Artikel
Conn Hallinan
Printvriendelijke versie
De oorlog in Afghanistan is verloren, maar toch blijft men moorden
Foto: Cpl. Joseph Scanlan, U.S. Marine Corps

De oorlog in Afghanistan is verloren, maar toch blijft men moorden

Ondanks herhaaldelijke verklaringen van het Witte Huis dat er “vooruitgang” geboekt wordt in Afghanistan, is de situatie vanuit alle oogpunten bekeken aanzienlijk aan het verergeren. De speciale operaties die de Obama-administratie lanceerde in de provincies Kandahar en Helmand, lijken het tij niet te doen keren. 2010 was het dodelijkste jaar voor de VS- en coalitietroepen sinds het begin van de oorlog in 2001. Het aantal burgerslachtoffers blijft stijgen en volgens het Rode Kruis is de veiligheid er in het hele land op achteruit gegaan. Verder beginnen de bondgenoten van de VS te twijfelen en de centrale regering in Kaboel is nog nooit zo geïsoleerd geweest. Enquêtes zowel in Afghanistan, in Europa als in de VS tonen een groeiende oppositie tegen het reeds 9 jaar aanslepende conflict. 

'Nieuwe' tactieken

Waarom streeft het Witte Huis een strategie na die bijna zeker leidt tot het vergroten van de chaos? Waarom volhardt Washington in de boosheid en handelt het op een manier die een diplomatieke oplossing voor de oorlog -nochtans een nieuw aangekondigde doelstelling van de VS-administratie- tegenwerkt? Deze vragen zijn niet gemakkelijk te beantwoorden. Gedeeltelijk omdat de belangrijkste actoren niet eerlijk zijn tegen het publiek. 

Terwijl de Amerikaanse opperbevelhebber in Afghanistan, Generaal David Petraeus, zegt dat zijn strategie van 'counterinsurgency' (geografisch geconcentreerde intensieve operaties tegen de opstandelingen) vooruitgang boekt, heeft het leger deze aanpak in werkelijkheid alweer laten varen. In de plaats daarvan is het aantal luchtbombardementen opgevoerd en is de campagne om 'de harten en de geesten' van de plaatselijke bevolking te veroveren, vervangen door nachtelijke invallen of raids in de Afghaanse dorpen en huizen. Deze raids hebben het gevangen nemen of vermoorden van Taliban-leiders en hun supporters tot doel. De nachtelijke invallen zijn sinds het aantreden van Petreaus (juni 2010) verdriedubbelt, van een gemiddelde van 5 per nacht naar gemiddeld 17 raids per nacht. De gebruikte VS-strategie vertoont bovendien meer en meer gelijkenissen met het Phoenix-programma gedurende de Vietnam-oorlog. Dit programma wilde het leiderschap van het Nationaal Front voor de Bevrijding van Zuid-Vietnam, ook bekend als de Vietcong, onthoofden en de ondersteunende infrastructuur van de organisatie op het platteland ontmantelen. Er werden onder het Phoenix-programma zo'n 40.000 tot 60.000 mensen vermoord. 

Parallel aan de doelstellingen van het Phoenix-programma zijn de nachtelijke invallen in Afghanistan gericht op het vernietigen van de schaduwregeringen die de Taliban geïnstalleerd heeft in bijna elke provincie van het land. De NAVO en de VS-troepen beweren in de afgelopen 3 maanden, met de 'nieuwe' tactieken, zo'n 360 rebellenleiders, 960 tweederangsleiders en 2400 strijders gevangen of gedood te hebben. De Taliban reageerde hierop door regeringsvertegenwoordigers in Kandahar te vermoorden en hun samenwerking met de twee andere grotere verzetsgroepen op te drijven: de Hizb-i-Islami, onder leiding van de notoire militieleider Hekmatyar, en de Haqqani Groep onder leiding van vader en zoon Haqqani. Ondanks de frequente uitvoering van raids, onthullen de landkaarten van de VN dat de centrale slagvelden van de Zuidelijke provincies Kandahar en Helmand, nog altijd beschouwd worden als zeer hoge risico zones. In het Noorden en het Oosten van het land is de situatie ondertussen ook aanzienlijk verslechterd. Het Witte Huis stelt nu dat de enige mogelijke oplossing voor deze langdurige oorlog, een diplomatieke oplossing is. De Obama-administratie lijkt er tegelijkertijd op gebrand om deze mogelijkheid systematisch te saboteren door tijdens hun moordcampagnes net die mensen te proberen doden, die cruciaal zouden zijn bij gelijk welke onderhandelde vrede. “Door Taliban-leiders uit de weg te ruimen zal de oorlog niet tot een einde gebracht worden” vertrouwde voormalig minister van Buitenlandse Zaken onder de Taliban, Wakil Ahmad Muttwakil toe aan Jeremy Scahill van het weekblad 'the Nation', “integendeel, de zaken worden er alleen maar erger door”. Volgens voormalig Taliban-ambassadeur in Islamabad, Abdul Salam Zaeef, zorgen de moordoperaties er alleen maar voor dat er nog radicalere leiders op het voorfront verschijnen.

Verwijten alom

De VS voerde de laatste maanden zijn kritiek op de rol van Pakistan in de oorlog nog wat meer op. In die mate zelfs dat een recente analyse van de Amerikaanse inlichtingendiensten stelt dat Islamabad hét grote probleem is. Er gaan stemmen op om Amerikaanse Speciaal Getrainde Eenheden en het speciale deel van het Afghaans leger dat door de CIA opgeleid werd (zo'n 3000 troepen) naar Pakistan te sturen om de kampen langs de grens van de opstandelingen aan te vallen. Dit idee zou het al aanwezige anti-Amerikanisme in het land zeker verder doen opflakkeren. De Amerikanen verwijten Pakistan dat het niet streng genoeg optreedt tegen de Afghaanse rebellen die zich schuil houden in het land. In werkelijkheid kan het Pakistaanse leger, dat maar liefst 600.000 troepen sterk is, maar weinig beginnen tegen de Afghaanse verzetsstrijders. Het heeft al af te rekenen met een Taliban van eigen bodem, de Tehrik-i-Taliban Pakistan, een paraplu-organisatie waaronder verschillende militante islamistische groepen ressorteren, die voornamelijk opereren in het Noord-Westen van Pakistan. Hun strijd is vooral gericht tegen de Pakistaanse staat en ze zijn niet rechtstreeks geaffilieerd met de oorspronkelijke Afghaanse Taliban. De gespannen relaties tussen Pakistan en aartsvijand India vereisen bovendien dat er permanent een substantieel aantal Pakistaanse troepen ontplooid worden aan de gemeenschappelijke grens van beide landen. Het Pakistaanse leger heeft tenslotte ook nog de handen vol met de gevolgen van de overstroming van vorig jaar. Het heeft het werk van de hulporganisaties die ondertussen weggetrokken zijn overgenomen. Maar zelfs als het volledige Pakistaanse leger op volle kracht ingezet zou worden ter bestrijding van de Afghaanse opstandelingen, valt het ten zeerste te betwijfelen of het de bergachtige, 2640 km-lange grens met Afghanistan zou kunnen controleren. 

De Pakistani op hun beurt vinden dat het huidige Amerikaanse beleid en niet de grens met Pakistan het grote probleem is. Ze wijzen erop dat de Amerikanen zich vastgezet hebben, door zich expliciet te verbinden met de door corruptie geplaagde regering van Karzai. Verder is Pakistan van mening dat de Amerikanen maar weinig resultaten kunnen voorleggen voor de miljarden die ze gepompt hebben in het trainen van het Afghaanse leger en de politie. “De Amerikanen zijn op zoek naar een zondebok”, zegt Pakistaans politicus en voormalig minister Mushahid Hussain. 

Obstakels voor vredesakkoord

Is het probleem misschien dat Obama de oorlog volledig heeft overgelaten aan het leger? Generaal Patreaus kan de mond wel vol hebben van “de harten en de geesten”, de job-omschrijving van een militair is nog altijd het doden van mensen. Karl von Clausewitz, de Pruisische grote theoreticus over de moderne oorlogsvoering, wees er niet voor niets op dat “oorlog veel te belangrijk is om alleen over te laten aan de generaals”.

De Obama-administratie lijkt wel verlamd door een combinatie van verschillende factoren. Er is de angst om door de Republikeinen gebrandmerkt te worden als 'soft' in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2012. Daarnaast zijn er binnen de rangen van de administratie mensen die de aftocht willen blazen en een vredesakkoord willen onderhandelen, maar ook mensen die een gespierd buitenlands beleid voorstaan, zoals minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en wijlen Richard Holbrooke, tot aan zijn dood de speciale VS gezant voor Pakistan en Afghanistan. Tenslotte heerst er ook een soort tegenzin of onwil om de generaals te confronteren. 

De tragedie in dit geval, is dat vele van de puzzelstukjes voor een akkoord eigenlijk al op hun plaats liggen. De Taliban en hun bondgenoten zijn geen strikt georganiseerde groepen met een gemeenschappelijke ideologie. De enige grootste gemene deler is het doel de buitenlandse bezetters weg te jagen. Het verzet bestaat uit een gevarieerde waaier, van toegewijde jihadisten tot lokale groepen die vechten voor gronden of om wraak te nemen op hun vijanden. Ondanks het feit dat Afghanen een reputatie hebben van woestelingen, blinken ze eigenlijk uit in de kunst van het onderhandelen en het maken van akkoorden. Het land is immers een lappendeken van etnieën, religies, politieke partijen, clans en stammen. Uiteraard zijn er ook behoorlijk wat obstakels die overwonnen moeten worden voor er onderhandeld kan worden over de beëindiging van de oorlog. De Taliban staat erop dat alle buitenlandse troepen het land eerst moeten verlaten. De Verenigde Staten en de Afghaanse president Karzai eisen dan weer dat de opstandelingen eerst de Afghaanse grondwet aanvaarden en hun wapens neerleggen. Dit lijkt allemaal niet gauw te gaan gebeuren. Beide partijen zouden natuurlijk eerst een staakt-het-vuren moeten overeenkomen. In 2008 heeft de Taliban gezegd dat het wel akkoord kon gaan met een concrete tijdgebonden planning voor de terugtrekking van de buitenlandse troepen. De VS zal dan weer moeten inbinden wat de aanvaarding van de huidige grondwet betreft. Dit document installeerde een sterke centrale regering, een organisatievorm die regelrecht ingaat tegen de hele bestuursgeschiedenis van het land. Er zijn maar weinig mensen buiten Kaboel die achter de huidige constitutie staan. Een grondwet die gebaseerd is op een sterke lokale autonomie zou veel meer steun krijgen. In ruil hiervoor zouden de opstandelingen moeten garanderen dat groepen zoals Al-Qaeda zich niet zomaar kunnen komen vestigen in de door hen gecontroleerde gebieden. De Amerikanen zeggen dat ze niet willen praten met de Haqqani-groep en anderen die ze als “onverzoenlijk” beschouwen, maar uiteindelijk zal er toch onderhandeld moeten worden met de mensen die nu bestreden worden. Geen enkele partij heeft het recht om een bepaalde partij uit te sluiten. Elk akkoord zal rekening moeten houden met de regionale veiligheidskwesties, inclusief de angst van Islamabad dat India van Afghanistan een soort satellietstaat wil maken, waardoor Pakistan langs beide kanten omsingeld zou worden.

Terugtrekken is de enige optie

De opiniepeilingen hellen over in het voordeel van diegenen die de oorlog willen beëindigen. Een recent onderzoek wijst uit dat 83% van de Afghanen onderhandelingen willen (hoewel 55% maar weinig sympathie heeft voor de Taliban en andere strijdende groepen). De oppositie tegen de buitenlandse militaire operaties in Afghanistan is al van bij het begin van de oorlog in 2001 hoog tot zeer hoog in Europa. In de Verenigde Staten daarentegen kon de militaire operatie in Afghanistan op de steun rekenen van de meerderheid van de Amerikaanse bevolking. Volgens een enquête van het Amerikaans televisienetwerk ABC en de krant 'the Washington Post' kant 60% van het Amerikaanse publiek zich ondertussen tegen de oorlog in Afghanistan. Amerikaanse enquêtes suggereren bovendien dat beschuldigende aanvallen van de Republikeinen op het vermeende 'softe' karakter van de Obama-administratie, niet veel indruk zouden maken op de potentiële stemmers voor de verkiezingen van 2012. Het conflict verslindt dan ook handenvol geld in een periode van ernstige economische crisis. De oorlog kost ondertussen al 8 miljard dollar per maand! Daar zijn de miljarden die de VS gespendeerd heeft aan het trainen van het Afghaanse leger en de politie niet eens bij gerekend. Tot nu toe kostte de Irak en Afghanistan oorlogen samen 1,16 triljoen dollar (1 triljoen is 1.000.000.000.000.000.000 dollar!), maar volgens de economisten Joseph Stiglitz en Linda Bilmer, zouden de lange termijn kosten van beide oorlogen op 3 triljoen komen. 

De Democraten zouden dit jaar in het Amerikaans parlement kunnen aandringen op een troepenterugtrekking. Opiniepeilingen tonen aan dat 55% van de Amerikaanse bevolking te vinden is voor een terugtrekking te beginnen deze zomer. 27% vindt dat de aftocht zelfs vroeger mag beginnen. Volgens het 'Center for Strategic and Budgetary Assessments' zou het uitstellen van de vooropgestelde terugtrekkingsdatum van eind 2011 (het oorspronkelijke doel van de president) tot 2014 (nodig volgens de leiding van het VS-leger), nog een extra 125 miljard dollar kosten. Een kleine vergelijking: de belofte van de Republikeinen in het Parlement om zo'n 100 miljard te besparen op het binnenlands budget -het leger, binnenlandse veiligheid en veteranen vallen hier niet onder- zouden een besparing van 20% op alle andere binnenlandse uitgaveposten vereisen.    

De oorlog is verloren. De Amerikanen zijn bankroet. Velen van de protagonisten zijn bereid om te praten. Het wordt hoog tijd om de wapens te doen zwijgen en te zoeken naar overeenkomsten.

Conn Hallinan is columnist voor 'Foreign Policy in Focus'.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by