Artikel
Mariz Tadros
Printvriendelijke versie
De Kopten in Egypte: van slachtoffers sektarisch geweld tot doelwitten terrorisme

Foto: Sherif9282 - Creative Commons via Wikimedia commons (Kopten op het Tahrir plein, Cairo)

De Kopten in Egypte: van slachtoffers sektarisch geweld tot doelwitten terrorisme

Recente bomaanslagen markeren een nieuw tijdperk in de religieus gedreven aanvallen op de Kopten - kwalitatief verschillend van voorgaande patronen van sektarisch geweld.

Voor de Kopten – de 9 miljoen personen tellende christelijke populatie in Egypte - is het de gewoonte om Palmzondag te vieren in de kerk, zwaaiend met palmbladeren en vreugdevolle liederen zingend die Christus’ intrede in Jeruzalem herdenken, enkele dagen voor zijn kruisiging. Nooit hadden ze gedacht dat de kerkdienst onderbroken zou worden door lichamen die uit elkaar gereten worden.

Op 9 april 2017 stapte een zelfmoordterrorist naar het altaar van de tweede grootste kerk van de stad Tanta en blies zichzelf op. Er waren minstens 29 doden en 71 gewonden, waaronder verschillende zwaargewonden. Drie uur later probeerde een andere zelfmoordterrorist de Sint-Marcuskathedraal in Alexandrië binnen te dringen, waar Paus Tawadros, hoofd van de Koptische Orthodoxe Kerk, een dienst leidde. De dader werd tegengehouden door de politie en liet zijn bom vervolgens tot ontploffing komen buiten de katgedraal. Minstens 18 mensen lieten daarbij het leven en 35 mensen geraakten gewond.

Goed voorbereid IS-geweld

De Kopten maken grofweg 10% van de Egyptische bevolking uit en zijn woedend over het falen van de overheid om de veiligheid in de kerken te verzekeren. De recente aanslagen doen terugdenken aan een andere aanslag in een kerk in Caïro op 11 december 2016, waarbij 26 mensen, voornamelijk vrouwen, om het leven kwamen en 49 gewonden vielen.

Dit zijn niet de eerste aanslagen in Egyptische kerken gericht tegen de Kopten: op 1 december 2011 werd een bom tot ontploffing gebracht in de Tweeheiligenkerk in Alexandrië waar velen het nieuwe jaar al biddend inleidden. De aanslag eiste meer dan 20 doden en 70 gewonden. Maar de bomaanslagen in Caïro, Tanta en Alexandrië zijn op belangrijke manieren verschillend van de vorige aanvallen, bovendien werden ze elk voorafgegaan door dreigementen van de Islamitische Staat (IS).

In 2015 onthoofde IS 21 Kopten in Libië en waarschuwde dat het zijn pijlen zou richten op “de kruisvaarders” – de christenen – en de Koptische Kerk. IS sloeg opnieuw toe in december 2016 in Caïro. Het eiste de verantwoordelijkheid op voor deze bomaanslag en beloofde “de oorlog tegen de afvalligen voort te zetten”. In februari 2017 vermoordde IS 7 christenen in de Sinaïwoestijn en riep het de Kopten uit tot favoriete “prooi”, hiermee oproepend tot verdere aanslagen. Dan volgden de recente aanslagen op Palmzondag, die opnieuw door IS opgeëist werden.

De details van de aanslagen gedurende het afgelopen jaar wijzen op een zorgvuldig uitgewerkte orkestratie van IS. Er werd op een gelijkaardige manier te werk gegaan: het gebruik van bommengordels door goed voorbereide zelfmoordterroristen. En de aanslagen werden telkens gepleegd op momenten dat de kerken overvol zaten, om het leed te maximaliseren en de moraal te kraken. 

De Kopten doorstonden al vele golven van vervolging en integratie, maar vormen een sterke en redelijk samenhangende gemeenschap. Tijdens de afgelopen 4 decennia vormde de opkomst van politieke bewegingen die de ambitie koesteren een islamitische staat te installeren die bestuurd wordt op basis van hun interpretatie van de sharia, de grootste bedreiging voor het gelijkwaardig burgerschap van de Kopten in Egypte - en tastte de sociale cohesie in bredere zin aan.

Onder de heerschappij van Moebarak waren de staatsveiligheidsdiensten medeplichtig in het voorkomen van aanvallen op de Kopten: ze intervenieerden te laat wanneer er zich sektarische aanvallen voordeden en legden informele “verzoeningsbijeenkomsten” op waarbij de Koptische slachtoffers de toegang tot gerechtigheid in de rechtbanken ontzegd werd.

Aanvallen tegen Kopten kenden een opmerkelijke stijging na de revolutie van 2011. De politieke opkomst van islamisten en een algemene staat van wetteloosheid verhoogden de kwetsbaarheid van de Kopten. Onbeduidende alledaagse discussies namen al snel een sektarische vorm aan. Er werd gemobiliseerd tegen de constructie en restauratie van kerken, of voor de sluiting van bestaande kerken. De Kopten werden op nieuwe manieren geviseerd, bijvoorbeeld via kidnappingen in ruil voor losgeld en het opleggen van “speciale heffingen” aan Koptische bedrijven door criminele groepen en individuen.

In juni 2013 ontvingen Kopten publieke en private waarschuwingen dat ze zich de toorn van de islamisten op de nek zouden halen als ze zouden protesteren tegen het aan de Moslimbroederschap gerelateerde regime van president Morsi. Desondanks participeerden de Kopten aan de demonstraties en daarvoor betaalden ze een hoge prijs. In een aanval op de Kopten en hun eigendommen, plunderden pro-Morsi facties in augustus 2013 tientallen christelijke gebedshuizen en staken ze nadien in brand.

De aanslagen in de kerken in december 2016 en april 2017 duiden op een kwalitatieve verschuiving in de religieus gerichte aanvallen op Kopten. De actoren, de aanvalsstrategieën en de beoogde uitkomsten van de aanvallen zijn allemaal uitgebreid. IS heeft gezworen de uitroeiing van de Kopten na te streven en met elke bloedige terroristische aanslag geloven ze een stap dichter te zijn bij dat doel.

We hebben hier niet langer te maken met lokale salafistische groepen die de Kopten verhinderen te bidden in plaatselijke kerken of met fanatieke meutes die christelijke huizen en eigendommen in brand steken, of zelfs met een staat die een verdeel- en heerspolitiek voert om de aandacht af te leiden van zijn bestuurlijke tekortkomingen. IS is geen nationale entiteit, het is een globale speler met een goed netwerk, middelen en een reeks grensoverschrijdende terroristische splintercellen.

De aanvallen gepleegd door islamisten in Egypte tijdens de afgelopen 50 jaar waren telkens het werk van individuen en groepen die de Kopten wilden indammen of op hun plaats zetten – d.w.z. ondergeschikt aan de moslims. De daders brachten daarbij zelden hun eigen leven in gevaar. De recente zelfmoordaanslagen zijn anders - de daders doen er alles aan om zo veel mogelijk schade toe te brengen. 

Eerdere incidenten van sektarisch geweld – met uitzondering van de pro-Morsi aanval op de Kopten, hun eigendommen en gebedshuizen in augustus 2013 – waren voornamelijk lokale acties. IS opereert op een veel grotere schaal om zijn strategie van Koptische uitroeiing te bewerkstelligen. De Kopten zijn geëvolueerd van overlevers van onregelmatig lokaal sektarisch geweld naar de voornaamste doelwitten van een globaal terroristisch netwerk.

Ondermijnen van religieus pluralisme

Het viseren van de Kopten door IS moet gezien worden als een onderdeel van een breder geostrategisch plan om religieus pluralisme– en het christelijke element daarin – te elimineren in de regio. Internationale mensenrechtenorganisaties zouden daarom moeten erkennen dat de Kopten geconfronteerd worden met terreurdaden en niet uitsluitend met “sektarisch geweld”. Dit is een belangrijk onderscheid dat door sommigen over het hoofd werd gezien.

In een reactie op de bomaanslagen van april 2017 bracht Amnesty International een persbericht uit waarin het stelde: “Het aanpakken van sektarisch geweld vergt de oprechte politieke wil om een einde te stellen aan straffeloosheid en om bescherming te bieden.” Dat laatste is een goede maatregel om de dagelijkse vormen van sektarisch geweld tegen de Kopten tegen te gaan, maar de idee straffeloosheid is irrelevant voor een zelfmoordterrorist die zichzelf opblaast.

Het valt te verwachten dat IS opnieuw zal toeslaan, niet alleen de Egyptische Kopten viserend, maar ook de Koptische gemeenschappen in naburige landen (zoals eerder in Libië) en in de diaspora in Europa, de Verenigde Staten en Australië. Het is niet zozeer dat “de Egyptische veiligheidsomstandigheden in sneltempo achteruit zijn gegaan”, maar wel dat de dreigingen veel groter van schaal en intensiteit zijn dan  ooit tevoren.

Drie heroïsche politieagenten lieten het leven toen ze afgelopen april de toegang van de zelfmoordterrorist tot de kerk in Alexandrië blokkeerden, maar er waren -en zijn nog altijd- grote gebreken bij het beschermen van kerken in Egypte. Indien men het viseren van de Kopten in de toekomst wenst te vermijden, is er ook internationale samenwerking nodig.

Verder zijn we het verschuldigd aan diegenen die zijn gestorven of gewond zijn geraakt en aan diegenen die geliefden zijn verloren om samen in te gaan tegen de politiek van ontkenning in Egypte.

Vooraanstaand commentator Fahmy Howeidy stelde: “Ik ben geen aanhanger van het idee dat het aanvallen van kerken – hoe erg dat ook is – gelijkgesteld kan worden aan het aanvallen of vervolgen van Kopten.” Zijn redenering is dat IS in de regio over het algemeen niet de samenleving viseert, maar de autoriteiten. Het bewijs dat hij hiervoor aanlevert is dat “we nog nooit gehoord hebben van terroristische aanslagen op koffiehuizen, woonwijken, handelszaken of winkelcentra.”

De reden waarom IS niet toeslaat in de publieke ruimtes die Howeidy aanhaalt, is dat ze -in tegenstelling tot kerken- gefrequenteerd worden door zowel moslims als christenen. Howeidy’s discours voedt de ontkenningspolitiek door impliciet het Koptische aandeel in de Egyptische maatschappij te verloochenen.

Wanneer Howeidy stelt dat IS-aanvallen voornamelijk politiek gemotiveerde – en geen religieus gedreven- daden zijn, ontkent hij dat dergelijk geweld verbonden is aan IS’ visie dat Kopten ongelovigen en heidenen zijn. Terrorisme ervaren is erg, maar het is erger wanneer men de reden ontkent waarom je een doelwit bent – namelijk omdat je in de ogen van de daders de verkeerde religie aanhangt. 

 

Dit artikel verscheen op OpenDemocracy.net (11/04/2017)

Professor Mariz Tadros werkt aan het Institute of Development Studies, Sussex University. 

 

steun ons

© vrede vzw 2017 - website by