Artikel
Marie Jeanne Vanmol
Printvriendelijke versie
Tags 
Linkse Europese alternatieven
Foto: Sophie Brown

Linkse Europese alternatieven

De opgelegde Europese bezuinigingspolitiek heeft desastreuze gevolgen voor Portugal, Italië, Griekenland en Spanje. Miljoenen mensen verliezen hun werk, worden uit hun huizen gezet en kunnen hun leningen niet meer afbetalen. De afbraak en privatisering van de publieke dienstverlening jaagt mensen verder de armoede in. Er is echter een Europese tegenbeweging ontstaan.

 Alternatief

De crisis heeft nieuwe politieke krachten de kans gegeven om te groeien, vooral Syriza in Griekenland, die in theorie een soevereine regering leidt en die een sociaal Europa voorstaat, en Podemos in Spanje, die de mogelijkheid opent op een echte politieke verandering. Ook de duidelijke anti-besparingspolitiek van de nieuw verkozen Labour-leider Jeremy Corbyn in het Verenigd Koninkrijk is er gekomen onder druk van een brede basis aan sociale bewegingen.Tijdens zijn lezingen onderstreept Noam Chomsky steeds weer de belangrijke invloed van de Occupy-beweging: hun acties plaatsten de sociale en economische ongelijkheden van het Amerikaanse dagelijks leven op de nationale agenda, ze beïnvloedden de verslaggeving, de publieke perceptie en ook het taalgebruik. Zo hebben de pleinbezettingen van het Syntagma in Athene tot de Puerta del Sol in Madrid dezelfde invloed gehad en een nieuwe wending gegeven aan het neoliberaal discours over de Europese sociale en economische problemen. Tijdens de onderhandelingen tussen de Griekse regering en de Troïka (Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Muntfonds) doken nooit geziene thema's op in de pers: de macht en de arrogantie van de Eurogroep, een niet verkozen orgaan zonder mandaat of legitimiteit onder leiding van Jeroen Dijsselbloem; de rol van de Europese Centrale Bank, zogezegd onafhankelijk en a-politiek; de schuldenlast van Griekenland, die volgens o.a. Eric Toussaint voor het grootste deel illegaal, niet legitiem en verwerpelijk is; de niets ontziende bezuinigingspolitiek aangedreven door Angela Merkel en haar minister van Financiën, Wolfgang Schäuble; enzovoort. De pers werd verplicht dieper in te gaan op de fundamenteel ondemocratische ondergrond van de Europese politiek. Anno 2015 roepen de sociale bewegingen hun leiders ter verantwoording: er zijn alternatieven! Zij geloven niet meer in 'le tournant de la rigueur' waarmee de socialist François Mitterand in 1983 capituleerde voor het neoliberaal offensief van Margaret Thatcher en Ronald Reagan.

"Welke middelen had de democratisch verkozen regering van premier Tsipras [Syriza] in handen op het moment dat hij de confrontatie aanging met de Troïka en Griekenland toch binnen de Eurozone wilde houden?", vraagt Philippe Lamberts, co-voorzitter van de Groene/Vrije Europese Alliantie-fractie in het Europees Parlement (EP), zich af. "Wat waren voor de regering-Tsipras de limieten van een akkoord? Wat was het alternatief?" Het is duidelijk dat Tsipras geen alternatief voorbereid had. Dat staat te lezen in de verklaringen van de Griekse ex-minister van Financiën, Yanis Varoufakis, die zelf een eventuele Grexit en het in omloop brengen van een parallel muntsysteem had voorgesteld. Dit idee werd echter verworpen door Tsipras. De Grexit (de uitstap van Griekenland uit de Eurozone en de terugkeer naar de oude munt, de Drachme) was nochtans een ultiem wapen dat Tsipras had kunnen gebruiken op het ogenblik dat de onderhandelingen met de Troika het aanvaardbare overstegen. Want de Europese schuldeisers dreigden wel met een gedwongen Grexit, maar in dat geval zou de kans vrij groot geweest zijn dat de schulden nooit terugbetaald zouden worden, met als gevolg het totale verlies van de geloofwaardigheid van de euromunt in 17 landen. Dat de kredietverleners de Grexit zelf nooit ernstig overwogen hebben, maar dit wel hard hebben laten uitschijnen om Tsipras onder druk te zetten, gaf de vicevoorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), Vitor Constâncio, toe in een interview met Reuters (16/09/2015): de fameuze Grexit "is nooit ernstig in overweging genomen omdat dat niet wettelijk zou zijn". Maar Tsipras heeft het dreigement wel letterlijk genomen. Hij kwam naar Brussel met als enige oplossing Griekenland tegen gelijk welke prijs binnen de Eurozone houden, goed wetende dat hij anders het vertrouwen van zijn kiezers zou beschamen. Dat hebben de kredietverleners schaamteloos uitgebuit.

Een discussie over de strategie naar een ander Europa moet volgens Willem Bos, woordvoerder van het Nederlands Comité Ander Europa, vertrekken van tenminste twee conclusies, "in de eerste plaats over het karakter van de EU -als een neoliberaal en ondemocratisch project- en in de tweede plaats over de rol van de sociaaldemocraten daarin -als trouwe verdedigers van dat project". Een strategie die gebaseerd is op het overtuigen van de Europese leiders en pogingen om steun te verwerven van de 'sociaaldemocraten' is dus ten dode opgeschreven, volgens Bos.

Podemos

Het besef van de nederlaag van traditioneel links was het startpunt voor de Spaanse prodemocratische 15 Mei-beweging in 2011. In de nasleep van deze protesten werd in 2014 de alternatieve linkse partij Podemos opgericht. Volgens Eduardo Maura, woordvoerder van de partij "zijn de mensen die Podemos wil aanspreken, geen activisten maar eerder diegenen die de tijd, energie of zelfs de neiging ontbreekt om deel te nemen aan de politiek. Van in het begin heeft Podemos zich geconcentreerd op een publiek dat niet rechtstreeks in de politiek geëngageerd is. Podemos gebruikt een taal die de mensen aanspreekt. De klassieke metaforen van links en rechts worden opzij geschoven ten voordele van een populair discours over democratie, burgers en het volk, tegenover de gevestigde orde." De context waarin Podemos ontstaan is, is er een van globalisering, met de dagelijkse realiteit van economische en sociale onzekerheid, hoge werkloosheid, arbeidsflexibiliteit en de hieruit voortvloeiende verschuiving van klassen en identiteiten. Bij veel mensen heerst een gevoel van verlies van controle over hun eigen leven en van frustratie ten opzichte van het politiek establishment dat ondermijnd wordt door corruptie en wanbeheer. "De 15 Mei-beweging was een uitlaatklep voor al deze frustraties" zegt Pablo Iglesias, algemeen-secretaris van Podemos. "Het feit dat deze frustraties geen politieke vertaling vonden, toont de crisis waarin de Spaanse linkerzijde zich bevindt". Toch is Podemos duidelijk een linkse partij. Onder hun leden vind je een heel aantal hooggeplaatste figuren uit gevestigde organisaties van de linkerzijde, met politieke eisen die gaan van een basisinkomen tot een niet discriminerende en vrije toegang tot publieke dienstverlening - eisen die duidelijk uit een socialistische traditie komen.

Zonder de sociale bewegingen geen Podemos. 'Mover Ficha: convertir la indignacion en cambio politico' (Beweging maken: de verontwaardiging omzetten in politieke verandering) is de titel van het stichtend manifest van Podemos. Toch stelt Eduardo Maura: "Geen enkele partij zou de partij van de sociale bewegingen mogen zijn, omdat de institutionele politiek een ander tempo heeft. Dat tempo is zo verschillend dat je bewegingen zou verplichten zich er aan aan te passen en dat zou hun dood zijn. Bewegingen moeten autonoom en zelfregulerend zijn".

De traditionele Spaanse partijen zien Podemos als een bedreiging voor het traditionele tweepartijensysteem. Podemos probeert zoveel mogelijk aanwezig te zijn in de maatschappij. Podemos-leden schrijven artikels en papers, promoten kleinschalige initiatieven, produceren en presenteren televisieprogramma's, bestuderen audiovisuele communicatie, enzovoort. In januari 2014 lanceerde Podemos zich als partij in de campagne voor de Europese verkiezingen en won 5 van de 54 Spaanse zetels voor het Europees Parlement. Op 31 januari 2015 namen in Madrid 100.000 tot 300.000 mensen deel aan de Mars voor Verandering, georganiseerd door Podemos. Het momentum behouden, vormt momenteel de grootste uitdaging voor de partij. Op 20 december zijn er algemene verkiezingen in Spanje. "De Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE) inhalen is de voorwaarde voor een politieke verandering in Spanje", zegt Pablo Iglesias.

Jeremy Corbyn

De linkse Jeremy Corbyn werd in september 2015 verkozen tot nieuwe voorzitter van de Britse Labour-partij. 400.000 nieuwe partijleden bezorgden hem een onbetwistbare score (60% van de uitgebrachte stemmen). Liz Kendall, een volgelinge van Tony Blair en de geprefereerde kandidaat van het partij-establishment, kreeg maar 4,5% van de stemmen achter haar naam. Volgens Michael Calderbank, co-redacteur van het Britse magazine Red Pepper, zijn er drie groepen van Britten die in Corbyn een mogelijkheid zien om op een andere manier aan politiek te doen. Ten eerste is er de generatie van hoogopgeleide jongeren die door de bezuinigingspolitiek gedwongen werd tot het aanvaarden van minderwaardige jobs en geconfronteerd wordt met torenhoge huurprijzen. Het is een generatie die politiek actief werd ten tijde van de hevige studentenprotesten in 2010 tegen de stijging van het universitair inschrijvingsgeld. Dit conflict leidde tot een sterke radicale beweging.

Ten tweede is er 'Stop the War', de in 2001 opgerichte anti-oorlogscoalitie die in 2003 de omvangrijke manifestatie van 2 miljoen mensen op de been bracht tegen de invasie van Irak. Het was het grootste massaprotest in de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk. Jeremy Corbyn, die van bij het begin betrokken was bij Stop The War, werd in 2011 voorzitter van de coalitie. De erfenis van de Irak-manifestatie heeft de campagne van Corbyn gevoed. Veel Labour-leden stapten uit de partij wegens de deelname van de Britse regering aan de invasie van Irak. Ze hadden een hekel aan de toenmalige Labour-leider Tony Blair en zijn antisociale politiek. Een deel van hen is nu teruggekeerd. Ondertussen is trouwens gebleken uit een gelekte memo van de Amerikaanse ex-minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, dat Blair al in 2002 zijn onvoorwaardelijke steun beloofd had aan VS-president Bush voor een militaire actie in Irak. Ondertussen wendde Blair het Britse publiek voor dat hij op zoek was naar een diplomatieke oplossing. Een andere memo onthulde dat Bush spionnen gebruikte in de Britse Labour-partij in een poging de publieke opinie te manipuleren in het voordeel van een oorlog in Irak.
Ten derde zijn er de vakbonden. Dat zij Corbyn steunen is geen verrassing. De lonen in de openbare sector staan al jaren op status quo en vele publieke overheden zijn gekortwiekt of geprivatiseerd. Meerdere vakbondsorganisaties worden geleid door secretarissen die links georiënteerd zijn. Toch waren de Labour-bonzen duidelijk verrast toen de twee belangrijkste syndicale formaties van het land onder druk van hun basis, hun steun betuigden aan Jeremy Corbyn.

Corbyns standpunten gaan regelrecht in tegen wat het Britse politieke establishment als de vitale belangen van het land beschouwt. Hij is tegen de deelname aan de bombardementen in Syrië, tegen de investeringen in een nieuwe generatie Britse kernraketten (het Trident-programma) en bekritiseert de NAVO en haar omvorming van een defensief naar een agressief verbond. Op economisch vlak wil Corbyn breken met de macht van 'the City' (het financiële centrum van het land) en wil hij de politieke controle over de centrale bank herstellen. Verder wil hij de spoorwegen en verschillende andere nutsdiensten opnieuw nationaliseren. Hij maakt daarmee korte metten met de neoliberale orthodoxie van wijlen Margaret Thatcher. Inzake Europa legt Corbyn de nadruk op de noodzaak van een meer sociaal beleid, bekritiseert hij de onmenselijke behandeling van Griekenland en waarschuwt hij voor de gevaren van de trans-Atlantische vrijhandelsverdragen zoals TTIP en CETA.

Maar welke van zijn standpunten zullen terug te vinden zijn in het Labour-programma? Vooral de huidige parlementsleden van Labour zijn een obstakel voor de hernieuwing van de partij. De meesten startten hun politieke carrière op de ruïnes van links onder Tony Blair en Gordon Brown. Jeremy Corbyn zal Labour moeten democratiseren door op het volgende jaarlijkse partijcongres de stem van de basis te laten primeren op deze van de partijbaronnen. Een bijna onmogelijke taak. "Want", zegt Michael Calderbank, "de rechterzijde binnen de partij zal wraak zoeken, wat het risico op een destructieve spiraal inhoudt". De Corbyn-tegenstanders binnen Labour zullen gemakkelijk de 47 parlementairen achter zich kunnen scharen, die volgens de statuten van de partij nodig zijn om nieuwe partijvoorzittersverkiezingen te organiseren. Maar niet onmiddellijk natuurlijk. Gezien Corbyns verpletterende overwinning zou zo een brutaal manoeuvre oproer kunnen veroorzaken bij de militanten, met het risico op een averechts effect. Corbyn zou immers opnieuw verkozen kunnen worden, misschien met een nog grotere score.

De conservatieve partij van premier David Cameron demoniseert het Labour van Corbyn openlijk als een bedreiging voor 's lands nationale en economische veiligheid en de familiale waarden. Cameron wordt daarbij volop gesteund door de Britse conservatieve pers. Julian Assange (de oprichter van Wikileaks) vraagt zich af welk signaal de verklaringen van de eerste minister uitzenden naar de Britse veiligheidsdiensten. "Als Jeremy Corbyn doorgaat met zijn kritiek op de NAVO en Trident zullen de grote middelen worden ingezet om hem in de aanloop naar de volgende verkiezingen de pas af te snijden, zeker indien hij enige kans maakt op het ambt van eerste minister. Gezien de hoge belangen die op het spel staan, is alles mogelijk", aldus Assange.

Conclusie

Sinds de financiële crisis van 2008 zijn er in Europa duidelijk nieuwe krachten in beweging gekomen. Ze komen op voor een meer sociaal Europa en zeggen neen tegen het neoliberale discours en het door de EU opgelegde besparingsbeleid. Maar is een socialer Europa wel mogelijk binnen de huidige Europese structuren? Het Griekse voorbeeld toont aan dat de Europese elite alvast niet van plan is enige toegevingen te doen. In hun eigen woorden plaatsen de nieuwe progressieve sociale bewegingen de dagelijkse gevolgen van het Europese besparingsbeleid in een hedendaags globaal kader. Mensen zien alsmaar vaker in dat hun zogezegde individuele problemen eigenlijk maatschappelijke problemen zijn die om collectieve politieke antwoorden vragen. Een alternatief is mogelijk. De nieuwe linkse allianties en politieke initiatieven moeten bereid zijn om de bestaande orde uit te dagen, om de huidige Europese beleidsmakers voor hun verantwoordelijkheden te plaatsen, zoals Syriza poogt in Griekenland en Podemos in Spanje. De ervaring wijst uit dat ze daarbij op weinig begrip kunnen rekenen van de Europese sociaaldemocraten en onder vuur komen te liggen van de reguliere pers. Het Britse Labour is natuurlijk geen nieuwe sociale beweging, maar de verkiezingscampagne van Jeremy Corbyn heeft ook in het Verenigd Koninkrijk een stem verleend aan de gewone mensen. Na tientallen jaren van neoliberale dominantie hebben zij het gevoel opnieuw hun sociale bekommernissen te kunnen uiten. Ze brengen de politiek weer op straat, uit de tentakels van de Europese regeringsleiders en bestuursstructuren, waar de rechtse neoliberale Hongaarse premier Viktor Orbán wordt bepamperd en Tsipras wordt vertrappeld.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by