Thierry Limpens en Peter Van Breusegem
Printvriendelijke versie
De Belgische antiradicale Islambeweging bestaat wel degelijk

De Belgische antiradicale Islambeweging bestaat wel degelijk

De radicale islam is in opmars. Volgens Thierry Limpens en Peter Van Breusegem heeft wanbeleid het extremisme sterker gemaakt, maar mogen we niet vergeten dat de overgrote meerderheid moslims vreedzame gelovigen zijn.

Recent is in de media nog eens aangetoond hoe erg het gesteld is met de institutionele evolutie van de radicale islam in België. We hebben met zijn allen staan toekijken hoe jarenlang een benoemingsbeleid is gevolgd waar de Belgische staat zich niet mee bemoeide, en buitenlandse mogendheden juist wel.  Het is heel goed dat dit wordt aangeklaagd. We mogen meer van deze onderzoeksjournalistiek zien komen.  

Intussen was het wel koren op de molen van degenen die zich door de radicale Islam bedreigd voelen. De vraag die velen zich nu stellen, is: bestaat er dan geen manier om de opmars van de extremisten te stoppen? Stilaan wordt duidelijk hoe groot de inzet is van dit debat, en gaan we de proporties van het probleem inzien. Als we niets doen, zal het alleen maar erger worden. We zullen daar in de toekomst rekening moeten leren mee houden.

1. Representatief?

Er zijn allerlei pogingen gedaan om te weten hoe sterk de radicale islam van salafistische strekking door de moslim gemeenschap, nationaal en wereldwijd, gedragen en gesteund wordt. “Statistieken zijn als kinderen,” zei iemand op het internet: “Je kunt ze alles doen zeggen.” Dat een moslim op de tien tot een radicale salafistische strekking zou behoren, zoals Bilal Benyaich beweert, klopt helemaal niet. 

Het is niet omdat iemand religieuze bronnen letterlijk neemt, dat hij of zij radicale standpunten inneemt inzake geweld. Wij zien niet zozeer een radicalisering als wel een polarisering: de extremen raken meer verhit, zowel aan de kant van de radicale moslims, als aan die van de moslimhaters. Het wordt problematisch als het gewelddadig wordt, en daar valt ook verbaal geweld onder.

Dat na een paar decennia van achteruitstelling en wanbeleid, wat de invulling van de eredienst betreft, een op tien actieve religieuze moslims een toer opgaat, die naar de smaak van vele Belgen voor extremistisch doorgaat, dat willen we wel geloven. Het is natuurlijk maar een steekproef afgenomen van praktiserende moslims op enkele plekken, en niet representatief voor de moslimgemeenschap in al haar breedte.

Maar kijken we nog eens naar dat cijfer van een op tien, en draaien we het om. Negen op de tien moslims bekennen zich niet tot de radicale Islam zoals door de vraagsteller gedefinieerd. Dat komt overeen met onze dagelijkse vaststelling in de praktijk: de overgrote meerderheid van de moslims die wij ontmoeten is lang niet zo radicaal en helemaal niet zo gewelddadig, in tegenstelling met het plaatje dat daarvan in de media wordt opgehangen.

Er is wel degelijk een grote afschuw en veel onthutsing bij de moslims die wij kennen, betreffende de bloederige terreurdaden en de relvideo’s die elkaar opvolgen. In België leeft een grote moslimgemeenschap, geschat op zeven procent van de bevolking (met of zonder de Belgische nationaliteit).  Zevenhonderdduizend mensen.  Die zijn evenzeer getroffen door de aanslagen in Brussel en Zaventem, ook in de zin dat er onder hen meer dan evenredig veel slachtoffers zijn gevallen.

Die grote aantallen mensen zijn ondanks al het gestook al bij al nog zeer rustig gebleven. In vergelijking met bepaalde Islamitische landen of regio’s, valt de radicalisering in België nog goed mee.  Het is een randfenomeen, zij het met verstrekkende gevolgen. Wij kunnen het geweld niet met geweld uitroeien, en we zullen de medewerking nodig hebben van die gematigde meerderheid van de moslims, die onze beste bondgenoten zijn, om er mee af te rekenen.

De positieve sfeer van solidariteit die na de aanslagen is gegroeid, moeten we niet verpesten door welmenende moslims in het harnas te jagen met tendentieuze veralgemeningen en onnodige stigmatiseringen. We moeten oppassen voor overhaaste conclusies. Neem nu het aantal jongeren dat naar de Syrische jihad vertrekt. Wij vermoeden dat België er meer telt omdat er hier meer aandacht voor is.

Op zich is die aandacht heel goed. We moeten daar energie aan besteden, maar dan wel in het juiste kader proberen gezien. Vergelijken we even met de radicalisering in de moslimgemeenschap in het Noorden van Nigeria. De Islam is daar veel sterker verankerd dan in België, en toch zijn er proportioneel wellicht veel minder moslims uit die streek naar Syrië vertrokken.

Mobiliteit speelt hierin een rol, en vooral dat wie daar de jihad wil binnenstappen, dit eenvoudigweg kan via de achterdeur van de Boko Haram terreur met al haar gruwelijkheden.

Het is zo gemakkelijk daar een karikatuur van te maken, maar de werkelijkheid is complexer dan dat.

2. Geen kritiek maar overleg

We mogen ons wel een keer bezinnen, over hoe het wel komt dat België de reputatie van jihadland bij uitstek heeft gekregen.  Als wij die vraag aan actieve moslims voorleggen, die zich ook over deze vraag hebben gebogen, wordt er een beschuldigende vinger naar de Belgische overheid uitgestoken. Die heeft te weinig gedaan om de islamitische eredienst pluralistisch uit te bouwen en heeft alles in de handen gelaten van de vreemde mogendheden.

Daarbovenop zien we veel negatieve commentaren in de media, en een steeds agressievere antimoslimtaal in de politiek, die wellicht van alle factoren, paradoxaal genoeg, het meest radicaliserend inwerkt. Niets werkt versterkender op de vijand dan een miskleunde aanval. Hoe bozer de toon van islamhaters, hoe kwader de haatislam wordt. Mopperen zal niet helpen.

Hoe moeten we dan wel verder? Waar komen we uit, als we de doemdenkers volgen?  Zijn binnenkort alle moskeeën van de radicale strekking?  De uitweg ligt eigenlijk voor de hand: in de Belgische context, kunnen de overheid en de moslimgemeenschap samen bepalen welke Islam we in België willen. Daar is een mechanisme voor ontworpen, dat soms beter zou kunnen werken, maar dat tenminste bestaat.

Via de officiële overlegstructuren kunnen we gestalte geven aan een Belgische Islam, modern en bij de tijd, open en vrij. Een gemeenschap waarbinnen iedereen zichzelf kan zijn. Dat is niet zo gek als het klinkt. Zo lang de overlegmechanismen werkzaam zijn, moeten we vooral niet panikeren.  We moeten wel dringend een tandje bijsteken. 

Sommigen bij de overheid en de vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap hebben dit begrepen.  Er wordt aan gewerkt, maar er zijn in het verleden wel fouten gemaakt. Zo hebben wij de publieke opinie binnen de gematigde moslimgemeenschap onderschat, en te weinig aangesproken. We mogen niet langer doen alsof er geen of tegenbeweging van belang is onder moslims. 

Die stem is volgens ons wel proportioneel groot en invloedrijk onder de honderd duizenden moslims in ons land, die hun eigen oordeel hebben over de radicale islam, waarvoor velen bang zijn en die ze niet vertrouwen. Geheel terecht walgt iedereen van de gruwel die we elke dag te zien krijgen.

3.Moderniteit

Veel moslims seculariseren, net zoals de Christenen dat ook hebben gedaan. Iedereen gaat de moderne toer op in onze samenleving met zijn al haar geneugten, uitdagingen en teleurstellingen. Moslims consumeren er duchtig op los, net zoals verder iedereen. Ze zijn lang niet allemaal in de moskeeën te vinden voor het vrijdaggebed.

Maar er zijn er ook die dagelijks bidden, zonder daar aandacht voor te vragen, en er zijn er die op zoek gaan naar spiritualiteit. Zo zijn er velen die proberen alternatieve manieren te vinden, om de islambeleving mee te laten evolueren met deze verwarrende tijd. Er is dus wel gelijk een tegenstem in de moslimgemeenschap. 

Wellicht is dat voorlopig nog niet de overheersende stem, ook al omdat ze onder de mat wordt geschoven, alleen al omdat radicalen van tegengestelde strekking steeds maar hetzelfde eenzijdige beeld van de islam in de markt zetten, dat overheerst wordt door fundamentalistische ideeën.

Alle andere moslims die de Islam op een heel andere manier beleven, moeten verbluft toezien hoe ze onzichtbaar worden gemaakt, of voor verdacht en onzuiver doorgaan. Wie de zogenaamde trieste realiteit niet inziet, wordt als naïeveling beschouwd, of erger nog, beschuldigd van heulen met de vijand. We krijgen bakken kritiek te lezen, doorgaans ideologisch vooringenomen om niet te zeggen laatdunkend en minachtend van toon. 

De zwaarste kritiek komt nogal eens van mensen die liefst alle religie uit de samenleving zouden willen bannen, of ook degenen die blijven vaststeken bij de idee dat de Europese identiteit christelijk is en zo moet blijven, zonder dat anderen hun religie of cultuur in zouden mogen brengen. De beeldvorming van de Islamitische gemeenschap wordt systematisch verengd en vernauwd tot bewegingen die het publieke forum opzoeken en bereiken, en dat kunnen ze alleen op basis van spektakelwaarde, die door de media genadeloos wordt uitvergroot. De meerderheid zal boeten voor de daden van een minderheid.

Als we onze antropologische bril opzetten, en we willen de volledige moslimgemeenschap beschrijven en de evoluties begrijpen, moeten we ook naar andere factoren kijken.  Zo zien we toch ook een niveau van zelfregularisatie, die niet altijd zichtbaar is, maar die werkt, ook in zogenaamde conservatieve instellingen.  

4. Zelfregelend

Zowel in de Christenheid als in de Islamwereld bestaan er ‘andere’ vindplaatsen van religiositeit die zich buiten of in de rand van de officiële eredienst bevinden. Deze laatst claimen graag een monopolie, en ze worden daar door de tegenstanders van de religie goed in geholpen die dat discours graag overnemen.

Dat zou een van de redenen kunnen zijn, dat de randactiviteit, hoe boeiend en divers ook, standvastig onderbelicht blijft. Toch is het daar dat de meeste interactie gebeurt, waar mensen met elkaar in hun microniveau de dagelijkse uiteenzetting aangaan. Het gezin is de basis van de samenleving. De familie geldt nog altijd als eerste organisatie-eenheid. 

Daar kun je als Europese postchristelijke samenleving enerzijds en anderzijds als Europese moslim hetzelfde zien en willen. Het gezin is voor de vele gelovige moslims een religieus instituut. Daar mag meer onderzoek naar gebeuren, welke rol het gezin in pakweg het radicaliseringsproces van jongeren speelt en welke spanningen optreden als jongeren naar de jihad vertrekken, en hun ouders niet bij machte zijn, dit tegen te houden.

Zoiets trekt natuurlijk veel meer de aandacht dan al die andere ouders die hun kinderen wél succesvol naar een verlichte beleving van de islam sturen. Je moet beide situaties in hun context zien en kijken wat kan helpen. Al die gezinnen zijn ook niet achterlijk. Ze informeren zich en ze laten zich gelden. Net zoals iedereen maken ze deel uit van de samenleving en ze stemmen hun gedrag af op wat ze te horen en te zien krijgen.

Net zoals overal elders zijn er ook in de moslimgemeenschap zelfregulerende mechanismen aan het werk, die hun weg vinden naar de openbaarheid, niet alleen van de grote, invloedrijke moskeeën, maar ook van de culturele centra en het verenigingsleven. We zouden er daarom goed aan doen om figuren te steunen die zich aan begrip en verstandhouding wijden, om het veld niet alleen aan de rabiate strekking over te laten.

Er bestaat ook een Melkweg van soefi genootschappen die er een heel andere lezing van de Koran op na houden. Dat zijn ook moslims, maar die weinig met het salafisme op hebben, en die op hun manier de samenleving proberen een beetje beter te maken op basis van solidariteit en menselijke genegenheid.

5.Kloven overbruggen

Soefi of salafist? De ene moslim is de andere niet. We mogen ons op die opdelingen niet blindstaren. Wat we moeten onthouden: dat er een wisselwerking is tussen de polen, en dat er brugfiguren opstaan die af en toe een kloof kunnen overspannen, en zo regelt zich dat stilaan vanzelf. Het moet alleen heel lang duren, want snel gaat het niet.

We moeten dan ook de soefi’s en de salafisten niet verbieden elkaar te ontmoeten, want het is juist uit dat gesprek dat we mogen hopen, dat er op een dag vooruitgang wordt geboekt. Wanneer salafisten en soefi’s relaties hebben met elkaar in het Islamitische actieveld, betekent dat niet automatisch dat die laatste verdoken radicalen zijn. Het komt net omdat ze hierin hun antiradicaliseringswerk zien. 

In de soefi bewegingen zijn heel wat missionarissen met een belangrijke tegenstem te vinden, die van des te meer belang is, naarmate ze de taal van de Islam kan spreken. Ze moeten vaak tegen de stroom oproeien, niet alleen van de veralgemeende moslimhaat, waar ze mee onder lijden, maar ook van de taaie weerstand binnen de moslimgemeenschap zelf.

Hoe dan ook vertegenwoordigen ze een cultureel patrimonium dat niet te vlug als naïef of verdacht mag aan de kant geschoven worden.  Om met een concrete verwijzing te besluiten: een Islamitische figuur als Tariq Ramadan, die miljoenen moslims inspireert, wordt door de ene criticus afgedaan als een heimelijke radicaal-islamiserende Moslimbroeder, door anderen als niet conservatief genoeg om een blok op te werpen tegen het extreme salafisme dat meer en meer macht zou krijgen in de moskeeën. 

Die voorstelling is een verenging van de brugfiguur die Ramadan is.  Uit eigen onderzoek weten wij dat heel wat moslims zich door hem laten inspireren, om precies de liberaliserende toer op te gaan.  Dit is een belangrijke tegenstem die haar eigen institutionalisering heeft.  Je vindt ze in deelgroepen, die programma’s opzetten in de mastodontmoskeeën, of die actief zijn in de culturele centra, in genderinstellingen, in de uitvoerende kunsten, etc.  

Je kunt de tegenstem overal horen, maar je moet willen luisteren.

Thierry Limpens (°1971) en Peter Van Breusegem (°1956) zijn de oprichters van de Facebook pagina en vriendenkring “Maison de Paix. Mystique et Liberté”, een open, all-inclusive groep voor mensen die geen onderscheid maken in religieuze overtuiging, seksuele oriëntering, enz., die zich laten inspireren door verlichte bronnen van religie/ideologie. --  https://www.facebook.com/Maison2Paix/

steun ons

© vrede vzw 2016 - website by