Artikel
Georges Spriet
Printvriendelijke versie
Economische crisis en militarisering
Foto: Jedimentat44 on flickr

Economische crisis en militarisering

De economische recessie heeft zich op vele plaatsen in de wereld diep ingegraven door middel van massale werkloosheid, het ineenstorten van sociale overheidsprogramma's en de drastische verarming van miljoenen mensen. Ook de groei van de opkomende economieën is behoorlijk vertraagd. De financiële instorting van de markten heeft een diepgaande economische crisis veroorzaakt. Haar impact kreeg vorm in een kader van gestage 'financiarisering' van ons economisch systeem: het percentage van het 'bruto binnenlands product' van de wereld ('Gross World Product') dat gevormd wordt door transacties in de financiële en verzekeringswereld is enorm gegroeid ten opzichte van het percentage uit industriële activiteit.

Reeds voor deze economische recessie vond er een algemeen proces van militarisering plaats onder leiding van de VS en de NAVO. Sedert het einde van de Koude Oorlog is het Westen zo goed als permanent actief in een oorlog betrokken: Somalië, Irak, Bosnië, Joegoslavië en Kosovo, Afghanistan, Irak, Congo (o.a. operatie Artemis), piratenjacht voor de Somalische kusten, Libië, Mali.

De militarisering verdiept de crisis, de crisis verdiept de militarisering.

Grondstoffen 

Het is van belang het breder kader van de huidige ontwikkelingen te schetsen: ons economische systeem, het kapitalisme, komt in een globale crisis door zijn fundamenteel niet-duurzame karakter. De huidige productietechnologie en productiewijze gekoppeld aan de zoektocht naar de grootst mogelijke winst via economische groei, vormen een systeem dat frontaal botst op de ecologische limieten van onze planeet. Er heerst een fundamentele contradictie tussen de aard van de groei (basisinstrument voor winstmaximalisatie) die gebaseerd is op overconsumptie, en de beperkte grondstoffenvoorraden in de wereld. In dit kader is de toegang tot de grondstoffen vanzelfsprekend enorm belangrijk. Met de economische crisis wordt dit belang nog geaccentueerd. Er is al jarenlang een strijd aan de gang om grondstof-rijke gebieden te controleren, hetzij om zelf de grondstoffen te kunnen gebruiken, hetzij om het gebruik ervan door concurrenten te kunnen beïnvloeden. Denken we hierbij maar aan de oorlogen tegen Irak (olie) en Afghanistan (toegang tot de gas en olievelden in de voormalige Sovjetrepublieken), maar ook Libië en Mali vallen binnen dit kader. De westerse elite verbergt dit belang helemaal niet: 'energieveiligheid' vormt de hoeksteen van de veiligheidsdoctrine van zowel de EU als de NAVO. Ter illustratie kunnen we hier een interview aanhalen van het Duitse Handelsblatt met de voorzitter van de 'Allianz zur Rohstoffsicherung', een patronale club opgericht ter beveiliging en verzekering van de grondstoffenbevoorrading van Duitsland: “De geschiedenis toont dat de strijd om grondstoffen de basisoorzaak was voor vele oorlogen. Grondstoffen zijn immers het fundament voor het creëren van rijkdom en welvaart. Daarom moet Duitsland, samen met de EU en de NAVO, meer verantwoordelijkheid nemen op vlak van internationale politiek en veiligheid”. Deze laatste woorden vormen een eufemisme voor militair optreden. De vijand voor het Duitse patronaat is niet Rusland maar wel China: “We zien dat China vandaag al zowat 40% van de grondstoffen verbruikt, en zijn noden blijven groeien. We moeten grondig nadenken over de wijze waarop we de bevoorrading van de Duitse industrie kunnen garanderen.”

De industrie draaiende houden door de aanvoer van natuurlijke grondstoffen te verzekeren, houdt ook de VS enorm bezig. Er zijn een aantal commentatoren die wijzen op een mogelijke verschuiving in de geopolitieke verhoudingen door het grootschalig gebruik van schaliegas -gas gewonnen uit kleisteen- in de Verenigde Staten. De methode van hydraulisch fractureren wordt pas sinds het einde van de 20e eeuw op grote schaal gebruikt. De commerciële winning van schaliegas is dan ook een vrij jong fenomeen. De exploitatie van schaliegas zal de energiemarkten zeker beïnvloeden. Dankzij de winning van shaliegas zou de VS tegen 2035 een netto-uitvoerder in plaats van een invoerder van gas kunnen worden. Dat wil zeggen dat het van de VS een energie-onafhankelijk land kan maken. Schaliegas produceert wel CO2 bij gebruik en de ontginning ervan is zeer milieuvervuilend. Het staat in ieder geval vast dat deze nieuwe energiebron, investeringen in alternatieve duurzame energiewinning op de achtergrond zal doen verdwijnen. Of het een diepgaande verandering in de internationale relaties met zich mee zal brengen, valt nog af te wachten. We moeten immers rekening houden met de 'controle'-strategie van het Westen over de toegang van de economische concurrenten tot de energiegrondstoffen in de wereld. Maar dat de andere 'energieproducenten' (Golfstaten, Rusland, enzovoort) aan belang zullen inboeten lijkt zeer waarschijnlijk.

Financiarisering & militaire uitgaven

De financieel-economische crisis vindt haar eigenlijke oorsprong in het feit dat bankiers zich al jarenlang bezig houden met het ombuigen van elk economisch surplus in een stroom intrestbetalingen. Het was lucratiever om in 'schulden' te investeren dan in economische activiteiten. Dit wordt door sommigen de FIRE-economie genoemd ('Finance, Insurance, Real estate'), waarbij grote investeerders ook zochten en zoeken naar reële onderpanden, zoals grondstoffen, voor hun beleggingen. Ondanks de enorme buitenlandse schuld van Washington blijft de dollar grotendeels de munt van de internationale handel, ondanks de post-industriële economie en de enorme militaire budgetten die de overheidsschuld blijven aandikken in de VS. Deze militaire dimensie koppelt de financiële crisis rechtstreeks aan de militaire hegemonie van de Verenigde Staten. Het is helemaal niet onlogisch dat anderen, in de eerste plaats de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, China, India en Zuid-Afrika), naar alternatieven zoeken voor dit globale dollarsysteem. Momenteel houden ze met hun spaargelden immers een systeem in stand dat letterlijk hun militaire omsingeling financiert. Bepaalde BRICS landen zijn lid van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie(SCO). Wat staat er te gebeuren indien men in de SCO beslist om een stevige militaire pijler te ontwikkelen?

De meest uitdrukkelijke en directe band tussen militarisering en de economische crisis vindt men terug bij de jarenlange hoge defensie-uitgaven in de wereld. De VS spant hier de kroon met bijna evenveel militaire uitgaven als alle andere landen samen. Er wordt in dit verband over 'militair keynesianisme' gesproken, waarbij de overheid bestellingen plaatst bij de (militaire) industrie met de bedoeling de economie aan te zwengelen. Militaire productie is inderdaad reële productie en de betrokken bedrijven incasseren grote winsten, maar sociaal gezien zijn militaire uitgaven toch een verkwisting. Er worden wel lonen betaald aan de werknemers die in de militaire industrie werken, maar op het vlak van de creatie van tewerkstelling zijn andere sectoren veel efficiënter. De producten die de militaire industrie maakt, kunnen doorgaans niet worden gebruikt en indien ze wel gebruikt worden, leiden ze uitsluitend tot vernietiging van waarde, vernielingen allerhande en massale doodslag. Hoge militaire uitgaven vergroten de druk op het overheidsbudget en zijn in veel gevallen de rechtstreekse oorzaak van grotere staatsschulden. Kijken we in dit verband maar naar de VS of naar Griekenland. De Griekse defensie-uitgaven behoren proportioneel tot de hoogste van de wereld. Terwijl Griekenland door verschillende Europese landen beschuldigd wordt van 'begrotingslaksheid', werd het tegelijkertijd door diezelfde landen aangemaand om militair materieel bij hen te blijven aankopen. Het aflossen van de schulden en de terugbetaling ervan, worden extra moeilijk in crisistijden met hoge militaire uitgaven. Er blijven onvermijdelijk onvoldoende fondsen over voor sociale programma's, voor onderwijs en gezondheidszorg, en bovendien is er dan ook te weinig geld voor andere productieve investeringen en infrastructuurwerken.

In tijden van economische crisis zijn de leiders van de wapenproducerende landen extra bezorgd om buitenlandse klanten te vinden voor hun wapenfabrikanten. Ze ontpoppen zich tot regelrechte handelsvertegenwoordigers. De uitvoer van wapens komt in feite neer op marktdiversificatie om de productiecijfers op te krikken, en om de onderzoeks- en ontwikkelingskosten te helpen dekken om zo een optimalisatie te bereiken van de productiecapaciteit. Maar het betreft ook een soort van cliëntelisme vanwege de productielanden om bevriende naties van wapens te voorzien. Eventueel ook in het strategisch kader van een oorlog-via-derden waarbij men hoopt dat lokale machten bepaalde landen aanpakken.

Meer van het zelfde

De crisis is ook een duwfactor voor de neoliberale mondialisering. Via vrijhandelsverdragen, delokalisatie en buitenlandse investeringen krijgen de grote actoren van het neoliberalisme voet aan de grond in allerlei landen. De crisis zelf is een gedroomde 'schok' om landen te overtuigen en te dwingen tot het uitverkopen van de overheidsbezittingen. Kijk maar naar de dwang tot privatisering in Griekenland. Wie niet in het stramien van neoliberalisering stapt, wordt de vijand. Wie zijn binnenlandse markt niet open stelt voor het buitenlands grootkapitaal wordt geviseerd, desnoods ook militair. Bij de zogenaamde 'natie-opbouw' van Irak en Afghanistan probeert de internationale gemeenschap alleen maar institutionele neoliberale schema's in te voeren, waarbij de staat een totale afbraak ondergaat.

De crisis dwingt de grote economische actoren naar een scherpere concurrentie om een groter deel van de marktkoek te kunnen aanspreken. De nieuwe aandacht van de VS voor de Aziatische regio van de Stille Oceaan heeft duidelijke economische doelstellingen en wil beletten dat concurrent China niet zomaar open spel krijgt in zijn eigen 'achtertuin'. President Obama zet binnen deze context erg in op een initiatief van zijn voorganger G. W. Bush, met name het 'Trans Pacific Partnership'. Deze partnerschappen van de VS met landen in de Pacifische regio draaien om vrijhandel, privé-investeringen en het terugdringen van de overheid. De economische verdieping van handelsbetrekkingen met een reeks Zuid-Oost-Aziatische landen heeft ook een militaire component. Nauwere militaire banden met Japan, de Filipijnen, Indonesië, Maleisië en zelfs met Vietnam. De militaire samenwerkingen die tegen de 'dreiging van de grote Chinese draak' moeten optornen, vormen ook de sleutel tot het openbreken van de markten. Omgekeerd vergt de vrijhandel ook militaire capaciteiten, bijvoorbeeld om de vaarroutes langs smalle zeestraten en betwiste eilanden te controleren.

Conflicten & criminalisering van protest

De financieel-economische crisis leidt ook tot conflicten tussen landen en regio's die tot nog toe partners waren. Kijk maar hoe het neoliberale beleid van besparingen om de schulden te kunnen betalen, leidt tot openlijke beschuldigingen (bijvoorbeeld tussen Griekenland en Duitsland) en hernieuwd nationalisme (zie het succes van Gouden Dageraad in Griekenland). De EU kreeg in 2012 de Nobelprijs voor de Vrede maar het economische beleid van de Unie is de rechtstreeks oorzaak van conflicten, onverdraagzaamheid en onveiligheid. Het neoliberalisme is verdragsrechtelijk verankerd in de EU. Hierdoor kunnen de nationale leiders zich verschuilen achter de politieke EU-paraplu. Ze kunnen zich op die manier afschermen tegen de kritiek van hun kiezers en verder hetzelfde beleid aanhouden dat de overheidsuitgaven sterk inkrimpt. “Het moet van Europa”, heet het dan. Om alle besparingen aan te kunnen, verhaalt de centrale regering de inspanningen ook op hun regio's en gemeenschappen. Dit leidt tot vernieuwde interne spanningen: Catalonië tegen Madrid, Noord-Italië tegen Rome, Vlaanderen tegen Brussel, enzovoort. De sociale afbraakmaatregelen die de landen van de EU invoeren tegen de economische crisis, leiden uiteraard tot heel wat ongenoegen en protest. Maar er is een groeiende tendens ontstaan om sociaal protest te criminaliseren. Betogingen, stakingen, bezettingen, directe acties worden zeer repressief aangepakt. Daarbij worden regelmatig effectieve gevangenisstraffen uitgesproken. In dit verband moeten we ook wijzen op het Verdrag van Lissabon (van kracht sinds 2009) waarin gesproken wordt over “assistentie en solidariteit onder de lidstaten in geval van een terroristische aanval of een natuurlijke of door de mens veroorzaakte catastrofe”. Stelt u zich even voor dat er morgen Griekse politiemensen of Portugese soldaten mee protesteren tegen de besparingen van hun respectievelijke regeringen. Komen we dan in de buurt van een 'door de mens veroorzaakte catastrofe'? Worden er dan EU-legers ingezet om de centrale regeringen in Griekenland of Portugal te 'assisteren'?

Besluit

Er is duidelijk een ander soort groei nodig in een ander soort samenleving, om sociale chaos onder militaire controle te vermijden. Zonder een financiële, economische en politieke regulering zal het Westen een verdere sociaal-economische achteruitgang kennen (sociale crisissen, groeiende armoede,...). In plaats van militaire bondgenootschappen zoals de NAVO of het militaire luik van de EU, hebben we regionale overeenkomsten nodig voor samenwerking en veiligheid in functie van de gemeenschappelijke belangen van de bevolkingen tegen de ultraliberale privébelangen.

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by