Opinie
Luc Reychler
Printvriendelijke versie
Conflicten bombardeer je niet weg
Beeld: Vredesactie/gerart

Conflicten bombardeer je niet weg

Met de oorlog in Libië zijn we toe aan de zesde 21ste-eeuwse militaire interventie van de democratische wereld in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het is kenmerkend voor een falend buitenlands beleid dat de problemen niet oplost maar wegbombardeert. De wet van de hamer dirigeert de interventies. Voor de hamer ziet alles eruit als een nagel. Ver weg van Brussel woedt al meer dan veertig dagen een oorlog in Libië. Het aantal doden en gewonden stijgt, de destructie neemt toe en de levensomstandigheden van de bevolking gaan zienderogen achteruit. Frankrijk, Groot-Brittannië en Amerika geven het beste van zichzelf: honderden miljoenen euro's voor bombardementen met dure precisieraketten. Maar de oorlog duurt langer dan voorzien.

De Franse president, Nicolas Sarkozy, en de Britse premier, David Cameron, wensen nog meer bombardementen en troepen aan land om zo spoedig mogelijk een einde te maken aan het bewind van Kadhaffi. Dat vereist een uitnodiging van internationale humanitaire organisaties. Die hebben hun bescherming afgewezen. De westerse securocraten hebben zich de verantwoordelijkheid voor de bescherming van burgers in niet-bevriende staten toegeëigend. We zijn getuige van de zesde militaire interventie in de 21ste eeuw van de democratische wereld in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA): Irak, Afghanistan, Pakistan, Libanon, Palestina en Libië. De wet van de hamer dirigeert. Voor de hamer ziet alles eruit als een nagel. Met militair overwicht worden tegenstanders militaire doelwitten. Problemen worden niet opgelost, maar weggebombardeerd. De vijand moet tot elke prijs verdwijnen en er wordt geen tijd gemaakt voor het zoeken van alternatieve en meer constructieve oplossingen.

Die interventies zijn symptomatisch voor een falend buitenlands beleid, met ontoereikende geweldpreventie, gemiste kansen en onvoorziene negatieve gevolgen. Het zijn mislukkingen. De gewapende interventies scoren weinig of geen succes, veroorzaken disproportionele vernieling in het land waarin de oorlog wordt gevoerd. Ze zijn bovendien duur en ondermijnen de externe legitimiteit en reputatie van de interveniërende staten. En ze garanderen geen duurzame vrede en bemoeilijken een eervolle exit. Om het conflict te doorgronden doet men er goed aan de politiek-juridische etiketten te verwijderen en het te vergelijken met de andere conflicten in de regio. Libië is het enige land waar het Westen tijdens de Arabische lente militair ingrijpt. Nochtans is het binnenlandse beleid van Kadhaffi niet repressiever of gewelddadiger dan de andere regimes in de regio. Op buitenlands vlak was hij een rebel en destabiliserend. Hij verleende steun aan het verzet tegen het apartheidssysteem in Zuid-Afrika, de bezetting van de Palestijnse gebieden en de politieke en militaire inmenging van het Westen in het Midden-Oosten. Hij bruuskeerde de islamitische wereld onder meer door het sluiten van een islamitische universiteit, door voor te stellen dat ook christenen en joden Mekka zouden moeten kunnen bezoeken, en door de Koran achterhaald te noemen.

(On)gehoorzaam

Kadhaffi is weliswaar een ideale zondebok. De oorlog wendt de aandacht af van het falen in Irak, Afghanistan, Pakistan, Libanon en Palestina. Bovendien wordt het conflict gekaderd als een confrontatie van het humane Westen met een barbaars regime. Libië behoort tot de olierijke en ongehoorzame staten. Het westerse beleid tegenover de landen in het MENA wordt hoofdzakelijk beïnvloed door twee factoren: het beschikken over olievoorraden en het gehoorzamen aan de Amerikaanse dominantie in de regio. Saudi-Arabië, de Emiraten en Bahrein zijn olierijk en gehoorzaam. Ze worden gesteund, er is geen inmenging in interne zaken en de repressie van protest wordt oogluikend toegestaan. Irak, Iran en Libië zijn rijk voorzien van olie, maar ongehoorzaam. Zij worden onverbiddelijk aangepakt met sancties, diplomatieke druk en militaire bedreigingen of interventies. Jordanië, Egypte en Tunesië zijn oliearm, maar gehoorzaam. Ze worden met rust gelaten en beloond voor vredesdiensten. In Egypte en Tunesië verliepen de revoluties vreedzaam en zonder militaire interventies. Libanon, Syrië, en Palestina zijn oliearm en ongehoorzaam. Zij zijn het voorwerp van sancties, diplomatieke druk en militaire interventies. Israël is een bondgenoot; wordt daarvoor royaal beloond en kon tot nu toe, ongestraft, zijn bezettingsbeleid voortzetten. Het grondgebied van de staat Israël beslaat 78 procent van het vroegere Palestina; bijna de helft van de overblijvende 22 procent wordt wederrechtelijk ingepalmd door muren, kolonisten en militaire veiligheidszones.De gewelddadige escalatie van het conflict is het gevolg Kadhaffi's beslissing om het protest te onderdrukken, en van de bliksemsnelle transformatie van het protest in een gewelddadige opstand. Die escalatie werd ook aangezwengeld door externe actoren: de al lang bestaande opleiding en ondersteuning van gewapend verzet door geheime diensten, de selectieve inzet van het Internationaal Strafhof, en de diplomatieke en militaire steun aan de gewapende rebellen. De voorstelling in de media, van de gewapende Libische rebellie als een onbeholpen zootje, klopt niet.

 
Barbarisme

Het aandeel van de democratische landen in het geweld en repressie in het MENA is ongehoord groot. De militaire interventies zijn voorbeelden van modern barbarisme met gesofistikeerd wapentuig. De overgrote meerderheid van de slachtoffers zijn onschuldige burgers en kinderen. Het doden ervan wordt witgewassen als niet-intentioneel (collateraal) geweld. De recente perikelen rond het Goldstone-rapport over de oorlog in Gaza zijn voorbeelden van de ontkenning van het lijden van anderen. Voor een slachtoffer maakt het niet uit of zijn leed intentioneel of collateraal wordt genoemd. Dergelijke morele spitsvondigheden getuigen van een gebrekkig inlevingsvermogen. Het Westen heeft weinig geleerd van de vorige militaire interventies. Het blijft de illusie koesteren dat conflicten kunnen weggebombardeerd worden. De vijf andere oorlogen eisten minstens 160.000 doden, 800.000 gekwetsten, miljoenen vluchtelingen, weduwen en wezen, enorme destructie, en een drastische daling van de veiligheid van de burgers. Er zijn alternatieven. Politici en opinieleiders die bombardementen als de enige mogelijke oplossing zien, zijn strategisch inert. In Zuid-Afrika werd het apartheidssysteem opgedoekt door integratieve onderhandelingen. De Egyptenaren en de Tunesiërs veranderenden hun dictatoriale regimes op een geweldloze manier. Daar kunnen we veel van leren. Die veranderingen kostten geen 3.000 miljard dollar en honderdduizenden slachtoffers. Het wordt tijd dat we de beperkingen van de militaire macht erkennen, een einde maken aan de directe en indirecte bezetting van de regio, en paal en perk stellen aan de arrogantie van macht. Voorzichtigheid, bescheidenheid en vooral respect voor de 'andere burgers' zijn strategische deugden. Het snel openen van ruimte voor dialoog en onderhandelingen is essentieel. Vrede sluit men nu eenmaal met vijanden en niet met vrienden.

 

Luc Reychler is emeritus professor vredesonderzoek, conflicthantering en strategische studies aan de KULeuven

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by