Artikel
Francine Mestrum
Printvriendelijke versie
De machtsovername van Enrique Peña Nieto in Mexico
Foto: PresidenciaMX 2012-2018 on wikipedia

De machtsovername van Enrique Peña Nieto in Mexico


Wie een voorbeeld wil van hoe de media de realiteit kunnen ‘maken’, moet even kijken naar het magazine 'The Economist' van 24 november 2012 en naar de Mexicaanse progressieve pers van eind november 2012. Naar aanleiding van de nakende indiensttreding van de nieuwe president van Mexico op 1 december 2012 titelt het Britse liberale weekblad in een speciale bijlage over het land: ‘Van duisternis naar dageraad’. Het Mexicaanse weekblad Progreso titelt: 'Het einde van een nachtmerrie’.

In december 2012 nam president Enrique Peña Nieto de macht over van Felipe Calderón. Calderón was de tweede president (na Vicente Fox 2000-2006) van de conservatieve PAN-partij die in 2000 voor het eerst in meer dan 70 jaar de macht van de Institutionele Revolutionaire Partij (PRI) had kunnen breken. Na twee achtereenvolgende PAN-mandaten komt de PRI met Nieto echter opnieuw aan de macht. En wat in het jaar 2000 als ‘de Mexicaanse lente’ kon worden omschreven, laat meer dan bittere ontgoocheling na in het land. Er werden door de PAN weliswaar enkele belangrijke wetswijzigingen ingevoerd die moesten zorgen voor meer democratie, transparantie en verantwoording (‘accountability'), maar de Mexicanen hadden van veel meer gedroomd. Zal de PRI het dit keer beter doen? Zal de nieuwe president met zijn jonge imago – hij is nauwelijks 48 jaar – definitief afstand kunnen nemen van wat Vargas Llosa ooit de ‘perfecte dictatuur’ noemde?

Mensenrechten?

Dat de progressieve Mexicaanse pers zo negatief is over het afgelopen ‘sexenio’ -de zesjarige ambtsperiode van Calderón- kan met enkele cijfers worden verklaard. Het ergst is het resultaat van de strijd tegen de drugshandel. Officieel vielen er de afgelopen 6 jaar 46.015 doden. Volgens de Commissie voor de Mensenrechten zijn er ook 24.091 mensen verdwenen. Er werden 15.921 niet-geïdentificeerde lijken gevonden in gemeenschappelijke en clandestiene graven. Heel wat lijken zijn volledig 'weggewerkt', zo weet men, in zogenaamde ‘verwerkingscentra’. Bij de slachtoffers zijn ook heel wat Midden-Amerikaanse migranten die op hun weg naar de Verenigde Staten in handen vielen van drugsbendes. Er werden 4.000 vrouwen vermoord, en nog eens bijna 4000 vrouwen zijn verdwenen. Dit is niet enkel een verschijnsel in het Noorden van Mexico, waar de grensstad Ciudad Juarez een bijzonder zwarte reputatie heeft, maar ook in andere Mexicaanse steden en regio’s zijn vrouwen niet veilig. De Commissie voor de Mensenrechten kreeg in totaal 8929 klachten binnen tegen het leger en de politie. Op slechts een kleine minderheid van deze klachten werd afdoende gereageerd. Het VN-Comité tegen Foltering stelde een alarmerende stijging van het aantal martelingen vast. De mensenrechtenschendingen zijn de afgelopen jaren vervijfvoudigd in Mexico. Dit alles is het gevolg van een van de eerste maatregelen die Felipe Calderón invoerde na zijn aantreden in 2006. Hij besloot toen om het leger volop in te zetten tegen de drugstrafikanten. Het gevolg is niet enkel dit schrikbarend aantal doden, maar ook het feit dat nagenoeg één derde van alle dorpen nu in handen is van de georganiseerde criminaliteit. The Economist erkent die problemen wel, maar “ze worden aangepakt” en het dodental is het afgelopen jaar lichtjes gedaald… Het gruwelijk falen van Calderóns beleid wordt mede verklaard doordat de PAN nooit aanwezig is geweest op het platteland, terwijl de PRI daar wel altijd voor de nodige institutionele kanalen kon zorgen en criminele praktijken – bij manier van spreken – in goede banen kon leiden. De PAN is er met de botte bijl en zonder kennis van zaken tegenaan gegaan en heeft verloren. De grootste verliezer is echter de Mexicaanse bevolking die leeft met permanente angst.

Universele gezondheidszorg

Ook op sociaal-economisch vlak is de bevolking er niet op vooruit gegaan. Officieel heeft Mexico sinds kort een universele gezondheidszorg, maar de ongelijkheid blijft immens groot en het gaat nog steeds om minimale diensten. Velen vrezen dat dit ‘minimummodel’ binnenkort voor iedereen zal gelden. Mexico is lid van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), maar heeft het laagste cijfer voor sociale uitgaven van alle lidstaten. Nauwelijks 8% van het Mexicaanse nationale inkomen wordt gereserveerd voor sociale doeleinden, tegenover een gemiddelde van 22% in de rest van de OESO-landen. Afgelopen 6 jaar is het aantal armen gemeten op basis van inkomen, met 15 miljoen gestegen (tot 60 miljoen mensen). De rijkste 10% van de bevolking verdient 25 keer meer dan de armste 10%. In vergelijking met de andere landen van Latijns-Amerika staat Mexico qua sociaal-economische ongelijkheid op de voorlaatste plaats. Het minimum maandloon bedraagt nauwelijks 1000 pesos (60 euro) en sinds 1976 heeft het 76% van zijn koopkracht verloren. Op de valreep heeft Felipe Calderón nog een hervorming van het arbeidsrecht laten goedkeuren in het parlement: een flexibilisering van de arbeid. Mexico is ondertussen een van de grootste voedselimporteurs ter wereld geworden, terwijl het vroeger voedsel exporteerde.

De migratie vanuit Mexico is zo goed als stilgevallen, wat verklaard kan worden door de strengere en moeilijkere toegang tot de VS. Langs de 3000 km lange grens werd een hoge muur gebouwd. Waar in de periode van 1995 tot 2000 nog 3 miljoen mensen hun toevlucht zochten in Noord-Amerika, was dit tussen 2005 en 2010 al gedaald tot 1,4 miljoen mensen. Vandaag gaat de migratiestroom zelfs in omgekeerde richting, wegens een gebrek aan werkgelegenheid in de VS.

Kapitaalvlucht

Vorig jaar publiceerde de ngo 'Global Financial Integrity' een rapport over Mexico. Daaruit bleek dat er in de periode van 1970 tot 2010 in totaal ongeveer 872 miljard dollar illegaal uit het land was verdwenen. In het eerste decennium van de 21ste eeuw zou er jaarlijks 50 miljard dollar illegaal naar het noorden (of de Caraïben) doorgesluisd zijn. In Mexico werden ook cijfers bekend gemaakt. De Mexicanen zouden de afgelopen 6 jaar meer dan 70% meer kapitaal hebben uitgevoerd dan dat er aan rechtstreekse investeringen zijn binnengekomen. In 2012 zijn de productieve investeringen met 16% gedaald, terwijl er wel 60% meer speculatief kapitaal is binnengekomen. De Mexicaanse economie heeft een jaarlijkse groei van 6% nodig om uit het moeras te kruipen, zo wordt gesteld. Maar tijdens de afgelopen 6 jaar werd nauwelijks een gemiddelde van 1,66% gehaald, het laagste groeicijfer in 24 jaar. In 2009 daalde het Mexicaans nationaal inkomen met 6%. De in de VS begonnen globale crisis heeft daar veel mee te maken. De Mexicaanse economie is immers zeer sterk afhankelijk van de VS. Vier vijfde van de Mexicaanse export is voor het noorden bestemd. En daar ziet The Economist dan ook een enorm potentieel, want de productie in “China is ondertussen te duur geworden”. Mexico is nu al de grootste exporteur van televisietoestellen, koelkasten en onderdelen voor de luchtvaartindustrie. Nissan, Mazda, Honda en Audi investeren volop in het land en binnenkort kunnen er 3 miljoen auto’s per jaar geproduceerd worden. De Mexicaanse olie-industrie is dan weer sterk achteruit gegaan de afgelopen jaren door een gebrek aan investeringen. Maar ook daar ziet The Economist kansen. President Peña Nieto wil immers proberen de nationale oliemaatschappij Pemex te privatiseren. Makkelijk zal dat niet zijn. Het vergt eerst en vooral een grondwetswijziging. Volgens het Britse blad zal het welslagen van deze operatie vooral afhangen van de vakbonden. Die zullen door de nieuwe president gemuilkorfd moeten worden.

Corruptie

Of er tijdens de afgelopen 6 jaar meer of minder corruptie is geweest dan in voorgaande periodes is moeilijk te zeggen. Het staat wel vast dat de veiligheidsdiensten -waaronder de speciale politieke politie die Peña Nieto nu wil afschaffen- goed voor hun functionarissen hebben gezorgd. De grote corruptiedossiers waarvan de Mexicaanse pers naar aanleiding van de machtsoverdracht een (waarschijnlijk zeer onvolledig) overzicht gaf, omvatten de bouw van een nieuwe metrolijn in Mexico-Stad, de huisvesting in het algemeen, het verkiezingsgeld en de bouw van een nieuwe toren (de ‘Estela de Luz’) naar aanleiding van 200 jaar onafhankelijkheid. Calderón is zich echter van geen kwaad bewust. “Nu ik wegga, dank ik God en de Mexicanen”, zo zei hij. “Het was een eer voor hen te mogen werken”. De Mexicaanse pers denkt er anders over. “In plaats van méér democratie, gingen we met de PAN van een autoritair presidentialisme naar een president zonder autoriteit”, zo schreef de krant ‘La Jornada’.

Enkele jaren geleden werd nog over Mexico gesproken als een gefaalde staat ('failed state') en de veiligheidsdiensten van de VS zijn openlijk in het land aanwezig. Toch wordt vandaag gedaan alsof alle problemen met Nieto kunnen wegsmelten als sneeuw voor de zon. Iedereen hoopt dit uiteraard, maar de kans op een nieuwe werkelijkheid is op korte termijn toch miniem. Economisch hangt alles af van de conjunctuur in de VS en de lonen in China. Er is dus geen sprake van een nationale ontwikkeling die het land duurzaam op weg kan zetten naar sociale vooruitgang. Op het vlak van de mensenrechten zou er wel iets kunnen veranderen, tenminste als president Nieto, zoals beloofd, de zaken anders zal aanpakken. Maar volgens Calderón kan de drugshandel onmogelijk worden stilgelegd zolang er zo’n grote vraag is in de VS, en daar heeft hij natuurlijk wel een punt. Telkens als er met een nieuwe lei gestart kan worden, is er uiteraard een beetje hoop. Op 1 december 2012 organiseerden heel wat groepen, waaronder de studentenbeweging ‘Yo soy 132’ en de verslagen linkse presidentskandidaat Lopez Obrador, alvast protestacties tegen de nieuwe president. Een jonge knappe liberale president is namelijk niet voldoende om iedereen ook illusies te geven.

Francine Mestrum is redactielid van www.uitpers.be

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by