Artikel
Georges Spriet
Printvriendelijke versie
Moskou, vriend of vijand?
Foto: Russian Presidential Press and Information Office

Moskou, vriend of vijand?

Na de implosie van de Sovjet-Unie in 1991 ontdooiden de relaties tussen Moskou en Washington. De presidenten van de beide landen in de jaren 1990, Bill Clinton en Boris Jeltsin, schoten bijzonder goed met elkaar op. In Rusland verdwenen de Sovjet-structuren en daalde de gemiddelde levensstandaard dramatisch. Westerse multinationals konden er naar hartenlust investeren, zeker in de energiesector. Met de komst van Vladimir Poetin werd één en ander herschikt, en meteen kwam het oude vijandbeeld terug de kop opsteken.

Energie

Aantrekken en afstoten, zo zou je de relaties sedert 1990 tussen het Westen en Rusland kunnen omschrijven. In het begin van de jaren 1990 werd in Rusland de rode loper uitgerold voor investeringen van de grote olie-multinationals. Maar toen een nieuwe Russische regering bepaalde exploitatie-participaties herschikte ten nadele van de Westerse ondernemingen, verkilden de relaties aanzienlijk. Geregeld zeggen Russische ministers dat het Westen kan mee verdienen aan de ontginning van olie en gas op voorwaarde dat Russische ondernemingen mee kunnen verdienen aan de distributie ervan in het Westen. De houding ten opzichte van Rusland is de laatste paar jaren geregeld een punt van onenigheid binnen de NAVO. Iedereen herinnert zich nog wel de reacties in onze pers en bij onze politici toen Gazprom, een gemengd privé–overheidsbedrijf, eind 2008 de gasleveringen naar Oekraïne stillegde bij een aanslepend prijsgeschil. De VS ontpopte zich als goede vriend van Kiëv, maar Washington had voor dit incident al tegenwind gekregen van Duitsland en Frankrijk toen het voorstelde om Oekraïne te laten toetreden tot de NAVO.

Rusland is voor Europa zonder meer een bijzonder belangrijke gasleverancier. Het Nord Stream project (een gaspijplijn onder constructie van het Russische Vyborg tot het Duitse Greifswald) is een samenwerking tussen Gazprom, de Duitse multinationals E.ON en BASF, en de Nederlandse Gasunie. Aan de andere kant zien we dat de Europese Commissie belet heeft dat Gazprom 50% van de aandelen zou verwerven van Central European Gas Hub (CEGH), Europa's belangrijkse aardgasbedrijf . 80% van het gas dat CEGH verhandelt is wel van Russische origine. Wat de ontsluiting van de Centraal-Aziatische energiegrondstoffen betreft is het Westen actief op zoek naar een manier om Rusland te omzeilen. Hierbij lijkt de Europese Commissie bijvoorbeeld zeer sterk het Nabucco-project genegen te zijn (een pijpleiding door de Kaukasus via Turkije naar Oostenrijk loopt en het Russische grondgebied omzeilt), terwijl Rusland zijn eigen South Stream-project wil doorvoeren (een pijplijn die via de Zwarte Zee Europa zou bereiken, zonder Oekraïne te moeten passeren). Vandaag is Georgië een belangrijke geostrategische partner in de doorvoer van Azerbeidzjaans gas naar Turkije.

Eind vorig jaar bereikten Rusland en de Europese Unie een overeenkomst om de douaneheffingen af te schaffen voor bepaalde grondstoffen zoals bijvoorbeeld hout. Deze overeenkomst vormde voor de EU een belangrijke voorwaarde om zijn oppositie tegen het Russisch lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) in te trekken. De Russische premier Poetin lanceerde in 2011 in een opiniestuk in de 'Süddeutsche Zeitung'een voorstel om een “harmonieuze economische gemeenschap” op te richten die zich zou uitstrekken van Lissabon tot Vladivostok.

Wereldpolitiek

Is Rusland een vijand of een partner? Dit blijft een centrale vraag in heel wat Westerse hoofdkwartieren. In de strijd tegen het terrorisme wordt door de Russische en de VS regeringen een zelfde discours gevoerd. Zeker voor de oorlog in Afghanistan rekent ISAF (de NAVO-macht in Afghanistan) op de logistieke steun van Rusland. Deze Russische medewerking is in belang toegenomen naarmate de bevoorradingsroute doorheen Pakistan door de lokale medestanders van de Taliban steeds efficiënter wordt gesaboteerd. Rusland legt voor het Afghanistan-dossier de nadruk op een politieke uitweg die onder meer via een internationale conferentie met alle buurlanden vorm zou moeten kunnen krijgen, en lijkt zich steeds duidelijker af te zetten tegen de plannen van de VS om na de terugtrekking van de troepen in 2014 toch nog militaire basissen te behouden in dat land. Ook in het dossier Libië zitten De Westerse landen op een andere lijn dan Rusland. Bij de stemming over Resolutie 1973 in de VN Veiligheidsraad heeft Moskou zich onthouden, samen met o.m. Duitsland, China en Brazilië. Sindsdien heeft de Russische minister van Buitenlandse Zaken en ook premier Poetin herhaaldelijk en publiekelijk hun ontevredenheid geuit over de westerse agressie tegen Libië. President Medvedev van zijn kant wil kennelijk de kerk in het midden houden en lijkt een toegeeflijkere koers aan te houden, maar enthousiast is hij nu ook weer niet. Tijdens de recente topbijeenkomst van Shanghai Cooperation Organisation (SCO) -waar Rusland, naast China, Kazachstan, Kirgizië, Tadjikistan en Oezbekistan lid van is- kwam er een duidelijke oproep voor een politieke oplossing in Libië in plaats van de militaire benadering van de NAVO.

Bewapening

Rusland is enkele jaren geleden begonnen naar het zoeken van Westerse wapenleveranciers om specfieke noden en tekorten bij het Russische leger aan te kunnen pakken. Eind januari 2011 –toch maar dertig maanden na de gewapende clash tussen Rusland en Georgië– ondertekenden Parijs en Moskou een overeenkomst voor de aankoop van twee Franse vliegdekschepen door het Russisch leger. Terwijl Rusland wapencontracten met NAVO-lidstaat Frankrijk aangaat en onderhandelingen heeft lopen met Italië over lichte legervoertuigen, schatten andere NAVO-leden –denk maar aan Polen of de Baltische staten– Rusland nog altijd als een grote bedreiging in.

De NAVO heeft op 19 november 2010 in Lissabon definitief beslist om een rakettenschild te installeren in Europa. Dit is zeer lucratief voor de Amerikaanse wapenindustrie. Rusland is er niet van overtuigd dat men hierbij vooral de nog altijd onbestaande raketdreiging van Iran viseert en gaf herhaaldelijk uiting aan zijn ongenoegen. De Russische president Medvedev mocht in Lissabon zijn visie over een eventuele samenwerking rond dit rakettenschild komen uitleggen, maar sindsdien is de tweespalt alleen nog duidelijker geworden: Rusland ziet wel iets in een gemeenschappelijk project maar de NAVO wil alleen praten over het coördineren van twee aparte initiatieven. Mocht er geen overeenkomst worden bereikt dan dreigt Moskou met tegenmaatregelen zoals een nieuwe opstelling van de eigen kernraketten, de versnelde ontwikkeling van een nieuwe generatie raketten, enz.

Kernbommen

En dan is er de discussie over de tactische kernwapens van de NAVO (kernwapens die ontworpen zijn om in te zetten op het slagveld in militaire operaties). Onder leiding van Duitsland schreven enkele NAVO-lidstaten (Nederland, Luxemburg, Noorwegen en België) in 2010 een brief gericht aan het NAVO-hoofdkwartier, over de terugtrekking van de Amerikaanse B61-kernbommen die momenteel nog altijd op hun grondgebied liggen. Daar is tijdens de NAVO-top in Lissabon, 19 november 2010, geen antwoord op gekomen. “Zo lang er nucleaire wapens zullen bestaan, zal de NAVO een nucleaire alliantie blijven”, heet het in artikel 17 van het Nieuw Strategisch Concept van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Artikel 26 over de verdere vermindering van het aantal kernwapens zegt dat men in dit verband van Rusland een grotere transparantie wil verkrijgen over zijn kernwapens. Moskou zou zich bereid moeten verklaren om ze verder weg van de grenzen van de NAVO-lidstaten te herpositioneren. “Elke nieuwe maatregel zal rekening moeten houden met het verschil tussen de voorraden aan kernwapens voor de korte afstand. Langs Russische zijde zijn die voorraden veel groter ”. Het is dus heel duidelijk dat de leiders van de NAVO-lidstaten Rusland nog altijd als de vijand zien. We gaan zeker niet eenzijdig ontwapenen, heet het in die politieke kringen. De beslissing omtrent een mogelijke terugtrekking van de Amerikaanse tactische kernwapens in Europa werd doorgeschoven naar een 'Deterrence and Defence Posture Review' (DDPR), een beleidsherziening wat defensie- en afschrikking betreft. Tegen de NAVO-top van 2012 zou de DDPR de zaak klaar moet hebben. Wat het nucleaire betreft zal DDPR de al dan niet terugtrekking van de B61 uit de verschillende Europese landen behandelen. De fundamentele nucleaire strategie, inclusief het recht als eerste toe te slaan, wordt niet in het minst in vraag gesteld. Het is een beetje eigenaardig om de terugtrekking van de Amerikaanse kernbommen uit de Europese militaire basissen van Kleine Brogel, Volkel (Nederland), Büchel (Duitsland), Ghedi en Aviano (Italië) en Incirlik (Turkije) afhankelijk te maken van Russische wapenreducties, terwijl de NAVO nu al heel lang de stelling aanhoudt dat de Amerikaanse kernwapens niet tegen Rusland gericht zijn. Bovendien is de militaire afschrikking die uitgaat van die wapens ten opzichte van Rusland nihil, onder meer omdat de F16' s niet ver genoeg kunnen vliegen. Waarom zouden de Russen de compensatie hun groter aantal tactische kernwapens in de balans leggen voor iets wat hen niet kan deren? Meestal horen we het argument dat de leiders van de vroegere Warschaupactlanden die nu in de NAVO zetelen, hameren op het behoud van de strategie van het 'nucleair delen' als teken van solidariteit onder de leden van de alliantie. Deze strategie houdt in dat nucleaire machten binnen de NAVO hun wapens ter beschikking stellen over heel het grondgebied van de NAVO om zo een beschermend schild te vormen.. In de praktijk is dat dus via de vele Amerikaanse kernwapens verspreid over Europa. Dat een dergelijke nucleaire paraplu nog altijd als essentieel wordt beschouwd door de meerderheid van de NAVO-leden ligt volledig in de lijn van het fundamentele denken binnen een alliantie die blijft zeggen dat “een centraal element van de gehele defensiestrategie berust op een combinatie van nucleaire en conventionele capaciteiten”. Of nog dat “de opperste waarborg voor de veiligheid van de bondgenoten geleverd wordt door de strategische nucleaire machten van de Alliantie, en meer bepaald die van de USA, terwijl die van Frankrijk en Groot-Brittannië bijdragen tot de algemene afschrikking en de veiligheid van de bondgenoten”, aldus het Nieuw Strategisch Concept van de NAVO (november 2010).

Nucleair delen

Bepaalde analisten menen dat de Amerikaanse wil om de veiligheid van de Europese lidstaten te garanderen duidelijk genoeg in het oprichtingsverdrag van de NAVO en andere strategie-teksten terug te vinden is, en dat het rakettenschild voor Europa een nieuwe concrete onderbouw geeft aan die garantie. De B61-kernraketten zijn daarvoor dus absoluut niet meer nodig in Europa. In Washington zijn er twee kampen. Sommigen menen dat Europa de eigen defensie meer moet uitbouwen door de budgetten te verhogen. Het zal immers geen vaste verworvenheid blijven dat de Amerikaanse belastingbetalers bereid zijn op te draaien voor de kosten van de Europese veiligheid. Anderen menen dat het in het eigen economisch en strategisch belang van de VS is om zich op te werpen als dé ultieme veiligheidsgarantie voor Europa. Zij vinden ook dat de eventuele terugtrekking van de kernwapens -maar ook de simpele vraag ernaar– het begin betekent van een vervaging van de solidariteit tussen de VS en Europa. De briefschrijvers vinden zij dan ook uiterst onsolidair. Als Duitsland zich openlijk afzijdig opstelt van de beleidslijn van het nucleair delen, dan zullen Nederland en België onmiddellijk volgen, vrezen ze.

Het valt op dat de Obama-regering er voor kiest om de B61-kernbommen te moderniseren en zodanig aan te passen dat ze ook 'strategisch' kunnen worden ingezet. Ze zullen dan ook door lange-afstandsbommenwerpers en de Joint Strike Fighter F35 (gevechtsvliegtuigen) gebruikt kunnen worden. De dragers van de aangepaste B 61-bommen zullen dan een groter vliegbereik hebben, dat het 'vijandelijk gebied' omvat. Door de B61's als het ware up te graden naar de categorie 'strategisch' krijgt de discussie over het stationeren van die bommen een nieuwe dimensie. Plots worden ze wel weer militair bruikbaar en relevant. “We hoeven nu alleen nog maar te verklaren dat ze inderdaad tegen Rusland zijn bedoeld, dan zal Moskou wel bereid zijn tot onderhandelen over het verminderen van hun (tactische) kernwapens”, hoor ik ze al denken in bepaalde beleidskringen.

De VS blijven de enige kernmacht die haar kernwapens op het grondgebied van niet-kernwapenstaten installeert. Het is afwachten of het snoeien in het VS-budget een invloed zal hebben op dit dossier. Maar met het schuldakkoord dat Democraten en Republikeinen onlangs overeen kwamen, wordt het militair apparaat eigenlijk disproportioneel weinig getroffen. Defensie is immers goed voor ongeveer 30% van alle federale en overheidsuitgaven maar zal slechts instaan voor 10% van de besparingen. 90% van de besparingen zal dus gebeuren in de niet-militaire departementen. Door de moderniseringsplannen voor de kernwapens op te bergen, zou nochtans in één klap de helft van de vooropgestelde totale 350 miljard dollar bespaard kunnen worden. Er is voor deze plannen de komende 10 jaar immers 185 miljard dollar voorzien!

Besluit

Rusland lijkt erg de kaart te trekken van de onderlinge handel en het wederzijds belang van beide regio's. Rusland als energieleverancier voor Europa, Europa als leverancier van die goederen die Rusland niet altijd aan dezelfde hoogtechnologische kwaliteit kan produceren. Rusland weet zich echter ook goed 'in te kopen' bij de opkomende economieën die op het wereldtoneel een eigen uitweg zoeken uit de Westerse economische dominantie-in-crisis. Het Westen stapt de ene keer mee in deze Russische redenering van samenwerking en de andere keer hanteert het geopolitieke argumenten die het voorgaande tegenspreken. Het laatste geval vormt een hinderpaal om de verzuchtingen rond kernontwapening, die sterk leven bij de Westerse publieke opinie, waar te kunnen maken.

 

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by