Artikel
Marc Vandepitte
Printvriendelijke versie
Naar een aardverschuiving in het Midden Oosten? Achtergronden bij het historisch akkoord tussen de VS en Iran
Copyright: LittleRoughRhinestone at English Wikipedia

Naar een aardverschuiving in het Midden Oosten? Achtergronden bij het historisch akkoord tussen de VS en Iran

De gezworen aartsvijanden Iran en de VS sloten op 24 november 2013 een historisch akkoord met mogelijk verregaande gevolgen voor de regio en de hele wereld. Wat is de draagwijdte van het akkoord en wat zijn de belangen die erachter schuilgaan? 

Van aartsvijanden naar bondgenoten

Op 24 november 2013 sloten de Verenigde Staten en Iran een historisch akkoord. In ruil voor de vermindering van de sancties tegen Iran, zal Teheran zijn atoomprogramma inperken en laten controleren. Het feit alleen al dat de ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen elkaar openlijk wilden ontmoeten om tot dit akkoord te komen, was enkele maanden geleden nog ondenkbaar. De afgelopen zestig jaar verliepen de relaties tussen de VS en Iran bijzonder tumultueus. Om controle te verwerven over de Iraanse olierijkdommen hielp de VS, samen met Groot-Brittannië, de verkozen regering van Mossadeq omverwerpen in 1953. Mohammad Reza Pahlavi, de sjah van Iran, kreeg toen de volledige macht in handen. Met de steun van de VS regeerde hij met harde hand tot 1979, toen hij aan de kant werd gezet door de islamitische revolutie. Kort na die revolutie werd de VS vernederd door de bestorming van zijn ambassade in Teheran en de langdurige gijzeling van het ambassade-personeel. Sindsdien zijn Iran en de VS gezworen aartsvijanden. Toen Irak begin jaren 1980 honderdduizenden Iraniërs bestookte met gifgas – onder meer afkomstig uit de VS - keek het Witte Huis de andere kant op. In 1983 werd het VS-leger uit Libanon verdreven door een verwoestende bomaanslag waarbij 241 mariniers omkwamen. Achter de aanslag zat Hezbollah, de naaste bondgenoot van Iran in Libanon. In 1986 leed president Reagan zwaar gezichtsverlies door het Iran-Contra schandaal (waarbij aan het licht kwam dat de inkomsten van geheime wapenleveringen aan Iran gebruikt werden om de tegenstanders van de Sandinisten in Nicaragua te financieren). Na de aanslagen van 11 september 2001 in New York belandde Iran op de beruchte lijst van naties die de zogenaamde 'As van het Kwaad' vormden. De invasie van Irak in 2003 schudde de kaarten in het Midden-Oosten grondig dooreen. Saddam Hoessein, de belangrijkste tegenstander van Iran, werd uitgeschakeld en de sjiieten kwamen aan de macht in het land. Irak was niet langer een aartsvijand van de VS, maar een bondgenoot. Ook Iran kon het echter alsmaar beter vinden met het nieuwe sjiitische regime in Irak. De VS verloor gaandeweg zijn greep op Irak. Het machtsoverwicht in de regio helde over in de richting van Teheran, dat op dat moment al heel wat invloed bezat in Syrië, Libanon (Hezbollah) en Palestina (Hamas). Dat de controverse rond het nucleair programma van Iran rond die periode begon is geen toeval. De nucleaire kwestie was bij uitstek de hefboom van Washington om de sterk toegenomen Iraanse invloed terug te dringen en het land op de knieën te krijgen. 

Iran was en is niet van plan om op korte termijn een atoombom te ontwikkelen. Dat was de conclusie van verschillende Amerikaanse inlichtingendiensten in 2012. Iran wil wel een volledig functioneel civiel nucleair programma. En zelfs al was de ontwikkeling van een kernwapen een essentiële doelstelling van de Iraanse autoriteiten, dan nog is het land niet in staat om dat snel voor elkaar te krijgen. Het beschikt niet over voldoende verarmd uranium. Het heeft ook geen betrouwbare raketten met de vereiste reikwijdte of voldoende uitgeruste luchtmacht om Israël te kunnen raken. Indien dat wel het geval zou zijn, dan had Israël de Iraanse nucleaire installaties al lang gebombardeerd. 

De eerste VN-resolutie over het nucleair programma van Iran dateert van juli 2006. Sindsdien heeft Washington er alles aan gedaan om het land politiek te isoleren en economisch droog te leggen. In 2003 en nog eens in 2009 deed Iran voorstellen om tot een alomvattend akkoord te komen met de VS, maar Washington weigerde in beide gevallen mee te werken. Uiteindelijk is het er nu wel van gekomen. Het is niet de eerste keer dat Washington een pact sluit met 'de duivel'. In de geopolitiek spelen principes of ideologie geen rol van betekenis, het draait om de harde belangen. Zo ook in dit geval. In wat volgt werpen we een blik op die belangen en op de vraag waarom beide partijen zo’n strategische bocht hebben gemaakt. En waarom gebeurt dat net nu? We bekijken ook welke voordelen beide landen uit dit akkoord trachten te halen.

Beweegredenen van de VS

We beginnen met de VS. Minstens vijf factoren verklaren waarom Washington uit was op een akkoord en een samenwerking met Teheran. De eerste factor is militaire 'overstretching'. De eerste regering van George W. Bush (2001- 2005) was een echt oorlogskabinet. Het wou korte metten maken met weerspannige landen uit het Midden-Oosten en het Afrikaans continent. Na 9/11 werd Afghanistan veroverd in het kader van de zogenaamde 'oorlog tegen het terrorisme' en het was de bedoeling van de VS om binnen de vijf jaar de regeringen van nog eens zeven landen “te vernietigen”: Irak, Syrië, Libanon, Libië, Somalië, Soedan en Iran. De missies in Afghanistan en Irak draaiden echter uit op een militaire flop. Bovendien waren ze een ware economische ramp. Ze kostten samen meer dan het dubbele van de dure oorlog tegen Vietnam. De 'oorlog tegen het terrorisme' was blijkbaar een brug te ver voor de VS. De kater was groot en Obama werd eind 2008 verkozen met de belofte dat hij zich zou terugtrekken uit Irak en Afghanistan. Dat de militaire aanval tegen Syrië uiteindelijk werd afgeblazen past volledig in dit plaatje. 

Een tweede factor die speelde bij de bereidheid van de VS om tot een akkoord te komen met Iran is het verminderende belang van het Midden-Oosten bij de petroleumbevoorrading van de VS. Tot voor kort was die regio hierbij van vitaal belang, maar dat is hoe langer hoe minder het geval als gevolg van de recente eigen ontwikkeling van schaliegas en teerzandolie, en van de ontginning van grote oliereserves in Canada. De VS is momenteel de snelst groeiende producent van olie en gas ter wereld. De import van olie uit het Midden-Oosten zal tussen 2011 en 2017 verminderen met bijna 40%. Tegen 2020 zal de VS zelfs een netto uitvoerder zijn van natuurlijk gas. 

Een derde factor is de focus van de VS op China. In 1992, een jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, stelde het Pentagon: “Ons eerste objectief is het verhinderen dat er een nieuwe rivaal op het wereldtoneel verschijnt. We moeten de potentiële concurrenten er van weerhouden om zelfs maar te streven naar een grotere rol op regionaal of wereldvlak.” Dat is sindsdien de doctrine van de VS gebleven, ongeacht welke president er aan de macht is. Vandaag wordt bij 'potentiële concurrenten' in de eerste plaats gedacht aan China. Voor Hillary Clinton (VS-minister van Buitenlands Zaken van januari 2009 tot 1 februari 2013) moest de strategische aandacht van de VS verschuiven naar de Stille Oceaan: “De toekomst van de politiek zal worden beslist in Azië, niet in Afghanistan of Irak. En de Verenigde Staten zal zich precies in het centrum van de actie bevinden.” In een televisiedebat met Mitt Romney, zijn Republikeinse tegenkandidaat voor de verkiezingen van 2012, was Obama explicieter. Hij benoemde China toen als 'adversary' (vijand). Het zijn niet alleen woorden. Rondom China hebben de VS troepen, militaire bases, steunpunten en trainingscentra in 17 landen of zeegebieden: Tadzjikistan, Kirgizië, Afghanistan, Pakistan, de Arabische Zee, de Indische Oceaan, de Straat van Malakka, Australië, de Filippijnen, de Stille Oceaan, Taiwan, Zuid-Korea, Taiwan, India, Bangladesh, Sri Lanka, Nepal en Maleisië. Nieuwe bases worden gepland in Thailand, Vietnam en de Filippijnen. Met Mongolië en Oezbekistan, Indonesië, en recentelijk ook met Myanmar wordt er militair samengewerkt. Tegen 2020 zal 60% van de VS-vloot gestationeerd zijn in de regio. Als je dat op een kaart bekijkt, dan is het niet overdreven om te stellen dat China militair omsingeld is. 

Een vierde factor is de radicalisering van de soennitische jihadis in de regio van het Midden-Oosten. In Syrië hebben extremistische milities de overhand gekregen en de VS hebben nauwelijks vat op deze groeperingen. In Irak zijn het laatste half jaar alleen al, 5.000 mensen vermoord door Al Qaeda of aan Al Qaeda-gelieerde groepen. Ook in Libanon dreigt de situatie uit de hand te lopen. In het verleden heeft het Pentagon meermaals nauw samengewerkt met extremistische islamitische groeperingen. Dat was het geval in Afghanistan in de jaren 1980, in Bosnië in de jaren 1990, wat later in Kosovo, en recentelijk in Libië en Syrië. Maar de voorwaarde is wel dat de VS de overhand blijft behouden. Washington wil de pro-Iraanse regeringen in Libanon en Syrië wel ten val brengen, maar niet om de transnationale jihadis te versterken, laat staan om in die landen fundamentalistische emiraten te installeren waar extremistische soennieten de plak zouden zwaaien. Als dit zou gebeuren dan zou Jordanië ongetwijfeld snel volgen en in dat geval zou VS-bondgenoot Israël omgeven zijn door extremistische regimes. Dat is een nachtmerrie-scenario voor de VS. In de ogen van Washington zijn de soennitische extremisten in de regio een te weinig controleerbare en dus risicovolle factor geworden. 

Een vijfde factor die bijdroeg tot de recente toenadering tot Iran, betreft de betrouwbaarheid van de regionale bondgenoten van de VS. Na de Arabische lente zijn een aantal autocratische regimes in het Midden-Oosten minder betrouwbare of verzwakte partners geworden. Dat is in de eerste plaats het geval met Egypte, maar ook met Jemen, Jordanië, Bahrein, Tunesië en Saoedi-Arabië. Dat laatste land staat bovendien ook nog voor een delicate generatiewissel. Washington had gehoopt dat Pakistan een belangrijke steun zou zijn bij het onder controle houden van de situatie in Afghanistan na het vertrek van de meeste bezettingstroepen eind 2014. De oorlog heeft Pakistan echter fel verzwakt en het land heeft daarnaast af te rekenen met binnenlands destabilisatie door jihadis. Dan zijn er nog Afghanistan en Irak. In beide landen werden VS-gezinde regeringen in het zadel gebracht. Maar zij blijken niet zo volgzaam als gehoopt. Ze varen hoe langer hoe meer een eigen koers, los van het Witte Huis en soms zelfs lijnrecht er tegen in. Zo weigerde Irak zijn luchtruim open te stellen voor de VS om Syrië te bombarderen, terwijl de Iraniërs dat rustig mogen gebruiken om het Syrische leger bij te springen.

Voordelen voor de VS

Het zijn deze vijf factoren die samen verklaren waarom de VS toenadering zocht tot Iran. De VS is niet meer in staat om unilateraal de hele wereld te overheersen en à la carte bondgenoten te kiezen en te controleren. Doseren en balanceren is de boodschap. Zbigniew Brzezinski, gewezen topadviseur van verschillende VS-presidenten en ook vandaag nog richtinggevend voor de buitenlandse politiek van Washington, verwoordt het zo: “De nieuwe realiteit is dat geen enkele grootmacht in staat is om Eurazië te ‘overheersen’ en dus om de wereld te ‘bevelen’. Amerika’s rol, in het bijzonder na twintig jaar te hebben verspild, moet nu subtieler zijn en meer inspelen op de nieuwe machtsverhoudingen in Eurazië.”

Door het recente akkoord met Iran krijgt Washington meer (militaire) ruimte om zich te focussen op andere regio’s, in het bijzonder op de regio van de Stille Oceaan. Het is niet dat de VS zich volledig wil terugtrekken uit het Midden-Oosten, maar het wil er geen onnodig grote militaire voetafdruk behouden omdat dit het halen van andere, prioritaire doelstellingen verhindert. Een samenwerking met Iran zal de VS beter in staat stellen om de situatie in Syrië beheersbaar te houden, in het bijzonder de dreiging van de jihadis. Dat geldt evenzeer voor de situatie in Afghanistan na de geplande terugtrekking van het grootste deel van de VS-militairen. Ook voor een verbetering van de situatie in Irak, Libanon en Palestina, is de steun van Teheran onmisbaar. Tenslotte zal de samenwerking met Iran de invloed van Rusland in de regio, die na 9/11 was toegenomen, weer doen verminderen. Ook dat is mooi meegenomen voor Washington. Het zou niet de eerste keer zijn dat Teheran en Washington samenwerken om extremistische jihadis te counteren. Dat gebeurde al in Irak en in Afghanistan, respectievelijk tegen Al Qaeda en de Taliban. Maar dat ging toen telkens om een tactische samenwerking, die aan de globale vijandige houding tussen beide landen niets veranderde en ook geen impact had op de allianties van de VS in de regio. Deze keer hebben we te maken met een strategische samenwerking die de kaarten in het Midden-Oosten door elkaar schudt. Washington streeft met deze toenadering een strategische balans na tussen de sjiieten en de soennieten. Geen van beide kampen mag sterk genoeg worden om de overhand te krijgen. Een verdeelde Islam waarvan de antipolen elkaar in evenwicht houden en neutraliseren, speelt perfect in de kaart van Israël en van de VS. Het is de beproefde verdeel-en-heers-strategie.

Voordelen voor Iran

De oorlog in Irak was niet alleen een nederlaag voor de VS, het deed de krachtsverhoudingen in de regio kantelen ten gunste van Teheran. Irak, sinds de verdrijving van Saddam Hoessein het belangrijkste sjiitische land na Iran, viel na de terugtrekking van de VS binnen de Iraanse invloedssfeer. Syrië en Libanon zaten al in die invloedssfeer en ook in Gaza liet Iran zijn invloed gelden via Hamas (hoewel dit een soennitische organisatie is). Iran ontpopte zich de afgelopen jaren tot een regionale grootmacht. President Ahmadinejad (2005-2013) voerde een zelfzekere en radicale buitenlandse politiek. Drie factoren ondermijn(d)en die versterkte positie echter: de oorlog in Syrië, de situatie in Irak en de economische sancties tegen het land. 

Syrië is de frontlinie van de soennitische-sjiitische strijd binnen de islam, met grosso modo het Perzische Iran aan de ene kant en de soennieten van de Arabische landen en Turkije aan de andere kant. In dat opzicht is het evident dat Iran er alles aan doet om het sjiitische bewind van Assad overeind te houden. Maar deze oorlog kost Iran -dat reeds kreunt onder een economisch embargo- wel handenvol geld, naar schatting 9 miljard dollar per jaar. Bovendien evolueert de burgeroorlog in Syrië in een kwalijke richting. Gedoogd of gesteund door de Golfstaten en Turkije, kregen de radicale jihadis er heel snel de overhand binnen de oppositionele milities. Syrië is een kweekvijver geworden van goed getrainde en georganiseerde ultra-radicale soennitische moslimstrijders. Dat is hoogst alarmerend voor Teheran, temeer omdat die extremistische broeihaard zich dreigt uit te breiden naar Libanon. Ook in Irak evolueert de situatie ongunstig voor Teheran. Irak is langzaam maar zeker uit elkaar aan het vallen en de sjiitische premier Nouri al-Maliki heeft nog nauwelijks enige controle over zijn land. Het Koerdische Noorden is semi-onafhankelijk. In heel wat steden in het centrum van het land heeft het leger zich teruggetrokken en zwaaien radicale soennieten de plak. In de strijd tegen Al Qaeda sloot al-Maliki een alliantie met de meeste soennitische stamhoofden, maar zij hebben die samenwerking nu opgezegd. Enkel in het sjiitische Zuiden heeft de centrale regering het nog voor het zeggen. Ondanks de vergrote invloedssfeer van Iran, dreven de oorlog in Syrië en de opmars van radicale jihadisten in Irak, het land in het defensief. 

De economische sancties

Sinds 2006 hebben de VS en de Europese Unie de economische sancties tegen Iran stap voor stap verscherpt. Het embargo omvat niet alleen de handel, maar ook buitenlandse investeringen. De VS ondernam eveneens pogingen om Iran uit het mondiale banksysteem te sluiten. De gevolgen voor Iran zijn catastrofaal. De sancties begonnen vooral de laatste twee jaar pijn te doen. De inflatie bedraagt 40% op jaarbasis en de jeugdwerkloosheid loopt op tot 28%. Sinds 2005 verdubbelde de armoede van 22% naar 40%. Op dit moment liggen de olie-inkomsten 60% lager dan in 2005. De waarde van de nationale munt, de rial, is gezakt met 70% en in 2012 alleen al, slonken de buitenlandse reserves van 110 miljard dollar naar 70 miljard dollar. In 2012 zakte het BNP met 5,4%. Op termijn is dat economisch onhoudbaar, en bovendien ondermijnt het de politieke stabiliteit. De ontevredenheid bij de bevolking neemt toe. In een Gallup-enquête van eind 2012 gaf 48% van de bevolking aan dat de sancties hun persoonlijke leven serieus raken en bij nog eens 35% is dat in mindere mate het geval. Vooral de middeninkomens -en we hebben het hier over ongeveer de helft van de bevolking- zijn de zwakke economie en het machtsmonopolie van de conservatieve clerici beu. In Egypte, Turkije en Brazilië, heeft een revolte van de midden- en lage inkomens het politiek establishment doen daveren. Dat zal de Iraanse overheid niet ontgaan zijn. Na de Iraanse presidentsverkiezingen van 2009 waren er grootschalige protesten. Dat wilde men tijdens de verkiezingen van juni 2013 vermijden. Het feit dat 51% van de Iraanse bevolking voor de huidige president Hassan Rouhani heeft gestemd terwijl hij niet de voorkeurskandidaat was van de hoogste klerikale leider, Ayatollah Khamenei, is veelbetekenend. De autoriteiten van het land hebben dit signaal begrepen en hebben groen licht gegeven voor de onderhandelingen met de VS. Verbeterde relaties met het Westen zullen de Iraanse economie opnieuw leven inblazen. Nieuwe buitenlandse investeringen zijn dringend nodig om het productieapparaat te moderniseren en die zullen er nu wellicht snel komen. Het terugschroeven van de economische sancties zal ook snel voelbaar zijn voor de Iraniërs in hun portemonnee, wat het bewind meer legitimiteit zal geven.

Tot slot

Het akkoord dat beide landen sloten is voorlopig en heeft een beperkte draagwijdte. Maar als de overeenkomsten door beide partners worden nageleefd, dan zal dit akkoord binnen de zes maanden na de ondertekening ervan uitmonden in een heuse samenwerkingsovereenkomst. Dat kan inderdaad voor een aardverschuiving zorgen in het Midden-Oosten. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

 

Marc Vandepitte is politiek analist

Dit artikel verscheen in ons tijdschrift 'VREDE - Tijdschrift voor internationale politiek' Blijf op de hoogte en abonneer u hier! 
 
iran
 

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by