Artikel
Walter Lotens
Printvriendelijke versie
Evo Morales begint aan een derde ambtstermijn
Foto: Sebastian Baryli

Evo Morales begint aan een derde ambtstermijn

Op 12 oktober 2014 behaalde Evo Morales een derde eclatante verkiezingsoverwinning op rij. De partij van Morales, de MAS (Movimiento Al Socialismo), behaalde 61,36% van de stemmen. Ondanks deze electorale walk-over blijft het 'proceso de cambio' (veranderingsproces) in Bolivia een boeiend, maar zeer moeizaam proces. 

Vijfenvijftig jaar is Evo Morales. De hele wereld kent intussen deze geblokte vijftiger met de inheemse trekken en zijn eenvoudige alpaca truien. Dat was twintig jaar geleden niet zo. De jonge vakbondsman van de 'cocaleros', de Boliviaanse coca(plant)telers, was toen nochtans verschillende keren in België op uitnodiging van Broederlijk Delen.

Evo Morales, is een etnische Aymara en is afkomstig uit een dorp in de buurt van de stad Oruro, midden in de onherbergzame Altiplano. De zieltogende mijnbouwsector verplichtte hem, zoals zovelen van zijn generatie, om elders dan in zijn geboortestreek werk te gaan zoeken. Zo werd hij cocateler in de Chaparé, een vruchtbaarder, minder hoog gelegen gebied in de buurt van de grote stad Cochabamba. Daar begon zijn ster te rijzen. In de jaren 1990 werd hij voorzitter van zes federaties van cocatelers en in 1997 werd hij volksvertegenwoordiger. Hij wierp zich op als de onbetwiste leider van de nieuwe partij MAS en verloor in die hoedanigheid zeer nipt de Boliviaanse presidentsverkiezingen van 2002 tegen de zittende mijnbouweigenaar Gonzalo 'Goni' Sánchez de Lozada. De nieuwe sociale bewegingen legden Cochabamba en het land lam tijdens de zogenaamde wateroorlog van 2000 en tijdens de gasoorlog in 2003, waardoor Sánchez de Lozada, na hevige straatgevechten waarbij tientallen doden vielen, tot aftreden werd gedwongen.

Nieuwe sociale bewegingen

Evo Morales was een product van de nieuwe sociale bewegingen (inheemsen, cocaleros, milieu- en vrouwenbeweging) die van onderuit en tegen de traditionele partijen in, de staatsmacht wisten te veroveren. Eind 2005 werd hun exponent Evo Morales met 53% van de stemmen tot president verkozen. Niemand deed tot dan toe ooit beter in Bolivia. De hoogste score van een presidentskandidaat sinds het revolutiejaar 1952, was immers 35% van de stemmen. De Boliviaanse geschiedenis is trouwens geen mooi voorbeeld van democratische verkiezingen. Tijdens de 189 jaar van onafhankelijkheid vonden er niet minder dan 188 coups plaats. In de verkiezingen van eind december 2009 deed Evo Morales het nog veel beter dan in 2005. Hij kreeg niet minder dan 63% van de stemmen achter zijn naam. Vijf jaar later zit hij opnieuw dicht bij dat percentage waardoor hij tot 2020 in het presidentiële zadel blijft. Samuel Doria Medina, zijn belangrijkste tegenstrever afgelopen oktober bleef steken op ongeveer 25%. Als Morales de presidentiële rit afmaakt, wordt hij het langst zittende Boliviaanse staatshoofd sinds 1839. En er is meer: met de tweederde meerderheid die Morales behield in het parlement, is een grondwetswijziging mogelijk waardoor hij nog een vierde ambtstermijn zou kunnen aanblijven. In acht van de negen departementen - alleen niet in Beni - behaalde MAS een overwinning, ook in het machtige departement Santa Cruz dat de afgelopen jaren een grote dwarsligger was. Dat verleidde Morales tot de uitspraak dat er in Bolivia nu geen halve, maar een volle maan aanwezig is, waarmee hij verwees naar de halve maandepartementen (media luna) in het oosten van het land die op separatisme uit waren. Morales droeg zijn recente electorale overwinning op aan de Cubaanse leider Fidel Castro en aan wijlen Hugo Chávez. 

Economische verwezenlijkingen

In een van zijn eerste reacties op de overwinning zei Morales: “Het is een triomf voor de antikolonialisten en anti-imperialisten. We zullen onze groei doorzetten en het proces van economische bevrijding voortzetten.” Dat zijn inderdaad de twee sleutelelementen van het proceso de cambio dat al sinds 2006 aan de gang is. De Morales-periodes zijn zeker op dat vlak niet onverdienstelijk geweest. Op negen jaar tijd is Bolivia er economisch heel wat beter op geworden. Dat lees je ook in onverdachte bronnen. Onlangs verscheen er in de New York Times een lovend artikel over het macro-economisch beleid van Evo Morales dat als “voorzichtig” werd bestempeld en La Nación, het dagblad van de Argentijnse oligarchie, titelde “Bolivia geeft de toon aan”. Ondanks de totaal andere aanpak van de regering Morales krijgt Bolivia van de Wereldbank goede economische cijfers. De waarde van de Boliviaanse handel met het buitenland is tussen 2006 en 2011 gegroeid naar 7.317 miljoen dollar. Medio 2010 deelde de Wereldbank mee dat Bolivia was toegetreden tot de landen met een ‘gemiddeld inkomen’. Ook het IMF feliciteerde Bolivia in 2010 voor zijn economische groei van 6,1%, een van de hoogste groeicijfers in Latijns-Amerika. CEPAL, de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Caraïben van de VN, berekende dat de Boliviaanse economie in 2011 met 5,3% groeide, wat boven het Latijns-Amerikaanse gemiddelde ligt.

Sociale verwezenlijkingen

Bolivia kende niet alleen een aanzienlijke economische groei, op sociaal gebied werd er ook heel wat verwezenlijkt. In de voorbije jaren zijn de regeringen onder Morales erin geslaagd om de levensstandaard van de bevolking behoorlijk op te krikken. Het nationaal inkomen per persoon in Bolivia -nog steeds een van de armste landen van het continent- is in die periode verdubbeld: van 894 dollar in 2003 naar 1.849 dollar in 2010. In 2003 was de schuldenlast van Bolivia 64% van het BNP. In 2010 nog slechts 15%. Ter vergelijking: België zit met een schuldenlast van 99% van het BNP opgezadeld.

Economische indicatoren wijzen op een verlaging van de werkloosheid en een vermindering van de armoede, maar ook op een verbetering van de gezondheidszorg en het onderwijs. Tussen 2005 en 2010 is de extreme armoede in Bolivia teruggevallen van 38 op 25% en de werkloosheidscijfers van 8,5 op 4%. Het UNDP berekende dat Bolivia het topland in Latijns-Amerika is wat betreft het overhevelen van middelen naar het armste deel van zijn bevolking, met name 2,25% van het BBP. Die herverdeling van de rijkdom gebeurt via het toekennen van 'bonos' (toeslagen) aan de zwakkere groepen in de samenleving. Zo kunnen gezinnen vandaag een kinderbijslag krijgen (de zogenaamde 'bono Juancito Pinto' voor lagere schoolleerlingen) van ongeveer 45 dollar. De 'renta dignidad' is het begin van een pensioentje voor de ouderen. Het Boliviaanse pensioenstelsel is intussen genationaliseerd en uitgebreid naar de drie miljoen mensen die werken in de informele sector (60% van de werkende bevolking), zoals straatverkopers en buschauffeurs. Terwijl Morales de basis probeert te leggen voor een welvaartsstaat die nooit bestaan heeft in Bolivia, doet men er in Europa alles aan om het tegenovergestelde te bewerkstelligen. 

Re-nationalisatie en industrialisering

Om die herverdelende maatregelen te kunnen betalen, zet de regering Morales in op een politiek van re-nationalisatie maar dan binnen het kader van een gemengde economie, want artikel 56 van de nieuwe grondwet garandeert het recht op privé-eigendom. Vanaf zijn aantreden in 2006 voerde Morales een zachte vorm van ‘nationalisaties’ in, die zich echter beperkte tot het heronderhandelen van de royalty's aan de multinationals die in het land werkzaam zijn. In de nieuwe wetgeving werd bepaald dat 18% van de verkoopprijs per vat olie toekwam aan de productiemaatschappijen en 82% aan de staat. 

Belangrijker nog zijn de ambitieuze pogingen om Bolivia om te vormen van een grondstof-exporterend naar een geïndustrialiseerd land. Het beste voorbeeld daarvan zijn de pogingen om lithium te ontginnen en te verwerken in de Salar de Uyuni-mijn. Onder de Boliviaanse grond zit een derde tot de helft van de wereldvoorraad aan lithium. Deze grondstof wordt onder meer gebruikt in accu's van laptops, telefoons, auto's en in geneesmiddelen. “Als we de grootste voorraad lithium in Bolivia hebben, waarom kunnen we niet de grootste fabriek van de sector hebben? Dat zal ons doel zijn en we gaan ervoor”, aldus Morales. Bolivia kan zo’n immens project niet alleen aan en moet kapitaal en technologie uit het buitenland binnenhalen. Onlangs demonstreerde Evo Morales een elektrische fiets met accu van eigen fabricaat. Het uiteindelijke doel? Elektrische auto’s made in Bolivia. Raf Kusters schreef afgelopen oktober op de MO*-website dat de Technische Universiteit Delft in Nederland technologie voor lithium-ionbatterijen levert en dat er in Bolivia een batterijenfabriek ‘sleutel-op-de-deur’ komt, geleverd door China. 

Bolivia is ook voorbereidingen aan het treffen om een programma op te zetten waarbij elektriciteit moet worden opgewekt via kernenergie. Volgens een bron bij het Boliviaans Instituut voor Atoomwetenschap en Technologie (IBTEN) heeft het land   langetermijnplannen om een kerncentrale te bouwen. De bedoeling van het nucleaire programma is niet enkel de opwekking van elektriciteit, maar ook het up-to-date zijn in velden als de radiotherapie, de mijnindustrie en de hydrologie.

De nieuwe grondwet

Een andere belangrijke verwezenlijking van de voorbije Morales-regeringen is de nieuwe Boliviaanse grondwet, een dikke pil met 411 artikels die in 2009 per referendum en na er jarenlang aan gewerkt te hebben, werd goedgekeurd. Voor Morales ging het over niet meer of niet minder dan een ‘herstichting’ van de staat Bolivia, want bij de oorspronkelijke creatie van de Boliviaanse staat in 1825, zo zei hij, “waren de inheemsen niet aanwezig”. In artikel 1 van de nieuwe grondwet wordt het nieuwe Bolivia gedefinieerd als een ‘plurinationale’ staat waarin 36 inheemse etnieën erkend worden. Ook het 'buen vivir', het goede (samen)leven, staat in de nieuwe Boliviaanse grondwet ingeschreven. Het gaat in het leven niet alleen om productie en/of kapitaalaccumulatie. Bij buen vivir gaat het om een kwalitatief hoogstaand leven: 'vida en plenitud' betekent zoveel als leven in volheid, waarin een evenwicht bereikt is tussen het materiële en het spirituele. In de grondwet werden ook de voorwaarden opgesomd om tot buen vivir te komen: recht op water, recht op voedsel en voedselsoevereiniteit, recht op een schoon leefmilieu, recht op onderwijs en gezondheid. 

Ook heel de staatkundige organisatie, met meer bevoegdheid voor het lokale en departementale niveau, werd herdacht. De grondwet laat toe dat inheemse bevolkingsgroepen hun grondgebied zelf besturen. Bijgevolg krijgen ze ook zeggenschap over de natuurlijke bodemrijkdommen. Naast deze inheemse autonomie worden in de grondwet ook vormen van zelfbestuur erkend op departementaal, regionaal en gemeentelijk niveau. De oppositie tegen Morales in het laagland eiste de afgelopen jaren veel meer departementale autonomie ten opzichte van de centrale overheid in La Paz. Maar de departementale autonomie in de nieuwe grondwet gaat lang niet zo ver als de oppositie had gehoopt. Bolivia blijft als eenheidsstaat bestaan.

Met vallen en opstaan

Het resultaat van de recente verkiezingen doet uitschijnen dat een meerderheid tevreden is met de Morales-regeringen. Dat is ook zo en toch… Het proceso de cambio verloopt niet conflictloos. Verre van. In zijn tweede ambtsperiode heeft Evo Morales vaak voor hete vuren gestaan. Zijn populariteit kende een merkwaardige jojo-beweging. Toen ik enkele jaren geleden door Bolivia reisde was de populariteit van Morales tot onder de 30% gezakt. Ik zag in Cochabamba en in La Paz betogingen tegen de regering van ontevreden groepen, ook van inheemsen, doorgaans zijn eigen achterban, die vonden dat het proceso de cambio niet snel genoeg ging. Zij hadden nu wel voor één van hen gestemd, maar dat leverde niet dadelijk meer brood op de plank op. Dat leidde tot frustratie. Corruptie en cliëntelisme, ook binnen MAS (de transformatie van sociale beweging naar partij verloopt zeker niet vlekkeloos), hebben eveneens tot ongenoegen geleid.

Eind 2011 leidde de zogenaamde TIPNIS-affaire tot zeer grote spanningen. Het conflict ging over de aanleg van een geasfalteerde weg van 306 km tussen Villa Tunari in het departement Cochabamba tot San Ignacio de Moxos in het departement Bení. Het traject werd opgedeeld in drie delen. Vooral het 177 km lange middengedeelte lag onder vuur. Dat is namelijk het stuk dat door het inheemse territorium en natuurpark Territorio Indígena Parque Nacional Isiboro-Sécure (TIPNIS) zou lopen. De gevolgen voor de flora en fauna in het TIPNIS-gebied en voor de verschillende inheemse volkeren die er leven, zouden volgens verschillende studies drastisch zijn. Het gaat over een belangrijk natuurgebied van ongeveer 12.000 km² dat sinds 1990 van een dubbel statuut geniet: als beschermd natuurgebied en als inheems territorium of TCO ('Territorio Comunitario de Origen'). Inheemse groepen verzetten zich fel tegen het tracé en ondernamen een protestmars op La Paz. Morales beloofde uiteindelijk terug te komen op de oorspronkelijke plannen, maar het dilemma tussen enerzijds de verdediging van Pachamama (moeder aarde) en anderzijds de economische ontwikkeling, blijft nog steeds bestaan. Dit vormt ook een van de grote uitdagingen voor de nieuwe ambtsperiode van Evo Morales. 

De Boliviaanse president zit in een moeilijke spagaathouding tussen enerzijds economische ontwikkeling en anderzijds de bescherming van inheemse rechten en de natuur. Rumoerige sociale bewegingen maken die positie dubbel zo moeilijk. Het vele bochtenwerk van de regering Morales in het hele TIPNIS-dossier kan als een zwakte worden beschouwd, maar toch wijst de Uruguayaanse analist Raúl Zebechi, die de  ontwikkelingen in Bolivia op de voet volgt, ook op een positief aspect van deze houding. “Bolivia is rijk aan sociale bewegingen die bereid zijn hun leven te geven voor iets wat ze niet willen, maar het is tevens een land dat over een president beschikt die het aandurft om vergissingen te bekennen en op beslissingen terug te komen”. 

Misschien is dat een van de elementen die Morales van een meerderheid van de Bolivianen een blanco cheque heeft opgeleverd om verder te regeren. De vraag is echter of het bonkige lichaam van Morales - maar ook zijn geest -  voldoende soepel zal zijn om te kunnen omgaan met die spanning tussen Pachamama en economische productiviteit. Aan twee kanten wordt er aan hem getrokken. Er is ten eerste de niet geringe invloed van zijn vicepresident García Linera, die een sterkere staat voorstaat met westers georiënteerde macro-economische maatregelen om groei te bevorderen. Maar er is ook de eveneens niet geringe invloed van zijn minister van Buitenlandse Zaken, David Choquehuanca, de vertegenwoordiger van het inheemse communautaire aspect en het etnisch pluralisme die in de nieuwe grondwet verankerd zitten. Morales zal niet gevierendeeld worden zoals de Aymara-held Túpac Katari, maar hij zal in zijn derde regeerperiode al de energie in zijn sterke lichaam moeten aanwenden om de middelpuntvliedende krachten van het nationaal project bij elkaar te houden.  

Bolivia is een maatschappelijk laboratorium waarin oud en nieuw aan het gisten zijn. Moeder Aarde én moderniteit, buen vivir én productiviteit, platteland én verstedelijking, culturele eigenheid én pluraliteit, traditionele politiek én nieuwe sociale bewegingen, fundamentalisme én realpolitiek, centralisme én regionalisme, (neo)liberalisme én (neo)socialisme. Een boeiend, maar moeilijk proceso de cambio.

Walter Lotens is journalist en Latijns-Amerika watcher. Hij schreef al verschillende boeken over Bolivia. www.walterlotens.net

Dit artikel is ook verschenen in het tijdschrift Vrede jan - feb 2015

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by