Opinie
Tom Sauer
Het gevolg van onze Belgische achter­kamerpolitiek is dat onze diplomaten zich alles kunnen permitteren
Printvriendelijke versie
De Januskop van Buitenlandse Zaken

Foto: Halime Sarrag

De Januskop van Buitenlandse Zaken

Als het over buitenlands beleid gaat, toont België twee gezichten, schrijft Tom Sauer. En dan heeft hij het niet alleen over vrouwenrechten en Saudi’s.

Als het over buitenlands beleid gaat, toont België twee gezichten, schrijft Tom Sauer. En dan heeft hij het niet alleen over vrouwenrechten en Saudi’s.

Didier Reynders, al sinds 2011 minister van Buitenlandse Zaken, heeft de mond vol van mensenrechten. Maar als puntje bij paaltje komt, stemt België voor het lidmaatschap van Saudi-Arabië in de VN-vrouwenrechtencommissie (DS 27 april). Of weigert het om zelfs maar deel te nemen aan multilaterale onderhandelingen in het kader van de VN om kernwapens te verbieden.

Als er twee zaken niet samengaan in de internationale politiek, dan zijn het vrouwenrechten en Saudi-Arabië. Hoe kan België nu nog op een geloofwaardige manier de vrouwenrechten en mensenrechten in de rest van de wereld verdedigen? Gelijk welke schender van mensenrechten zal staan zwaaien met het feit dat ons land de Saudi’s gesteund heeft, en dat we dus niet te hoog van de toren moeten blazen. Onze moeizaam opgebouwde geloofwaardigheid op dat vlak wordt met één ja-stem grotendeels ongedaan gemaakt. Onze kandidatuur voor een zitje in de Veiligheidsraad krijgt meteen ook een flinke deuk. In de privésector zou de ceo moeten opkrassen.

Reynders verdedigt zich door te stellen dat het beter is om in dialoog te treden met landen waarmee we het moeilijk hebben, dan hen uit te sluiten. In theorie heeft hij een punt. Alleen is dat nu net niet de gangbare praktijk op Buitenlandse Zaken.

Noord-Korea en Iran

Het gevolg van onze Belgische achter­kamerpolitiek is dat onze diplomaten zich alles kunnen permitteren.

Ons nucleair ontwapeningsbeleid, dat andere dossier waarin we schijnheilig optreden, is daar een treffend voorbeeld van. 123 staten hebben onlangs het initiatief genomen om eindelijk kernwapens te verbieden via een internationaal verdrag. Die doelstelling is natuurlijk de logica zelve: de risico’s in een wereld met kernwapens zijn veel te groot (want waarom zouden we anders wakker liggen van Noord-Korea en Iran?). Maar ze ligt ook in het verlengde van het bestaande nucleaire non-proliferatieverdrag dat alle partijen verplicht om multilaterale onderhandelingen op te starten. Die doelstelling staat ook met zoveel woorden in alle regeringsakkoorden van het afgelopen decennium. Zelfs de Navo stelt een kernwapenvrije wereld als doel.

Maar wat doet België? Het boycot als een van de weinige landen in de wereld VN-onderhandelingen om kernwapens de wereld uit te helpen.

Wat ons opnieuw bij Reynders’ mensenrechtenbeleid brengt. De voornaamste reden waarom een meerderheid van staten in de wereld kernwapens illegaal wil verklaren, is dat het gebruik ervan niet te rijmen valt met het internationaal humanitair recht. Want met nucleaire wapens kun je in oorlogen niet voldoen aan het belangrijke principe dat je steeds een onderscheid tussen burgers en militairen moet maken. Kernwapens zijn een miljoen keer zo destructief als de ‘Moeder van alle bommen’ die de VS onlangs op Afghanistan dropten.

Buitenlandse Zaken huilt terecht tranen met tuiten als er in Syrië chemische wapens worden ingezet. Maar Reynders en co. blijven tegelijkertijd constant dreigen met wapensystemen die nog veel destructiever zijn en waarvan de gevolgen niet te overzien zijn.

Dat die enkele kernwapenstaten een verbod op kernwapens niet (meteen) zien zitten, is nog te begrijpen. Maar het is nauwelijks te vatten dat bondgenoten, die tegelijk in het non-proliferatieverdrag het statuut van niet-kernwapenstaat hebben, als poedels achter de kernwapenstaten moeten aanhollen, alsof kernwapens van cruciaal belang zijn voor het nationale belang van hun land. Temeer omdat de topman van de nummer één van die alliantie, Donald Trump, de Navo meermaals als verouderd heeft bestempeld en dat maar één keer heeft tegengesproken.

Ondertussen in Nederland

Wanneer vraagt een Wetstraatjournalist nu eindelijk aan Reynders waarom België in theorie voor nucleaire ontwapening is, maar als na zeventig jaar voor het eerst multilaterale onderhandelingen worden opgestart uitblinkt in afwezigheid? Zou het misschien kunnen dat we het moeilijk hebben om met landen die een andere mening hebben – zelfs als het over de meerderheid in de wereld gaat – in dialoog te treden? Kop in het zand en dogmatisch vasthouden aan ons groot gelijk: nucleaire afschrikking.

In Nederland gaat het er anders aan toe. Daar heeft de minister van Buitenlandse Zaken vorig jaar een lang debat gevoerd met het parlement, en zijn meerderheid en oppositiepartijen het eens geraakt om de Nederlandse regering te verplichten aanwezig te zijn bij deze nucleaire ontwapeningsonderhandelingen.

Voor alle duidelijkheid: Nederland is net als België lid van de Navo, en Nederland heeft net als ons land nog Amerikaanse tactische kern­wapens op zijn grondgebied liggen, daterend van de Koude Oorlog. Nederland zit echter vandaag mee aan tafel in New York, ook als het land het niet altijd eens is met de visie van zijn tafelgenoten.

Het gevolg van onze Belgische achterkamerpolitiek is dat onze diplomaten zich alles kunnen permitteren, en dus gewoon niet aanwezig zijn op historische onderhandelingen, en Saudi-Arabië steunen als het gaat om mensenrechten. Dit zijn de zoveelste voorbeelden van een schijnheilig buitenlands beleid. Aangezien Reynders al jaren aan het hoofd staat van de FOD Buitenlandse Zaken, heeft hij een grote verantwoordelijkheid in deze twee dossiers.

Verschenen in De Standaard op 28/04/2017

steun ons

© vrede vzw 2017 - website by