Artikel
Bram Vranken
Printvriendelijke versie
Beveilig de winst: hoe de wapenindustrie het Europees defensiebeleid kaapt

Actie tijdens de European Defence Industry Summit in Brussel, 4 december 2017, foto: Cyprien Lepoivre

Beveilig de winst: hoe de wapenindustrie het Europees defensiebeleid kaapt

In november 2016 publiceerde de Europese Commissie een Europees Defensie Actieplan. Het plan werkt het in september door Juncker aangekondigde Europese Defensiefonds verder uit in concrete voorstellen.

Het plan is ambitieus en komt er na ruime inspraak van de Europese wapenindustrie, zo blijkt uit het nieuwe rapport van Vredesactie ‘Securing Profits, how the arms lobby is hijacking Europe’s defence policy’.

“Europa moet zich strijdvaardiger opstellen.” Dat zei Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie in zijn State of the Union in september 2016. Enkele maanden later kondigde de Europese Commissie haar plannen aan om een nieuw Europees Defensiefonds op te richten van om en bij de 40 miljard euro. Het doel? “De competitiviteit […] van de wapenindustrie in de EU bevorderen.” Tot voor kort was militair onderzoek nochtans expliciet uitgesloten van de Europese onderzoeksbudgetten.

Het is een nooit eerder geziene versnelling van de militarisering van de Europese Unie met als voornaamste doel: de defensie-industrie rendabel houden. De wapenlobby in Brussel blijkt een ongewoon grote impact gehad te hebben op de Europese besluitvorming. Interne documenten tonen aan dat de wapenindustrie toegang had tot elke stap van het besluitvormingsproces - van het bepalen van de agenda tot het vastleggen van de modaliteiten van de militaire onderzoeksprogramma’s. Vertegenwoordigers van het middenveld, maar ook onafhankelijke experten bleken opvallend afwezig te zijn.

De vraag welke wapens ontwikkeld moeten worden en of ze wel nodig zijn, wordt dan ook niet gesteld. Ethische bezwaren worden genegeerd of onder de mat geschoven. Of zoals EOS, de lobby-organisatie die enkele van de grootste Europese wapenbedrijven vertegenwoordigt, zonder schroom stelt: “fundamentele rechten zijn geen competitief voordeel”.

 

Een spinnenweb van invloed

De zeer nauwe relatie tussen de Europese Unie en de wapenindustrie werd door de lobbywaakhond 'Corporate Europe Observatory' enkele jaren geleden al beschreven als een “spinnenweb van vertrouwen en invloed”. In dit web worden de contacten gelegd op wapenbeurzen, conferenties, workshops en denktanks. Dat bleek ook op de Paris Airshow het geval te zijn, de wapenbeurs in Frankrijk, vanwaar de lobby-organisatie ASD tweette “opnieuw een geweldige ontmoeting vandaag met Philippe Brunet & Thierry Buttin van [de Europese Commissie] op de #PAS17”.

Die wapenlobby heeft steeds meer middelen voorhanden. In een periode van vijf jaar is het lobbybudget van de tien grootste Europese wapenbedrijven verdubbeld: van 2,8 miljoen euro tot 5,6 miljoen euro per jaar. Dat is een onderschatting. Volgens data van de Nationale Bank van België onderrapporteerde de lobby-organisatie ASD haar lobbybudget met een factor 10.

Het besluitvormingsproces rond het militair onderzoeksprogramma, de zogenaamde 'Preparatory Action on Defence Research', werd gedomineerd door private belangen. De 'Group of Personalities on Defence Research', het adviserend orgaan dat de belangrijkste teksten uitschreef voor de Europese Commissie, bestond uit zestien leden waarvan negen leden rechtstreeks gelinkt waren aan de wapenindustrie, zeven vertegenwoordigers van defensiebedrijven (Airbus Group, BAE Systems, Finmeccanica/Leonardo, MBDA, Saab, Indra en de defensie-lobbygroep ASD) en twee vertegenwoordigers van private onderzoeksinstellingen die aan militair onderzoek doen. De enige vertegenwoordiger vanuit het Europees Parlement, Michael Gahler, blijkt tevens lid te zijn van de Kangaroo Group, een lobby-organisatie met nauwe banden met de wapenindustrie. Door te werken met een 'Group of Personalities' ontweek de Commissie elke vorm van transparantie. Een Group of Personalities staat immers niet geregistreerd als een expertengroep die verplicht is om vergaderdata, agenda's en verslagen openbaar beschikbaar te maken. Daar bleef het niet bij. Ook toen de Group of Personalities haar werkzaamheden beëindigde, bleven er vergaderingen plaatsvinden tussen de wapenlobby en de Europese Commissie. Dankzij de Europese wet op openbaarheid van bestuur weten we dat de Commissie de afgelopen drie jaar minstens 37 maal aan tafel zat met de wapenindustrie om te praten over het opstarten van een militair onderzoeksprogramma.

De correspondentie tussen de defensie-industrie en het Europees Defensie Agentschap (EDA) was zo volumineus dat een doorlichting van die correspondentie gezien werd als 'een te zware administratieve last' voor de beleidsmedewerkers. Het wijst in de richting van een voortdurende en gestructureerde dialoog tussen de Europese Commissie en de defensie-industrie. Het meest frappante voorbeeld daarvan vond plaats op een vergadering van de Zweedse wapenfabrikant SAAB. Uit notities van die vergadering blijkt dat Jorge Domecq, hoofd van het Europees Defensie Agentschap, het wapenbedrijf Saab opriep om rechtstreeks te lobbyen bij parlementsleden om te stemmen voor de Preparatory Action.

 

Knip en plak

Een analyse van het Defensie Actieplan toont dat verschillende voorstellen in dit plan bijna letterlijke kopieën zijn van de adviezen van de wapenindustrie. Zo formuleerde de Europese lobbyorganisatie ASD in een position paper van juli 2016 enkele voorstellen die door de Commissie volledig overgenomen werden, onder meer het voorstel van de lobbyvereniging om militaire investeringen te catalogeren als ‘productieve investeringen’, waardoor ze kunnen afgetrokken worden van de structurele fiscale maatregelen die lidstaten geacht worden te nemen. Ondanks het feit dat onderzoek in het kader van het militair onderzoeksprogramma voor honderd procent gefinancierd zal worden door de EU, zullen alle onderzoeksresultaten eigendom worden van de betrokken wapenbedrijven.

Het Europees Defensiefonds wil 40 miljard euro (!) uittrekken, niet alleen voor militair onderzoek maar ook voor de ontwikkeling van nieuwe wapens. Toen Juncker in september 2016 het Europees Defensiefonds aankondigde, reageerde Elżbieta Bieńkowska, de Europese Commissaris voor Industrie, jubelend in een tweet: “Goed nieuws voor de defensie-industrie: nieuw Europees Defensiefonds voor het einde van het jaar!”

Concreet betekent het Defensiefonds dat er Europese drones en gevechtsvliegtuigen ontwikkeld zullen worden. Het Defensiefonds dreigt een permanente Europese oorlogseconomie te creëren. Een economie die draait op publiek geld en waarbij zelfs een minimalistisch wapenexportbeleid wordt gezien als een hindernis voor de competitiviteit van de wapenindustrie.

EU militariseert

De invloed van de wapenindustrie op het Europese beleid lokt al langer kritiek uit. In 2016 was uitgerekend het ‘Belgian Royal Higher Institute for Defence’, verbonden aan het Belgische ministerie van Defensie, kritisch over het gebrek aan democratische legitimiteit van het Europese beslissingsproces over militaire programma’s. De studie van het Belgische instituut had het over een “gebrek aan democratische verantwoording dat verscholen zit in een typisch technocratisch proces van zogezegde ‘road maps’ die uitgetekend zijn door Europese bureaucraten, vertegenwoordigers van de industrie en consultants, en zonder een substantiële bijdrage van de samenleving, nationale parlementen of zelfs het Europese parlement.”

Ondanks die herhaalde kritiek, blijven vooraanstaande Europese politici openlijk met lof zwaaien over hun nauwe samenwerking met de wapenindustrie. Zo zei Julian King, Eurocommissaris voor de Veiligheidsunie, tijdens een bestuursvergadering van de wapenlobbyorganisatie ASD in februari 2017 dat “de industrie mee het antwoord is op de veiligheidsdreigingen (…), omdat het kan bijdragen tot het uittekenen van beleidsmaatregelen, het begeleiden van onderzoek en het bedenken van oplossingen om de veiligheid te verbeteren. (…) We zullen niet succesvol zijn in onze inspanningen om de collectieve veiligheid in Europa te verbeteren als we niet hand in hand met de wapenindustrie werken.”

De buitensporige invloed van de wapenindustrie op het Europese besluitvormingsproces roept niet alleen vragen op over de legitimiteit van deze besluitvormingsstructuren. Het houdt ook het gevaar in dat het Europees buitenlands beleid militariseert. De militaire technologieën die nu worden ontwikkeld, bepalen mee de oorlogsvoering van de toekomst. De Europese Unie is reeds gestart met de ontwikkeling van autonome wapens. En ook een Europese gewapende drone staat hoog op het verlanglijstje.

Ondanks waarschuwingen van wetenschappers en van het Europees Parlement, blijft een wezenlijk publiek debat over de wenselijkheid van deze technologieën uit. Hoe deze technologieën aan veiligheidsuitdagingen tegemoet komen, is al helemaal onduidelijk. Het lijkt erop dat de Europese Commissie en de lidstaten weigeren lessen te trekken uit de desastreuze militaire interventies die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden en die sterk steunden op het gebruik van gewapende drones. Integendeel zelfs, de Europese Unie dreigt zonder enige kritische reflectie dezelfde weg verder in te slaan.

Het creëren van een veiliger Europa lijkt ook helemaal niet de doelstelling te zijn. Michel Barnier, voormalig defensie-adviseur en nu al getipt als de mogelijke opvolger van Juncker als Commissie-voorzitter, liet in een opiniestuk in Le Monde optekenen dat “het ontbreken van grote Europese [wapen]programma’s de consolidatie en winstgevendheid van onze wapenindustrie in de weg staat.” Met andere woorden: de belastingbetaler moet peperdure wapens bekostigen, zodat de kassa van de Europese wapenindustrie kan blijven rinkelen. Kortom, het Europees Defensiefonds zal niet leiden tot meer veiligheid, omdat het niet bedoeld is om te leiden tot meer veiligheid. Het is een industrieel stimuleringsfonds voor de grote Europese wapenmultinationals.

Bram Vranken is stafmedewerker van Vredesactie. Het rapport 'Securing Profits' kan online geraadpleegd worden op www.ikstopwapenhandel.eu/nl/wapenhandel-kaart

 

steun ons

© 2018 vrede vzw - website by