Artikel
Antoine Uyttehaeghe
Printvriendelijke versie
Tags 

Irak - Een gans volk wordt als gijzelaar genomen

Over het systeem van sancties tegen Irak en het misbruik ervan hebben we hier al regelmatig bericht. Het sanctiebegrip komt in het volkenrecht niet voor en is bijgevolg ook niet gedefinieerd. Laat ons 's een en ander van nabij bekijken.

Over het systeem van sancties tegen Irak en het misbruik ervan hebben we hier al regelmatig bericht. Het sanctiebegrip komt in het volkenrecht niet voor en is bijgevolg ook niet gedefinieerd. Laat ons 's een en ander van nabij bekijken.

In het kader van het VN-charta mogen militaire en economische sancties voor het herstellen van de vrede en het afweren van oorlogsdreiging, alleen maar beslist worden zoals beschreven in de art. 39, 41 en 42. Om andere doelstellingen en principes te bereiken, of om volkenrechtelijke verplichtingen te laten afdwingen door de afzonderlijke staten, kent het VN-charta geen sanctie.

Ook moet de VN-Veiligheidsraad, bij een beslissing om sancties op te leggen, in overeenstemming blijven met het VN-Charta (art.42). Deze worden in art 1 en 2 alsook in art. 55 van het charta gedefinieerd. Hieruit wordt duidelijk dat ook de VN-Veiligheidsraad bij het uitvaardigen van sanctie bepaalde normen van het volkenrecht en de fundamentele mensenrechten niet mag aantasten.

Machtiging van geweld

In haar resolutie 660: (1990) stelde de VN-Veiligheidsraad een inbreuk op de wereldvrede vast, verlangde van Irak de onmiddellijke terugtrekking van zijn troepen uit Koeweit en riep de beide staten op hun meningsverschillen op vreedzame wijze bij te leggen.

Toen Irak deze verplichting niet onmiddellijk opvolgde kondigde de VN-Veiligheidsraad op 6 augustus 1990 resolutie 661 af. Deze legde een totaal embargo op aan Irak om het te dwingen zijn troepen terug te trekken en de autoriteit van de legale regering van Koeweit te herstellen ( alinea 2 van de resolutie 661). Hierbij beriep de veiligheidsraad zich op het kapittel VII van het charta en handelde in toepassing van artikel 41 betreffende het opleggen van economische sancties. Om het doorzetten van het alomvattende embargo te controleren werd een sanctiecomité in het leven geroepen.

Voor dit embargo werden enkel geneesmiddelen (wat men ruim moet interpreteren) niet op de lijst opgenomen. Levensmiddelen mochten dan pas ingevoerd worden wanneer de humanitaire situatie dit nodig maakte. Of zo een situatie voorhanden was, kon maar alleen door de veiligheidsraad of het sanctiecomité vastgesteld worden. Deze beslissing was dus aan het vetorecht van de permanente leden van de veiligheidsraad onderworpen.

Wanneer men weet dat Irak 70 tot 80 procent van zijn behoefte aan levensmiddelen door invoer dekt, dan is het duidelijk welke catastrofale gevolgen dit heeft op de levensmiddelenbevoorrading van de Irakese bevolking.

Omgekeerd veto

Normaal zouden de sancties eenmaal de beoogde doelstelling bereikt, opgeheven moeten worden. Maar aangezien de beoordeling, afhankelijk gemaakt wordt van een beslissing van de VN-Veiligheidsraad , is het einde van de opgelegde sancties alleen maar mogelijk door een nieuwe beslissing van de veiligheidsraad.

Zo ontstaat er een "omgekeerd veto" Het opleggen van de sanctie kon allen maar tot stand komen wanneer geen enkele van de vijf bestendige leden van de raad er zijn veto tegen uitsprak. Maar het opheffen van de strafmaatregel kan nu steeds door het veto van één van de permanente leden tegengehouden worden.

Zonder instemming van de VS is er geen verlichting of opheffing van de vernietigende economische sancties mogelijk.

Met de resolutie 678 (27.11.90) machtigde de veiligheidsraad de VN-lidstaten, alle nodige middelen, ook militaire, in te zetten om de resolutie 660 te doen respecteren, in casu om de bezetting van Koeweit te beëindigen en de rechtmatige regering terug in te stellen. Dit betekent dat de veiligheidsraad in het kader van zijn sanctiesysteem van economische naar militaire sancties over was gegaan.

Het machtigen van het aanwenden van geweld voor een niet gedefinieerde groep van landen is een zeer twijfelachtige procedure die niet in het VN-Charta is opgenomen. Het inzetten van militairen zonder controle van de VN-Veiligheidsraad is niet toegelaten.

Door het doelbewust vernietigen van de infrastructuur van Irak, werd niet alleen de industrie getroffen maar ook de energie- en watervoorziening van de bevolking. Ook het goed ontwikkelde gezondheidssysteem werd tot een puinhoop herleid. Als op 2 maart '91 met de resolutie 686 het beëindigen van de vijandelijkheden werd vastgesteld toen Bagdad de wapenstilstandvoorwaarden aanvaardde, waren de pijlers van het maatschappelijk leven van Irak vernietigd of totaal weggeveegd. In zijn rede van 8 april 91 zei de VN-secretaris-generaal, Perez de Cuellar, uitdrukkelijk: "Willen we de vrede een kans geven dan moeten we de Irakese economie terugheropbouwen om zo een fundament van stabiliteit te waarborgen".

Aanvaard

Alle juridische elementen voor het opheffen van de sancties waren in deze tijd voorhanden. De doelstelling was toch de terugtrekking van de Irakese troepen en de wederaanstelling van de regering van Koeweit? Wel, dit alles was met het aanvaarden van de resolutie 686 (2.3.91) een feit. Hierdoor verviel de rechtsbasis voor de economische sancties. Met het aannemen van de resolutie 686 en het intreden van het wapenbestand, zouden aldus de economische sancties van resolutie 661 moeten vervallen. Gerechtvaardigd warenuitsluitend de militaire beperkingen, een wapenembargo en ontwapeningscontrole, zoals ze in de resolutie 687 (03.04.91) voorzien waren.

Sedertdien hebben we, wat het economisch handelsembargo betreft, niet meer te doen met gerechtvaardigde sancties, maar met een systeem van economische afpersing en uitbuiting. Wat om zijn verschrikkelijke uitwerkingen op de Irakese bevolking, een grote inbreuk is op het geldend volkenrecht.

De volmacht om militair geweld te gebruiken (resolutie 686- alinea 4) en de vaststelling dat de vijandelijkheden gestaakt zijn ( resolutie 687) vindt men niet meer terug in de resolutie 687. Daarmede werd duidelijk dat alle militair optreden van afzonderlijke VN-lidstaten,- zoals de bombardementen op Irak door vliegtuigen van de VS en Groot-Brittannië -, geen rechtvaardiging vinden in het kader van de VN-resolutie. Zelfs een opflakkering van de vijandelijkheden wegens een inbreuk op een van de verplichtingen door Irak, kan men niet steunen op de resolutie 687.

Afpersingsinstrument

In de resolute werden echter de economische sancties niet alleen gehandhaafd, maar ze werden op een ontoelaatbare wijze nog uitgebreid en moesten nieuwe doelstellingen dienen (resolutie 687 – alinea 20 tot 28). De sancties willen nu demilitarisering opleggen (alinea 8, 9, 10, 12, 13), de teruggave van eigendom aan Koeweit (alinea 15), het verzamelen van de bijdrage voor reparatiekosten en het waarborgen voor de buitenlandse schuld, de vrijlating van krijgsgevangenen en weggevoerde personen, de teruggave van de stoffelijke resten .

Er werd een alles omvattende controle over de Irakese economie, een reparatie- en ontwapeningssysteem ingesteld; waarop Irak zelf geen enkele invloed heeft. De toelatingsprocedure voor het invoeren van de noodzakelijke levensmiddelen en goederen ligt op die manier volledig in de handen van het sanctiecomité. Maar in dit comité gelden ook de regels van de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad die over het vetorecht beschikken. Het embargo werd hierdoor van een sanctie tot een afpersingsinstrument omgevormd, dat willekeurig voor politieke doelstellingen kan ingezet worden. De onzekerheid van deze formule waarborgt dat een macht, die belang heeft bij de voortzetting van de sancties, steeds een reden kan vinden om ander land in gebreke te stellen.

Reeds bij de afkondiging van de resolutie 687 twaalf jaar geleden, wist men in de veiligheidsraad dat het uitbreiden van het sanctiesysteem in het bijzonder de Irakese bevolking zou treffen. Kennelijk was en is dit de bedoeling geweest. Met name de sancties te gebruiken als een economische instrument, om zo Irak economisch te plunderen, de nodige druk op Bagdad uit te kunnen oefenen en het volk als gijzelaar te misbruiken. De sancties fungeren hier in de Amerikaanse buitenlandse politiek in zekere zin als collectieve straf , zolang het Irakese volk niet tegen het bestaande regime in opstand komt. Honger en ellende moeten tot rebellie tegen het regime aanzetten.

Olie voor voedsel

Het systeem van plundering van het Irakese volk werd met de slogan olie voor voedsel verpakt. Met resolutie 687 alinea 23 werd Irak toegestaan een hoeveelheid olie uit te voeren voor het aankopen van een deel van de nodige levensmiddelen. Het controle- en verdelingsmechanisme werden dan in de resoluties 705 en 706 van 15 augustus 91 vastgelegd.

Hiermee wil men via de steeds maar verslechterende levensomstandigheden van het volk, Bagdad dwingen om olie te exporteren onder de opgelegde voorwaarden. De opbrengst zou dan op een geblokkeerde rekening van de VN gestort worden. 30 procent moeten dienen voor de herstelbetalingen, een deel voor het financieren van de VN kosten voor bewaking en andere diensten, de rest kan dan gebruikt worden voor de import van de levensnoodzakelijke goederen. Door de ganse toelatingprocedure van het sanctiecomité is een normale handel onmogelijk.

Dit was voor Irak onaanvaardbaar, daar deze resolutie niet tegemoet kwam aan de essentiële noden van het Irakese volk .De resolutie 986 van 1995 bracht hierin een lichte verbetering. Ze voorzag dat tenminste 53 procent van de olie-export zou besteed worden aan de bevrediging van de Irakese behoeften. Dat betekende klaar uitgedrukt: 113 US$, praktisch 70 US$ per inwoner en per jaar. Maar ook hier bleek het procédé van het sanctiecomité een hinderend instrument. De verdere correcties aan het systeem door de resolutie 1153 (1998) veranderde niets aan de zaak.

Bovendien verkeerde de Irakese olie-industrie door het gebrek aan wisselstukken en uitrusting, in een toestand dat ze de voorziene hoeveelheid olie niet eens kon oppompen. Pas met de resolutie 1210 (1999) werd door de veiligheidsraad de aankoop van wisselstukken voor de pompinstallaties toegestaan. Met de resolutie 1284 (1999) besloot de veiligheidsraad een nieuw inspectiesysteem in te stellen. Om de instemming van Irak te krijgen werd er geen grens meer op de olie-uitvoer gezet, men beloofde de embargobepalingen voor een tijd op te schorten. Maar alles werd gekoppeld aan het zenden en het goed functioneren van het nieuwe inspectieteam (UNMOVIC) en rapporteringen van het atoomagentschap, die moeten bevestigen dat Irak aan de opgelegde verplichtingen voldoet. Het zou de VN Veiligheidsraad zijn dit tot de voorlopige opheffing van het embargo moet besluiten, waarbij de beslissing terug voor een groot deel in handen van de VS zou liggen. Aanvullend werd in alinea 36 van de resolutie 1284 bepaald dat de voorlopig opheffing van het embargo automatisch kan ongedaan gemaakt worden,- dat wil dus zeggen zonder een nieuwe beslissing van de veiligheidsraad -, wanneer de leider van UNMOVIC of de directeur generaal van het internationale atoomagentschap berichten dat Irak niet in alle opzichten medewerkt. Hierdoor werd een regeling veiliggesteld waarbij, in tegenstelling tot de opheffing van de sancties, hun wederinvoering niet door een veto van een van de permanente leden kan tegengehouden worden.

Illegaal en onmenselijk:
Het sanctiesysteem van de VN en zijn misbruik tegen het Irakese volk

De catastrofale uitwerkingen van de sancties op de Irakese bevolking hebben internationale organisaties en waarnemers uitvoerig gedocumenteerd. Ook de VN-secretaris moest in zijn bericht van maart 2000 de wereld erop attent maken, dat zelf het "olie voor voedsel" programma onvoldoende is om de noden te lenigen. Zoals we allen weten zijn Denis Halliday "gewezen assistant secretary-general and humanitarian coordinator" in Irak in februari 2000, als onmiddellijk daarna zijn opvolger Hans Von Sponeck opgestapt. Ook mevrouw Jutta Burghardt van het wereldvoedselprogramma in Bagdad heeft uit protest tegen de sancties ontslag genomen.

Ingevolge de catastrofale levensomstandigheden stierven en sterven duizenden burgers. Reeds in maart 1993 schatte de Irakese overheid dat ingevolge de opgelegde sanctie 234.000 mensen gestorven waren, daaronder 83.000 kinderen. In hun verklaring aan de New York Times van 17 oktober ll. becijferde de Irakese overheid dat de dood van 1,7 miljoen burgers te wijten waren aan de sancties. Unicef schatte in 1999 in zijn bericht dat de zuigelingensterfte in Irak verdubbeld is tegenover voor de golfoorlog. Als hoofdoorzaak duidt Unicef de slechte kwaliteit van het water en ondervoeding aan. Het aantal kinderen dat sedert het einde van de oorlog gestorven is door de sancties wordt geraamd op 500.000.

Instrument van de Amerikaanse buitenlandse politiek

De sancties werden een instrument van de Amerikaanse buitenlandse politiek, die nog maar 's onderstreept werd door het aannemen van de "Irak liberation act" in oktober 1998. Deze wet is vooral gericht op de gewelddadige aflossing van Saddam Hoesein, zonder ook maar rekening te houden met de hoge tol die hiervoor door de Irakese bevolking zal moeten betaald worden. Het staat in tegenspraak tot het artikel VII van het charta, het vervolgt geen legitieme doelstelling .

Het VN-charta geeft de veiligheidsraad niet het recht om een ongeliefde regering af te persen voor het respecteren van de verplichtingen betreffende het volkenrecht. De veiligheidsraad kan sancties uitvaardigen, wanneer de inbreuken als een bedreiging voor de wereldvrede kunnen beschouwd worden of wanneer duidelijk het bewijs van de van dergelijke bedreiging geleverd is. (art.39).

De resolutie 687 levert geen bewijs dat van het militair verslagen Irak een vredesbedreiging uitging.
Daarentegen was men zich volkomen bewust, dat de massavernietigingswapens in het Midden-Oosten een gevaarlijke situatie voor de vrede en de veiligheid vormen. Daarom stelde men terecht de doelsteling om van de regio een massavernietigingswapen vrije zone te maken (resolutie 687).

De VN-inspecteurs hebben in Irak wel een kernwapenprogramma gevonden, maar geen kernwapens. De verdere controle voor het verhinderen van een eventuele kernwapenproductie konden door de controles van het atoomagentschap gewaarborgd worden. De controle van de Israëlische kernwapens, die volgens de resolutie 687 een even groot gevaar is voor de vrede in de regio, werd door de VN-Veiligheidsraad nog nooit behandeld. En tot heden zijn er geen pogingen bij de VN te onderkennen om van het Midden-Oosten een kernwapenvrije zone te maken. Een definitieve vredesoplossing in deze regio kan er niet komen zolang men het conflict tussen Israël en het Palestijnse volk niet tot een oplossing brengt.

Hier zien we duidelijk de dubbelzinnigheid van Washington. Aan de ene zijde wil ze Irak zelf met geweld aan een scherper controlesysteem onderwerpen , anderzijds verzwakken ze systematisch het algemeen volkenrechtelijk wapencontrolesysteem. Haliday en Von Sponeck hebben er reeds meermaals terecht opgewezen dat het ganse mediagedoe rond de controle-inspecteurs als voorwendsel dient om het Amerikaanse en Britse optreden te dekken.

Beide landen weten zeer goed dat Irak kwalitatief ontwapend is. Dit toegeven zou hun ganse optreden in de VN-Veiligheidsraad de doodsteek geven.
Wat wel aantoonbaar is dat de sancties de dood van honderdduizenden onschuldige burgers in Irak, waaronder 500.000 kinderen mede veroorzaakt hebben. Geen enkele sanctie kan het opheffen van het recht op leven rechtvaardigen, dit staat duidelijk in alle conventies over de mensenrechten. Dat recht kan men ook in crisistijden niet inperken. Ook de VN is verantwoordelijk wanneer één van haar organen inbreuk pleegt op het geldende volkenrecht.

VN ondergraven

Het zou wenselijk zijn dat het Internationaal Gerechthof zich over dergelijk probleem zou buigen en er voor zorgen dat ook de VN zich houdt aan de bepalingen van het artikel 24 punt 2 van haar eigen charta. Men kan niet toelaten dat bepaalde lidstaten beslissen dat er een inbreuk is gepleegd op het geldend volkenrecht. In de praktijk eigenen de supermachten zich dit recht toe, waardoor de autoriteit van de VN ondergraven wordt en contraproductief werkt.Het misbruiken van de het VN-sanctiesysteem tegen Irak door de VN-Veiligheidsraad is de gelegenheid voor de Algemene VN-Vergadering om aan het Internationaal gerechtshof advies te vragen over de rechtmatige grenzen van de sancties. Hierdoor zou de positie van de Algemene vergadering tegenover de VN-Veiligheidsraad gesterkt worden en de VN als internationale organisatie meer kracht geven.

Antoine Uyttehaeghe

Bronnen:
Prof. Bernhard Graefarath- Altenativen zu Embargo und Krieg
www.irak-kongress-2002.de

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by