Artikel
Freddy De Pauw
Printvriendelijke versie
Kosovo: “een maffiastaat”
Beeld: North Atlantic Treaty Organization on Flickr

Kosovo: “een maffiastaat”

In het onafhankelijke Kosovo blijft Hashim Thaçi eerste minister en wordt Behgjet Pacolli president. Met deze twee leiders geeft de onderwereld meer dan ooit de toon aan in Pristina. Voor de talrijke landen van de Europese Unie die Kosovo intussen erkenden, is het even slikken. Er is nochtans geen sprake van een echte verrassing. Pino Arlacchi, lid van het Europees Parlement en vooral bekend als jarenlange bestrijder van de Italiaanse maffia’s, heeft het onomwonden over Kosovo als een maffiastaat.

Nadat Navo-troepen in 1999 de feitelijke afscheiding van Kosovo uit Servië bewerkstelligden (en daarbij net als Kadhafi burgers vanuit de lucht bestookten), hadden Navo-rapporten het al over het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK) als een coalitie van diverse maffiagroepen. Het was de UCK die in de jaren 1990 begon aan de strijd voor de onafhankelijkheid van de provincie Kosovo tegen de Federale Republiek Joegoslavië. De UCK werd toen nog beschouwd als een terroristische organisatie. Enkele maanden voor de oorlog in 1999 haalde de Verenigde Staten de UCK van de terroristenlijst en samen met de NAVO veroverden de nieuwbakken 'vrijheidsstrijders' hun beoogde doel. Hashim Thaçi is de belangrijkste leider van de UCK, dat sinds het einde van de oorlog omgevormd is tot de Democratische Partij van Kosovo (PDK). Deze partij haalde bij de parlementsverkiezingen van eind 2010, 33% van de stemmen. De interesse bij de bevolking was niet bijzonder groot. Er was slechts een opkomst van 47%. De Nieuwe Alliantie voor Kosovo haalde 7% van de stemmen. Deze partij werd in 2006 opgericht door Behgjet Pacolli, algemeen directeur van de Mabetex groep, een transnationaal constructiebedrijf.

Kremlingate

Thaçi en Pacolli gooiden het na de verkiezingen op een akkoordje. Samen met enkele kleinere groepen slaagden ze erin om de 2de grootste partij, de Democratische Liga van Kosovo, buiten de regeringsvorming te houden. Thaçi  werd opnieuw premier en Pacolli kreeg de post van president. Pacolli staat bekend als veruit de rijkste Albanees op aarde. De naam van zijn firma Mabetex doet een belletje rinkelen bij al wie indertijd het 'Kremlingate' volgde.

De 60-jarige Pacolli trok op 17 jarige leeftijd weg uit Pristina, de huidige hoofdstad van Kosovo, om in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland met allerlei zaakjes zijn brood te verdienen. Volgens het UCK werkte hij vooral voor de Servische geheime dienst en later, als zakenman, met Slobodan Milosevic die als Servisch nationalist de Albanese meerderheid van Kosovo onderdrukte. Na de val van het Sovjetrijk braken voor Pacolli tijden van glorie en rijkdom aan. Vanuit het Zwitserse Lugano strekten de activiteiten van zijn bouwfirma Mabetex zich ineens uit over bijna alle continenten. Hij raakte goed bevriend met de leiders van de nieuwe uit de Sovjet-Unie ontstane staten, Kazachstan en Rusland voorop. In het diamantrijke Jakoetië, een deelrepubliek van het federale Rusland, had hij kennis gemaakt met de lokale bestuurder Pavel Borodyn die eind 1993 benoemd werd tot hoofd van de presidentiële staf van Boris Jeltsin. Dit kwam Pacolli goed uit.

Het was de periode van de grote plunderingen, ingekleed als privatiseringen, waarbij de clan van president Jeltsin zich immens verrijkte. Mabetex kreeg via Borodyn de  een contract voor de vernieuwing van de presidentiële verblijven toegewezen, waarop de firma de familie Jeltsin met geschenken overlaadde. Pacolli hielp de familieleden ook aan Zwitserse kredietkaarten en bankrekeningen waar de opbrengsten van de corruptie naartoe versluisd werden. Procureur Skoeratov stelde vanuit Moskou een onderzoek in, maar in Zwitserland kreeg hij niet zoveel steun. "Omkoperij van buitenlandse gezagsdragers en ambtenaren is voor de Zwitserse justitie geen misdrijf", legden de Zwitsers uit.

Procureur Skoeratov zag zijn onderzoek deskundig gedwarsboomd door niemand minder dan de toenmalige chef van de geheime dienst, Vladimir Poetin. Omdat Poetin de belangen van Jeltsin zo goed had verdedigd, benoemde de president hem kort daarop tot premier en opvolger. Als president zorgde Poetin er in 2000 voor dat het onderzoek naar het Kremlingate voorgoed zonder gevolg werd afgesloten.

Organen

Thaçi  is een ander paar mouwen. Er waren in de jaren 1990 al berichten dat het UCK betrokken was bij de controle van smokkelroutes – vrouwen, wapens, drugs. In 2003 werd een eerste vertrouwelijk rapport hierover bezorgd aan de 'United Nations Interim Administration Mission' (UNMIK), het interim bestuur voor Kosovo onder leiding van de Verenigde Naties. Daarin stonden verklaringen van getuigen over honderden gevangen genomen Serviërs die door het UCK -en daarbij werd de naam van Thaçi  expliciet vernoemd- naar het 'gele huis' bij Burrel, in het noorden van Albanië, werden gebracht. Daar werden de gevangenen vermoord en hun organen werden verwijderd om te verkopen.

Een ploeg van UNMIK en van het Internationaal Joegoslavië Tribunaal stelden in de stad Burrel een onderzoek in. Er werden bloedstalen genomen, maar daar bleef het bij. Er werden geen enkele onderzoeksdaden gesteld. Carla del Ponte, bekend als voormalig aanklaagster bij het Joegoslavië Tribunaal maar in een vroegere periode in haar loopbaan onderzoekster in Zwitserland naar de vertakkingen van het Kremlingate, maakte in 2008 in een boek melding van die organensmokkel. Daar bleef het echter bij, tot een gewezen Zwitserse aanklager, Dick Marty, vorig jaar de zaak weer opdiepte en aanhaalde in een rapport aan de Raad van Europa. Thaçi  zou verantwoordelijk zijn geweest voor de ontvoering van ongeveer 500 personen – zowel Serviërs als Albanezen – die later werden omgebracht en waarvan de organen werden verkocht.

Doodgebloed

Waarom onderzocht de UNMIK deze zaak niet ernstig? De instantie wilde het hele kaartenhuisje van de 'wederopbouw van Kosovo' niet in elkaar doen storten met een onderzoek dat gruwelijke feiten aan het licht zou brengen over de lieden met wie de Verenigde Naties dagelijks samenwerkte. Het Joegoslavië Tribunaal ging nog verder in het uitdoven van de hele zaak. Het vernietigde al het materiaal over het onderzoek naar het 'gele huis'. Het Tribunaal verklaarde ook dat de zaak niet onder zijn bevoegdheden viel, want de gruweldaden hadden plaats gevonden na 1999. Bijgevolg had het Tribunaal er "niets mee te maken". De UNMIK en het Joegoslavië Tribunaal verklaarden dus beiden dat er geen elementen waren die een verdere behandeling van de zaak noopten. Deze bloedde daarmee dood.

Intussen ondersteunen nieuwe documenten en getuigenissen de beweringen van Dick Marty. De getuigen zijn allen gewezen leden van het UCK, die details geven over de gruwelijke affaire. EULEX, de EU-bijstandsmissie voor politie en justitie die de stabiliteit in Kosovo moet verzekeren, voert nu een onderzoek, maar is niet bereid om de getuigen de nodige bescherming te bieden. In Pristina is het een publiek geheim dat er in UCK-kringen jacht gemaakt wordt op die getuigen.

Maffiastaat en EULEX

Maffiajager Arlacchi is ongenadig over Kosovo. Hij bestempelt de nieuwe republiek ondubbelzinnig als een maffiastaat. Hij dringt in het Europees Parlement sterk aan op een onderzoek naar wat EULEX in Kosovo uitricht – of veeleer niet uitricht. Arlacchi stuit op heel wat weerstand voor een onderzoek over de aantijgingen van Dick Marty en bij uitbreiding een onderzoek over de invloed van de georganiseerde misdaad in Kosovo. De EULEX-missie die ontplooid werd in 2008 omvat ongeveer 3200 politiemensen en juridisch personeel, maar boekte na drie jaar werken nog geen enkel resultaat. EULEX doet geen enkele moeite om een programma op te stellen voor de bescherming van getuigen in maffiazaken. Onderzoekers wijzen er wel op dat personeelsleden van EULEX die een onderzoek trachten te openen, zichzelf en hun familie blootstellen aan zware vergeldingsrisico’s. "We weten allemaal hoe nauw de banden zijn tussen de leiders van Kosovo en de georganiseerde misdaad", aldus Arlacchi eind februari op de BBC. Desondanks doen de meeste EU-landen alsof hun neus bloedt. Servië, dat Kosovo tot nu toe weigert te erkennen, wordt onder druk gezet om tot een regeling te komen waardoor de onafhankelijkheid van Kosovo algemeen en internationaal geofficialiseerd kan worden. Als dit gebeurt, staat de weg open voor een opname van deze maffiastaat in de EU.

(Uitpers nr. 129, 12de jaargang, maart 2011)

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by