Artikel
Dirk Adriaensens
Printvriendelijke versie
Irak zinkt steeds dieper weg in geweld en chaos
Foto: http://www.tasnimnews.com/ar

Irak zinkt steeds dieper weg in geweld en chaos

Irak dreigt verder af te glijden naar algemene chaos indien geen vooruitgang wordt geboekt met de door premier Haider al-Abadi beloofde hervormingen. Irak strompelt reeds jarenlang van de ene ramp naar de andere. Geweld, onbekwaamheid, corruptie, inertie, buitenlandse inmenging en een niet-inclusieve regering zijn de voornaamste boosdoeners.

De G7, de zeven rijkste industrielanden, willen Irak helpen met zijn strijd tegen terrorisme. De landen stellen daarvoor 3,2 miljard euro ter beschikking. Dat maakte de Duitse bondskanselier Angela Merkel afgelopen mei bekend aan het einde van de G7-top in het Japanse Ise-Shima. De landen zijn vooral bang dat terrorisme de wereldeconomie schaadt. Maar de wapenboeren zijn tevreden. Ter vergelijking: diezelfde landen zijn veel gieriger als fondsen worden gevraagd om de humanitaire noden aan te pakken in het door conflict geteisterde gebied. De VN hulporganisaties vroegen 864 miljoen dollar om de humanitaire catastrofe in 2016 te bedwingen, maar kregen slechts 40% van dit bedrag. Als de Iraakse stad Mosoel wordt heroverd op de Islamitische Staat (IS), is een extra bedrag van 284 miljoen dollar nodig omdat verwacht wordt dat bijkomend 1 tot 2 miljoen mensen op de vlucht zullen slaan. In 2014 gaf de Amerikaanse overheid haar goedkeuring voor een verdrievoudiging van de wapenverkoop aan Irak tot bijna 15 miljard dollar.

In 2015 bedroeg de totale wapenverkoop aan Irak al 7,3 miljard dollar en in januari 2016 werd nog eens voor 1,95 miljard dollar aan wapens verhandeld. Daarmee is de Iraakse regering de grootste afnemer van wapentuig in de regio. De VS is niet het enige land dat wapens aan Irak levert: op 6 juli verklaarde de Russische ambassadeur in Irak Ilya Morgunov: “Rusland is klaar om de Iraakse veiligheidstroepen te voorzien van alles wat ze vragen om Daesh te vernietigen”. Ook Canada, Duitsland, Frankrijk, België, Iran, Bulgarije, en nog een rits andere landen hebben contracten afgesloten om de Iraakse regering, de Koerdische peshmerga’s en allerlei milities die opereren in het land te voorzien van wapens, vliegtuigen, tanks en munitie. Naar schatting 20% van de Iraakse nationale begroting van 2016 zal worden besteed aan defensie, met inbegrip van het betalen en bewapenen van de sjiitische milities, Hashd al-Shaabi (Popular Mobilisation Forces of PMF). Het Bruto Binnenlands Product (BBP) in Irak bedroeg 168,61 miljard dollar in 2015. De Iraakse regering heeft dus 33,72 miljard dollar veil voor bewapening, terwijl zich een humanitaire ramp voltrekt onder haar ogen.

Sinds 2 jaar hebben meer dan 9.400 coalitieluchtaanvallen aanvoerlijnen en infrastructuur van IS gebombardeerd. De strijd - die nog steeds een groot deel wordt gevoerd vanuit de lucht - heeft hele steden genivelleerd, miljoenen ontheemd en de Iraakse kaart hertekend. "Ik zal niet toestaan dat de Verenigde Staten wordt meegesleurd in een nieuwe oorlog in Irak," aldus de Amerikaanse president Barack Obama toen hij de toestemming voor luchtaanvallen in Irak aankondigde in 2014. "Amerikaanse gevechtstroepen zullen niet terugkeren om te vechten in Irak." Maar het Pentagon verklaarde afgelopen augustus dat ongeveer 400 Amerikaanse troepen bijkomend gestationeerd zullen worden ten zuiden van Mosoel om in te zetten bij de herovering ervan. Ze behoren tot de 560 extra troepen die president Obama deze zomer goedkeurde voor de missie in Irak en komen bovenop de 3.800 Amerikaanse troepen die reeds aanwezig zijn in het land – de honderden tijdelijke militaire contractanten niet inbegrepen.

Economische crisis

De economie van Irak wordt gedomineerd door de oliesector, die ongeveer 95% van de inkomsten in buitenlandse valuta genereert. De scherpe daling van de olieprijzen de laatste jaren heeft het BBP echter doen dalen van 249,4 miljard dollar in 2013 tot 168,61 miljard in 2015. Dat is nog steeds een aanzienlijk bedrag, waarmee de grootste noden van de bevolking gelenigd zouden kunnen worden. In 2014 bedroeg het BBP per hoofd van de bevolking 6.147 dollar, waardoor Irak volgens de Wereldbank tot de categorie van de 'upper-middle-income'-landen behoort, zoals Brazilië en China. Maar deze cijfers verbergen echter de grote ongelijkheid in het land. Olie en gas zijn kapitaalintensieve industrieën die weinig werkgelegenheid aan Irakezen bieden. Slechts 1% van de beroepsbevolking is werkzaam in de energiesector. De olie-inkomsten worden vooral in de overheidssector gestoken. In 2012 was Irak een van de grootste publieke werkgevers ter wereld. 60% van de beschikbare arbeidskrachten is werkzaam in de openbare sector. Dat percentage lag zelfs hoger bij de Regionale Regering van Iraaks Koerdistan. De verhoging van de olieproductie en de stijgende olieprijzen gingen gepaard met een uitbreiding van het ambtenarenapparaat, gaande van 28% van het totale werknemersbestand in 2005 tot 43% in 2008. De overgrote meerderheid van deze mensen doen weinig of geen werk. De voormalige minister van Planning Ali Baban zei in 2010 dat 70% van de ambtenaren onproductief was.

De productie in de landbouw is sinds 2003 gedaald als gevolg van de oorlog, de afschaffing van de vaste tarieven door de VS-bezettingsmacht, het gebrek aan betrouwbare elektriciteitstoevoer, en het onvermogen om te concurreren met buitenlandse producten die zwaar worden gesubsidieerd, zoals Westerse tarwe. Zelfs met de enorme olieboom na 2003 blijft de werkloosheid hoog. 18,8% van de Iraakse bevolking is actief op zoek naar werk. Een andere manier om de werkloosheidsgraad te berekenen is de deelname aan het arbeidsproces. In 2010 was slechts 47,8% van de beroepsbevolking aan het werk. 20 à 25% van de Iraakse bevolking leeft onder de armoedegrens. Gezinnen waarvan geen enkel familielid in de publieke sector werkzaam is, hebben meer kans om in de armoede verzeild te raken omdat ze niet op een vast inkomen en pensioen kunnen rekenen. Het Wereldvoedselprogramma van de VN (WFP) heeft in haar rapport van 2 augustus de catastrofale cijfers nog eens op een rijtje gezet: 10 miljoen mensen hebben humanitaire hulp nodig; 18 provincies worden getroffen door conflicten; 3,2 miljoen mensen zijn intern ontheemd; 2,4 miljoen mensen hebben nood aan voedselhulp.

De private werkgelegenheid is wel gegroeid in de afgelopen jaren, maar dat is grotendeels te wijten aan uitbestedingen door de overheid. Dat geeft bijkomende problemen omdat veel werkgevers goedkope buitenlandse werknemers inhuren vanwege de lage lonen. Bovendien is er het verlies van de binnenlandse professionals als gevolg van een enorme brain drain (emigratie van hoogopgeleiden) sinds 2003.

De door bombardementen en plunderingen vernietigde industriële infrastructuur werd nauwelijks heropgebouwd en de bedragen toegewezen voor de reconstructie zijn grotendeels verdwenen door corruptie. Ondanks de vele beloften over diversifiëring en investering in de productieve sectoren, is daar weinig of niets van in huis gekomen. In de industrie is er dus ook al geen job beschikbaar voor de werkzoekende jongeren. Het bevolkingsaantal is ondertussen gestegen van 27 miljoen in 2005 tot 37,5 miljoen in 2016. 64% van de Iraakse bevolking is jonger dan 24 jaar. In 2013 zaten 500.000 universitair gediplomeerden zonder werk. Als Irak geen banen kan creëren voor zijn groeiende bevolking kan dit leiden tot nog meer instabiliteit.

Corruptie

Irak is volgens de rapporten van Transparency International het meest corrupte land in de Arabische wereld. Het staat op plaats 161 van de 168 landen in de Corruption Index. Diepgewortelde corruptie in Irak is een van de factoren die de inspanningen voor de wederopbouw al meer dan een decennium belemmeren. Oud-premier Nouri al-Maliki heeft tijdens zijn ambtsperiode (2006-2014) 500 miljard dollar laten verdwijnen, aldus de Iraakse Commissie Integriteit (CoI). De CoI is belast met het onderzoek naar corruptieschandalen in Irak. “Bijna de helft van de inkomsten van de overheid tijdens de periode van acht jaar werd 'gestolen'”, aldus de CoI. Adil Nouri, woordvoerder van de Col, noemde dit "het grootste politieke corruptieschandaal in de geschiedenis". De olie-inkomsten van Irak bedroegen 800 miljard dollar tussen 2006 en 2014, en de regering Maliki kreeg in die periode ook steun ten bedrage van 250 miljard dollar uit verschillende landen, waaronder de VS.

Volgens de minister van Onderwijs, Mohammad Iqbal, werden in 2015 meer dan 3.124 diploma’s vervalst. Voorafgaand aan het offensief tegen IS in Mosoel is een hoogoplopende ruzie ontstaan tussen Minister van Defensie Khaled al-Obeidi en parlementsvoorzitter Salim al-Jabouri over vermeende corruptie in het leger. Het houdt niet op.

Aangezien de kosten voor de bestrijding van IS en de daling van de olieprijs een grote druk hebben gezet op een toch al in moeilijkheden verkerende economie, zorgt de welig tierende corruptie voor steeds ernstigere problemen in Irak. Op 11 augustus heeft Irak dan ook een overeenkomst getekend met de Verenigde Naties (UNDP) om te helpen in de strijd tegen de endemische corruptie die de economie en de instellingen van het land hebben verlamd. De UNDP zal de capaciteit van de Iraakse regering om corruptie op te sporen en te vervolgen, trachten te verhogen.

De protestbeweging

Sinds medio mei wordt bijna onafgebroken geprotesteerd door een misnoegde Iraakse bevolking. Na een korte onderbreking als gevolg van de Ramadan en de enorme Karrada-bomaanslag  in Bagdad (3 juli) gingen de protesten in Irak opnieuw van start. In Bagdad werd de noodtoestand afgekondigd nadat betogers op 19 mei 2016 de zwaarbewaakte Groene Zone hadden bestormd en de regeringsgebouwen waren binnengedrongen. Drie weken daarvoor hadden demonstranten de Groene Zone ook al belaagd. De politie gebruikte traangas en vuurwapens tegen de actievoerders. Tientallen mensen raakten gewond en er vielen enkele doden. De eisen van de demonstranten zijn nog steeds dezelfde. Ze betogen tegen sektarisme en corruptie, voor jobs, voor een herstel van de basisdiensten en tegen de buitenlandse inmenging in Irak. “No to the US, no to Israel, no to Iran” is een veel gescandeerde slogan.

De demonstraties tonen het moeilijke verstandshuwelijk tussen de seculiere maatschappelijke groepen en de volgelingen van de sjiitische geestelijke Muqtada al-Sadr aan. Op 15 juli 2016 verzamelden tienduizenden demonstranten in Bagdad om hervormingen te eisen. Er waren ook soortgelijke demonstraties in Maysan, Babil, Najaf, Dhi Qar, Karbala, Muthanna, en Qadisiyah, geleid door seculiere civiele groepen. In Qadisiyah waren demonstranten allerminst tevreden over het accapareren van de protesten door religieuze groeperingen. Onafhankelijken veroordeelden de islamisten en hun partijdige en sektarische doelen, uiteraard verwijzend naar Sadr. De protesten waren oorspronkelijk een initiatief van linkse en seculiere groepen, waaronder de communistische partij. Die groepen maakten een deal met de Sadr-beweging, omdat die in staat is om elke vrijdag duizenden extra mensen op de been te brengen in de straten van Bagdad. Maar Sadr wil de demonstraties gebruiken ten gunste van zijn eigen politieke agenda en zijn ambitie om de nieuwe politieke leider van het land te worden. Veel demonstranten waren echter bereid om in de alliantie mee te stappen omdat ze samen sterker staan om een aantal broodnodige veranderingen af te dwingen. De secularisten en Sadristen behouden echter hun onafhankelijkheid. Op 22 juli bijvoorbeeld waren er protesten in 6 provincies zonder deelname van de Sadristen. Ondanks hun bereidheid tot samenwerken hebben beide groepen diametraal tegengestelde objectieven. Sadr is alleen in hervormingen geïnteresseerd in de mate dat hij die kan gebruiken tegen zijn politieke rivalen. Nu zijn de twee groepen nog verenigd, maar de verschillen zijn zo groot dat de samenwerking waarschijnlijk snel zal stopgezet worden.

De talrijke protesten zijn verspreid over het ganse land maar komen slechts sporadisch in het nieuws. Ze tonen aan dat de bevolking haar terechte eisen en belangen met veel doorzettingsvermogen blijft verdedigen. Op 7 augustus geraakten bijvoorbeeld nog honderden Irakezen uit het zuidelijke Zubair slaags met veiligheidstroepen na een blokkade van de toegang tot de nabijgelegen olievelden. De politie arresteerde tientallen betogers, maar er vielen geen gewonden. Zubair ligt in de buurt van de belangrijkste havenstad Basra. De demonstranten blokkeerden de toegang om meer banen te eisen in de oliesector.

IS en de sjiitische milities

De milities die het Westen steunt in de strijd tegen IS begaan dezelfde gruwelijkheden als IS. De Westerse coalitie steunt met andere woorden het spiegelbeeld van IS. Zeid Ra'ad al-Hussein, de Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten beweerde over sterke aanwijzingen te beschikken dat militieleden van Kataeb Hezbollah, onderdeel van de sjiitische Hashd al-Shaabi (PMF), wreedheden begingen nadat ze aan de burgers hadden verteld dat ze waren gekomen om hen te beschermen. "Dit lijkt het ergste, maar verre van het eerste, incident te zijn sinds onofficiële milities samen vechten met regeringstroepen," verklaarde Zeid. Kataeb Hezbollah-strijders naderden het dorp Saqlawiyah in de buurt van Fallujah, 50 km ten westen van Bagdad, op 1 juni. Sheikh Salman Raad, van de soennitische Dulaim-stam, verklaarde dat "300 burgers levend zijn begraven" door de PMF en "700 mensen zwaar gemarteld." Tot 900 mannen en jongens die hun huizen ontvluchtten in de buurt van Fallujah, blijven vermist na te zijn ontvoerd door dezelfde militie. Kataeb Hezbollah wordt beschuldigd van het martelen, neerschieten en onthoofden van burgers.

In de aanloop van het offensief tegen IS in Mosoel waarschuwde Zeid Ra'ad al-Hussein dat meer soennitische burgers geconfronteerd kunnen worden met gruwelijk geweld als vergelding voor de misdaden van IS. Gelijkaardige wraakacties, executies en plunderingen deden zich ook al voor bij de herovering op IS van de steden Ramadi en Tikrit, en in de provincie Diyala.

Al-Hashd al-Shaabi, de coalitie van Iraakse sjiitische milities, vaardige strikte gedragsvoorschriften uit in gebieden onder haar controle. Deze wetten zijn een spiegelbeeld van de wetten die worden opgelegd door IS. De regering in Bagdad lijkt machteloos om dergelijke 'wetten' te beletten, laat staan de verbrokkeling van Irak in koninkrijkjes onder de controle van deze milities tegen te houden. De gewapende groeperingen vormen immers een belangrijk onderdeel van de veiligheidsdiensten van de Iraakse regering. De 41 milities gelieerd aan Hashd al-Shaabi -die de nieuwe gedragslijnen al in heel Zuid-Irak hebben verspreid- ontvangen steun van zowel de Iraakse als de Iraanse regeringen. Ze hebben alcohol, roken, drugs en bepaalde haardrachten verboden. In gebieden onder controle van al-Hashd al-Shaabi is het nu verplicht voor vrouwen om hun haren te bedekken. Vrouwen mogen ook geen wagen besturen en niet sporten op school. Gemengd onderwijs is afgeschaft. Homoseksualiteit resulteert in de doodstraf. Onlangs werden in Bagdad een aantal homoseksuele mannen gedood door steniging. Een politieagent vertelde aan de nieuwssite The New Arab dat milities winkels bombarderen die alcohol verkopen. "De milities hebben 12 slijterijen opgeblazen, sloten zeven nachtclubs in een week, en ontvoerden lokale volkszangers," zei hij.

Militieleden voeren ook etnische zuiveringen door. Ze dwingen gezinnen die niet akkoord zijn met hun regels of tot een andere etnische groep behoren, om de gebieden onder hun controle te verlaten. Ze gebruiken daarvoor een eenvoudige methode: het verzenden van een waarschuwingsbrief met een kogel. "De macht van de milities breidt uit, hun straffen zijn streng en de overheid is niet in staat om hen te stoppen," aldus Ziad al-Barakat van de Iraakse Communistische Partij. "Irakezen hebben geen andere keuze vandaag dan het land te ontvluchten of te leven onder het bewind van de milities of IS."

De buitengerechtelijke acties van deze sjiitische milities leidden tot een oproep van de soennitische meerderheidspartijen om het parlement te boycotten totdat de overheid de macht en de “ongebreidelde misdaden” van deze milities een halt toeroept. Met de dagelijkse aanblik van niet-geïdentificeerde lichamen op straat, in rivieren en onder bruggen in Bagdad, lijken de milities het gezag van de Iraakse overheid niet echt serieus te nemen.

Terreur

Aanslagen zijn een dagelijkse realiteit in Bagdad, maar soms is het resultaat hallucinant.

Een zelfmoordterrorist liet op 3 juli 2016 een met explosieven geladen vrachtauto ontploffen in de overwegend sjiitische wijk Karrada. Daar waren veel gezinnen met kinderen op de been om te winkelen voor het einde van de ramadan. Het was één van de dodelijkste bomaanslagen ooit in Irak. 324 mensen lieten het leven. Voor tweederde van de slachtoffers zijn DNA-tests nodig ter identificatie omdat veel lichamen onherkenbaar werden verbrand. Volgens de minister van Volksgezondheid Adila Hamoud konden slechts “115 lichamen direct na het bombardement worden geïdentificeerd." Diezelfde Adila Hamoud kondigde haar ontslag aan op 10 augustus, nadat een brand uitbrak op de kraamafdeling van het Yarmouk-ziekenhuis in Bagdad, waarbij ten minste 13 pasgeboren baby's werden gedood. Deze tragische gebeurtenis was een opzettelijke brandstichting, aldus de woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid, Ahmed al-Rudeini. Een bron in de omgeving van de minister vertelde The New Arab dat een politiek geschil over hoge posities in het ministerie van Volksgezondheid de reden voor de brandstichting was. Maar uit beelden van de bewakingscamera's blijkt dat een lid van de sjiitische Ammar al Hakeem-militie benzine giet op één van de patiënten die nog piloot is geweest in het Iraakse leger vóór de Amerikaanse bezetting.

Terugkeer naar de 'bevrijde' steden

Nu de provincie Anbar wordt bevrijd keren tienduizenden ontheemden terug naar hun steden, maar dat gebeurt in erbarmelijke omstandigheden. Er zijn maar weinig hulporganisaties werkzaam in Anbar, en samen met de provinciale en centrale overheid beschikken ze niet over voldoende middelen om adequaat te zorgen voor de ontheemden. Van IS bevrijde steden zoals Ramadi en Fallujah zijn totaal vernietigd, er is geen draaiende economie en essentiële basisdiensten functioneren nauwelijks. Ondanks deze hinderpalen maken toch alsmaar meer mensen de terugreis naar hun regio. Volgens de burgemeester van Ramadi zijn bijna 42.000 van de 63.000 gezinnen teruggekeerd, en duizenden anderen volgen hun voorbeeld. Eén van de redenen voor de snelle terugkeer is dat de vluchtelingenkampen meermaals werden getroffen door mortiervuur. De haast om terug te keren schept bijkomende problemen want IS liet honderden booby traps en niet-ontplofte munitie achter. Dit eiste al meer dan honderd slachtoffers maar de terugkeer gaat onverminderd voort. De mensen die terugkeren naar de steden kunnen niet veel verwachten. In Ramadi werden sommige scholen heropend, elektriciteit draait op stroomgeneratoren en is enkel beschikbaar voor het gouvernementsgebouw en enkele ziekenhuizen. De meeste bruggen over de Eufraat zijn vernietigd, samen met de waterzuiverings- en elektriciteitscentrales. Er is geen stromend water, waardoor de inwoners verplicht zijn om ongezuiverd water uit de Eufraat te consumeren.

Er is hoegenaamd geen geld voor de wederopbouw, omdat de economie zich in een recessie bevindt en de kosten van de oorlog de pan uit swingen. Hulporganisaties hebben slechts een fractie gekregen van het geld dat ze hebben gevraagd. Anbar heeft het grootste aantal intern ontheemden in het land. De vraag rijst nu wat voor soort leven ze zullen hebben eenmaal ze zijn teruggekeerd. De situatie is somber en sommige gezagsdragers zijn al bang dat de huidige situatie een gewelddadige terugslag zal creëren. De humanitaire situatie zal op korte termijn niet verbeteren, want er is gewoon geen geld. Dat kan leiden tot verdere instabiliteit, wat niets goeds voorspelt voor de toekomst.

Na de verovering van Mosoel?

De strijd om Mosoel kan de moeilijke situatie in Irak nog wat complexer maken. Voor het eerst sinds de oorlog tegen IS 2 jaar geleden begon, zullen alle krachten gezamenlijk tegen IS ten strijde trekken, met inbegrip van de Koerdische peshmerga, de sjiitische Hashd al-Shaabi milities, een selectie van kleine soennitische tribale krachten, een paar christenen en de Amerikaanse troepen. Hoewel de stad Mosoel overwegend soennitisch is, zijn de omliggende steden en dorpen in de provincie Nineveh bevolkt door het volledige gamma van Iraakse etnische groepen, met inbegrip van soennitische en sjiitische Turkmenen, Koerden, Assyriërs, Christenen, Arabieren, Yezidi's en Shabbaks. Al die facties hebben tegenstrijdige visies over hoe de provincie moet worden bestuurd nadat ze is bevrijd, en er zijn al meerdere voorstellen om de provincie op te splitsen in etnische enclaves.

In de internationale media wordt de vraag hoe IS 2 jaar geleden in staat was om de controle over de stad te verkrijgen grotendeels genegeerd. Als de kwestie dan toch wordt behandeld, wordt de oorzaak gelegd bij de soennitische wrevel over het sektarische en discriminerende beleid van de door sjiieten gedomineerde regering na de terugtrekking van de Amerikaanse troepen in 2011. Het Iraakse volk als geheel wordt dan afgeschilderd als hopeloos verdeeld langs soennitische, sjiitische en Koerdische lijnen, niet in staat om in harmonie samen te leven en inherent aangetrokken tot extremistische etnisch-sektarische ideologieën. Maar dit verhaal is een leugen. De huidige situatie in Irak en buurland Syrië is de uitkomst en de voortzetting van het doelbewust aanwakkeren van sektarische conflicten door de VS-bezettingsmacht met als doel het verdelen van de Iraakse bevolking om de greep op het olierijke Midden-Oosten te cementeren. De post-invasie anarchie ging gepaard met groeiend verzet tegen de Amerikaanse bezetter. De reactie van de VS was een gewelddadige verdeel-en-heers tactiek: het aanstoken van een burgeroorlog tussen soennitische en sjiitische moslims. Vóór 2003 was de kloof tussen soennieten en sjiieten een factor in de Iraakse politiek, maar geen groot probleem. De Amerikanen bouwden echter muren tussen de gemeenschappen, en kenden de posities in hun marionettenadministraties toe langs sektarische lijnen.

In de loop van de oorlog tegen IS hebben de Peshmerga de gebieden van de semi-autonome Iraaks Koerdische regionale regering met ongeveer 50% uitgebreid.

Sjiitische strijders onder de paraplu van de Hashd al-Shaabi (PMF) zijn opgerukt naar het noorden in gebieden die voordien geheel soennitisch waren. Syrisch Koerdische krachten, veelal in YPG-eenheden (de belangrijkste militaire arm van de Koerdische Federatie Noord-Syrië), hebben de grens met Syrië overgestoken om te helpen in de strijd tegen IS en nemen posities in naast de Iraakse Koerdische Peshmerga, hun felle rivalen in een nog complexere, intra-Koerdische vete.

De soennitische grieven, die de brandstof hebben geleverd voor de opkomst van IS in 2014, werden niet aangepakt en verhogen het risico dat de cyclus van soennitisch ongenoegen, vervreemding en opstand, opnieuw zal beginnen. Het is een ingewikkeld en chaotisch slagveld waarin gemakkelijk nieuwe conflicten kunnen ontstaan indien de overwinnaars van de oorlog tegen IS tegen elkaar beginnen vechten voor de controle over de veroverde gebieden. Alle etnische minderheden, zoals christenen en Yezidi’s, hebben ondertussen hun eigen milities opgericht en worden door het Westen actief aangespoord om zich te bewapenen. In de etnisch en religieus gemengde stad Tuz Khurmatu zijn de spanningen al uitgemond in een gewapend conflict eind vorig jaar en opnieuw in april, toen tenminste 12 doden vielen bij botsingen tussen Koerdische en sjiitische strijders. De stad bestaat vooral uit Turkmeense sjiieten, maar heeft een aanzienlijke Koerdische en soennitische Arabische bevolking. Sinds de Peshmerga en sjiitische milities IS hebben verdreven uit de regio, werd Tuz Khurmatu beheerd door de Koerden. Maar sjiitische milities behouden hun posities en beheersen het grootste deel van de omliggende dorpen. In de afgelopen maanden hebben een aantal zelfmoordaanslagen door IS geholpen om de onderlinge vetes beheersbaar te houden, maar IS wordt niet langer beschouwd als de meest ernstige bedreiging. "Om eerlijk te zijn, de grootste bedreiging is nu de Hashd al-Shaabi," aldus Mahmoud Fares Mahmoud, de Koerdische burgemeester van de stad, verwijzend naar de sjiitische milities. "Het is heel moeilijk om met hen overeenkomsten te sluiten. Ze zijn een gewelddadig, barbaars volk. Ze sluiten geen bondgenootschappen en erkennen geen verdragen, zodat je ze niet kunt vertrouwen. Wij betreuren het dat we een alliantie met hen hebben gevormd". De Iraakse regering en haar bondgenoten, de sjiitische Hashd al-Shaabi, zijn al net zo wantrouwig tegenover de Koerden. Masoud Barzani, de president van de Iraaks Koerdische regio, heeft publiekelijk verklaard dat de grenzen van een nieuw Koerdistan worden "hertekend in bloed", en dat hij geen gebieden zal opgeven die werden veroverd door de Peshmerga in de strijd tegen de Islamitische Staat. Salih is een Yezidische gemeenteraadsleider in de Noord-Iraakse stad Sinjar waar IS in de zomer van 2014 duizenden Yezidi's afslachtte, nadat de Koerdische Peshmerga die de stad beschermden zich op 3 augustus teruggetrokken hadden. In november 2015 heroverden de Peshmerga en de Yezidi's de stad die nu onder Koerdische controle staat. Hij stelt: “De Koerden zijn een beetje beter dan de Arabieren van IS. Deze laatsten pleegden genocide, de Koerden hebben het echter laten gebeuren door te vluchten toen IS naderde”. Yezidi-leiders zijn bang voor een programma van 'Koerdificatie' naar analogie met de Arabisering van Saddam Hussein in de jaren 1970. "We zijn noch Koerden noch Arabieren," benadrukt Salih. Zijn pogingen om een massale terugkeer naar Sinjar van Yezidi-vluchtelingen aan te moedigen worden belemmerd door een gebrek aan diensten. Massoud Barzani heeft Sinjar en omgeving nog niet terug aangesloten op het waterleiding- en elektriciteitsnet en hDe Iraakse regering heeft 33,72 miljard dollar veil voor bewapening, terwijl zich een humanitaire ramp voltrekt onder haar ogen.eeft de verantwoordelijkheid voor de financiering van het onderwijs en de wederopbouw bij Bagdad gelegd. Hij heeft bovendien nagelaten de Yezidi's te beschermen in 2014.

De Iraakse krabbenmand zal in de nabije toekomst dus waarschijnlijk muteren in verschillende bloedige conflicthaarden. Diplomatieke inspanningen en verzoeningsinitiatieven zijn de oplossing om de situatie in Irak en de regio te normaliseren. Bijkomend wapengekletter zal enkel de stabiliteit verder ondermijnen en zal de regio verder in chaos doen afglijden. De gevolgen voor Europa zijn gekend: een nog grotere vluchtelingenstroom en nog meer terreuraanslagen.

Dirk Adriaensens is lid van het BRussells Tribunal en publiceert regelmatig over Irak. 

 

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by