtstreekse verwijzing naar het Palestijnse verzet tegen de Israëlische bezetting. Het recht op verzet is daarna verschillende keren in andere resoluties van de AV herhaald. In dit geval ging het om een Palestijnse aanval in wederrechtelijk door Israël bezet gebied waarbij vier soldaten van de bezettingsmacht zijn gedood. Het recht op verzet met inbegrip van gebruik van geweld is enkel toegestaan tegen militaire doelwitten. Dat lijkt alvast te passen binnen de termen van de vernoemde resolutie.

Het klopt evenwel dat de Vierde Conventie van Genève stelt dat het recht op verzet moet uitgeoefend worden door gewapende groepen die zich duidelijk onderscheiden van de burgerbevolking. Enkel in dat opzicht kan de reactie van Abou Jahjah als ‘fout’ worden aanzien. Maar laat ons eerlijk zijn, daar zit ook heel wat politieke rek en interpretatie op. In complexe conflicten vind je weinig terug van het klassieke schema van regeringstroepen die vechten tegen een guerrillabeweging. Het belang van het onderscheid tussen burger en strijder had overigens een andere doelstelling: het beschermen van burgers enerzijds, terwijl het statuut van strijder zijn belang had om o.m. te kunnen genieten van de regels voor het krijgsgevangenschap.

Jaarlijks roemen we het verzet van WOII

Elk jaar op 8 mei eren en roemen we het verzet uit de Tweede Wereldoorlog. Ik heb niet de indruk dat we selecties maken over wie nu legitiem in het gewapend verzet actief was en wie niet. Velen kregen onderscheidingen, straatnamen, standbeelden of ereburgerschappen..... voor hun collectieve maar ook individuele (gewelddadige) acties tegen de bezetter, ook al waren die niet altijd zuiver op de graat. Toen burgers beslisten om de wapens op te nemen in Libië en Syrië, was dat in eerste instantie ook niet altijd als lid van een georganiseerde beweging of in duidelijke onderscheiding van de andere burgers. Zij die de opstand verdedigden, konden dat zonder meer doen, ook al was er ook sprake van ernstige schendingen van het oorlogsrecht.

We kunnen alvast concluderen dat de uitspraak van Abou Jahjah in zijn intentie en volgens een brede pragmatische interpretatie gebeurde binnen de grenzen van het internationaal oorlogsrecht.

Het is niet mijn bedoeling om geweldplegingen te verdedigen. Zelf geloof ik in geweldloze acties, ook al kan ik begrijpen dat je als persoon of groep genoodzaakt kan zijn om tegengeweld te gebruiken om je te verdedigen. Wel wil ik aantonen dat De Standaard onterecht heeft beslist dat de opinie van Dyab Abou Jahjah ontoelaatbaar zou zijn. Zeker nadat hij uitvoerig zijn standpunt op zijn blog heeft toegelicht met erg verdedigbare argumenten. De krant had er ook voor kunnen kiezen om zijn stuk van een weerwoord te voorzien. Dat had ons veel verder gebracht. Zo zou het publiek tenminste de gelegenheid hebben gekregen om de verschillende argumenten tegenover elkaar af te wegen. Er is immers in de grond geen groot verschil met het standpunt dat Guy Verhofstadt enkele jaren terug in de media innam toen hij opriep om de oppositie in Syrië te bewapenen, ook al was het onderscheid tussen ‘gematigden’ en ‘extremisten’ (die zich ook aan burgers vergrijpen) niet makkelijk te maken. Onze media hadden toen ook kunnen oordelen dat er sprake was van promoten en steunen van geweld. Ze hadden kunnen opwerpen dat dit jongeren er toe zou aan kunnen zetten om naar Syrië te trekken om het met die geleverde wapens op te nemen tegen het regime. Waarom viel Verhofstadts pleidooi wel binnen de grenzen van het debat en de reactie van Abou Jahjah niet?

Dubbele maatstaven

Waarom geldt de houding van De Standaard niet ook voor de beleidsmakers, regeringsleiders, politici die oproepen of beslissen om oorlog te voeren in een ander land?

Ik kan me moeilijk van de indruk ontdoen dat De Standaard dubbele maatstaven hanteert. De krant argumenteerde dat er grenzen zijn aan het brede debat, “en die liggen voor ons bij het ondersteunen van geweld zonder onderscheid.” Waarom geldt de houding van De Standaard niet ook voor de beleidsmakers, regeringsleiders, politici die oproepen of beslissen om oorlog te voeren in een ander land, zoals Francken die in zijn hoedanigheid van Parlementslid tijdens de vorige legislatuur uitdrukkelijk de oorlog tegen Libië bepleitte? Als België op grote schaal wapens levert aan Saudi-Arabië (bijna 600 miljoen euro aan wapenvergunningen in 2015 enkel vanuit het Waalse gewest!), dat er door de VN van beschuldigd wordt om zware oorlogsmisdaden te begaan in de oorlogsoperatie in Jemen (sinds maart 2015), is dat dan geen ondersteuning van het geweld? Mogen deze leveringen die zorgen voor inbreuken op het oorlogsrecht wel verdedigd worden zoals Waals Minister-President Paul Magnette dat deed?

De Standaard lijkt evenmin principieel met betrekking tot de Belgische deelname aan de internationale coalitie in Syrië die volgens veel waarnemers niet conform het internationaal recht verloopt. Je mag immers niet zomaar een ander land gaan bombarderen tenzij met een mandaat van de veiligheidsraad van de VN of op uitnodiging van het betrokken land of uit zelfverdediging. Volgens de monitororganisatie Airwars vallen daarbij ook heel wat burgerslachtoffers. Als de luchtbombardementen al zelfverdediging zouden zijn, zoals de regering beweert, waarom is de aanslag met de truck tegen soldaten dat dan niet? Waar is het debat of de luchtoperatie in Syrië wel volgens de regels van het oorlogsrecht verloopt? Wie belet het spreekrecht van de auteurs die deze wederrechtelijke oorlogsoperatie promoten? Gaan we Obama voortaan geen opiniestuk gunnen omwille van de honderden burgerdoden die Amerikaanse Drones op zijn gezag maken in landen als Jemen en Pakistan en voor zijn pleidooien om dat te doen? Het gaat tenslotte om buitenrechtelijke executies waarbij veel burgerdoden worden gemaakt en die niet gedekt zijn door het internationaal recht.

Ik herinner me nog hoe oorlogsstokers met leugens en manipulaties de oorlog tegen Irak (2003) hebben verdedigd. Ze kregen een breed platform in onze pers, ook al was de oorlog illegaal, verantwoordelijk voor vele tienduizenden doden en de complete ontwrichting van een land. Van ‘grenzen aan het debat’ was er hoegenaamd geen sprake.

Wie bepaalt de krijtlijnen van het ‘toelaatbare’ debat?

Het is een overwegend blanke elite die de grenzen van het debat en van toelaatbare opinies vastlegt

Het voorval met Dyab Abou Jahjah is volgens mij een duidelijke uiting van een politiek-culturele kloof. Het is een overwegend blanke elite die de grenzen van het debat en van toelaatbare opinies vastlegt, die iets als radicaal bestempelt omdat het te ver zou afwijken van een zelf bepaald midden. Abou Jahjah wordt zo gebrandmerkt als een extremist met ontoelaatbare opinies, maar bij de betrokken Palestijnen en bij uitbreiding in een groot deel van de Arabische wereld valt zijn mening helemaal niet buiten de grenzen van het politieke debat. Deels komt dat ook omdat er vanuit een grotere betrokkenheid anders en grondiger gekeken wordt naar de manier waarop de Israëlische bezetter huishoudt. In onze media is er in zogenaamde ‘rustige tijden’ nauwelijks aandacht voor dit bezettingsconflict.

Staatsterreur

Westerse beleidsmakers lijken niet erg wakker te liggen voor de Israëlische staatsterreur. Ze spreken van ‘verdediging’ als de bezettingsmacht zijn toevlucht neemt tot het bombarderen van bewoonde gebieden, buitenrechtelijke executies, gebruik van clustermunitie, DIME (Dense Inert Metal Explosive) en elk jaar honderden privéwoningen van Palestijnse burgers met de grond gelijk maakt om een stad als Jeruzalem etnisch te zuiveren. Bewoners van de Palestijnse gebieden krijgen dagelijks te maken met vernederingen en lange wachtrijen aan checkpoints, moeten binnenvallende soldaten in hun huis tolereren, ervaren willekeurige arrestaties en mishandelingen, zien hoe jongeren in Acces Restricted Areas (de veiligheidszone rond Gaza waar elk jaar de niet-gemediatiseerde onzichtbare doden vallen) neergeschoten worden omdat ze in een veiligheidszone van 300 m hun voetbal willen halen, moeten de agressie van kolonisten tolereren die straffeloos oogsten vernietigen of olijfbomen kappen en zo hun inkomen verliezen. De Israëlische bezetter is m.a.w. zelf in constante overtreding met het internationale humanitaire recht zoals het in de Vierde Conventie van Genève is vastgelegd.

De zogenaamde 'internationale gemeenschap' kijkt niet alleen toe, maar steunt de bezetting en de schendingen van het internationale recht en het oorlogsrecht op actieve manier via Europese samenwerking (het Europees onderzoeksprogramma Horizon 2020 bv), wapenhandel of met jaarlijks 3,8 miljard $ militaire steun vanuit de VS. Behalve wat loze ronkende verklaringen steekt deze ‘internationale gemeenschap’ geen poot uit om de grondroof en de kolonisatie te stoppen,... Tja, dan ervaren velen die zich met de Palestijnse strijd identificeren een discussie over het al dan niet gerechtvaardigd zijn van een aanslag tegen militairen van een bezettende macht en een steunverklaring daaraan als behoorlijk artificieel en ook wel erg hypocriet.

Ziek

hoe ziek is het internationaal systeem als het deze situatie al jaren laat verrotten door te weigeren Israël te dwingen om zich te conformeren aan het internationaal recht

Theo Francken, lid van de Belgische regering, noemde de uitspraak van Jahjah ‘ziek’. Maar hoe ziek is het internationaal systeem als het deze situatie al jaren laat verrotten door te weigeren Israël te dwingen om zich te conformeren aan het internationaal recht. Zolang daar geen verandering in komt, zullen de frustraties zich blijven opstapelen en geregeld uitmonden in gewelddadige acties. We kunnen dat betreuren, maar als verdragsrechtelijke partij van de Vierde Conventie van Genève (en de aanvullende protocollen) heeft ons land evenzeer de plicht om er voor te zorgen dat het internationaal humanitair wordt gerespecteerd. Dat dit niet gebeurt, dat is pas betreurenswaardig want het houdt deze ‘ziekelijke’ bezettingscontext in stand.

steun ons

© 2018 vrede vzw - website by