Artikel
Soetkin Van Muylem
Printvriendelijke versie
The morning after
Foto: Miguel Discart

The morning after

22 maart 2016: geschokt, geraakt, angstig, bewogen, kwaad, triest, strijdlustig, verslagen, gelaten, gedegouteerd, wraakzuchtig. Al deze emoties bundelen zich in mij – de ene al prominenter dan de andere. Ze wisselen elkaar af en krijgen om beurten de bovenhand.

 

Ik veronderstel dat de meeste weldenkende mensen met een minimum aan empathisch vermogen iets gelijkaardigs ervaren. Er zijn al vele reacties verschenen op de sociale en reguliere media die de emoties vlak na de aanslagen in Brussel treffend en oprecht verwoorden.

Hoewel we bijna dagelijks geconfronteerd worden via de media met terreur, geweld en oorlog lijken deze enigszins abstracte begrippen opeens een zeer concrete vorm aan te nemen. Het komt allemaal plotseling zo dichtbij omdat Brussel geraakt is, de hoofdstad van ons land, België; omdat iedereen wel mensen kent die in Brussel wonen of die dagelijks voor hun werk naar daar pendelen, en omdat iedereen zelf al eens de hoofdstad bezoekt en daarbij gebruik maakt van het openbaar vervoer, of zelf al eens in de vertrekhal van de luchthaven van Zaventem in de incheck-rij gestaan heeft. Voor diegenen die rechtstreeks getroffen zijn, de families en vrienden van slachtoffers of de mensen die ter plaatse getuige waren van de gruwel, komen de gebeurtenissen aan als een enorme stomp in de maag die de adem volledig afsnijdt.

De accumulatie van allerlei hevige emoties na een tragedie als deze lijkt me normaal en gezond. Het is goed dat er uiting aan gegeven wordt, op een symbolische of creatieve manier, gezamenlijk of individueel. En iedereen zal daar zijn eigen tijd en manier voor nodig hebben. Het lijkt me echter ook uiterst belangrijk dat we als natie niet uitsluitend in het emo-moment blijven steken. Er moeten pertinente vragen gesteld worden en nog belangrijker: de antwoorden op die vragen mogen niet geleid worden door de huidige hevige emoties, maar moeten gebaseerd worden op een grondige analyse van alle aspecten van deze gebeurtenis.

Wraak

Een van deze slechte emotionele raadgevers is haat voor 'de ander' en blinde wraak: “laten we daar de boel gaan plat bombarderen” is een van de op straat en op de sociale media veelgehoorde reacties. Met ‘daar’ wordt dan veelal Syrië bedoeld. Het is een reactie die voorbij gaat aan het feit dat de daders van terroristische aanslagen in het Westen doorgaans ‘homegrown’ zijn. Ook de drie reeds geïdentificeerde zelfmoordterroristen van deze aanslagen, de broers Ibrahim en Khalid Bakrawi en Najim Laachraoui zijn Brusselaars, geboren en getogen in België. Ze stonden bekend bij de politie omwille van criminele activiteiten, niet omwille van hun jihadistische sympathieën. Dit bevestigt trouwens wat een aantal terrorisme-experten al een tijdje suggereerde, nl. een groeiende band tussen terrorisme en criminele milieus. Ook bij de plegers van de Franse aanslagen zien we een gelijkaardig patroon waarbij delinquente jongeren totaal geradicaliseerd uit de gevangenis komen.

De oproepen om onmiddellijk in de gevechtsvliegtuigen te springen en Syrië of Irak te gaan bombarderen gaan ook volledig voorbij aan het feit dat het net de betrokkenheid is van Europese landen aan de militaire strijd tegen IS, die ze tot een doelwit maakt van deze extremistische organisatie. Dat is geen geheim. Na de aanslagen van Parijs werd in het opeisingscommuniqué van IS specifiek meegedeeld dat ze een vergelding waren voor de betrokkenheid van Frankrijk bij de bombardementen tegen IS in Syrië en Irak. Ook in dit geval vonden de daders van de aanslagen tegen “de kruisvaarders” een rechtvaardiging in de participatie van België aan de coalitie die bombardeert in Irak. Dit is geen nieuw idee. De geschiedenis van gewelddadige Westerse militaire inmenging in de Arabisch-islamitische wereld -die niet te ontkennen valt- gaf ook vuur en justificatie aan de praktijken van Osama bin Laden en zijn volgelingen. Buitenlandse militaire ingrepen speelden een cruciale rol in de destabilisering van het Midden-Oosten, met als recentste voorbeeld Libië dat sinds de bombardementen van de NAVO volledig ten prooi is gevallen aan een niets ontziende chaos en wetteloosheid. Gooi daar nog eens de voortdurende wapentoevoer naar de regio aan toe (vooral vanuit de Verenigde Staten en Europa) en je krijgt een dodelijke cocktail. Ook analisten van de veiligheidsdiensten zijn het er over eens dat de militaire interventie en de daaropvolgende bezetting van Irak de perfecte voedingsbodem geleverd hebben voor het ontkiemen van extremistische jihadi-bewegingen zoals IS. Het mechanisme dat hierachter zit is simpel: hoe meer er gebombardeerd wordt, hoe groter het leed en het ongenoegen bij de getroffen bevolking, en hoe groter de aantrekkingskracht van groepen die schreeuwen om weerwraak. Een reactie die opvallend gelijkaardig is aan die van Belgen en Europeanen die pleiten voor een onmiddellijke harde militaire tegenreactie. Het recept bij uitstek voor nog meer leed daar en een bloedige 'blowback'-reactie hier.

Splijtend wereldbeeld

De voortdurend herhaalde retoriek bij politieke leiders en in de media dat de terroristen 'onze waarden en vrijheden' aanvallen moet gedeconstrueerd worden. De vreselijke criminele feiten die ze pleegden (want massamoord is een crimineel feit) waren volgens hun eigen verstoorde wereldvisie zinvol, net zoals het in de geesten van Westerse politieke leiders zinvol geacht werd om een half miljoen Irakese kinderen te laten verhongeren tijdens het embargo tegen Irak of trouwpartijen te bombarderen in Afghanistan (dat was immers maar een foutje). Voor de slachtoffers aan de ontvangende kant van onze militaire ingrepen zijn deze acties echter even gestoord, even laf, even kwaadaardig en even ingrijpend en traumatiserend. De jongemannen die gebrainwasht worden in het plegen van arbitraire geweldsdaden tegen Westerse burgers hebben wel degelijk een politieke motivatie: weerwraak voor de vernietiging van Irak, de invasie in Afghanistan, de dodelijke drone-aanvallen in Pakistan en Jemen, de folterpraktijken in Guantanamo Bay en Abu Ghraib, de kolonisatie en bezetting van Palestina, enzovoort. Ze identificeren zich als moslims en zien de ingrepen van het Westen als een ideologisch-culturele oorlog tegen wat zij als de “moslimwereld” beschouwen. Het is een zeer wervend en splijtend wereldbeeld, dat ook hier heel wat succes kent als je de vele anti-moslimreacties op de sociale media en op straat ziet. Het merkwaardigste is dat de meeste politici (behalve de rechts-populistische en extreemrechtse) alles in het werk stellen om er voor te zorgen dat de bevolking zich in de eigen multiculturele samenlevingen niet tegen 'de andere' keert. In allerijl worden in de media bekende moslims en woordvoerders van de moslimgemeenschap opgetrommeld die bijna smekend gevraagd worden om de terroristische aanslagen te veroordelen. Maar toch blijven dezelfde politici en media louter focussen op de religieuze justificaties van deze terroristen en hun extreem-jihadistische bewegingen. Het feit dat ze in hun opeisingen even hard hameren op de Westerse inmenging in de moslimwereld wordt bijna vakkundig genegeerd en er worden al zeker geen beleidsmatige conclusies uit getrokken. Integendeel, België -als uitstekende leerling in de NAVO-klas- overweegt nu ook te participeren aan coalities die Syrië en zelfs Libië willen bombarderen. Ons land zal zichzelf daarbij een nog hoger aangeschreven doelwit maken voor gestoorde individuen en terroristische cellen in hun strijd tegen 'de kruisvaarders'. Belgen zijn uiteraard geen Amerikanen dus de retoriek hieromtrent is veel gematigder. Minister van Justitie Koen Geens noemt een buitenlandse militaire reactie geen wraak, maar eufemistisch “fermheid” en “solidair zijn met de internationale gemeenschap”. Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon stelde in de VRT-studio's: “We gaan ons niet laten doen door die jongens hé!” De waarheid is dat de organisatie(s) achter de plegers van deze aanslagen niets liever willen: een open oorlog die hen in staat stelt om volop te rekruteren in de eigen veroverde gebieden en hun doelstelling van een wereldwijd kalifaat na te streven.

Militaire strijd tegen terreur voedt terrorisme

Ondertussen kan het hen helemaal niet schelen wie ze in het buitenland raken. Het gaat hen louter om het maken van zoveel mogelijk slachtoffers: nationaliteiten, gezindten en leeftijden spelen geen enkele rol. In zowel de aanslagen van Parijs als Brussel werden ook moslims getroffen (de aanslag in het metrostation Maelbeek kostte al minstens het leven aan een Marokkaanse moslima). De moslims zijn als je de zaken breder trekt zelfs de grootste slachtoffers van terroristische aanslagen. Sinds de Verenigde Staten de 'oorlog tegen terreur' lanceerde in 2001, steeg het aantal terroristische aanslagen in de wereld van 355 tot 13.500 in 2014 (cijfers van het Pentagon). Dat is een stijging van 6500%! In 2014 werden de meeste van deze terreuraanslagen gepleegd in overwegend of volledig islamitische landen, nl. Irak, Nigeria, Afghanistan, Pakistan en Syrië. Irak kende in 2014 meer bloedige aanslagen dan er dagen in het jaar zijn. Amper een dag voor de aanslagen in Brussel gepleegd werden, bombardeerde de internationale coalitie onder leiding van de VS op klaarlichte dag een universiteit in de Iraakse stad Mosoel. Meer dan 200 studenten en docenten -gewone burgers- werden op slag gedood en er vielen zeker 600 gewonden. Een verwerpelijke daad, die evenveel afgrijzen en onbegrip zou moeten oproepen in de wereld als de aanslagen in Brussel. De mondiale iconische monumenten werden echter niet gehuld in de kleuren van de Iraakse vlag ter ondersteuning van de getroffen bevolking daar. En neen je geraakt zoiets niet gewend. Ook voor de burgers van deze landen is het verliezen van dierbaren en het leven in angst een zeer ingrijpende en afschuwelijke ervaring – misschien iets waar we aan zouden moeten denken als we de mensen die voor deze gruwel op de vlucht slaan kordaat de deur wijzen.       

Een andere aanpak

Er wordt momenteel veel gesproken over het bestrijden van haat met liefde. Mooie woorden die echter ook in de praktijk omgezet kunnen worden. Het bestrijden van terrorisme kan alleen door resoluut af te stappen van het huidige vernietigende beleid van militaire buitenlandse interventies. De daardoor vrijgekomen middelen moeten geïnvesteerd worden in het bestrijden van globale onrechtvaardigheid (bijvoorbeeld via ontwikkelingssamenwerking, maar ook via een eerlijker handelsbeleid), in het promoten van menselijke veiligheid en op rechten gebaseerde internationale betrekkingen.

Moeten we IS dan gewoon laten begaan? IS kan ook op andere manieren geraakt worden. Zonder geld om hun militanten te betalen en zonder wapens staat de organisatie nergens. Diplomatieke initiatieven om de toevoer van wapens en de verkoop door IS van olie (via Turkije) af te stoppen, kunnen bijvoorbeeld een veel grotere impact hebben dan bombardementen die sowieso ook burgerslachtoffers eisen.

Men kan niet onder het feit uit dat er in België blijkbaar een voedingsbodem is voor radicalisering bij bepaalde groepen jongeren. Er vertrokken vanuit België al tussen de 400 en 500 Syrië-strijders. In vergelijking met andere Europese landen gaat het om het hoogste percentage in verhouding met het aantal inwoners. Het is duidelijk dat er zeer bewust gerekruteerd wordt. De jongeren die gevoelig zijn voor radicaal-jihadistische boodschappen zijn hier doorgaans geboren: tweede, derde en zelfs vierde generatie kinderen van immigranten met een islamitische achtergrond. Ze delen vaak sociaaleconomische achterstelling en uitsluiting, voelen zich misbegrepen, gefrustreerd, gediscrimineerd, begeven zich in middens van kleine criminaliteit, enzovoort. Ze keren zich op een bepaald moment af van de maatschappij, ook van hun eigen gemeenschap en vaak zelfs de eigen familie. Ze marginaliseren in die mate dat ze de maatschappij en alles waar ze in hun ogen voor staat, willen treffen. Het lijkt me dat hier als maatschappij alleen aan kan verholpen worden door te streven naar een grotere inclusiviteit en door actief het respect voor diversiteit te promoten. Een waaier aan instrumenten, maatregelen en middelen moeten hiervoor ingezet worden. Er kan in eerste instantie geïnvesteerd worden in toekomstperspectieven voor iedereen (kwaliteitsvol onderwijs, tweedekansonderwijs, straathoekwerking, bestrijding van discriminatie, werkgelegenheid, degelijke huisvesting, vrijetijdsinitiatieven, …). Besparen op de sociale welvaartstaat is uit den boze omdat dit alleen maar nog meer mensen uit de boot zal doen vallen. Specifieke programma's ter preventie van radicalisering en deradicaliseringsinitiatieven moeten ondersteund en opgedreven worden. De massale en intimiderende aanwezigheid van militairen op straat kan ons niet beschermen tegen geradicaliseerde jongeren die vastberaden zijn om een terroristische aanslag te plegen. De concrete 'strijd tegen het terrorisme' – het oprollen van bestaande terroristische cellen en het verijdelen van andere aanslagen- lijkt me dan ook een taak voor politionele onderzoeks- en inlichtingendiensten en justitie. Zij moeten over genoeg mankracht en middelen beschikken om degelijk onderzoek te voeren, zonder dat de burgerrechten en de democratische vrijheden aangetast worden.

Gruweldaden zoals de aanslagen in Brussel vallen nooit te rechtvaardigen, net zoals de asymmetrische oorlogsvoering van ‘het Westen’ in de Arabische wereld niet te rechtvaardigen valt. In deze context zijn mijn gedachten bij alle slachtoffers van de terroristische aanslagen in Brussel, de slachtoffers van de vele terroristische aanslagen elders in de wereld en de slachtoffers van de terreur van oorlog.     

 

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by