Artikel
Mariam Elba
Printvriendelijke versie
“Het onderwijs houdt de idee in stand dat er geen betere manier is om een goede burger te zijn dan te dienen in het leger”. Interview met Yasmin Yablonko, Khaled Farrag en Sahar Vardi

“Het onderwijs houdt de idee in stand dat er geen betere manier is om een goede burger te zijn dan te dienen in het leger”. Interview met Yasmin Yablonko, Khaled Farrag en Sahar Vardi

Israëlische gewetensbezwaarden of 'weigeraars', mensen die bewust weigeren om in het Israëlisch leger te dienen, zijn een kleine maar groeiende groep binnen een toenemend rechtse en gemilitariseerde maatschappij

In april 2016 bezochten een aantal jonge Israëlische weigeraars 12 Amerikaanse steden als onderdeel van een lezingentournee gesponsord door o.a. het 'Refuser Solidarity Network'. Op 27 april na een evenement in New York City georganiseerd door de activistische studentengroep 'Columbia-Barnard Jewish Voice for Peace', kreeg ik de kans om te spreken met een aantal jonge gezichten van de groeiende beweging van weigeraars. Yasmin Yablonko en Khaled Farrag leiden elk hun eigen ondersteuningsgroepen voor gewetensbezwaarden. Yablonko staat aan het hoofd van het pas opgerichte Mesarvot, een Israëlische organisatie die sociale en psychologische steun biedt aan jongeren die beslissen om de verplichte legerdienst te weigeren. Farrag vertegenwoordigt Urfod (Arabisch voor “weiger”), een organisatie die specifiek gericht is op het begeleiden van leden van de Israëlische Druzen-gemeenschap die niet willen dienen in het Israëlisch leger. [De Druzen vormen een religieuze minderheid die de Arabische taal spreekt]. De Druzische gemeenschap wordt geconfronteerd met een specifieke situatie in Israël want het zijn de enige Palestijnen die sinds 1956 verplicht zijn om in het Israëlisch leger te dienen. De Arabieren die binnen de Israëlische grenzen wonen en het Israëlisch staatsburgerschap hebben, worden al sinds de beginjaren van het ontstaan van de staat Israël vrijgesteld van de legerdienst [vooral omdat de staat ze als een interne vijand beschouwt]. Sahar Vardi is een Israëlische gewetensbezwaarde die drie gevangenisstraffen uitzat voor het weigeren van haar dienstplicht. Ze is nu coördinator van het Israël-programma van ASFC [Een Amerikaanse Quaker-organisatie die zich inzet voor een blijvende en rechtvaardige vrede].

Wat dreef jullie ertoe om te beslissen de militaire dienstplicht te weigeren?

Yablonko: Ik kom uit een zeer radicaal links anti-zionistisch huishouden. Mijn moeder is eigenlijk Druzisch, zoals Khaled [Farrag]. Mijn vader is Joods, maar hij is anti-zionistisch en hij was zelf ook een gewetensbezwaarde. Ik heb geen enkele reden om zionistisch te zijn. Ik wist gewoon dat ik niet in het leger wilde dienen. Ik ging ook niet naar een normale middelbare school [in de doorsnee school wordt heel hard gehamerd op het belang van het leger], maar er was toch veel druk om in het leger te gaan. Ik weigerde niet officieel. Ik sprak met een mentale gezondheidsadviseur en geraakte er zo onderuit.

Farrag: Mijn verhaal is niet zo verschillend. Ik kom uit een gezin dat zeer politiek actief was aan de linkerzijde, daardoor had ik de steun van mijn familie. Toen ik opgroeide wist ik eigenlijk al dat ik zou weigeren om in het leger te dienen. Ik woonde niet meer thuis toen het zover was, dus ik werd niet geconfronteerd met de sociale gevolgen van mijn weigering in mijn ouderlijk dorp, maar je krijgt wel tegenstand van het grote publiek.

Vardi: Ik groeide op in een klassiek zionistisch-links huishouden. We waren tegen de bezetting, maar hadden er eigenlijk geen idee van wat de bezetting was. Rond de tijd van de tweede intifada [2000 – 2005], begon de bezetting een beetje relevanter te worden in ons leven. Er gebeurden dingen. Er werden bussen opgeblazen, en er was het gevoel in mijn onmiddellijke omgeving dat er een soort van reactie moest komen tegen het concept van de bezetting. Mijn vader werd uitgenodigd voor een actie in een klein dorpje vlakbij Jeruzalem. Er werden symbolisch olijfbomen geplant en mijn vader bracht zijn twee kinderen mee. Dat was mijn eerste keer dat ik in een Palestijns dorp kwam en de realiteiten van het dagelijks leven kon zien. Zo zag ik bijvoorbeeld dat wij [het Joodse gezin] met gemak naar het Palestijnse dorp konden gaan -dat letterlijk op 15 minuten rijden van mijn huis lag- maar dat de Palestijnen die in dat dorp woonden, de omgekeerde beweging niet mochten maken. In die tijd werd er gebouwd aan de muur [die de bezette Palestijnse gebieden afscheidt van Israël]. We vroegen ons af wat de muur zou betekenen voor hun leven, dat ze hun vrienden bijvoorbeeld niet meer zouden kunnen opzoeken. Voor mij startte het inzien van deze verschillende realiteiten een proces van radicalisering op. Dat zorgde ervoor dat ik tijdens mijn tienerjaren betrokken was bij veel protesten tegen de bouw van de muur. Als je naar de acties ging, begonnen de soldaten nog voor je de muur genaderd was te schieten en sleurden de Palestijnen je hun huizen binnen om je bescherming te bieden. Als je in een maatschappij bent opgegroeid waarin je aangeleerd wordt dat soldaten je moeten beschermen en de Palestijnen je willen kwetsen en dan gebeurt exact het tegenovergestelde, doorbreekt dat de tweedelingen waaraan je gewend bent. Deze ervaringen deden me besluiten dat ik niet de ene dag zou meedoen aan de protesten om de volgende dag bij de soldaten te horen die erop schieten.

Kan je uitleggen wat de typische gang van zaken is als iemand weigert om zijn verplichte militaire dienst te doen?

Farrag: Het Israëlisch leger erkent geen gewetensbezwaarden. Dus als je weigert, dan word je behandeld als een soldaat die zijn bevelen niet opvolgt. Als je consistent blijft weigeren om het leger te dienen, dan word je in de gevangenis gestopt. Nadat je straftermijn volbracht is, mag je meestal voor een weekend naar huis waarna je je terug moet aanmelden bij het leger. Als je opnieuw weigert, vlieg je weer de gevangenis in en zo gaat het maar door en door. Vroeger nam dit spelletje enkele jaren in beslag. Nu duurt het enkele maanden, tot het leger het opgeeft en beslist dat je ongeschikt bent om te dienen. Het leger heeft de mankracht toch niet nodig. Het gaat meer om het principe. Je kan ook een gemakkelijkere weg kiezen door te vragen om een mentale gezondheidsadviseur te raadplegen. Aan hem of haar moet je dan bewijzen dat je mentaal niet geschikt bent om in het leger te dienen.

Vardi: Dat laatste gaat alleen als je je vertoont op je oproepdatum. Mensen die zich minder bewust zijn van de consequenties komen soms gewoon niet opdagen. Wettelijk gezien, worden ze dan gecatalogiseerd als deserteurs. Desertie is een misdaad. De militaire politie gaat soms actief op zoek naar deserteurs. Ook de gewone politie kan je arresteren als ze je aan de kant zetten en als blijkt dat je een deserteur bent. Dit is natuurlijk een moeilijker proces om te ontsnappen aan de legerdienst. Als ze je betrappen, dan word je onmiddellijk naar de gevangenis gestuurd.

Hoe heeft de recente rechtse escalatie in Israël en de oorlog tegen Gaza van 2014 de beweging van gewetensbezwaarden beïnvloed? Welke ontwikkelingen hebben jullie vastgesteld binnen de beweging sindsdien?

Yablonko: We hebben intensief campagne gevoerd tijdens de oorlog in Gaza. Je zag dat er heel wat groepen van weigeraars ontstonden, ook vanuit de verschillende militaire afdelingen: de reservisten, voor de grondtroepen,... mensen die uit het leger wensten te stappen omdat ze niet wilden deelnemen aan deze specifieke oorlog. Dat was zeer interessant om te zien. Volgend op deze ervaringen hebben we het netwerk [Mesarvot] opgericht om activisten meer ruimte te geven om te werken, niet alleen rond de oorlogen. We wilden iets dat permanenter zou zijn en wilden onze inspanningen samenvoegen met de vele verschillende groepen die afzonderlijk van elkaar werkten. Nu zijn de gewetensbezwaarden die we ondersteunen daadwerkelijk afkomstig van heel verschillende achtergronden en geografische plaatsen in Israël. De mensen die een gezicht geven aan het recht op weigering veranderen.

Farrag: Onze organisatie [Urfod] werd enkele jaren geleden, in 2013 opgericht. We begonnen met het samenbrengen van een groep Druzische activisten, allemaal voormalige weigeraars. De Druzen en de rest van de bevolking in Palestina zijn van elkaar geïsoleerd. We vonden dat niet goed en daarom besloten we onze organisatie te lanceren. De idee achter onze campagne is dat Druzen altijd Palestijns geweest zijn in Palestina, en dat ze terug aansluiting moeten vinden bij hun identiteit. Dat is de achterliggende doelstelling. Om die te bereiken, moeten we eerst af van de opgelegde militaire dienstplicht voor Druzische mannelijke tieners. De afgelopen twee jaar waren we ook getuige van een soort ontwakend besef onder de Druzische gemeenschap – hoewel dit niet gevoeld wordt op grote schaal. Het besef draait rond het feit dat de Druzen wel de dienstplicht vervullen, maar achteraf toch niet kunnen genieten van alle rechten die Joodse Israëli's toebedeeld krijgen. De Druzen worden gediscrimineerd net zoals elke andere Palestijn in Israël. Ze worden geconfronteerd met racisme net zoals elke andere Arabier in het land. Dat is waarom we besloten om te werken binnen de Druzische gemeenschap. Het uitgangspunt is dat de legerdienst niet alleen een aanslag is op de eigen geschiedenis en de eigen Arabische of Palestijnse identiteit, maar ook geen enkel voordeel oplevert qua rechten voor de Druzen als gemeenschap. In een eerste stap zijn we dus begonnen met het promoten van de weigering van de dienstplicht. We bieden psychologische en juridische hulp om door zo'n weigeringsproces te gaan. De motivatie proberen we te prikkelen door alternatieven aan te bieden, zoals studiebeurzen.

Sinds het begin van de bezetting [in 1967] is het slechte imago van de Druzen bij de Palestijnse gemeenschap gestaag gegroeid. Ze zien de Druzen uitsluitend als soldaten, als diegenen die hen aftuigen aan checkpoints, enzovoort. We kwamen dus tot de conclusie dat we hier met een breder Palestijns probleem zitten. Naast het steunen van Druzische gewetensbezwaarden in Israël, vindt het andere deel van ons werk plaats in de bezette Westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook, bij de Palestijnse gemeenschappen in de vluchtelingenkampen. We willen hen tonen dat niet alle Druzen in het leger gaan, dat velen van hen zich nog altijd als Palestijns beschouwen en binnen Palestijnse denkkaders werken voor rechten en bevrijding.

Hebben jullie organisaties solidariteit of partnerschappen kunnen uitbouwen met groepen die zich verzetten tegen de bezetting? Hebben jullie met name partnerschappen gevormd met groepen die zich inzetten voor de rechten van de Palestijnen?

Farrag: Voor ons was het gemakkelijk om aan Palestijnse zijde partners te vinden omdat we expliciet stellen dat we Palestijns zijn. Op sommige plaatsen is het voor de Palestijnen verrassend om een beweging als de onze te zien in de Druzische gemeenschap, want ze zijn er zich niet van bewust dat er politiek engagement is onder de Druzen en dat we ons op radicale manier organiseren. We hebben al gesprekken gehad met de Palestijnse Autoriteit, die achter ons staat. Hetzelfde geldt ook voor radicaal links in Israël, hoewel we daar tot nu toe minder aan contacten gewerkt hebben. We hebben wel al samengewerkt met het netwerk van Yasmin [Yablonko] en met New Profile, een oudere Israëlische vredesorganisatie die veel ervaring heeft met het ondersteunen van dienstweigeraars. We hebben hun handboek bijvoorbeeld mee helpen vertalen naar het Arabisch om het toegankelijk te maken voor de Druzische gemeenschap. Het komt er op neer dat we van iedereen van wie we het verwacht hadden, steun hebben gekregen.

Yablonko: De meeste van onze activisten zijn betrokken bij solidariteitsactiviteiten met de Palestijnen. Als organisatie proberen we echter zoveel mogelijk connecties te maken binnen de Israëlische maatschappij want we werken vooral rond dienstweigering en het zijn uiteindelijk de Israëli's die we willen overtuigen om aan de legerdienst te verzaken. Momenteel hebben we zeer prille contacten met orthodoxe Joden die anti-zionistisch zijn en niet naar het leger gaan. Deze maatschappelijke groep werd onlangs [door het Israëlisch leger] bestempeld als zeer problematisch en wordt gedemoniseerd. We zijn aan het aftasten wat voor soort connecties we met hen kunnen opbouwen. Persoonlijk ben ik ook op zoek naar contacten met het equivalent van de Amerikaanse 'Black Lives Matter'-beweging in Israël. Deze beweging steunt de Ethiopische Joden die vaak het slachtoffer worden van politiegeweld en discriminatie. Ze organiseren acties tegen het politiegeweld en het militair systeem in Israël.

Wat zijn de sociale, professionele en persoonlijke gevolgen van het weigeren van de dienstplicht in het Israëlisch leger? Met welke stigma's worden weigeraars geconfronteerd?

Yablonko: Het hangt enorm af van de betrokken families. Vaak is de familie het niet eens met de beslissing om de legerdienst te weigeren, zelfs al staat ze eigenlijk wel open voor liberaal, onafhankelijk denken. De steun van de familie is zeer belangrijk omdat er veel obstakels op je weg gegooid worden. Als je afstudeert van het middelbaar onderwijs gaan al je vrienden naar het leger. Als je zeventien of achttien jaar bent is het zeer moeilijk om tegen die stroom in te gaan. Het is heel waarschijnlijk dat je elk contact met hen verliest. Je leven wordt anders dan dat van alle anderen. Bovendien is er een zeer groot sociaal stigma. In Israël wordt naar weigeraars verwezen als “ontwijkers”, een term met een zeer negatieve connotatie. Een ontwijker wordt gezien als een egoïst en iemand die de Joodse maatschappij in de steek laat. Je wordt ook een verrader genoemd en iemand die zijn volk en natie niet beschermt. Het onderwijs houdt dat idee in stand. Er is geen andere manier om een goede burger te zijn dan te dienen in het leger. Het leger promoot zichzelf ook voortdurend, ondanks het feit dat de militaire dienst verplicht is. Het verspreidt reclamespotjes en video's die je beschaamd moeten doen voelen als je niet naar het leger gaat en waarin duidelijk gemaakt wordt dat je de kans verliest om ervaringen op te doen, connecties te maken en studiebeurzen te krijgen. Ikzelf bijvoorbeeld kan bepaalde studiebeurzen niet krijgen omwille van mijn dienstweigering, net zomin als sommige sociale voordelen zoals goedkopere huisvesting – voordelen die de Palestijnen in Israël uiteraard ook niet krijgen.

Ook de periode die je moet spenderen in de gevangenis is moeilijk. Het is een militaire gevangenis. Het is een beetje zoals bootcamp, maar het is echt zwaar, zeker als je geen steun hebt van je familie. We zien vaak dat ouders ermee dreigen hun kinderen op straat te zetten als ze vertellen dat ze niet naar het leger willen. Als de ouders zien dat hun kinderen het echt menen, moeten ze het uiteindelijk wel aanvaarden. Dat komt het vaakst voor. Het is ook moeilijk voor weigeraars om een job te vinden. Hoewel het illegaal is om mensen af te wijzen voor een job omdat ze niet naar het leger gingen of zelfs om te vragen waarom iemand zijn/haar legerdienst niet gedaan heeft, vragen werkgevers systematisch aan sollicitanten waarom er geen militaire ervaring op hun CV staat. Ze kunnen je niet verplichten om de waarheid te zeggen, maar als je niet meewerkt dan kan je de job sowieso vergeten. De sociale gevolgen voor mannelijke dienstweigeraars zijn groter omdat je een gevechtssoldaat geweest moet zijn om te bewijzen dat je een echte man bent.

Farrag: Het weigeren van de dienstplicht heeft gelijkaardige gevolgen binnen de Druzische gemeenschap. Maar wat uniek is aan onze beweging is dat we ons specifiek richten op mensen die geen ondersteunende omgeving hebben. We proberen ze zo toch een opvangsysteem te bieden als ze dienstweigeren. Een jaar geleden hadden we bijvoorbeeld een gewetensbezwaarde wiens oom bekend stond in de gemeenschap voor zijn politiewerk. De jongen besloot om zijn weigering openbaar te maken en werd verstoten door zijn familie. Hij mocht niet meer naar huis komen en was zelfs niet meer welkom in zijn dorp. Toen hij toch probeerde zijn familie te bezoeken, werd hij gewelddadig aangevallen door zijn voormalige vrienden. We manen dus aan tot voorzichtigheid wat betreft de beslissing om de weigering openbaar te maken of niet. Een ander voorbeeld: een van onze vrouwelijke activisten was verloofd toen we onze campagne opstartten. Haar verloofde steunde haar hoewel hij zelf geen radicale ideeën had. Zijn familie kon echter geen begrip opbrengen voor haar beslissing om te weigeren en voor zijn houding. Uiteindelijk werden ze daardoor verplicht om uit elkaar te gaan. Soms zijn er dus zeer zware persoonlijke consequenties.

Zoals jullie weten schuift de Israëlische maatschappij alsmaar verder op naar rechts, maar de internationale gemeenschap vertoont ook een verschuiving in de manier waarop naar het Israël/Palestina-conflict gekeken wordt. Er is een stijgende steun voor boycot, desinvesteringen en sancties (BDS-beweging) en ook de kritiek op de bezetting en de blokkade van Gaza neemt toe. Zijn jullie hoopvol over de toekomst van jullie activisme rond dienstweigering?

Farrag: Gebaseerd op de ervaringen van deze rondreis zou ik zeggen dat we hoopvol zijn. Op het internationaal niveau is er inderdaad een groter wordend bewustzijn, waarschijnlijk veel meer op het niveau van de bevolking dan op het niveau van de beleidsmakers. In de Verenigde Staten worden bijvoorbeeld veel activiteiten georganiseerd met de hulp van de vredesorganisatie Jewish Voice for Peace. We horen er ook thuis over [in Israël]. Dat is iets dat hoop geeft – hun capaciteit om het Amerikaanse publiek bewuster te maken. Op lokaal niveau, in Israël zelf, is er een veel extremer klimaat dan vroeger en het lijkt mettertijd alleen maar erger te worden. Maar er gaat uiteindelijk toch een keerpunt komen.

Yablonko: De regering zegt dat organisaties die oproepen voor dienstweigering eigenlijk ook pleiten voor de vernietiging van Israël. Dat plaatst activisten in de ogen van het publiek in een zeer gevaarlijke hoek. Het doet onze acties veel radicaler lijken dan ze zijn. Het helpt ons wel meer aandacht te genereren. Het is dus een slechte situatie, maar er is een voordelig kantje aan verbonden. Terwijl de taboes alsmaar strikter worden, kan je iemand misschien aan het denken zetten.

Vardi: Er wordt veel gesproken in de internationale activistengemeenschap over BDS als de focus van de beweging tegen de bezetting. Ze is op veel manieren heel nuttig, maar ik denk dat er een risico bestaat in het leggen van alle eieren in één mand. We moeten ook kijken naar andere manieren om druk uit te oefenen. Zo werken we in de VS bijvoorbeeld samen met senator Patrick Leahy om de Leahy Wet te laten toepassen op Israël. [Deze wet zou Amerikaanse militaire assistentie aan Israël verbieden op basis van zijn mensenrechtenschendingen]. Er zijn veel mogelijkheden om actie te voeren rond deze kwesties en dit omvat uiteraard het steunen van bewegingen op het terrein zelf. Het is belangrijk om niet te vergeten dat Israël uiteindelijk niet alleen onder druk kan gezet worden door de internationale gemeenschap, maar dat er ook voor een groot stuk Palestijnse en Israëlische druk nodig is.

steun ons

© vrede vzw 2016 - website by