Artikel
Victor Grossman
Printvriendelijke versie
Bezinning in Duitsland
Photo by CEphoto, Uwe Aranas

Bezinning in Duitsland

In Duitsland is het tijd voor bezinning – en niet alleen rond de vluchtelingenkwestie. Op het nationale politieke niveau is de doorgaans zelfverzekerde Sigmar Gabriel, voorzitter van de Duitse Sociaaldemocraten (SPD) minder populair dan ooit, net zoals zijn partij, die op het moment van dit schrijven rond de 22% haalt in de peilingen.

Zoals gewoonlijk vóór de algemene verkiezingen -die binnen een jaar zullen plaatsvinden- begint de SPD linkser dan gebruikelijk te klinken in een poging om zich af te zetten tegen de coalitieregering waar ze zelf deel van uitmaakt als junior partner. De inspanningen zijn echter niet bepaald overtuigend en Gabriels positie als partijleider is zeer wankel. Wat de twee 'christelijke' partijen betreft -de CDU van bondskanselier Angela Merkel en de CSU – is er een zeer onchristelijke onderlinge rivaliteit opgedoken die de hoop op familieharmonie de kop heeft ingedrukt. De Beierse zusterpartij van de CDU, de Christelijk-Sociale Unie (CSU), geleid door de immer sarcastisch glimlachende Horst Lorenz Seehofer, profiteert van een door de media gestimuleerde vijandigheid ten opzichte van de vele recent ingestroomde vluchtelingen (daarbij geholpen door een aantal misdaden) om strengere regels voor immigranten te eisen. Hij zoekt naar manieren om van zoveel mogelijk vluchtelingen af te geraken. Angela Merkel, boegbeeld van de Christelijke Democratische Unie (CDU) en lang bewonderd als de 'Mutti' (mama) van de natie, is haar cohorten nu in dezelfde richting aan het sturen, maar nooit hard genoeg voor de Duitse nationalisten en racisten. Haar populariteit is onder de 50% gezakt. Met zal ze een alliantie kunnen vormen na de Duitse verkiezingen? Zullen de Sociaaldemocraten opnieuw overstag gaan? Of zullen de Groenen verder opschuiven naar rechts?

Berlijn

De federale parlements- en presidentsverkiezingen gaan pas door in 2017, maar in september 2016 zetten al twee Duitse deelstaten hun kieslokalen open voor de verkiezing van deelstaatparlementen. Op 4 september 2016 werd er gestemd voor het deelstaatparlement (Landtag) van het noordoostelijke Mecklenburg-Voor-Pommeren (gelukkig informeel afgekort tot 'Meck-Pom'). De SPD van de Meck-Pomse minister-president Erwin Sellering kwam met 30,6% van de uitgebrachte stemmen als grootste partij uit de bus, maar het racistische Alternatief voor Duitsland (AfD) schoot vanuit het niets omhoog en nam met 20,8% van de stemmen (goed voor 18 zetels) de plaats in van de CDU als tweede grootste partij in Meck-Pom. De SPD verloor 5,1% van haar stemmen in vergelijking met de vorige verkiezingen, wat neerkomt op een verlies van 2 zetels (van 28 naar 26 zetels) in de Landtag, die in totaal 71 zetels telt. Haar partner in de tot voor kort regerende coalitie, de CDU, behaalde 19% van de stemmen en verloor eveneens twee zetels (van 18 naar 16 zetels). Die Linke, de laatste van de vier partijen die de kiesdrempel van 5% behaalden in Meck-Pom, leed het grootse verlies van alle deelnemende partijen. Met 13,2% van de stemmen (een verlies van 5,2% ten opzichte van de vorige verkiezingen) moet ze het stellen met 11 zetels, 3 minder dan tijdens de vorige legislatuur. In theorie kunnen de SPD en de CDU met hun kleine meerderheid in de Landtag opnieuw een regeringscoalitie vormen. Sellering begon op 5 september al met verkennende gesprekken, zowel met de CDU als Die Linke.

Na de dramatische verkiezingsuitslag in Meck-Pom houden alle democraten hun hart vast voor de verkiezingen in de stadstaat Berlijn. Daar wordt op 18 september [het moment dat dit tijdschrift in druk gaat] gestemd voor het Berlijnse parlement (Abgeordnetenhaus). Bijna alle Berlijnse lantaarnpalen zijn bedekt met partijposters. Momenteel is de SPD de grootste partij in de coalitie die Berlijn regeert. De CDU is de kleinere coalitiepartner. Naarmate de verkiezingen dichterbij kwamen, bekoelden de relaties tussen deze partijen alsmaar meer. De SPD klinkt in toenemende mate progressief en stelt zich open voor populaire eisen. Eén van die eisen is minder gentrificatie (de bewuste opwaardering van stadsdelen om rijkere mensen aan te trekken). Nochtans zijn betaalbare appartementen een dringende noodzaak in Berlijn en niet alleen voor de vele vluchtelingen. Terwijl mensen, jong en oud, vanuit heel Duitsland verhuizen naar Berlijn -in veel opzichten een aangename stad en minder duur dan Parijs, Londen en andere Europese hoofdsteden- wordt ze steeds harder voor het minder welvarende deel van de lokale bevolking.

Het schofterige Alternatief voor Duitsland (AfD), dat zich expliciet richt tegen vreemdelingen, zal waarschijnlijk verkozen worden in het Berlijnse parlement en in de twaalf gemeentebesturen van de stad, een angstaanjagend vooruitzicht. De andere partijen willen echter niets te maken hebben met de AfD (tenminste tot nu toe). Aangezien de Vrije Democraten en de Piratenpartij de vereiste 5% verkiezingsdrempel niet zullen halen, dingen uiteindelijk alleen de vier grootste partijen echt mee voor de knikkers. De onvermijdelijke coalitievorming na de Berlijnse stembusgang, noodzakelijk om tot een regerende meerderheid van 50% te komen, wordt een moeilijke puzzel. Wie kan samengaan met wie? De SPD die er in de peilingen met 23% het beste voorstaat, wil in Berlijn niet meer verder regeren met de Christendemocraten, die nu op 18% staan. Bovendien zou de som van deze percentages niet meer volstaan om aan de helft van de stemmen te komen. De CDU-leider Frank Henkel, in het Berlijnse kabinet tot aan de deelstaatverkiezingen verantwoordelijk voor de 'interne veiligheid', probeerde stemmen te ronselen door op 9 juli, 300 in militaire outfit getooide politieagenten op pad te sturen om een aantal bouwvakkers 'te beschermen' die een hippieachtige bar, een 'volkskantine', gingen afbreken in de achtertuin van een kraakpand. Verschillende duizenden bewoners van de wijk, die doet denken aan het vroegere 'Greenwich Village' in New York, beschouwden dit als een provocatie en reageerden kwaad, doch in eerste instantie vreedzaam met een demonstratie. Toen er 1800 politieagenten bijgehaald werden, ook uit andere deelstaten, ontstond er echter een veldslag. Al gauw geraakten daar heel wat gemaskerde leden van anarchistische 'black block'-groepen bij betrokken. Flessen, voetzoekers en kasseien werden beantwoord met traangas, waterkanonnen en knuppels. Tegen de late avond telde de politie 123 voornamelijk licht gewonde agenten, waren er 86 mensen gearresteerd en waren er een aantal vooral chique auto's in brand gestoken. Drie weken later kwam een rechter tot de verrassende beslissing dat de krakers het recht hadden om in het geviseerde pand te verblijven. De vermeende eigenaar, een dubieuze anonieme speculant uit Engeland, werd in het ongelijk gesteld, evenals de agenten die niet het recht hadden om de jonge krakers uit te zetten. De rechter wees er ook op dat er nooit gepraat is met de krakers. Frank Henkel kreeg zo een publieke nederlaag te verwerken, net zoals zijn partij de CDU.

Die Linke

Terug naar de coalitiemogelijkheden in Berlijn. De Groenen, die in de hoofdstad minder rechts zijn dan in sommige andere delen van Duitsland, zijn de volgende in lijn om eventueel te regeren met de Sociaaldemocraten. De peilingen kennen hen 19% van de stemmen toe. Opgeteld bij de geschatte 23% van de SPD is dat evenmin voldoende om tot de 50% te komen die nodig is om te kunnen regeren. Een mogelijkheid is dan logischerwijs het opnemen van Die Linke (Links) in een coalitie met drie partijen. Door deze linkse democratisch-socialistische partij aan boord te nemen (die in de peilingen tussen de 14 en de 18% schommelt) zou het sommetje rekenkundig kloppen en zou de coalitie aan een meerderheid komen. Het is een optie die goed mogelijk is, maar waar heel wat bezinning aan te pas zou moeten komen. Sommige leiders van Die Linke kijken uit naar een dergelijke kans om na vijf jaar in de oppositie opnieuw in het bestuur van de stad Berlijn te geraken. Maar anderen, de 'ideologische vleugel' binnen Die Linke, waarschuwen voor de mogelijke gevolgen hiervan. In de drie staten waar de partij al in een bestuurscoalitie gestapt is als kleinere partner naast de SPD, heeft ze electoraal verlies geleden. In Meck-Pom was het stemmenaantal van Die Linke na twee termijnen gezakt van 24,4% tot 18,4%. In de Duitse deelstaat Brandenburg zakte de electorale aanhang van 28% tot 18%. In Berlijn zorgde tien jaar in het bestuur als de kleinere coalitiepartner voor een electorale daling van 22,6% tot 11%. De partij heeft veel van haar verloren kiezers nooit meer terug kunnen winnen.

De verklaring is simpel, eens in een regering moet Die Linke afzien van haar rol als voorvechter van de oppositie en heeft ze deel aan de zwakke of onpopulaire beslissingen van haar grotere coalitiepartner. Terwijl de SPD bovendien alle krediet krijgt van de media voor elk gezamenlijk succes, krijgt Die Linke de schuld van elke mislukking en worden haar verwezenlijkingen genegeerd. Moet Die Linke dit nogmaals proberen: een aantal oncomfortabele kabinetszetels innemen maar meer kiezers en een groot deel van haar resterende militantisme verliezen om de status quo te behouden? Of moet de partij neen zeggen? Geen gemakkelijke keuze.

Tijdens de recente verkiezingen in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt (13 maart), was de belangrijkste doelstelling van Die Linke het winnen van de mogelijkheid om in zo'n drievoudige coalitie te stappen. De partij leed echter een jammerlijke nederlaag en verloor niet alleen haar kansen op kabinetszetels maar ook haar geloofwaardigheid.

Federaal niveau

Een nog grotere reden om zich te bezinnen, dringt zich op als we vooruitblikken op de mogelijkheden die zullen ontstaan op nationaal niveau na de algemene verkiezingen van volgend jaar. Ook daar zal een racistische AfD in de Bundestag (Duits parlement) -misschien zelfs in de dubbele cijfers, maar geboycot door alle andere partijen- het moeilijker dan ooit maken om 50% van de zetels binnen te halen. Omdat de helft van de zetels nodig is om te kunnen regeren, leggen sommige leiders binnen Die Linke, de SPD en de Groenen nu al dezelfde driepartijencoalitie voor als degene die binnenkort waarschijnlijk mogelijk zal zijn in de stadstaat Berlijn. Eén van de meest gedreven pleitbezorgers van zo'n 'progressieve' coalitie op nationaal niveau is Die Linke-politicus Bodo Ramelow. Sinds december 2014 voert hij als minister-president (de eerste van Die Linke) een dergelijk triumviraat aan in de Duitse deelstaat Thüringen. Bepaalde Die Linke-standpunten kunnen op nationaal niveau, waar het buitenlands en militair beleid ook meespelen, echter voor moeilijkheden zorgen. Eén van de belangrijkste kenmerken van Die Linke is dat ze altijd absoluut gekant is geweest tegen de inzet van het Duitse leger (Bundeswehr) en Duitse strijdkrachten buiten de eigen grenzen. De partij roept op tot een terugtrekking van Duitsland uit de NAVO of op zijn minst uit zijn primaire militaire componenten en stemde in het verleden systematisch tegen het sturen van Bundeswehr-troepen en schepen naar alle 16 conflicten of conflictgebieden waar Duitsland sinds de ondergang van de Duitse Democratische Republiek (DDR) in 1990 aan heeft deelgenomen (en vaak nog altijd aan deelneemt). Die Linke noemt zichzelf trots de enige vredespartij in de Bundestag! Velen zien dit dan ook als de fundamentele motivering van de partij, haar raison d’être! Een compromis op dit vlak kan dus het einde van de partij betekenen. De Sociaaldemocraten stellen dat de vredespositie Die Linke totaal diskwalificeert van deelname aan een gezamenlijke federale coalitieregering. Ze insisteren dat de partij “zonder voorbehoud moet aanvaarden dat elke nationale regering, de internationale verantwoordelijkheden van Duitsland moet aanvaarden, ook deze in het kader van de NAVO”. De SPD-fractievoorzitter in de Bundestag, Thomas Oppermann, voegt daar het volgende advies aan toe: “Als die Linke wil regeren dan moet het stoppen met zulke radicale afgevaardigden voor de Bundestag te nomineren. Een coalitie met de SPD is alleen mogelijk met betrouwbare vertegenwoordigers.” De Die Linke minister-president van Thüringen, BodoRamelow -wiens regering overigens nog geen noemenswaardige progressieve maatregelen genomen heeft sinds ze aan de macht kwam- meent een oplossing te bieden: “Ik adviseer mijn partij de mogelijkheid van een nationale coalitie niet uit te sluiten omwille van de NAVO-kwestie... Dat wil niet zeggen dat we enthousiaste supporters van de NAVO moeten worden... Het vervoegen van een driepartijencoalitie betekent leren dat onderwerpen waarover geen beslissingen genomen kunnen worden omwille van te zeer uiteenlopende standpunten, occasioneel opzij geschoven kunnen worden.” Deze allesbehalve dubbelzinnige woorden kwamen er op het moment dat de NAVO op een topbijeenkomst in Warschau (juli) tot het angstaanjagende besluit kwam om talrijke tanks, artillerie en militaire vliegtuigen, waarvan sommigen uitgerust met nucleaire capaciteiten, te ontplooien langs de grens met Rusland en in de Zwarte Zee. Ondertussen liet de Duitse CDU-minister van Defensie, Ursula von der Leyen, weten dat ze meer miljarden wil voor de Bundeswehr – de reeds geplande 225 Leopard tanks en 190 Boxer tanks volstaan blijkbaar niet langer. De wapenindustrie wrijft zich in de handen, maar velen in de wereld kijken argwanend toe -sommigen herinneren zich zelfs de waarschuwende woorden van de Amerikaanse senator Kilgore in 1945 over de aanhoudende plannen van de Duitse industriële en financiële sector voor een nieuwe poging tot economische en militaire expansie.

Indien Die Linke daar de mogelijkheid toe krijgt, zou deelnemen aan een Duitse federale regering, mits aanvaarding van de SPD-voorwaarden, gelijk staan met het opgeven van de principiële oppositie tegen deze militarisering. Bovendien zou de partij tegelijkertijd één van haar basisdoelstellingen laten varen: het veranderen van de maatschappij. In het licht van de aanhoudende dreiging van conflicten in zoveel gebieden, is het enige juiste antwoord het zonder aarzelen verwerpen van elk voorstel dat de NAVO en de Bundeswehr wil versterken. In plaats daarvan moet hard gewerkt worden aan de heropbouw van een klinkende vredesbeweging. Bezinning -altijd belangrijk- moet leiden tot actie. De eerste afspraak is een hopelijk indrukwekkende betoging op 8 oktober 2016 in Berlijn waarin de onderliggende wil van de meeste Duisters voor een Europa en een wereld in vrede overgebracht wordt. Marcherend onder de slogans 'Samenwerking in plaats van NAVO-confrontatie' en 'Ontwapening in plaats van sociale afbraak!' willen de organisatoren 'vrede' opnieuw tot een centraal thema in het Duitse politieke debat verheffen.

Victor Grossman is een Amerikaanse activist die al jarenlang in Duitsland woont. Hij is auteur van de Berlin Bulletin. 

Dit artikel is vertaald en bewerkt door C.G.

Streamer: Een jaar voor de Duitse algemene verkiezingen zijn de sociaaldemocraten (SPD) minder populair dan ooit en is er rivaliteit opgedoken tussen de twee 'christelijke' partijen, de CDU en de CSU. 

steun ons

© 2021 vrede vzw - website by