Artikel
David Vine
Printvriendelijke versie
De oorlogsbasissen in het Midden-Oosten
Foto: The U.S. Army Sgt. Brett Miller

De oorlogsbasissen in het Midden-Oosten

De afgelopen 35 jaar heeft de Verenigde Staten militaire basissen en troepen ingeplant over heel het Midden-Oosten.

Inclusief de lancering van de oorlog in Irak en Syrië tegen de Islamitische Staat (IS), is de VS sinds het begin van de jaren 1980 betrokken geweest bij agressieve militaire acties in tenminste 13 landen in het grotere Midden-Oosten. Sinds 1980 heeft elke opeenvolgende Amerikaanse president een inval, een bezetting, bombardementen of een oorlog gelanceerd in deze regio. Net als bij eerdere militaire operaties in het grotere Midden-Oosten, kunnen de VS-militairen die vechten tegen IS, gebruik maken van een hele collectie militaire basissen. Ze zijn ingeplant in een regio die de grootste concentratie van olie en natuurlijk gas ter wereld herbergt en die al lang beschouwd wordt als de geopolitiek belangrijkste plek op aarde. In de Perzische Golf alleen al, beschikt de VS in elk land -behalve Iran- over grote basissen. Er is een alsmaar belangrijker en groter wordende militaire basis in het Oost-Afrikaanse Djibouti, gelegen recht tegenover het Arabisch schiereiland. Er zijn basissen in Pakistan aan de ene kant van het grotere Midden-Oosten en in de Balkan aan de andere kant, alsook op Diego Garcia en de Seychellen, strategisch gelegen eilanden in de Indische Oceaan. In Afghanistan en Irak waren er tot voor kort respectievelijk ongeveer 800 en 505 basissen. De Obama-regering ondertekende een akkoord met de nieuwe president van Afghanistan, Ashraf Ghani, om meer dan 10.000 troepen en tenminste 9 grote militaire basissen te behouden in het land - ondanks de officiële terugtrekking van alle VS-troepen eind 2014. De aanwezigheid van VS-troepen in Afghanistan is met dit akkoord verzekerd tot 2024. In Irak is het Amerikaans leger -dat het land ook nooit volledig verlaten heeft na het officiële einde van de VS-interventie in 2011- nu aan het terugkeren naar een opnieuw toenemend aantal basissen. Kortom, het is bijna onmogelijk om de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio te overbenadrukken.

Deze oorlogsinfrastructuur is er nu al zo lang en wordt zodanig vanzelfsprekend bevonden dat de Amerikanen er niet bij stilstaan en dat journalisten er zelden over rapporteren. Elk jaar aanvaarden de leden van het Amerikaans Congres, zonder zich daar veel vragen bij te stellen, dat miljarden dollars gespendeerd worden aan de constructie en het onderhoud van de basissen in de Midden-Oosten-regio. Volgens een schatting heeft de VS de afgelopen vier decennia maar liefst 10 biljoen dollar gespendeerd aan het beschermen van de olievoorraden in de Perzische Golf. De strategie van het handhaven van een structuur van garnizoenen, troepen, vliegtuigen en schepen in het Midden-Oosten is echter een van de grootste rampen in de geschiedenis van het Amerikaans buitenlands beleid. De afwezigheid van een publiek debat over de recentste, mogelijk illegale oorlog, zou onze aandacht moeten vestigen op hoe gemakkelijk deze enorme infrastructuur van basissen het gemaakt heeft voor Amerikaanse presidenten om een oorlog te lanceren. De oorlog tegen IS lijkt -net als de vorige oorlogen- garant te staan voor nieuwe cycli van vergeldend geweld en nog meer oorlog. Louter en alleen al door hun bestaan, hebben deze basissen radicalisme en anti-Amerikaanse sentimenten helpen aanwakkeren. Zoals het geval van Osama bin Laden en de VS-troepen in Saoedi-Arabië illustreert, hebben Amerikaanse basissen militantisme gevoed in de regio, alsook aanvallen op de VS en zijn burgers geprovoceerd. Ze hebben de Amerikaanse belastingbetalers miljarden dollars gekost, hoewel ze feitelijk niet nodig zijn om de vrije doorstroming van olie in de wereld te garanderen. Ze hebben al deze belastingdollars afgeleid van de mogelijke ontwikkeling van alternatieve energiebronnen en het beantwoorden van andere belangrijke binnenlandse behoeften. Ze hebben dictatoriale en repressieve regimes ondersteund, en hielpen zo de verspreiding van de democratie te stuiten in een regio die al een hele tijd gecontroleerd wordt door achtereenvolgens koloniale heersers en autocraten.

Aanloop & opbouw

Terwijl de opbouw van militaire basissen in het Midden-Oosten pas in alle ernst begon in de jaren 1980, probeerde Washington al lang voordien om zijn militaire macht te gebruiken om deze grondstofrijke strook van Eurazië, en daarmee de economie, te controleren. Wijlen Chalmers Johnson, een expert in de Amerikaanse basissen-strategie, legde in 2004 uit dat de VS zich sinds Wereldoorlog II onvermoeibaar bezighoudt met het verwerven van permanente militaire enclaves. Hun enige doel lijkt de heerschappij over de strategisch belangrijkste gebieden van de wereld te zijn. In 1945, na de nederlaag van Duitsland, drongen de VS-ministers van Oorlog en Buitenlandse Zaken aan op de afwerking van een reeds gedeeltelijk gebouwde basis in Dharan (Saoedi-Arabië), ondanks de vaststelling van het leger dat ze niet nodig was voor de beëindiging van de oorlog tegen Japan. "De onmiddellijke constructie van dit vliegveld", werd geargumenteerd, "zou een sterke demonstratie zijn van de Amerikaanse belangen in Saoedi-Arabië en op die manier bijdragen tot de politieke integriteit van dat land, waar grote oliereserves nu in Amerikaanse handen zijn". Tegen 1949 had het Pentagon een kleine permanente zeemacht voor het Midden-Oosten (MIDEASTFOR) gestationeerd in Bahrein. In het begin van de jaren 1960 begon de regering van president John F. Kennedy met de ontplooiing van marinetroepen in de Indische Oceaan, vlakbij de Perzische Golf. Binnen een decennium had de zeemacht de fundamenten gelegd voor wat in deze regio de eerste belangrijke VS-basis zou worden, op het door de Britten gecontroleerde eiland Diego Garcia. In deze beginfase van de Koude Oorlog probeerde Washington zijn invloed in het Midden-Oosten te vergroten door de regionale machten te ondersteunen en te bewapenen, zoals het koninkrijk Saoedi-Arabië, Iran onder sjah Mohammad Reza Pahlavi en Israël. Maar in 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen en vond in Iran de islamitische revolutie plaats die de sjah van de macht verdreef.

In januari 1980 kondigde VS-president Jimmy Carter een noodlottige transformatie in het VS-beleid aan, gekend als de Carter-doctrine. In zijn 'State of the Union'-toespraak waarschuwde Carter voor het potentiële verlies van "een regio die meer dan twee derde van 's werelds exporteerbare olie bevat" en "die nu bedreigd wordt door de Sovjettroepen" in Afghanistan. De Sovjet-aanwezigheid vormde volgens Carter "een gevaar voor de vrije beweging van de olie uit het Midden-Oosten". "Pogingen van een externe macht om controle te verkrijgen op de Perzische Golf zouden beschouwd worden als een aanval op de vitale belangen van de Verenigde Staten van Amerika", waarschuwde Carter. En hij voegde daaraan toe: "zo'n poging zal afgeslagen worden met alle noodzakelijke middelen, inclusief militaire macht." Met deze woorden lanceerde Carter een van de grootste programma's voor de constructie van militaire basissen in de geschiedenis. Carter en zijn opvolger Ronald Reagan overzagen de expansie van basissen in Egypte, Oman, Saoedi-Arabië en andere landen in de regio. In de basissen werden troepen van de 'Rapid Deployment Joint Task Force' gehuisvest, die permanent de petroleumvoorraden van het Midden-Oosten moesten bewaken. In het bijzonder de luchtmacht- en marinebasis op Diego Garcia werd aan een razendsnel tempo verder uitgebouwd. Tegen 1986 was al meer dan 500 miljoen dollar geïnvesteerd. Het duurde niet lang voor het totaal in de miljarden liep.

De Rapid Deployment Joint Task Force werd in 1983 het 'US Central Command' (CENTCOM), dat tot nu toe reeds toezag op drie oorlogen in Irak (1991-2003, 2003-11 en 2014-), de oorlog in Afghanistan en Pakistan (2001-), de interventie in Libanon (1982-84), een serie van aanvallen op Libië (1981, 1986, 1989, 2011), Afghanistan (1998) en Soedan (1998), en de 'tankeroorlog' met Iran (1987-88). Ondertussen orkestreerde en financierde de Amerikaanse inlichtingendienst CIA in de jaren 1980 een grote geheime oorlog tegen de Sovjet-Unie in Afghanistan door Osama bin Laden en andere fundamentalistische moedjahedien te ondersteunen in hun strijd tegen het communistische regime. CENTCOM heeft ook een belangrijke rol gespeeld in zowel de openlijke als geheime oorlogsvoering in Somalië (1992-94, 2001-) en de drone-oorlog in Jemen (2002-). Tijdens en na de eerste Golfoorlog van 1991, dreef het Pentagon zijn aanwezigheid in de regio dramatisch op. Honderdduizenden troepen werden naar Saoedi-Arabië gestuurd ter voorbereiding van de oorlog tegen de Iraakse autocraat en voormalig VS-bondgenoot Saddam Hoessein. In de nasleep van deze oorlog bleven duizenden troepen en een tamelijk uitgebreide infrastructuur van militaire basissen achter in Saoedi-Arabië en Koeweit. Elders in de Golf breidde het VS-leger zijn aanwezigheid in de regio uit door de Vijfde Vloot van de marine te huisvesten op een voormalige Britse basis in Bahrein. Grote luchtmachtinstallaties werden geconstrueerd in Qatar, en de VS-operaties in Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Oman werden uitgebreid. De invasie van Afghanistan in 2001 en van Irak in 2003, en de daaropvolgende bezetting van beide landen, leidden opnieuw tot een enorme expansie van VS-basissen in de regio. Op het hoogtepunt van de oorlogen, waren er alleen in deze twee landen meer dan 1000 VS controlepunten, buitenposten en grote basissen. Het leger bouwde ook nieuwe basissen in Kirgizstan en Oezbekistan (deze laatste is ondertussen gesloten), en onderzoekt de mogelijkheid om basissen te openen in Tadzjikistan en Kazachstan. Verschillende Centraal-Aziatische landen werden gebruikt als logistieke pijplijnen om de militairen in Afghanistan te bevoorraden en de gedeeltelijke terugtrekking van de VS-troepen te orkestreren. Hoewel de Obama-regering er niet in slaagde om de beoogde 58 permanente basissen in Irak te behouden na de terugtrekking in 2011, heeft ze wel een akkoord bereikt over het behoud van de toegang tot de Baghram-luchtmachtbasis en tenminste 8 andere belangrijke militaire VS-installaties.

Oorlogsinfrastructuur

Zelfs zonder een grote permanente infrastructuur van militaire basissen in Irak, beschikt het VS-leger over heel wat mogelijkheden in de strijd tegen IS daar. Er bleef na de terugtrekking in 2011 immers een aanzienlijke Amerikaanse aanwezigheid achter in de vorm van installaties gerelateerd aan het VS ministerie van Buitenlandse Zaken die gelijkaardig zijn aan basissen, de grootste VS-ambassade op de planeet en een groot contingent aan private militaire contractanten. Sinds de start van de nieuwe oorlog zijn tenminste 1600 VS-troepen teruggekeerd naar Irak. Ze opereren vanuit een 'Joint Operations Center' in de Iraakse hoofdstad Bagdad en vanop een basis in de Iraaks-Koerdische hoofdstad Erbil. Begin november 2014 kondigde het Witte Huis aan dat het 5,6 miljard dollar extra zou vragen aan het Amerikaans Congres voor de strijd tegen IS. Dit geld diende onder meer om een bijkomende 1500 adviseurs en ander personeel naar de twee basissen in Irak te sturen. Er opereren naar alle waarschijnlijkheid ook Amerikaanse Speciale Eenheden in Irak vanuit meerdere geheime locaties.

Er zijn ook belangrijke VS-installaties in andere landen die cruciaal zijn voor de strijd tegen IS zoals de 'Combined Air Operations Center' op de al-Udeid luchtmachtbasis in Qatar. Voor 2003 bevond het operationeel centrum van CENTCOM voor het volledige Midden-Oosten zich in Saoedi-Arabië. In 2003 verplaatste het Pentagon dit hoofdkwartier naar Qatar en trok het officieel zijn gevechtstroepen terug uit Saoedi-Arabië. Dat was een reactie op de aanslag in 1996 op het Khobar Towers-complex (waar zich de woonvertrekken van het Amerikaans militair personeel in het Saoedisch koninkrijk bevonden) en andere al-Qaeda aanvallen in de regio, maar ook op een stijgende woede bij de bevolking over de aanwezigheid van niet-islamitische troepen in het voor moslims heilige land.

Al-Udeid omvat een landingsbaan van 5 km, grote voorraden munitie en ongeveer 9000 troepen en contractanten die het grootste deel van de oorlog tegen IS in Irak en Syrië coördineren. Sinds de VS Koeweit bezette gedurende de eerste Golfoorlog is al-Udeid uitgegroeid tot een van de belangrijkste centra van Washingtons militaire operaties in de regio. Zo diende Koeweit als voornaamste uitvalsbasis en logistiek centrum voor grondtroepen bij de invasie van Irak in 2003 en de daaropvolgende bezetting. Er zijn nog altijd 15.000 Amerikaanse soldaten in Koeweit en naar verluidt worden de stellingen van IS gebombardeerd door VS-vliegtuigen die opstijgen van de Koeweitse Ali al-Salem luchtmachtbasis.

Het is echter vanaf de al-Dhafra luchtmachtbasis in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) dat de meeste luchtaanvallen gelanceerd worden in de huidige campagne. De VAE huisvest zo'n 3.500 troepen in al-Dhafra alleen, en heeft ook de drukste overzeese marinehaven. B-1, B-2 en B-52 lange-afstandsbommenwerpers gestationeerd op Diego Garcia hebben geholpen bij het lanceren van beide Golfoorlogen en de oorlog in Afghanistan. De eilandbasis speelt ook haar rol in de nieuwe IS-oorlog. Dicht bij de Iraakse grens opereren zo'n 1000 VS-troepen en F-16 gevechtsvliegtuigen vanuit tenminste één Jordaanse basis. En volgens de laatste telling van het Pentagon, heeft het VS leger 17 basissen in Turkije. Terwijl de Turkse regering restricties geplaatst heeft op het gebruik ervan, doen er momenteel zeker een paar dienst als lanceerplatform voor drone-bewakingsmissies in Syrië en Irak. In Oman kunnen eveneens tot zeven basissen in gebruik zijn.

Bahrein is nu het hoofdkwartier voor de operaties van de Amerikaanse zeemacht in het volledige Midden-Oosten. De Vijfde Vloot, die doorgaans ingezet wordt om de vrije doorvoer van olie en andere natuurlijke rijkdommen in de Perzische Golf en de omliggende waterwegen te verzekeren, heeft Bahrein als uitvalsbasis. In de Perzische Golf is altijd tenminste één 'Carrier Strike Group' aanwezig. Dat is eigenlijk een gigantische drijvende basis die onder meer bestaat uit een vliegdekschip, minsten één kruiser en meerdere torpedojagers en/of fregatten. Momenteel fungeert het in Bahrein gestationeerde vliegdekschip USS Carl Vinson als een cruciale lanceerbasis voor de luchtcampagne tegen IS. Andere oorlogsvaartuigen die in de Golf en de Rode Zee opereren houden kruisraketten gericht op Irak en Syrië.

In Israël zijn er zes geheime VS-basissen die gebruikt kunnen worden om wapentuig en materieel in stelling te brengen voor snel gebruik overal in de regio. Analisten denken dat er nog twee andere geheime sites in gebruik zijn in het land. Er is ook een 'de facto' VS-basis voor de mediterrane vloot van de zeemacht. In Egypte onderhielden de VS-troepen tenminste twee militaire installaties en bezetten ze sinds 1982 tenminste twee basissen op het Sinaï-schiereiland als onderdeel van de peacekeeping-operatie overeengekomen in de Camp David Akkoorden (1978).

Het VS-leger installeerde verder tenminste vijf drone-basissen in Pakistan, heeft de belangrijke basis in Djibouti -op de strategische flessenhals tussen het Suez-kanaal en de Indische Oceaan- uitgebreid, heeft de toegang afgedwongen tot basissen in Ethiopië, Kenia en de Seychellen, en heeft nieuwe basissen opgericht in Bulgarije en Roemenië, langs de westelijke grens van de gasrijke Zwarte Zee, ter aanvulling van de basis in Kosovo die gecreëerd werd in het Clinton-tijdperk

Ondanks de publieke terugtrekking uit Saoedi-Arabië in 2003, bleef een klein contingent van het VS-leger achter om Saoedisch militair personeel te trainen en de basissen 'warm te houden' als potentiële backups bij onverwachte brandhaarden in de regio of in het koninkrijk zelf. De afgelopen jaren heeft het VS-leger ook een geheime drone-basis geïnstalleerd in Saoedi-Arabië.

Dictators, dood en chaos

De aanhoudende Amerikaanse aanwezigheid in Saoedi-Arabië, hoe bescheiden ook, zou ons moeten herinneren aan de gevaren die verbonden zijn aan het handhaven van militaire basissen in de regio. Het feit dat de VS het voor moslims heilige land militair bezette, was een gigantisch rekruteringsmiddel voor al-Qaeda. Osama bin Laden noemde de aanwezigheid van VS-troepen in Saoedi-Arabië "de grootste agressie ondergaan door de moslims sinds de dood van de profeet". VS-basissen en troepen in het Midden-Oosten zijn inderdaad altijd een belangrijke katalysator voor anti-Amerikaanse gevoelens en radicalisering geweest. In 1983 doodde een zelfmoordterrorist 241 mariniers in Libanon, in 1996 werden aanslagen gepleegd in Saoedi Arabië, in 2000 werd een aanslag gepleegd op het marineschip de USS Cole in Jemen, en tijdens de oorlogen in Afghanistan en Irak waren de VS-troepen voortdurende doelwitten. Onderzoek heeft aangetoond dat er een sterk verband is tussen de aanwezigheid van VS-basissen en het rekruteringssucces van al-Qaeda.

Een deel van de anti-Amerikaanse woede vloeit voort uit de steun die de VS met zijn basissen geeft aan repressieve, ondemocratische regimes. Er zijn maar weinig landen in het grotere Midden-Oosten die democratisch genoemd kunnen worden en sommige behoren tot de grootste mensenrechtenschenders ter wereld. De VS-regering oefende hooguit lauwe kritiek uit op de regering van Bahrein toen die met de hulp van troepen uit Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hardhandig optrad tegen de prodemocratische betogers in 2011. De VS heeft, naast Bahrein, basissen in een hele hele reeks andere autoritaire regimes, waaronder Afghanistan, Djibouti, Egypte, Ethiopië, Jordanië, Koeweit, Oman, Qatar, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Jemen. Het handhaven van een militaire aanwezigheid in zulke landen houdt de autocraten en andere repressieve regeringen in stand, maakt de VS medeplichtig aan hun misdaden en ondermijnt ernstig de interne inspanningen om democratie te verspreiden. Het gebruik van VS-basissen om oorlogen en andere soorten van militaire interventies te lanceren in de regio, genereert woede, antagonisme en anti-Amerikaanse aanslagen. Een recent VN-rapport suggereert dat Washingtons luchtaanvallen tegen de Islamitische Staat ertoe geleid hebben dat buitenlandse militanten de organisatie op "ongeziene schaal" vervoeg(d)en.

En op die manier lijkt het er sterk op dat de cyclus van oorlogsvoering die opgestart werd in 1980 verder gezet wordt. "Zelfs als het VS-leger en zijn bondgenoten er in slagen om deze militante groep [IS] uit te roeien", schrijft de gepensioneerde kolonel en politiek analist Andrew Bacevich, "dan zijn er maar weinig redenen om een positieve uitkomst te verwachten in de regio". Bin Laden en de Afghaanse moedjahedien transformeerden in al-Qaeda, en de voormalige Baathisten en al-Qaeda-aanhangers in Irak veranderden in IS. Het is zoals Bacevich zegt: "Er staat altijd een andere Islamitische Staat te wachten in de coulissen."

Besluit

De Carter-strategie van militaire opbouw gebaseerd op de overtuiging dat 'de bekwame aanwending van Amerikaanse militaire macht' de olietoevoer kan verzekeren en de problemen in de Midden-Oosten-regio kan oplossen, was van meet af aan een mislukking. In plaats van de veiligheid te verzekeren, heeft de infrastructuur van basissen het gemakkelijker gemaakt voor de VS om ver van huis ten oorlog te trekken en een peperduur interventionistisch buitenlands beleid te voeren. De dodelijke gevolgen zijn niet alleen voelbaar in de regio, maar in de hele wereld.

Professor David Vine is de auteur van 'Island of Shame: The Secret History of the US Military Base on Diego Garcia'.

Dit artikel werd overgenomen van www.tomdispatch.com. Vertaald en bewerkt door SVM. Het artikel verscheen tevens in het tijdschrift Vrede van maart-april.

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by