Artikel
Francis Jorissen
Printvriendelijke versie
De Algerijnse verrassing

De Algerijnse verrassing

Al meer dan een maand komen de Algerijnen massaal op straat tegen de heersende corrupte politieke kaste en de hoge werkloosheid. Ze vragen grondige politieke hervormingen. Tot voor een paar weken verwachtte niemand zich eraan. Algerije was immers de stabiele uitzondering in een onrustig Noord-Afrika.

Het land was te getraumatiseerd door ‘La Sale Guerre’, de burgeroorlog die volgde op de Algerijnse ‘lente’ van oktober 1988. Er vielen toen tienduizenden doden, sommigen gewagen van meer dan honderdduizend. Het land wordt dan ook niet door elkaar geschud wanneer de wervelwind van de Arabische revoltes/revoluties van 2011 stevig waait. Het lijkt alsof het is ingeënt tegen elke vorm van collectieve en massale verontwaardiging.

De opstand van vandaag is een opmerkelijke en onverwachte uitbarsting van leven. Een lange periode van moedeloosheid en immobilisme van de Algerijnse samenleving lijkt voorbij. De verovering van de openbare ruimte, tot nog toe enkel voorbehouden aan het regime, moet op een of andere manier de bestuurlijke bevriezing van het land doorbreken. De miljoenen demonstranten willen niet langer de zwijgzame medeplichtigen zijn van de clans die hun verantwoordelijkheden negeren en zich conformeren om aan te schuiven aan de rijkgevulde tafels van de macht.

Het land ontwaakt

Hoeveel tijd moet er nog voorbijgaan voor er een tipje van de sluier opgelicht wordt over de organisatie van de macht? Wie regeert er eigenlijk in Algerije? Wie beslist er? Wie hakt er knopen door? Welke afspraken zijn er gemaakt tussen de formele en informele politieke, civiele, militaire en economische krachten (werkgevers, de UGTA (de enige door de autoriteiten erkende vakbond), het leger, het parlement, de senaat, de politieke partijen - meerderheid en ‘oppositie’ – de voormalige moedjahedien, enz.) om de hand te kunnen leggen op de rijkdommen van het land?

Hoe kan een regime, dat opgebouwd is door een generatie dekolonisatoren en revolutionairen de waarden waarvoor ze een onafhankelijkheidsstrijd hebben gevoerd zo negeren en evolueren tot een kaste die hardnekkig aan haar privileges vasthoudt? In de straten van elke stad en dorp in Algerije weerklinkt de eis om de waarheid, de behoefte om te weten, steeds luider en duidelijker. Voor ze een nieuwe gemeenschappelijke toekomst kunnen opbouwen willen de Algerijnen, vrouwen en mannen, jong en oud, weten hoe het zover is kunnen komen. Daarom hebben ze besloten niet meer te zwijgen

Het land ontwaakt. Miljoenen demonstranten lijken hun angst te overwinnen om zich met één stem te verzetten tegen een vijfde termijn voor president Abdelaziz Bouteflika.

De president, in 2013 verlamd door een beroerte, is sindsdien afwezig uit het politieke en openbare leven. Hij lijkt niet meer in staat om de functies te vervullen die hij in zijn positie zou moeten vervullen. Maar de machine van het Algerijnse systeem blijft in zijn plaats en in naam van de vele belangengroepen die ermee verbonden zijn draaien. Bouteflika behaalt bij de vorige presidentsverkiezingen in 2014 voor de vierde keer op rij de overwinning met 80% van de stemmen. Het is een bijzondere verkiezingscampagne waarbij hij zelf niet op campagne trekt maar vertegenwoordigd wordt door toenmalig eerste minister Abdelmalek Sellal en andere gevolmachtigden. De verkiezingen zijn gekenmerkt door talrijke incidenten en fraude. In de jaren erop is hij enkel waar te nemen tijdens een paar vluchtige openbare optredens. Vanuit zijn woonzorgomgevingzou hij blijkbaar aanwijzingen geven aan een geselecteerde club getrouwenoverhet bestuur van het land zonder dat de 42 miljoen Algerijnen nog ooit iets van hem horen. Dat mag letterlijk begrepen worden.

De aankondiging dat de onzichtbare en onhoorbare president opnieuw kandidaat is om zichzelf bij de verkiezingen van 18 april op te volgen is de brug te ver. De bevolking die tot nog toe een op zich al absurd situatie onderging en stilzwijgend tolereerde, reageert verontwaardigd over wat ze ervaart als spotten met de waarden van het ‘glorieuze’ Algerije.

De straat heroveren

Binnen- en buitenlandse waarnemers zijn verrast bij het begin van de eerste manifestatie op vrijdag 22 februari. De protestenzetten zich de volgende dagen door. De jeugd, universiteitsstudenten en middelbare scholieren trekken de straat op. Ze zijn niet alleen, ze worden vervoegd door advocaten, leraren en, toch wel opmerkelijk, journalisten van de publieke omroep, historische protagonisten van de bevrijdingsoorlog en representatieve vertegenwoordigers van de belangrijkste niet-regeringspartijen. Die laatsten zijn er, hoe ongelooflijk ook, tijdens de jarenlange polemieken over de afwezigheid van president Bouteflika en het debat over de post-Bouteflika periode, niet in geslaagd om zelfs maar het begin van een plan B klaar te stomen.

De reactie van zoveel mensen op de oproep die zich, zo lijkt het, enkel via de sociale netwerken heeft verspreid is een vernedering. Niet enkel voor de machthebbers maar ook voor de partijen van de zogenaamde oppositie, de kandidaten die zichzelf als 'vernieuwers' hebben voorgesteld, de islamistische partijen die al sinds 1995 aan de verkiezingen deelnemen (en al vijftien jaar meeregeren) maar ook de vakbond. Ze zijn allemaal gediscrediteerd. Niet alleen door hun aanzienlijke betrokkenheid bij het systeem, maar ook door hun autoritaire interne werking. In een prerevolutionair klimaat zijn er altijd overlopers onder de meest ijverige aanhangers. In Algerije is dat niet anders, de medestanders van gisteren zijn de critici van vandaag.

Het patronaat, de vakbond, de oude moudjahedin… Zelfs de stafchef van het leger en huidige viceminister van defensie, de trouwe generaal Ahmed Gaïd Salah, lijkt zijn kar te keren. Allen trachten ze zich nu aan te passen om deel te kunnen zijn van de protesten in Algiers, Oran, Annaba, Constantine (om alleen maar de belangrijkste steden te noemen) van de gewone burgers. Een spontane beweging die niet gestuurd wordt, geen leiders heeft en geanimeerd wordt door jonge mensen (jongeren die de helft van de bevolking uitmaken). Een ander uitzonderlijk feit is het, tot nog toe, waardige en opgewekte karakter van de manifestaties. Ditdank zij eengoedeinterne zelfregulering die momenten van spanning en conflicten kan voorkomen.De confrontatie met de politie wordt vermeden. De politie die als een medestander wordtbeschouwd‘het volk, de politie, wij zijn broeders’de agenten hebben duidelijk de opdracht gekregen niet te schieten of te reageren tenzij nu en dan met wat traangas.

De angst om de chaos en het geweld van de'Zwarte Jaren',de jaren negentig, terug te beleven is groot. Die ontstond in die tijd net door de opening naar het meerpartijenstelsel en democratie met als resultaat, in december 1991, de overwinning (47%) van het radicale FIS (Front Islamique du Salut - Islamitisch Reddingsfront) bij de eerste ronde van de parlementsverkiezingen en een maand later de militaire staatsgreep die tot de burgeroorlog leidt.De burgeroorlog is voorbij maar zou opnieuw de kop kunnen opsteken als de demonstraties evolueren naar geweld en gemanipuleerd worden doorgroepen of bewegingen met een eigen agenda. Het lijkt erop dat het de bedoeling is om niet toe te geven aan provocaties (die voor het moment afwezig zijn) en om het protest vreedzaam voort te zetten.

In een crescendo van toenemende deelname culmineren de demonstraties na drie weken van mobilisatie in de marsen van vrijdag 8 maart, waarbij over het hele land een paar miljoenmensen opstappen.

De reactie van het systeem

De machthebbers kunnen proberen verder te regeren en op een paternalistische manier toestaan dat de betogers hun hart luchten en hun eisen voor democratie welwillend verwelkomen. Tijd winnen. En het is net dat wat Bouteflika (of zeg maar zijn entourage) op maandag 11 maart probeert. De gemoederen bedaren. In een ‘boodschap aan de natie’ (lees hier de volledige tekst die gepubliceerd is door het officiële APS-persbureau) doet hij afstand van een vijfde termijn, een nieuwe regering wordt aangesteld, de verkiezingen worden uitgesteld en een referendum over een nieuwe grondwet wordt aangekondigd tegen het einde van het jaar. Bouteflika zal zichzelf ook niet meer kandidaat stellen voor de later ooit te houden presidentsverkiezingen. In de tussentijd blijft hij echter wel aan de macht.

De Algerijnen willen verandering en wat wordt hen aangeboden?Een voormalig minister van Binnenlandse Zaken die tot nieuwe eerste minister wordt benoemd, het parlement en de senaat die niet ontbonden worden. Het decor verandert wat maar dat beantwoordt alleszins op geen enkele manier aan de verwachtingen van de volksbeweging. Bouteflika’s boodschap van maandag is duidelijk. Hetzelfde politieke regime zal zichzelf recycleren, de conferentie organiseren en de beslissingen nemen.

De bevolking eist echter een breuk met het huidige politieke systeem en geen reproductie ervan. Hetmanoeuvreis zo doorzichtig dat niemand in het land er geloof aan kan hechten. Het is een déjà-vu. Bij de protesten van 2011-2012 werd die ‘méthode Boutef' al eens gebruikt. Toen werd ook beloofd de grondwet grondig te herzien. Er volgde uitstel na uitstel tot in 2016 de nieuwe tekst uiteindelijk een meerderheid haaltin het parlement en de senaat. Van de beloofde democratisering is niets in huis gekomen, Algerije kent nog steeds geen onafhankelijke Justitie. De president blijft de rechters, de voorzitters van het Opperste Gerechtshof, de Constitutionele Raad en de leden van de Verkiezingscommissie benoemen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken blijft verantwoordelijk voor de organisatie van de verkiezingen zelf.

Het is nu afwachten hoe het evolueert. Het herstel van de waardigheid van een volk in een land met veel middelen en potentieel zal moeilijk zijn. “Laten we het voorzichtig zeggen. Geconfronteerd met een proces dat aan de gang en daarom incompleet is, zijn wede schroomvalligegetuigen van de opkomst van de burger die het initiatief heeft genomen om verontwaardigd te zijn en hardop en openbaar te zeggen dat hij genoeg heeft van die macht die hem altijd als 'onvolwassen' heeft beschouwd, niet in staat om politiek te denken (…) Door deze volksbeweging die van onderuit komt, maken ze eenvoudig hun weigering kenbaar om onder de voogdij te blijven leven van een macht die door geweld en manipulatie van mensen in stand wordt gehouden,”zegt Mohamed Mebtoul,, socioloog en professor aan de Universiteit van Oran.

Noot

Deze bijdrage is geschreven op 12 maart 2019. Op 17 maart kondigde de nieuwe premier Noureddine Bedoui de vorming aan van een overgangsregering van technocraten die werk moet maken van politieke verandering en. De economische malaise is groot. Rond de 30% van de Algerijnse jongeren is werkloos. Meer dan de helft van de bevolking is jonger dan 30 jaar. Het land is erg afhankelijk van olie-inkomsten. De olieprijs staat al enkele jaren heel laag, waardoor de regering niet langer in staat is om politieke en economische vrede te kopen. De bevolking wantrouwt de regerende kaste en blijft vooralsnog de vrijdagprotesten voortzetten.

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by