Artikel
David Dessers
Printvriendelijke versie
Durban: COP-killer 17!
Foto: UNclimatechange from Bonn, Germany

Durban: COP-killer 17!

COP17 in het Zuid-Afrikaanse Durban, oftewel de 17de editie op rij van de jaarlijkse VN-klimaatconferentie, liep op 9 december 2011 eens te meer met een sisser af. Na COP13 in Bali, COP14 in Poznan, COP15 in Kopenhagen, COP16 in Cancún, heeft nu ook COP17 niet het gewenste resultaat opgeleverd. In 2009 werd er in de aanloop naar de top in Kopenhagen nog heel wat 'buzz' de wereld ingestuurd, rond de reële mogelijkheid om een nieuw en bindend klimaatverdrag af te sluiten. Durban katapulteert de totstandkoming van zo'n verdrag echter meteen naar 2020, het jaar waarin we volgens de verzamelde wetenschap eigenlijk al 40% van onze emissiereducties gerealiseerd zouden moeten hebben. We missen vijf treinen tegelijk en kunnen het hoe dan ook vergeten om de opwarming van de aarde onder de kritische grens van 2°C te houden. In die zin werd Durban een echte COP-killer.

Aanloop

In 1992, bijna 20 jaar geleden, vond in Rio De Janeiro de moeder aller milieuconferenties plaats. 154 leden van de Verenigde Naties tekenden er het zogenaamde raamverdrag inzake klimaatverandering (UNFCCC of 'United Nations Framework Convention on Climate Change'), waaronder de EU-lidstaten, de VS, Japan, China, India en Brazilië. Dit leidde in 1994 tot de oprichting van de zogenaamde 'Conference of Parties' (COP), die vanaf 1995 jaarlijks in december zou samenkomen met als doel het uitwerken van een actieplan om de klimaatverandering een halt toe te roepen. Tegelijkertijd werd ook het IPCC opgericht, het VN-klimaatpanel (bestaande uit 2500 wetenschappers uit de hele wereld), dat regelmatig aanbevelingen formuleert en de maatregelen tegen klimaatverandering wetenschappelijk moet ondersteunen. Twee jaar later, in 1997, werd dan het Kyoto-protocol ondertekend. Dit klimaatverdrag wilde de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen gemiddeld met 5,2% reduceren (in de EU 8%) ten opzichte van de uitstoot in 1990. Die emissiereducties dienden gerealiseerd te worden tussen 2008 en 2012. Veelvervuiler, de Verenigde Staten, weigerde om het Kyoto-verdrag mee te bekrachtigen en de industrielanden bouwden onmiddellijk een lucratief handeltje op rond de klimaatsverandering. Kyoto zadelde de wereld immers op met verhandelbare emissierechten en de mogelijkheid om de beoogde reducties niet rechtstreeks in eigen land te realiseren, maar via investeringen in ‘propere projecten’ in het Zuiden. De doelstellingen van het Kyoto-protocol werden van in het begin als onvoldoende ervaren door de klimaatbeweging en waren ook niet in verhouding met de aanbevelingen van het IPCC. Volgens het VN-klimaatpanel is het immers noodzakelijk dat de geïndustrialiseerde landen hun uitstoot tegen 2020 terugschroeven met 25% tot 40%, en tegen 2050 met 80% tot 95% om enig effect te ressorteren. Er diende dus nog een tandje bijgestoken te worden. Het Kyoto-protocol loopt af eind 2012. De laatste jaren steeg dus de nood om nieuwe internationale klimaatdoelstellingen vast te leggen voor de post-Kyoto-periode, in de vorm van een nieuw klimaatverdrag.

Recorduitstoot

Heeft het Kyoto-protocol gewerkt? Neen, integendeel. Elk jaar blazen we meer broeikasgassen de lucht in. In 2010 was er een mondiale stijging van de uitstoot van 6% ten opzichte van het jaar voordien. Een recorduitstoot! Bovendien nemen de groeilanden in het Zuiden -vooral China, India en Brazilië- een steeds groter deel van die uitstoot voor hun rekening. Toch staat het vast dat de geïndustrialiseerde landen historisch gezien, maar ook vandaag, nog altijd veruit de grootste verantwoordelijkheid dragen. China wordt wel eens met de vinger gewezen als grootste vervuiler ter wereld, maar een gemiddelde Amerikaan stoot nog steeds 4 maal zoveel broeikasgassen uit als een gemiddelde Chinees. Nu goed, de uitstoot neemt jaar na jaar toe en de kans dat we de opwarming onder de wetenschappelijk vastgelegde kritische grens van 2°C kunnen houden, lijkt vandaag onbestaande.

Durban-akkoord

Wat is er uit de bus gekomen in Durban? Zo’n 36 uur na het verstrijken van de officiële onderhandelingsdeadline, kwam er toch nog een akkoord op tafel. Nu ja, een akkoord? Er is eigenlijk vooral beslist om verder te praten, om zo tegen eind 2015 tot een voor alle landen bindend klimaatverdrag te komen dat in 2020 in werking zou moeten treden. Over concrete streefdoelen wat reducties betreft, werd er dus nog niets definitiefs vastgelegd. Maar 2020 is hoe dan ook veel te laat. Idealiter zou de uitstootpiek zich tegen 2015 moeten voordoen, om daarna snel te dalen. Maar volgens het akkoord dat in Durban uit de bus kwam, zou er in dat jaar pas een  klimaatverdrag worden afgesloten. De uitvoering ervan zou dan nog eens 5 jaar op zich laten wachten. Het Durban-akkoord garandeert de VS en de opkomende economieën in feite dat ze zeker niets hoeven te ondernemen voor 2020. De toekomst ziet er dus bijzonder slecht uit voor het klimaat en bijgevolg ook voor de mens.

Sinds COP13 in Bali en zeker ook COP16 in Cancún werden er schuchtere stappen vooruit gezet in de discussie over de uitbouw van een klimaatfonds voor het Zuiden en voor het bosbeheer. De geïndustrialiseerde landen, die zo'n fonds grotendeels zouden moeten spijzen, hebben een historische schuld uitstaan bij de landen in het Zuiden. Een klimaatfonds zou de landen uit het Zuiden moeten toelaten om zich aan te passen aan de ergste gevolgen van de klimaatverandering, een lage koolstofeconomie te ontwikkelen en bepaalde natuurlijke rijkdommen niet te ontginnen. In Cancún ontstond er echter een wildgroei aan allerhande klimaatfondsen. De mechanismen hierachter zijn vaak ronduit onaanvaardbaar. Zo wordt een deel van de middelen bijvoorbeeld beheerd door de Wereldbank, een instelling die de landen uit het Zuiden altijd het mes op de keel heeft gezet en bovendien blijft investeren in grootschalige fossiele brandstof-projecten. Hier en daar leefde de hoop dat Durban op het vlak van de klimaatfondsen een stap in de goede richting zou kunnen betekenen. Maar ook deze hoop bleef onbeantwoord.

Gebeurde er dan niets positiefs in Durban? Wie met zijn neus op de onderhandelingen en de kleine lettertjes van de ontwerpteksten zit, weet dat het altijd nog erger had gekund. Het worst case scenario voor Durban was er één waarbij er helemaal geen post-Kyoto afspraak was gekomen. Het Kyoto-verdrag is immers het enige, internationale en wettelijke kader om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Zonder de garantie op een verlenging ervan, zouden we in een ronduit hopeloze situatie terechtgekomen zijn. Maar wordt de opvolger van het Kyoto-verdrag (Kyoto II) een lege doos? Voor de EU zou Kyoto II betekenen dat de in Europa reeds vastgelegde 20/20-doelstelling (20% reductie tegen 2020) opgenomen wordt in een nieuw internationaal klimaatprotocol. We kunnen niet anders dan erop wijzen dat deze Europese doelstelling eigenlijk onder de lat van het IPCC ligt. De andere Kyoto-landen zouden het in een volgend klimaatverdrag liever louter op vrijwillige reducties houden. Canada besliste op 13 december 2011 zelfs om uit Kyoto te stappen, om zo de boetes voor het niet naleven van het klimaatverdrag te vermijden.

Meer problemen dan oplossingen

Wat voor zin hebben internationale klimaatonderhandelingen die steeds verder wegdrijven van hun doel? Ons wereldwijd model gebaseerd op eindeloze winst en groei is zwaar olie-verslaafd. Vergelijkbaar met een verstokte roker die zegt: “Morgen stop ik ermee”, zo heeft Durban eens te meer de klimaatkwestie voor zich uitgeschoven. Morgen (in 2020) stoppen we met het massale gebruik van olie, gas en steenkool, maar vandaag nog niet. Het meest verontrustende is dat we helemaal niet zeker zijn dat het (niet-bindende) Durban-akkoord ook effectief zal worden uitgevoerd, met andere woorden of het beoogde tijdschema -waarin bindende maatregelen voorzien zijn tegen 2015- wel gevolgd zal worden. Hoeveel COP’s gaan er nog komen die concrete maatregelen uitstellen? Maar zelfs indien het Durban-akkoord wordt nageleefd, zal er ondertussen een hele hoge menselijke tol betaald worden voor de klimaatsverandering die onvermijdelijk wordt doorgezet.

De internationale klimaatbeweging mag zich niet laten opsluiten in de logica van deze COP-killers. Het uitblijven van een internationaal en bindend klimaatverdrag kan voor niets of niemand een excuus zijn om niet in actie te schieten tegen klimaatverandering of om geen maatregelen te eisen van de regeringen. In een artikel over de resultaten van COP17 in de Wereldmorgen merkt journalist Dirk Barrez op: “Eenzijdige stappen voor het klimaat bieden het onschatbare voordeel dat er niet moet worden over onderhandeld. Dat de wereld op die manier een reizend circus van duizenden vliegtuigreizen uitspaart, is mooi meegenomen. Ze hoeft dan ook geen getuige meer te zijn van een gênant applaus door de onderhandelaars voor een lege doos.”

Allicht is het wel belangrijk dat de onderhandelingen toch doorgaan. Ooit zal het hele proces immers toch tot een nieuw klimaatverdrag moeten leiden. Ondertussen is de wereld het meest gebaat bij een krachtdadige beweging die op alle niveaus de druk opvoert om tot sociale klimaatmaatregelen te komen. Buurtbewoners kunnen samen trachten om hun energiefactuur naar beneden te halen en toegang te krijgen tot groene energie. Steden en provincies kunnen kiezen om klimaatneutraal te worden binnen een redelijke termijn. Landen of groepen van landen kunnen en moeten er voor kiezen om veel verder te gaan in hun inspanningen dan de lamentabele klimaatonderhandelingen opleggen. Maar ze zullen dit slechts doen wanneer er een strijdvaardige klimaatbeweging opstaat die erin slaagt om via een sociale en solidaire aanpak van het probleem, een breed draagvlak op te bouwen en zo voldoende kracht ontwikkelt om politieke verandering af te dwingen. Dat is alvast een veel concreter perspectief dan het eindeloze wachten op de goodwill van een COP.

David Dessers is medewerker van vzw Climaxi

 

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by