Artikel
Antoine Uytterhaeghe
Printvriendelijke versie

Duitse industrie steunt oorlog om grondstoffen

Sinds een jaar hebben de grote Duitse industrieconcerns zich georganiseerd in een grondstoffenalliantie. Dit verbond, 'Rohstoff Allianz', heeft tot doel de grondstoffenbevoorrading van de Duitse bedrijven veilig te stellen. Om dit doel te bereiken ziet de alliantie er geen graten in om militaire middelen in te zetten.

In een interview met het Duitse 'Handelsblatt' pleitte de voorzitter van de 'Rohstoff Allianz', Dierk Paskert, voor een strategisch buitenlands en veiligheidsbeleid om de grondstoffenbevoorrading van de Duitse economie te verzekeren. Deze politiek moet als doel hebben “een vrije en transparante grondstoffenmarkt tot stand te brengen”, maar het zou volgens Paskert naïef zijn te denken dat de algemene ontwikkelingen deze richting uitgaan. Daarom moet Duitsland, volgens Paskert, samen met de partners van de EU en NAVO een grotere verantwoordelijkheid opnemen qua buitenlandse politiek en veiligheid. 'Verantwoordelijkheid opnemen in veiligheidsproblemen' is echter een eufemistische omschrijving voor militaire interventies. Dat toont de verwijzing van Paskert naar de NAVO duidelijk aan. Hij wil als het ware een militair bondgenootschap met de grootindustrie. Paskert pleit dus in bedekte termen voor een oorlog om grondstoffen. In het edito schrijft ook de Duiste krant het Handelsblatt openlijk waar het om gaat: “Komen er oorlogen om grondstoffen?”. De geschiedenis toont aan dat de strijd voor grondstoffen de basisoorzaak vormt van vele conflicten. De grondstoffenbevoorrading van de grote industrie is de basis voor de economie en welstand van veel landen, en heeft bijgevolg een geopolitieke betekenis. 

Wapenexport

Volgens het Handelsblatt vindt de eis tot meer overheids- en militair engagement voor het veiligstellen van grondstoffen, effectief een bereidwillig oor in regeringskringen en bij heel wat politici. Voor de Duitse Bondsregering is het veiligstellen van grondstoffen een strategische keuze die reeds gemaakt is in haar buitenlands beleid. Het is voor de Duitse regering dan ook duidelijk dat grondstofpartnerschappen niet volstaan. Er moet tevens een veiligheids en militair instrument opgebouwd worden. De regering Merkel wil om te beginnen een coördinator benoemen die de belangen van de industrie en van de Duitse strijdkrachten ('Bundeswehr') beter op elkaar dient af te stemmen om de toegang tot grondstoffen te kunnen garanderen. Strategische partners van Duitsland qua grondstoffenlevering, zoals onder andere Saoedi-Arabië, moeten met de nodige wapentechnologie gesteund worden. Volgens de 'Merkel-doctrine' kunnen de strategische partners in de regio een ontradende rol spelen of eventueel zelf militair optreden, vooraleer Duitsland gedwongen zou worden om eigen soldaten in te zetten. In dit kader van het bewapenen van strategische partners is de Duitse wapenexport de laatste jaren verdubbeld. Berlijn werd in 2010 de derde grootste wapenexporteur ter wereld. Het nam 9% van de globale wapenexport voor zijn rekening. Volgens de Duitse vredesbeweging heeft de regering Merkel in 2011 haar goedkeuring gegeven voor exportvergunningen voor de komende jaren ter waarde van 10,8 miljard euro. Deze wapens gaan voor het merendeel naar onrustige gebieden waar mensenrechten dagelijks geschonden worden. In 2012 beliepen de Duitse wapenexporten naar de lidstaten van de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten (Bahrein, Qatar, Oman, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië) 1,42 miljard euro. De Verenigde Arabische Emiraten is een goede klant, maar Saoedi-Arabië spant de kroon. De soennitische oliemonarchieën zijn de vrienden van de Amerikaanse en West-Europese elite, en vormen voor het Westen het gedroomde tegengewicht voor het sjiitische Iran, dat als een vijand beschouwd wordt.

Het spreekt vanzelf dat wapenexporten naar crisisgebieden geen enkel probleem oplossen, integendeel. Dit zal de westerse en de Duitse wapenindustrie echter een zorg wezen. De Duitse wapenverkoop zal in de nabije toekomst nog verder groeien, zoveel is duidelijk. Bij het Duitse autotoeleverings- en defensiebedrijf 'Rheinmetall' is de productie van de ABC Leopold tanks en de Boxer pantservoertuigen volop aan de gang. De regering Merkel heeft al positief geantwoord op de vraag van Saoedi-Arabië voor een meerjarencontract ter waarde van 10 miljard euro. Saoedi-Arabië wil voor zijn grensbewaking ook patrouilleboten kopen met een kostprijs per stuk van 10 tot 25 miljoen euro. De boten moeten binnen de twee jaar na de ondertekening van het contract geleverd worden. De Duitse wapentechnologie wordt in Saoedi-Arabië blijkbaar enorm gewaardeerd. De Duitse wapenexport naar dat land was in 2012, 9 maal groter dan in het jaar 2011.

Militaire garantie

Naast het bewapenen van de vrienden in regio's die rijk zijn aan natuurlijke grondstoffen, wil de regering in Berlijn dat de Bundeswehr zich meer op haar nieuwe taak als verdediger van strategische belangen gaat concentreren. Om deze gang van zaken te verduidelijken, citeert het Handelsblatt verschillende beleidsrichtlijnen die het in stand houden van de vrije neoliberale wereldhandel en de toegang tot strategische grondstoffen omschrijven als de belangrijkste opgaven voor de Bundeswehr. In de praktijk komen deze richtlijnen neer op de omvorming van een territoriaal verdedigingsleger tot een paraat aanvalsleger.

Tot nog toe hebben de Bundeswehr en de NAVO in hun officiële propaganda -vlotjes overgenomen door de gevestigde media- hun militair optreden in de Balkan, Afghanistan en in andere wereldregio's altijd verantwoord met humanitaire motieven. De werkelijke redenen voor hun interventies moesten voor de publieke opinie verborgen blijven om de steun van de man in de straat te verkrijgen. Komt er verandering in deze communicatiestrategie? De huidige Duitse minister van Landsverdediging, Thomas de Maizière, pleitte er op 3 januari 2013 in een interview met de 'Süddeutsche Zeitung' voor om de officiële motivering van buitenlandse militaire interventies aan te passen. “De internationale militaire interventies moeten realistisch uitgelegd en verantwoord worden, en de motivering mag niet pathetisch zijn”, aldus de Maizière.

Deze Thomas de Maizière, lid van de regerende 'Christlich Demokratische Union Deutschlands (CDU), is de zoon van een hogere officier bij de Wehrmacht (de benaming van het Duitse leger onder Adolf Hitler). Onder zijn regie als minister van Landsverdediging (sinds maart 2011) wordt ijverig werk gemaakt van een snelle ombouw van het Duitse leger naar een echt interventieleger. Er komt meer nadruk te liggen op verkenning, een verbetering van de transportcapaciteit en op snel inzetbare gevechtstroepen. Bovendien wil hij dat de Duits strijdkrachten uitgerust worden met bewapende onbemande vliegtuigen (drones) en twee logistieke ondersteuningsschepen die in staat zijn om de vijand te intimideren.

Op de achtergrond wordt alsmaar duidelijker dat de opbouw van de Duitse interventiecapaciteit past in een kader van een groeiend aantal imperiale oorlogen om grondstoffen. Vooral China wordt daarbij beschouwd als een te duchten concurrent. De voorzitter van de Duitse Grondstoffenalliantie, Dierk Paskert, verklaarde vorige zomer in het zakenblad 'Wirtschaftswoche': “Wanneer we bedenken dat China bijna 40% van alle grondstoffen verbruikt en de energiebehoefte van het land verder toeneemt, wordt het mij onbehaaglijk. China is een grote stofzuiger. We moeten ons bijgevolg ernstige zorgen maken over de grondstoffenbevoorrading van de Duitse industrie”.

Lobby

De bereidheid van de Duitse industrie om zich in een grondstoffenoorlog te storten, herinnert ons aan sombere hoofdstukken uit de Duitse geschiedenis. De Duitse plannen in de eerste wereldoorlog om grote delen van Frankrijk, België en Afrika in te palmen, beantwoordden toen aan de wensen van belangrijke kopstukken uit de Duitse industrie, de politiek en het militair apparaat. Dezelfde kringen steunden nadien Hitler, omdat zijn wereldveroveringsplannen en streven naar “Lebensraum im Osten” (levensruimte in het Oosten) beantwoordden aan hun expansionistische drang naar grondstoffen en markten. Op 20 februari 1933 was er in het paleis van de voorzitter van de  Reichstag (het Duitse parlement), Herman Göring, een bijeenkomst van een 20-koppige delegatie uit de Duitse industrie geleid door de heer Gustav Krupp, van het gelijknamige staal en wapenbedrijf. Onder meer de Duitse bedrijven 'Verenigte Stahlwerke' en 'IG Farben' waren ook vertegenwoordigd. Op deze bijeenkomst legde Hitler aan de Duitse industriëlen zijn beleidsplannen uit. De bijeenkomst had in de eerste plaats tot doel de financiële steun van de industrie te verkrijgen voor de aanstaande verkiezingen. Gustav Krupp dankte Hitler voor zijn duidelijke uiteenzetting en zijn politieke visie die de grote industrie een belangrijke rol in het toekomstige Duitsland verzekerde. Krupp klopte ook aan bij Hoechst, AEG, Siemens, Deutsche Bank, Dresdner Bank en anderen. In totaal verzamelde het kruim van de Duitse industriële en financiële wereld drie miljoen Reichsmark voor de verkiezingscampagne van de NSDAP, de partij van Hitler. Vandaag behoren dezelfde Duitse concerns of hun opvolgers tot de Rohstoff Allianz: de grote chemieconcerns BASF en Bayer, de opvolgers van het beruchte IG Farben; de staalreus Thyssen Krupp, een fusie van twee grote promotors van de bewapeningspolitiek van de nazi’s; het Volkswagen-concern, dat op initiatief van Hitler opgericht werd; het autobedrijf BMW, waarvan de hoofdaandeelhouder, de familie Quandt, een groot deel van zijn vermogen verkreeg door de dwangarbeid en andere misdaden van de nazi’ s; enzovoort. 

De huidige grondstoffenalliantie werd, zoals men kan nalezen op haar website, eind 2010 opgericht door Hans-Peter Keitel, de voorzitter van de industriële belangengroep 'Bundesverband der Deutschen Industrie', om de ontwikkelingen op de grondstoffenmarkten en mogelijke reacties daarop voor de Duitse industrie te onderzoeken. De Rohstoff Allianz heeft nauwe banden met de Bondsregering in Berlijn, niet alleen als lobbygroep maar ook als raadgevend orgaan. In opdracht van de Duitse minister van Economie en Technologie, Philipp Rösler, beheert de alliantie bijvoorbeeld het stimuleringsprogramma dat kredieten terugbetaalt voor de wereldwijde ontginning van zeldzame grondstoffen zoals antimonium, beryllium, kobalt, gallium, germanium, grafiet, indium, magnesium, niobium, platina, wolfraam, enzovoort. De greep op de Duitse regering van deze industriële lobby, die bereid is oorlogen te voeren om grondstoffen, is verontrustend.

 

Dit artikel verscheen in ons tijdschrift 'VREDE - Tijdschrift voor internationale politiek' Blijf op de hoogte en abonneer u hier!

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by