Artikel
Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
 Griekse militaire uitgaven en de schuldencrisis
Foto: Max Pixel

Griekse militaire uitgaven en de schuldencrisis

Geregeld krijgen we te lezen dat de Grieken boven hun stand leefden waardoor de schuldencrisis uitbrak. 

Een rapport van de Waarheidscommissie voor de Openbare Schuld, dat in opdracht van het Griekse parlement de oorzaken van de schuldencrisis onderzocht, geeft echter een heel ander beeld. Vanaf 1980 waren de Griekse overheidsuitgaven in verhouding met het Bruto Binnenlands Product (BBP) lager dan het Europese gemiddelde. Er was slechts één departement dat hoger scoorde dan het Europees gemiddelde: defensie.

Het rapport stelt dat de buitensporige Griekse defensie-uitgaven goed zijn voor maar liefst 40 miljard euro van de totale opgebouwde schuld tussen 1995 en 2009. Hoewel er sinds de schuldencrisis al zwaar is gesnoeid in de defensie-uitgaven, blijft Griekenland met een defensiebudget van 2,2% van het BBP ruim boven het gemiddelde van de Europese NAVO-lidstaten. Dat staat op 1,5% van het BBP. Griekenland is een van de enige Europese landen die tegemoetkomt aan de door de NAVO voorop geschoven norm van 2% van het BBP voor defensie-uitgaven. In de groep van Europese NAVO-landen voldoen alleen Estland (2%) en Groot-Brittannië (2,2%) aan die norm. Terwijl de Griekse economie zwaar is gekrompen, zijn ook de defensie-uitgaven met een derde gedaald, van 6 miljard euro in 2010 naar 4 miljard euro in 2014. In het jongste Griekse voorstel aan de trojka (de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds) zou er nog eens voor 200 miljoen euro in het defensiebudget worden gesnoeid en volgens de Griekse regeringswoordvoerder mag die besparing “met plezier” nog groter. Maar belangen in binnen- en buitenland maken het verder besparen op de Griekse defensie-uitgaven niet evident. Volgens een bericht in de Duitse krant Frankfurter Allgemeine, die 'kringen van Europese onderhandelaars' citeert, verwierp het IMF een voorstel van de Europese Commissie om de geëiste besparingen in de laagste pensioenen ter waarde van 400 miljoen euro, te vervangen door even grote besparingen op defensie. Het IMF ontkende dit bericht, maar het valt wel op dat de focus van het IMF bij de onderhandelingen zwaar op de vermindering van de pensioenen van de bevolking en een hogere belastinginning ligt. De militaire uitgaven kwamen zelden onder vuur te liggen - verbazend omdat defensie in Griekenland relatief gezien een zeer grote hap neemt uit het openbare budget.

Historisch hoge defensie-uitgaven

Achter de astronomische militaire uitgaven schuilt een lange geschiedenis. Na de Duitse bezetting tijdens Wereldoorlog II kwam Griekenland van 1946 tot 1949 terecht in een bloedige burgeroorlog. De uit ballingschap teruggekeerde anticommunistische regering leverde strijd tegen het voormalig communistisch verzet. Deze oorlog vormde de rechtstreekse aanleiding voor de afkondiging in 1947 van de Truman-doctrine door de gelijknamige Amerikaanse president. Landen die zich door communistische expansie bedreigd voelden konden voortaan rekenen op Amerikaanse hulp, zo ook de Griekse regering. Terwijl de rest van West-Europa met Amerikaans geld de economie heropbouwde, lag de focus in Griekenland op militaire investeringen. Griekenland was tijdens de Koude Oorlog een frontstaat geworden in de strijd tegen het communisme en genoot van massale Amerikaanse militaire steun. Vanaf het midden van de jaren 1950 verminderde de VS-steun waardoor de militaire last op de Griekse schouders terechtkwam. De toenemende spanningen tussen Griekenland en Turkije – nochtans allebei NAVO-lidstaten – zorgden er voor dat de militaire uitgaven nog verder opgedreven werden. Het jaar na de Turkse invasie van Cyprus in 1974 werd het defensiebudget nagenoeg verdriedubbeld (van 807 miljoen dollar naar 2,2 miljard dollar). Tegen het begin van de jaren 1980 vertegenwoordigden de Griekse militaire uitgaven 7% van het BBP!

Territoriale disputen en de vondst van olie in de Egeïsche Zee bleven de relaties met Turkije verzuren, wat Ankara en Athene tot een wapenwedloop aanzette. Volgens het Zweeds Vredesonderzoeksinstituut SIPRI gaven de Grieken in de periode van 1974 tot 2010 voor 218,5 miljard euro uit aan defensie. Indien Griekenland zijn militaire uitgaven beperkt zou hebben tot het gemiddelde van de Europese NAVO-landen (1,5% van het BBP) dan had het 108 miljard euro kunnen sparen.

Wapenaankopen

De Griekse militaire uitgaven werden niet alleen de hoogte ingedreven door binnenlandse en buitenlandse spanningen. In 2006 maakte de toenmalige regering haar plannen bekend om het komende decennium 27 miljard euro te reserveren voor wapenaankopen. Volgens de toenmalige minister van Defensie was een deel van dat geld bestemd om oude schulden af te lossen, maar desondanks is 27 miljard euro een enorm bedrag voor Griekenland. Wapenbedrijven uit landen als de Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk waren erop gebrand om zo veel mogelijk mee te pikken van dat enorme bewapeningsbudget. In de periode van 2003 tot 2007 was Griekenland de vierde belangrijkste wapenimporteur ter wereld en in de periode van 2008 tot 2012, de vijftiende. Het importvolume tussen die twee periodes daalde met 61%, maar bleef onnodig hoog. Griekenland zat ondertussen opgescheept met een pak militair materieel waar het geen behoefte aan had en/of waarvoor het de werkings- en onderhoudskosten niet kon opbrengen. Tijdens het historisch bezoek aan Griekenland van de Turkse president Erdogan in 2010, liet de Griekse vicepremier Theodore Pangalos zich ontvallen dat hij “nationale schaamte” voelde elke keer dat hij zich “verplicht voelt om wapens te kopen die we niet nodig hebben”.

Duitsland is niet alleen een belangrijke schuldeiser van Griekenland, maar ook het Europese land dat het meest heeft geprofiteerd van de vele Griekse wapenaankopen. Duitsland is goed voor 15% van de Griekse wapenimport. Frankrijk volgt met 10% op de tweede plaats. Grote druk om op defensie te besparen was er nooit. Integendeel. In het verleden zaten in het gevolg van de Duitse en Franse toppolitici tijdens hun staatsbezoeken aan Athene steevast mensen die wapencontracten hoopten te slijten. Vooral de Duitse duikbootdeal in 2010 (de aankoop van twee onderzeeërs en de modernisering van een derde onderzeeër ter waarde van 1,3 miljard euro), staat symbool voor de Duitse hypocrisie. 2010 is immers ook het jaar van het eerste Europese hulppakket aan Griekenland ter waarde van 110 miljard euro aan leningen, dat echter vooral diende om Europese banken af te betalen (en te redden). Stelios Fenekos, een 52-jarige vice-admiraal in de 22.000 manschappen tellende Griekse marine, nam uit protest ontslag met de volgende woorden: “Hoe kan je de mensen vertellen dat we nieuwe onderzeeërs kopen op hetzelfde ogenblik dat er besloten wordt om te snoeien in hun lonen en pensioenen.” Hij refereerde aan de net opgelegde besparing van 5% op de pensioenen om de crisis het hoofd te bieden. Volgens Fenekos ging het bovendien over een nutteloze aankoop en was de Griekse marine niet in staat om de duikboten te onderhouden. Het duikbotenakkoord van 2010 kwam bovenop een eerder afgesloten contract voor de aanschaf van 4 andere Duitse onderzeeërs. In totaal ging het om een bedrag van rond de 3 miljard euro. Eveneens in het jaar 2010 sloot Frankrijk wapencontracten af met Athene ter waarde van 800 miljoen euro. Er verschenen verschillende berichten in de pers -gebaseerd op Griekse en Europese politieke bronnen- dat de wapencontracten zelfs een voorwaarde waren voor Duitse en Franse steun aan het Europese financiële reddingspakket voor Griekenland. In elk geval is het duidelijk dat het defensiebudget grotendeels werd ontzien van besparingen. In 2010 leverde het militaire budget maar 0,2% van het BBP in, zo'n 457 miljoen euro. Dat lijkt veel, maar het is beduidend minder dan wat de Trojka toen voorstelde aan besparingen in de sociale uitgaven (1,8 miljard euro). Het Griekse parlement nam nam zich in 2012 de vrijheid om een begroting te steunen die 2 miljard extra wilde besparen op de sociale uitgaven, terwijl de bijdragen aan de NAVO met 60 miljoen euro en de defensie-uitgaven met 200 miljoen euro mochten stijgen. Als belangrijke schuldeiser verlangt de Duitse regering strenge overheidsbesparingen van Griekenland, maar over de post defensie rept ze doorgaans met geen woord. Ook tegenover de pers houdt Berlijn zich zoveel mogelijk op de vlakte wat de lopende Duitse wapencontracten met Athene betreft. Dat heeft alles te maken met diepgewortelde economische belangen. Duitsland is immers het land dat het meest profijt haalt uit de Griekse defensie-uitgaven. Een woordvoerder van de Duitse regering legde onlangs uit dat ze erop vertrouwt dat Athene op eigen verantwoordelijkheid zinvolle bezuinigingen zal overwegen op de militaire uitgaven, maar dat ze de fundamentele verwachting koestert dat contracten zullen nageleefd worden.

Met een aantal van die contracten was smeergeld gemoeid. Dat was het geval voor het duikbotencontract, waarvoor 62 miljoen euro aan steekpenningen is neergeteld. Het Duitse bedrijf Ferrostaal is daarvoor later veroordeeld met een boete van 140 miljoen euro, maar aan de voorwaarden van het contract veranderde niets. Ook Rheinmetall betaalde steekpenningen voor een moderniseringspakket van pantservoertuigen en kreeg daarvoor een boete van 37 miljoen euro. Krauss-Maffei-Wegmann, het wapenbedrijf dat Griekenland in 2009 nieuwe Leopard-tanks leverde, wordt er ook van verdacht smeergeld te hebben betaald, maar blijft ontkennen. Deze tanks stonden er trouwens jarenlang nutteloos bij want er bleek geen geld meer voor de munitie, die pas in 2014 door Rheinmetall geleverd werd. Corruptie en smeergeld bezorgden Griekenland heel wat overtollig militair materieel. Zo beschikt het Grieks leger over meer Leopard-tanks (353) dan het Duitse (225). In totaal telt het Griekse leger zelfs 1.600 tanks, viermaal meer dan Duitsland.

Rechtse minister van Defensie

Hoewel het linkse Syriza altijd heeft gepleit voor zware besparingen op defensie, blijkt het – nu de partij in de regering zit - niet evident om daar ook effectief werk van te maken. Het leger – dat van 1967 tot 1973 het land bestuurde – is een behoudsgezind en machtig bastion. Bij te hoge besparingen zou de regering de steun van het leger onmiddellijk kunnen verliezen. Defensie is bovendien als enige ministerpost in handen van Syriza's kleine rechts-nationalistische coalitiepartner, ANEL. De Griekse minister van Defensie, Panos Kammenos, is niet alleen een nationalist maar droomt ook van een sterk leger. Een van zijn eerste maatregelen in januari 2015 was de modernisering van de verkenningsvliegtuigen ter waarde van 500 miljoen euro! Het antwoord op de kritiek van de oppositie was dat dit noodzakelijk was om de NAVO-taken te kunnen blijven waarnemen.

 

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by