De Duitse wapenexport doorgelicht
Heckler & Koch MP-5, Wikimedia Commons

De Duitse wapenexport doorgelicht

Volgens een recente studie van het Peace Research Institute Frankfurt (PRIF) overtreedt Duitsland sinds 1990 systematisch de wapenexportregulering.

Duitsland schreef in 2019 voor meer dan 8 miljard euro aan wapenexportvergunningen uit. De belangrijkste afnemers van Duitse wapens zijn de landen van de MENA-regio (Midden-Oosten en Noord-Afrika), maar ook landen uit Zuid-(Oost)-Azië en Zuid-Amerika.

Het basisverbod (1971) voor Duitsland om oorlogswapens te verkopen aan niet-NAVO-staten is gradueel vervangen door een complex geheel van regels, bestaande uit nationale wetten, politieke principes en verschillende procedures, aangevuld met nieuwe regulering op Europees en internationaal niveau.

In 2008 lanceerde de Europese Unie (EU) het Gemeenschappelijke Standpunt, dat regels vastlegt voor de controle op de export van militair materieel. Alvorens wapenexportvergunningen goed te keuren -een bevoegdheid van de nationale overheden- wordt van EU-staten verwacht dat ze de situatie van de eindbestemmingslanden toetsen aan de 8 criteria vastgelegd in dit Gemeenschappelijk Standpunt. Zo moet er onder meer beoordeeld worden of het land van bestemming de mensenrechten en het internationaal humanitair recht respecteert, of er een risico bestaat dat het militair materieel doorverkocht of verder geëxporteerd wordt, of er interne spanningen of gewapende conflicten zijn, enzovoort. Het PRIF onderzocht specifiek of de Duitse wapenexport de afgelopen 30 jaar rekening hield met dit soort van overwegingen. De conclusie van de studie is duidelijk: “Duitsland heeft deze criteria herhaaldelijk geschonden”.

Duitse wapens verschenen de voorbije decennia regelmatig in oorlogszones, werden ter beschikking gesteld van dictatoriale regimes en werden gebruikt om mensenrechten te schenden. Een van de vele voorbeelden aangehaald in de studie is de gewelddadige onderdrukking in 2014 van de studentenprotesten in Mexico, waarbij de politie demonstranten doodschoot met G-36 aanvalsgeweren van de Duitse fabrikant Heckler & Koch. Een ander voorbeeld is het gebruik van Duitse wapens in de bloedige proxy-oorlog die sinds 2015 woedt in Jemen, waar de burgerbevolking zwaar te lijden heeft onder het oorlogsgeweld en de honger. Vooral Saoedi-Arabië, dat militair intervenieert in Jemen, schendt het internationaal humanitair recht voortdurend met o.a. willekeurige bombardementen en maritieme blokkades die de invoer van voedsel en medicijnen belemmeren.

Eind 2018 voerde Duitsland een wapenembargo in tegen het Saoedisch koninkrijk (na de moord op de Saoedische journalist Jammal Kashoggi), maar tot dan was Riyad een van de grootste afnemers van Duits militair materieel. Het wapenembargo is ondertussen verlengd tot eind 2020, maar werd in de eerste 6 maanden van 2019 al geschonden. Volgens cijfers van het Duits ministerie van Economie keurde de regering in die periode twee wapenexportvergunningen met bestemming Saoedi-Arabië goed, ter waarde van 831.003 euro.

Verspreiding

Wapens kunnen een lang leven leiden, veel langer dan politieke regimes. Uit tal van voorbeelden in de PRIF-studie blijkt dat de ‘legitieme’ wapenuitvoer uit het verleden dramatische gevolgen kan hebben als de politieke situatie in de ontvangende landen verandert. Ook op die manier wordt Duits militair materieel volop ingezet bij de gewelddadige onderdrukking van protestbewegingen, mensenrechtenschendingen, en in gewapende conflicten en oorlogen.

De enorme proliferatie van vooral kleine en lichte wapens -in het bijzonder aanvalsgeweren- houdt heel wat conflicten in stand en draagt bij tot de escalatie ervan. De PRIF-studie documenteert hoe snel en vaak deze legaal uitgevoerde tuigen in dubieuze handen en op de zwarte markt terechtkomen. Zo hebben Duitse wapens hun weg gevonden naar quasi elke terroristische groep in de wereld, bijvoorbeeld Islamitische Staat en Boko Haram.

Hoewel het risico op de verdere verspreiding van wapens een expliciete reden is om geen exportvergunningen toe te kennen, bestaat er geen bindende regulering, noch controle op het eindgebruik. Kopers moeten alleen een soort belofte ondertekenen dat ze garanderen dat de wapens niet bij derden terecht zullen komen. Deze eindgebruikersverklaringen zijn het papier niet waard waarop ze gedrukt zijn. Zo verkocht NAVO-lid Turkije -dat overigens geen Europese wapens zou mogen ontvangen als de 8 EU-criteria correct zouden toegepast worden- Duitse MP5 machinegeweren door aan conflictlanden in het Midden-Oosten en aan het Indonesië van generaal Suharto. Aan het eind van de jaren 1970 verkocht de Duitse wapenfabrikant Heckler & Koch een licentie aan Saoedi-Arabië die het koninkrijk in staat stelde om zijn eigen G3 aanvalsgeweren te produceren. Saoedi-Arabië verkocht de wapens prompt aan partijen in de Somalische burgeroorlog. In theorie moest Riyad de toestemming van de Duitse regering hebben om de wapens door te verkopen, maar die werd niet gevraagd. Duitsland ondernam geen sancties en besliste in 2008 zelfs om ook de licentie voor de productie van G36 aanvalswapens te verkopen aan Saoedi-Arabië.

Besluit

Niet alleen zitten er mazen in het Duitse wapenexportbeleid -zo richten Duitse wapenfabrikanten internationale joint ventures op die het mogelijk maken om conflictregio's probleemloos te voorzien van Duitse bewapeningstechnologie- de 8 criteria van het Gemeenschappelijk Standpunt worden ook niet strikt toegepast. De PRIF-studie bevestigt dat de economische waarde van de wapenexport de afgelopen 30 jaar doorgaans zwaarder door woog dan morele criteria en principiële standpunten. Deze vaststelling geldt ook voor de andere EU-staten die militair materieel exporteren, waaronder België. Het Gemeenschappelijk Standpunt is officieel bindend, maar in de praktijk is er geen wettelijk/juridisch toezicht, noch zijn er sancties bij inbreuken. Het laat in feite veel ruimte voor politieke interpretatie. Als gevolg hiervan passen nationale overheden van de EU-lidstaten de 8 criteria willekeurig toe, afhankelijk van hun economische, politieke en strategische belangen.

 

 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by