Artikel
Antoine Uytterhaeghe
Printvriendelijke versie
Meer aandacht voor het Aziatisch bondgenootschap

Meer aandacht voor het Aziatisch bondgenootschap

Naarmate de Shanghai-samenwerkingsorganisatie invloedrijker wordt in de globale wereldpolitiek, zal de aandacht voor deze regionale organisatie in het Westen vanzelf toenemen.

Westerse politieke kringen en media schenken maar weinig aandacht aan de Shanghai-samenwerkingsorganisatie. De kans bestaat dat daar verandering in komt naarmate dit samenwerkingsverband invloedrijker wordt in de globale wereldpolitiek. En dit proces is al volop aan de gang.

SCO

De Shanghai-samenwerkingsorganisatie kwam er als gevolg van de nauwere samenwerking van Rusland met China en drie voormalige Sovjetrepublieken, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan. De groep kwam voor het eerst bijeen in de Chinese stad Shanghai en werd toen de ‘Shanghai Five’ genoemd. Het concrete doel was om onopgeloste grensgeschillen aan te pakken die ontstaan waren na de ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991. In 2001 besloten de bovenvermelde landen een permanente nieuwe internationale organisatie op te richten: de Shanghai-samenwerkingsorganisatie (SCO). Oezbekistan vervoegde de nieuwe regionale organisatie nog datzelfde jaar. Binnen de SCO worden de beslissingen genomen bij consensus en alle lidstaten moeten zich houden aan de kernbeginselen van niet-agressie en niet-inmenging in de interne aangelegenheden van de andere lidstaten. Nadat ze een akkoord afgesloten hadden over de grenzen concentreerden de SCO-lidstaten zich verder op een reeks zaken gerelateerd aan hun gemeenschappelijke veiligheid, zoals terrorismebestrijding, het delen van inlichtingen en militaire samenwerking.

Naast de ervaringen van Rusland in Tsjetsjenië en de pogingen van China om de rusteloze moslimbevolking in de westelijke provincie Xinjiang onder controle te houden, maken de Centraal-Aziatische staten zich zorgen over terrorisme door verschillende radicaal islamistische groepen. De SCO-landen blijven bovendien zeer op hun hoede voor de nog altijd aanhoudende onrust in Afghanistan, die altijd kan overslaan op de naburige SCO-lidstaten.

Terwijl het SCO-hoofdkwartier gevestigd is in Peking, richtte de organisatie haar regionaal antiterrorisme centrum op in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent. Sommige waarnemers interpreteren de veiligheidsinspanningen van de SCO eerder als autoritaire maatregelen om te voorkomen dat er ‘kleurenrevoluties’ zouden uitbarsten in de lidstaten, in navolging van bijvoorbeeld de rozenrevolutie in Georgië (2003) en de oranjerevolutie in Oekraïne (2004).

In 2004 en 2005 traden Mongolië, Pakistan en India als waarnemers toe tot de Shangai-samenwerkingsorganisatie. In juni 2017 werden deze landen formeel opgenomen als volwaardige lidstaten met stemrecht. Met de komst van India en Pakistan vertegenwoordigen de acht lidstaten van de SCO nu 20% van het mondiaal Bruto Binnenlands Product (BBP) en 40% van de wereldbevolking. De SCO omvat ook vier staten met een nucleaire wapencapaciteit.

De SCO heeft momenteel vier niet stemgerechtigde waarnemersstaten: Afghanistan, Wit-Rusland, Iran en Mongolië. Daarnaast zijn er ook zes zogenaamde dialoogpartners: Turkije, Azerbeidzjan, Armenië, Cambodja, Nepal en Sri Lanka.

China-Rusland

Hoewel de SCO oorspronkelijk vooral de focus legde op het coördineren van de strijd tegen het terrorisme, extremisme en separatisme in de regio, wijdt de organisatie zich nu ook in toenemende mate aan de economische integratie tussen de lidstaten. De economische inspanningen worden vooral onderstreept door China’s Gordel- en Weginitiatief ('Belt and Road Initiative'), een economische ontwikkelingsstrategie die focust op de connectiviteit en samenwerking tussen Euraziatische landen. De strategie steunt op de uitbouw van een ambitieuze economische- en transportinfrastructuur over land en over zee (wegen, spoorwegen, olie- en gaspijpleidingen, havens,...).

In veel opzichten steunt de SCO hoofdzakelijk op een strategische overeenkomst tussen Rusland en China. Via een structurele samenwerking willen zij hun wederzijdse militaire en economische belangen in Azië vergroten en de hegemonie van de Verenigde Staten in Eurazië en de Stille Oceaan-regio ondermijnen. Hoewel Rusland in Azië een relatief kleinere regionale macht is, blijft het een belangrijke energie-exporteur met een sterke militaire en industriële basis. De militaire technologie van China ligt (nog) achter op die van Rusland maar het mondiale economische gewicht van Beijing blijft zichtbaar toenemen. De kern van de SCO steunt eigenlijk op een voor beide landen voordelige deal. Rusland heeft de wapens en de militaire capaciteit, China heeft het geld. Samen willen ze proberen een multipolaire wereld tot stand te brengen.

De SCO heeft de toegenomen bilaterale investeringen en handel tussen de twee Aziatische machten vergemakkelijkt en de militaire samenwerking opgedreven, bijvoorbeeld met gezamenlijke militaire manoeuvres van hun land-, lucht- en zeemachten. Veel waarnemers zijn de mening toegedaan dat de westerse economische sancties tegen Rusland en de schorsing van het land uit de G8 (2014), Moscou er toe hebben aangezet om de banden met Beijing nog nauwer aan te halen. Beide landen sloten enkele jaren geleden bijvoorbeeld een overeenkomst ter waarde van 10,5 miljard euro voor de constructie van een 4000 km lange aardgaspijplijn van de Russische Sakha-republiek naar de Chinese provincie Heilongjiang. Vanaf 2019 moet de pijpleiding -de 'Kracht van Siberië' gedoopt- jaarlijks 38 miljard kubieke meter gas leveren aan China. Een andere deal leidde tot de start van de constructie, voor 14 miljard dollar, van een gaspijpleiding tussen West-Siberië en de Chinese provincie Xingjiang, met een jaarlijkse capaciteit van 30 bmc gas. Binnen de door Beijing en Moskou gepromote Nieuwe Zijderoute drijft vooral China de nieuwe infrastructuur aan. Rusland wil in Centraal-Azië vooral zijn invloedssfeer in stand houden, zijn militaire aanwezigheid handhaven, zijn wapendeals opdrijven en leiding blijven geven aan de Collective Security Treaty Organization (CSTO), een intergouvernementele militaire alliantie tussen een aantal post-Sovjet staten.

Nieuwe leden

De onderliggende dynamiek bij de recente toetreding als volwaardige leden van India en Pakistan tot de SCO, is de noodzaak voor de hele regio om eindelijk tot een politieke regeling te komen voor Afghanistan, en niet alleen omwille van veiligheidsbezorgdheden. Een regeling is ook vereist om een infrastructuur te kunnen uitbouwen en de handel soepel te laten stromen door een land dat al zo lang een broeinest van instabiliteit is. De belangrijkste doelstelling is immers het veiligstellen en uitbreiden van de SCO-economie. Als er een politieke regeling komt, kunnen de SCO-landen gezamenlijk besluiten om Afghanistan als volwaardige lidstaat te aanvaarden en de overblijvende Amerikaanse en NAVO-troepen verzoeken om eindelijk uit het land te vertrekken.

Sinds de toetreding van Pakistan en India in de zomer van vorig jaar, overweegt de SCO nu ook het lidmaatschap van Turkije en Iran. Het zijn vooral deze potentiële ontwikkelingen die ervoor zorgen dat de SCO plotsklaps wel in de westerse aandacht kan komen te staan. Turkije is immers een NAVO-lidstaat en in die hoedanigheid nog altijd een bondgenoot van de VS. Iran is volgens de Amerikanen dan weer dé grote boeman in de Midden-Oosten regio. De Amerikaanse president Trump schafte in mei al de nucleaire deal af die zijn voorganger Obama na jaren van internationale onderhandelingen sloot met de Islamitische Republiek. Momenteel wordt er vanuit Washington bovendien een dermate vijandig klimaat gecreëerd ten opzichte van Teheran, dat verschillende waarnemers vrezen voor een escalatie van verbale naar militaire agressie. Kortom, een structurele alliantie van eender van deze twee landen met VS-concurrenten Rusland en China in het kader van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie, zal in het Westen zeker alarmbellen doen rinkelen.

Iran heeft al sinds 2005 een waarnemersstatus in de SCO. Een volwaardig lidmaatschap werd lange tijd geblokkeerd door de opgelegde internationale sancties omwille van Teherans vermeende nucleaire activiteiten. Van zodra het nucleair akkoord gesloten was, begonnen zowel Rusland als China het Iraanse lidmaatschap van de SCO actief te steunen. In 2016 ondertekenden China en Iran een strategische overeenkomst voor 25 jaar, met het oog op nauwere banden op het vlak van defensie en inlichtingen, inclusief inspanningen om de Iraanse zeemachtcapaciteit in de Indische Oceaan te versterken. Rusland heeft zijn militaire coördinatie met Iran opgevoerd om zo ook het Syrische Assad-regime te ondersteunen. Vanwege de enorme Iraanse olie- en gasvoorraden zou de toetreding van Teheran tot de SCO de machtspositie van de regionale alliantie op de internationale energiemarkt aanzienlijk versterken.

In 2012 kreeg NAVO-lid Turkije de status van ‘dialoogpartner’ in de SCO. Turkije doet sinds jaren formele pogingen om lid te worden van de EU. Ankara zou dit schijnbaar tevergeefse streven wel eens kunnen opgeven en in plaats daarvan volledig voor een SCO-lidmaatschap kiezen. Als dit gebeurt is het onvermijdelijke gevolg wellicht dat Turkije afstand doet van zijn NAVO-lidmaatschap.

Aardverschuiving

Zo zijn we aangekomen bij een omslagpunt in de internationale politiek. In een tijd waarin Groot-Brittannië op weg is om een verzwakte EU te verlaten en de NAVO zichzelf feliciteert met de toevoeging van het piepkleine Macedonië, breidt de economische en geostrategische invloed van de SCO in de Euraziatische en Aziatische regio gestaag uit. Nu India en Pakistan aan boord zijn, en Turkije en Iran in de coulissen zitten te wachten, kan de SCO een macht worden waarmee in het Westen rekening zal moeten gehouden worden. In termen van relatieve macht geraakt de VS in het deel van de wereld waar de SCO operatief is, alsmaar meer gemarginaliseerd. Het ziet er naar uit dat er gauw verandering kan komen in de onbekendheid van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie in het Westen.

Antoine Uytterhaeghe is medewerker van www.uitpers.be, waar dit artikel eerst verscheen.



steun ons

© 2018 vrede vzw - website by