Artikel
Johan De Poortere
Printvriendelijke versie
Chemnitz, het lelijke gezicht van Duitsland

Chemnitz, het lelijke gezicht van Duitsland

In de vroege uurtjes van 26 augustus 2018 brak er in de Oost-Duitse stad Chemnitz een gevecht uit waarbij een Duits-Cubaanse man omkwam en twee andere mensen zwaar gewond geraakten.

Toen uitkwam dat de twee verdachten vluchtelingen waren (een Irakees en een Syriër) riepen extreemrechtse en nationalistische organisaties prompt op tot massaal protest tegen immigratie. Duizenden mensen gaven gehoor aan deze oproep. De demonstraties gingen gepaard met rellen en tegenbetogingen (nvdr).

“De lelijke Duitser is terug” schrijft het Duitse weekblad Der Spiegel: “racist, vreemdelingenhater en vol wrok.” Het blad bedoelt het gelaat dat de Duitser de dagen en weken voordien aan het buitenland liet zien in de Saksische stad Chemnitz, waar duizenden betoogden tegen immigranten, tegen Merkel, tegen het Westen en tegen – ja tegen wat niet allemaal. De angst voor een extreemrechts Duitsland, voor een heropleving van het Nazisme zit er overal in Europa dik in – ook bij ons, zo liet een bezorgde minster Van Deurzen in een recente aflevering van het programma 'De Afspraak' blijken. Maar is die angst gerechtvaardigd? Ik kreeg van een Duitslandkenner, Luc Dekeyser, twee uitstekende longreads toegestuurd die het beeld van het Nazimonster in Duitsland aanzienlijk bijstellen. Ja, de Duitse politiek heeft het gevaar van extreemrechts in de voormalige Duitse Democratische Republiek (DDR) ernstig onderschat en ja, neonazis en uiterst rechtse politieke groeperingen als Pegida en Alternative für Deutschland zitten in de lift, maar een terugkeer van het nazistische spook is nog niet aan de horizon waar te nemen, schrijven zowel Der Spiegel (1 september) als Woche, de weekendbijlage van de krant Frankfurter Allgemeine (31 augustus).

Rechtsradikalen in Chemnitz

De vraag is: wat verklaart die opstoot van rechtsradikalisme in Duitsland en dan vooral in de voormalige DDR? Der Spiegel vergelijkt de reacties in verschillende delen van Duitsland op drie misdaden begaan door buitenlanders. In het westen van Duitsland overheerst de “bezonnenheid,” en reageert een meerderheid tegen de pogingen van extreemrechts om de incidenten – de moord op en de verkrachting van een studente, en de moord op een huisarts – politiek te misbruiken. In de voormalige DDR komen duizenden mensen op straat na de oproepen van extreemrechts en worden willekeurige buitenlanders aangevallen en gemolesteerd na de dood van Daniel H., een Duitser van Cubaanse afkomst, vermoedelijk vermoord door asielzoekers. Van waar het verschil?

Dat uitgerekend de oostelijke deelstaat Saksen het geliefkoosde terrein is van neonazis en rechtsradikalen kan verwondering wekken. Saksen staat bekend als de beste leerling van de klas als het gaat over de economische situatie en onderwijsprestaties (bovenaan in de Pisa-ranking). In vergelijking met de acht andere 'neue Länder' (nieuwe deelstaten) ontvangt Saksen het hoogst aantal toeristen en heeft het de laagste werkloosheidscijfers. Saksen geldt als voorbeeld voor de andere Länder in het voormalige Oost-Duitsland. In opiniepeilingen zegt een meerderheid van de inwoners best tevreden te zijn met hun eigen economische situatie en die van de deelstaat. Saksen heeft de minste schulden van de hele Bondsrepubliek, één van de beste onderwijssystemen, goed onderhouden straten en gerenoveerde stads-en dorpskernen.

Ook met de criminaliteit in Saksen valt het best mee. Vorig jaar was er een daling van de misdaadcijfers met 0,5%. Er waren minder inbraken en minder winkeldiefstallen. Toch klagen de inwoners steen en been over de onveiligheid. Vaders durven hun dochters niet meer alleen de straat op te sturen en sommigen hebben videobewaking in hun tuinen geïnstalleerd. Hun angst en woede is gericht op buitenlanders. Een verklaring daarvoor is wellicht dat een vijfde van de verdachten in strafzaken niet-Duitsers zijn en de helft daarvan migranten. Niet bekend is hoeveel slachtoffers zelf ook migrant of buitenlander zijn. De moord op Daniel H. was de directe aanleiding tot de huidige opstoot van onveiligheidsgevoel en vreemdelingenhaat.

Petra Köpping

Maar dat alleen verklaart niet wat er in Chemnitz en Saksen aan de hand is. Wat zeker meespeelt in het succes van extreemrechts is de enorme frustratie en verbittering die bijna dertig jaar na de val van de muur in de harten en geesten van de bevolking is blijven kankeren. Petra Köpping, de minister van Integratie van Saksen, heeft er een boek over geschreven: 'U altijd met uw vluchtelingen, integreer ons eerst! ('Sie immer mit Ihren Flüchtlingen! Integriert doch erst mal uns! Eine Streitschrift für den Osten.') Het is een uitspraak die de minister vaak moest aanhoren wanneer ze zich talloze keren onder de rechtse demonstranten begaf en hen vragen stelde in een poging om hun motieven te begrijpen. Er moet eindelijk eens openbaar worden gesproken over alles wat de inwoners van de voormalige DDR bij 'die Wende' in de maag is gesplitst: de nieuwe elite, het negeren van arbeidsovereenkomsten, de ontwaarding van de munt en de verdenking dat “mensen die in een dictatuur hebben geleefd politiek geïndoctrineerd zijn”. Het geloof dat de markt alle problemen zou oplossen betekende in werkelijkheid een kaalslag van de Oost-Duitse industrie en een enorme vermogenstransfer van Oost naar West. “Wie in een Oost-Duitse stad een woning betrekt, betaalt de huur meestal aan een West-Duitse eigenaar”, schrijft de Frankfurter Allgemeine.

Voor veel Oost-Duitsers is dat alles niets minder dan een persoonlijke belediging en veroorzaakte een diepe psychologische wonde. Niet enkel bij hen die het economisch moeilijk hebben, het geldt ook voor de beter gesitueerden. Woche illustreert dat met het verhaal van een ingenieur die door zijn nieuwe West-Duitse bazen zonder boe of ba aan de deur werd gezet en zich daarna met succes een eigen bestaan uitbouwde. De man is heel tevreden met zijn huidige leven, maar de manier waarop hij “koud en arrogant” op de straatstenen werd gegooid, deze belediging blijft hem tot vandaag achtervolgen. Vooral verontrustend, schrijft Köpping, is hoe weinig de Duitsers in het westen bekend zijn met het drama dat zich in de voormalige DDR heeft afgespeeld. Ze hebben geen idee van de pijn en de frustratie van hun landgenoten in het oosten. Na de Wende bleef in West-Duitsland alles vrijwel bij het oude. In het oosten bleef geen steen overeind: meer dan 80% van de beroepsbevolking moest een andere baan zoeken, honderdduizenden werden van de ene dag op de andere werkloos. Tegen het midden van de jaren 1990 hadden twee miljoen goed opgeleide jongeren de voormalige DDR verlaten – vandaag zijn het er in totaal vier miljoen. Het geboortecijfer daalde dramatisch en op enkele jaren tijd werd de regio met de jongste bevolking die met de oudste.

Een ander opmerkelijk en vaak vergeten feit: anti-vreemdelingensentimenten en gewelddaden tegen buitenlanders zijn niet nieuw in Oost-Duitsland. Volgens der Spiegel, dat verwijst naar recent onderzoek, waren er in de DDR onder het communistisch bewind ook al pogroms, met tenminste tien doden tot gevolg. De Berlijnse historicus Harry Waibel kon uit de Oost-Duitse archieven een lijst puren van bijna 9000 gewelddaden begaan door neonazis, racisten en antisemieten. Buitenlanders uit de “broederlanden” van het Oostblok verbleven in de DDR in aparte woongelegenheden. Contact met de plaatselijke bevolking werd – op zijn zachtst uitgedrukt – niet aangemoedigd. Vanaf 1975 noteerden de communistische ordehandhavers zowat veertig racistische aanvallen tegen deze woongelegenheden, een verschijnsel dat in de West-Duitse Bondsrepubliek tot 1992 niet bestond of niet toch niet geregistreerd werd. Volgens de historicus vond de “onvrede van veel DDR-burgers over hun politieke en economische situatie een uitlaatklep in agressie tegen migranten. De overheid kneep regelmatig de ogen dicht voor het geweld.”

Küchentischtour

Hoe moet het verder? Kan de trend gekeerd worden? Praten is de oplossing, zegt de Saksische SPD-minister van economie Martin Dulig. Overal in het land houdt hij 'keukentafelgesprekken'. Dat moet letterlijk genomen worden: de minister trekt rond met zijn keukentafel ('Küchentischtour') en nodigt mensen uit het publiek uit om op de lege stoelen te komen zitten en te vertellen wat ze op de lever ligt. “De AfD is niet onze politieke vijand”, houdt Dulig zijn publiek vaak voor, “onze vijand is de angst. Die moeten we bestrijden met hoop en vertrouwen”. Het kan wollig klinken, maar Dulig is niet alleen. Na een jarenlang beleid van ontkenning en minimalisering van het extreemrechts geweld slaat de huidige Saksische ministerpresident radikaal een andere koers in. De 41-jarige Michael Kretschmer (CDU) is pas sinds december vorig jaar aan de macht maar laat er in tegenstelling tot zijn voorgangers geen twijfel over bestaan dat er voortaan een nultolerantiebeleid gevoerd wordt tegenover extreemrechts. De premier verklaarde zich beschermheer van een betoging tegen het optreden van een extreemrechtse rockgroep in het Saksische stadje Ostriz en hij stond samen met de overkoepelende vakbond DGB op 1 mei in Chemnitz op het podium waar hij alle burgers opriep zich gezamenlijk tegen extreemrechts te verzetten: “Die strijd kunnen we winnen!”, riep de premier. De toekomst zal uitwijzen of hij gelijk krijgt.

Johan De Poortere is journalist bij de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie (VRT).

Dit artikel verscheen eerder op www.salonvansisyphus.wordpress.com

steun ons

© 2018 vrede vzw - website by