Artikel
Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
 Mijn getuigenis over de atoomaanval op Nagasaki
Foto: Vrede vzw

Mijn getuigenis over de atoomaanval op Nagasaki

Dit weekend is Teruko Yokoyama te gast in ons land naar aanleiding van de internationale dag van de vrede (21/09).

 In België staat die in het teken van de verwijdering van de kernwapens. 135 steden en gemeenten ondersteunen deze oproep en zullen dat tonen door die dag de vredesvlag te hangen. Mevrouw Yokoyama is een slachtoffer van de atoomaanval op Nagasaki, 70 jaar geleden. Ze zal onder meer te horen zijn in Gent, waar op 21 september de grootste vredesvlag ter wereld zal worden ontplooid aan de Gentse Belgacomtoren. Ze zal ook te horen zijn op Manifiesta, het politieke festival aan de kust. Teruko Yokoyama vertelt wat haar en haar familie is overkomen. Een pakkende getuigenis.

Teruko Yokoyama is afkomstig uit Nagasaki, de stad waar de tweede aanval met atoomwapens plaatsvond op 9 augustus 1945. De eerste atoomaanval vond drie dagen eerder in Hiroshima plaats. De dodentol in beide steden liep op tot 250.000 slachtoffers tegen het eind van 1945. Daar bleef het niet bij. In de jaren daarop bezweken vele duizenden slachtoffers aan de gevolgen van attominslag. Mevrouw Yokoyama is een Hibakusha, zoals de overlevenden van de atoomaanvallen in Japan worden genoemd. Ze was nog een kleuter toen de bom viel, maar toch kan ze zich het lijden van de stad op die gruwelijke dag nog goed herinneren: “Een enkele atoombom vernietigde onmiddellijk de hele stad. Mensen geraakten verkoold door de enorme hitte van 4000 graden Celsius, die zelfs ijzer deed smelten of werden weggeblazen door de kracht van de ontploffing. Huizen, fabrieken, scholen, ziekenhuizen of bomen werden van de kaart geveegd. In luttele seconden was Nagasaki in puin herschapen. Degenen die ternauwernood aan de onmiddellijke dood ontsnapten wachtte het lijden van de zware brandwonden, verwondingen en stralingsziektes. De atoombom blijft de overlevenden, de Hibakusha, tot vandaag, 70 jaar later, kwellen.”

“Sta me toe om het verhaal van mijn familie te vertellen. Vanaf eind juli 1945, toen de Amerikaanse luchtaanvallen in intensiteit toenamen, namen mijn grootouders, me samen met mijn twee oudere zussen mee naar het platteland waar we onze toevlucht zochten. Ik was toen net 4 jaar oud. Mijn ouders en zusje Ritsuko (1 jaar en 4 maanden) bleven achter in Nagasaki. Zij zouden rechtstreeks te maken krijgen met de atoombom.”

“Toen de bom viel bevond mijn vader zich in een schoolgebouw dat toen tijdelijk dienst deed als wapenfabriek op 1,2 van ground zero. Als gevolg van de enorme ontploffing, werd hij over het schoolplein weggeblazen tot aan de voet van een heuvel. Mijn moeder en zusje waren thuis, op 4 kilometer van het centrum van de explosie. Ze stond op het punt om Ritsuko aan te kleden, die naakt aan het spelen was in de tuin. Toen was er een verblindende flits, waarop mijn moeder zich instinctief over de baby boog om haar te beschermen. Na een tijdje bevond ze zich in een duisternis en zag ze iets uit de lucht vallen dat leek op goudkleurig zand.”

“Vader kwam die avond niet thuis. Ook de volgende dag niet. Mijn moeder was niet in staat om naar de stad te gaan met haar baby, terwijl de luchtaanvallen voortduurden. Pas op de derde dag, begeleid door een buurman, ging ze naar de stad om haar man te zoeken. Maar alles stond nog in brand en het was te gevaarlijk om zich naar de buurt begeven waar mijn vader zich zou moeten bevinden.”

“In de avond van de vierde dag, bereikte haar het nieuws dat mijn vader ernstig gewond was geraakt en zich in de schuilkelder van een bedrijf bevond. Toen mijn moeder hem eindelijk vond, was zijn gezicht volledig bebloed. Zijn beide ogen waren gezwollen en paars. Hij had ernstige brandwonden en was gezwollen, met zijn kleren gedrenkt in bloed. Hij zag er niet uit als een menselijk wezen.”

“Tot 15 augustus, toen het nieuws kwam dat de oorlog ten einde was, bleven mijn moeder en baby zusje bij hem. De schuilkelder was smerig. Vanop het lekkende plafond vielen regendruppels op mijn vader. Hij lag op een dunne rieten mat. Onder de mat bevond zich een vies mengsel van vuil, braaksel en maden afkomstig van andere slachtoffers. Gelukkig overleefde mijn vader, maar hij geraakte verblind aan zijn rechter oog.”

“Een maand later kreeg mijn zusje Ritsuko problemen in haar lymfeklieren en moest ze geopereerd worden. De maanden daarop moest ze voortdurend naar lucht happen en maakte ze piepende geluiden wat mijn ouders het slapen belette. Toen ze 5 jaar oud was moest ze aan haar keel worden geopereerd. In hetzelfde ziekenhuis stierven toen heel wat kinderen aan leukemie.”

“Sindsdien klonk de stem van Ritsuko schor. Vanwege herhaalde ziekenhuisopnames, liep ze jaren achterstand op in school. Door haar gezondheidstoestand kon ze maar een paar maanden de lessen bijwonen. Het grootste deel van haar leven zou zich afspelen in het ziekenhuis tot aan haar dood op 44-jarige leeftijd. Tegen die tijd was ze haar gezichtsvermogen verloren. Ik wist niet wat ik moest antwoorden toen ze me eens vroeg: 'Waarom moet ik zoveel lijden? Voor wie moet ik boeten?'”

“Ik herinner me dat mijn moeder vaak zei: "Afgelopen nacht droomde ik dat Ritsuko met een heldere stem sprak.” Elke keer als ik aan mijn zus denk, voel ik me verdrietig en ellendig en kan ik alleen maar wrok voelen over de oorlog en de atoombom.”

“Enkele dagen na het bombardement bracht mijn oma me terug naar Nagasaki. Ik was doodsbang. Ik zag geschokt de verwoesting rondom me. Het was alsof ik een dode stad binnenkwam. Zelf lijd ik sindsdien aan hevige bloedarmoede.”

“Mijn jongste zus is 3 jaar na het bombardement geboren. Toen ze naar de lagere school ging, verschenen er paarse vlekken op haar lichaam. In de onmiddellijke nasleep van de atoomaanval, zag je dergelijke vlekken op de lichamen van veel overlevenden. Velen van hen zouden snel overlijden. We waren dan ook bang dat mijn zusje hetzelfde lot was beschoren. Gelukkig overleefde ze.”

“Er was wel altijd iemand in de familie die we moesten missen wegens opname in het ziekenhuis. Mijn moeder overleed aan maagkanker in 1972. Ze was 64 jaar. Drie jaar later overleed mijn vader aan longkanker, na jarenlang te hebben geleden aan een schildklieraandoening. Mijn oudste zus lijdt op dit ogenblik al twee jaar aan leukemie. Mijn tweede oudste zus overleed vorig jaar aan de gevolgen van kanker aan de galblaas en de huid.

“Zonder de atoomaanval zouden mijn familieleden hebben kunnen genieten van een gezond leven. De atoombom blijft tot vandaag overlevenden kwellen. Kernwapens zijn absoluut onmenselijke wapens.”

“De huidige kernmachten, waaronder de Verenigde Staten en Rusland, bezitten samen nog meer dan 16.000 kernkoppen. Elke kernbom heeft een vernietigende kracht die tien tot zelfs honderden keren groter is dan de atoombom die Hiroshima en Nagasaki vernietigde. Zij vormen een bedeiging voor de planeet.”

“Beste vrienden in België, laat ons samenwerken aan een vreedzame wereld, bevrijd van oorlog en kernwapens.”

 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by