Artikel
Antoine Uytterhaeghe
Printvriendelijke versie
Het imperium en zijn crisis
Beeld: Enlight on wikipedia

Het imperium en zijn crisis

Aan de unilaterale mondiale dominantie van de Verenigde Staten is een einde gekomen en dat zorgt ook voor andere machtsverhoudingen tussen de kapitalistische staten.

De jongste financieel-economische crisis zal niet eindigen, omdat de wortels ervan veel dieper reiken dan het ontbreken van een regelgeving in de banksector. Het eigenlijke probleem ligt in het kapitalistische systeem. Het is gebouwd op het kaartenhuis van de wonderbaarlijke geldvermeerdering, waar regelmatig een etage aan is toegevoegd tot het in 2008 in elkaar stortte.

1971 was de fase van de groeiende economische ontwikkeling van het Westen in de naoorlogse jaren. Dat begon met de loskoppeling van de goudstandaard door president Nixon en het buitenspel zetten van het Bretton-Wood-systeem (1944) van vaste wisselpariteit. Deze werd stap na stap vervangen door een gecontroleerde desintegratie van de wereldeconomie. Washington wilde zo de naoorlogse hegemonie van de Verenigde Staten in stand houden. De Amerikaanse handelsoverschotten in Europa en Azië veranderden in tekorten vanaf eind de jaren zestig. De export van VS-kapitaal, de drijfriemen van de ontwikkeling van de westerse kapitalistische economie, vertoonde in 1971 al haperingen. Daaraan toegeven zou gelijk staan aan het einde van de economische en daarmee ook de politieke hegemonie van de VS.

Hoe de VS hun tekorten afwentelen op de wereld

Het dubbele deficit van de Amerikaanse economie (handelsbalans en overheidsbudget) functioneert sinds jaren als een grote stofzuiger. Het absorbeert het in de andere landen geproduceerde overschot aan goederen en kapitaal, waarvoor de exporteurs groen gedrukte dollars krijgen als ware het goud. De dollar werd als absoluut veilig gezien en het bracht nog rente op ook. Men hamsterde de Amerikaanse dollar in de schatkist als reserve voor barre tijden of betaalde er de import mee, vooral grondstoffen uit andere landen. Voor de zo op de financiële wereldmarkt gebrachte dollars, die defacto schuldbrieven zijn van de VS, heeft Washington tot op heden nog niet moeten betalen. Zeventig procent van de winst die door het overschot van de producerende landen tot stand kwam, vloeide terug naar de VS. Daar wordt het door wall street via directe investeringen in andere landen, in aandelen en nieuwe avontuurlijke financiële producten omgezet en gerecycleerd.

Door het recycleren van de financiële overschotten kon de Amerikaanse hegemonie zich nog versterken. De Amerikaanse dollar was immers sinds de Tweede Wereldoorlog de reservemunt geworden van de wereld. Dit gebeurde zonder enige inspanning, met de steun van risicovolle financiële instrumenten en een steeds groter wordende schuldenberg.
Dat alles wordt nu door de financiële en economische crisis onhoudbaar. Het kaartenhuis is in elkaar gestuikt. Een wederopbouw is niet mogelijk, want de wereldwijde klanten van de VS hebben zich de vingers verbrand. De leugen is bloot komen te liggen, het vertrouwen is weg.

Er zij nog landen die een overschot produceren, zoals China. Maar bij gebrek aan alternatieven heeft dat land nog altijd een deel van het surplus in dollars belegd. Maar de trend om afstand te nemen van de dollar en Amerikaanse staatsbons is duidelijk en overal merkbaar. China heeft daarbij ook begrepen dat het de binnenlandse markt moet ontwikkelen, zodat een belangrijker deel van de productie daar naartoe wordt geheroriënteerd. Dat betekent een daling van de vraag naar de dollar op de internationale markt.

Dat heeft tot gevolg dat het steeds maar groter wordende Amerikaanse tekort meer en meer door de FED (Federal Reserve, de centrale bank van de VS), door het drukken van dollars moet gefinancierd worden, waardoor de globale waardevermindering van de dollar op de internationale wisselmarkt versneld wordt.
Hierdoor ontstaan er spanningen in de relatie van de westerse landen en de VS. De crisis raakt niet alleen de westerse economie, maar ook haar ideologische onderbouw. Het westers neoliberalisme en daarmee ook het economisch systeem is in diskrediet geraakt.

De Verenigde Staten, de belangrijkste steunpilaar van het systeem, bevindt zich zowel intern als extern in verval. Dat uit zich in de pijlsnelle verarming van de Amerikaanse middenklasse. Trendonderzoekers in de VS voorspellen een toename van het aantal sociale conflicten. Hoe de regering van de VS daarop zal reageren is moeilijk in te schatten. Dat kan door de bevolking af te leiden met meer externe oorlogen of door zich naar binnen te keren en dus een groter isolationisme. Maar door de voortschrijdende waardevermindering van de Amerikaanse dollar wordt de neergang als reservemunt alleen maar versneld. Dat zou tot gevolg hebben dat de rest van de wereld geen Amerikaanse staatsbons meer koopt.

De euro aan de rand van de afgrond?

Ook de Eurolanden bevindt zich in een precaire situatie. Overleven kan de gemeenschappelijke munt nog onder twee voorwaarden.
1- De Eurolanden schikken zich naar de Duitse dictaten en gedragen zich volgzaam ondanks de verarming die dat met zich meebrengt.
2-  Er wordt werk gemaakt van een werkelijk federaal Europa, waar Duitsland een dominante rol speelt, met een financieel bestel dat de minder productieve landen van de Eurozone voor een lange periode ondersteunt.

Maar dat gaat niet zonder problemen. Nu al is een toename waar te nemen van sociale onlusten in verschillende Eurolanden, waar de burgers er niet happig op zijn om zich aan de neoliberale Duitse dictatuur en de daarbij horende sociale afbraak te onderwerpen. De problemen rond de Euro zijn een bedreiging geworden voor de soevereiniteit, de maatschappelijke orde en de sociale verworvenheden.

Van bij de start van de Euro was het hoofdzakelijk een constructie die tot een politieke eenheid moest leiden. Maar hiervoor waren en zijn de in te zetten instrumenten, economisch nog niet voorhanden.

Uit de verklaringen en commentaren bij de invoering van de Euro, blijkt dat de uitvinders van de Euro af wilden van de betutteling door Washington om de Europese Unie op een gelijk niveau te brengen met de VS voor wat de opdeling van de wereld in invloedszones betreft.

Zolang het kalm bleef ontwikkelde de Euro zich goed op de markt. In de eerste jaren kon de Euro zich inderdaad profileren als een stevige basis van de EU, tot ergernis van de VS die de dollar als mondiale handelsmunt in gevaar zagen komen. Gelijktijdig met de invoering van de Europese munt, heeft de EU met een nieuwe 'Veiligheids- en Defensie-identiteit' een  militaire arm in het leven geroepen waarmee ze wereldwijd kan ingrijpen. Sinds de aanval op Joegoslavië werden vrij vlug gesprekken gestart tussen Brussel, Washington en de NAVO voor verdere gemeenschappelijke, complementaire of unilaterale interventies in de wereld.

De terugkeer naar kolonialisme

In december 2006 verklaarde Jamie Shea, de sinds Kosovo bekende interventie-expert van de NAVO, tijdens een publieke zitting van de Veiligheids en Defensiecommissie van het Europees Parlement, dat hij een betere werkverdeling tussen EU en de trans-Atlantische Alliantie bekend maakte. De EU zou zich in de toekomst meer moeten bezig houden met de niet-militaire aspecten van de gemeenschappelijke veiligheid, terwijl de militaire opdrachten de kerntaak zouden blijven van de NAVO. Ook regionaal zouden de taken worden verdeeld. Het vroegere koloniale Afrika zou onder de bevoegdheid van Brussel komen, terwijl het 'groter Midden-Oosten' onder dat van de NAVO zou komen, aldus Shea in zijn nieuwe hoedanigheid als Directeur voor politieke planning in het NAVO-hoofdkwartier.

Deze opdeling van continenten onder de leidende westerse naties die zich sinds de implosie van het reële socialisme aan het voltrekken is, kan men vergelijken met het hoogtij van het kolonialisme uit de 19de eeuw.

Het betekent een terugkeer naar de koloniale hoogmoed en heerschappij, de terugkeer van de kanonneerbootpolitiek, die landen met militair machtsvertoon onderwerpt aan de dictaten van het Westen.

De voorbije decennia hebben evenwel getoond dat het interventie-optimisme in het zog van de financiële crisis en schaarser wordende grondstoffen plaats heeft moeten maken voor een groeiend pessimisme.

Een herbezinning dringt zich op omdat de gemeenschappelijk gevoerde oorlogen met de NAVO en Washington over de hele lijn een mislukking zijn gebleken en zelfs tot zeer contraproductieve gevolgen hebben geleid. Dat blijkt uit de oorlogen tegen Afghanistan, Irak en Libië, die desastreus zijn uitgevallen voor het streven naar een nieuwe wereldorde door de westerse oorlogsvoerders. Zelfs Brzezinski – de invloedrijke Amerikaanse geostrateeg - moest tot het inzicht komen, dat de westerse krijgsheren met hun overheersende militaire macht weliswaar weerspannige landen in puin en as kunnen leggen, maar geen greep hebben op de politieke wil van de bevolking.

In de VS is de politieke elite nog altijd van overtuigd van de almacht van de VS en niet doorhebben dat hun land op een faillissement afstevent.
Voor Europa stelt zich dus de vraag of een nauwere trans-Atlantische samenwerking met een land dat op een torenhoge schuldenberg zit nog wel voordelen oplevert. Het antwoord zal de komende jaren de trans-Atlantische verhouding onder druk zetten en veranderen. Maar het is ook zo dat we hier geen homogeen Europese ontwikkeling moeten verwachten. Nu al kunnen we vaststellen dat een deel van Europa verder richting de VS kijkt terwijl een ander deel de nationale belangen als prioriteit naar voor schuift.

Met de Euro als politiek bindmiddel van de Europese samenwerking staat of valt ook het project van de Europese veiligheids en defensie-identiteit. Dat verklaart waarom de Europese elite zich zo inspant om de Euro te redden en daarvoor bereid is zelfs de sociale stabiliteit en interne vrede tussen de Europese volken te offeren. Het is duidelijk dat de bewegingsruimte van de Europese lidstaten in de economische crisis alsmaar kleiner wordt waarvan de gevolgen op de politieke structuren nog niet in omvang te voorspellen zijn.

Volgens Johan Galtung, de bekende polemoloog die eerder al de ineenstorting van de Sovjetunie voorspelde, zal het Amerikaans imperium ten laatste rond 2020 in elkaar stuiken. Vraag is of de Euro het zo lang zal houden. Dat kan de plannen van het Duitse kapitaal voor een door Berlijn gestuurd Europa doorkruisen.
Gelijktijdig zullen de BRIC-landen meer en meer als nieuw economisch machtscentrum op de voorgrond treden en aan aantrekkingskracht winnen. In dat geval zou Belijn er wel eens toe verleid kunnen worden om de reeds ingeslagen weg van nauwere banden met Rusland ten koste van de trans-Atlantische banden te bewandelen.

Bron: Rainer Rupp. Imperium in der Krise. In: Junge Welt, 17 april 2012. Vertaald en bewerkt door Antoine Uytterhaeghe

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by