Opinie
Printvriendelijke versie
Niet nog meer oorlog in Syrië!

Foto: Ministerstvo oborony Rossiyskoy Federacii

Niet nog meer oorlog in Syrië!

Een militaire actie in Syrië wordt alsmaar waarschijnlijker. De vredesbeweging moet zich tegen de oorlogspolitiek verzetten, aandringen op respect voor het internationaal recht en een degelijk onderzoek naar een chemische aanval en desgevallend constructieve maatregelen eisen.

De VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk overwegen een militaire aanval of bereiden zich er al op voor. Een gevaarlijk oorlogsspel dat in de verste verte niets te maken heeft met het forceren van een oplossing van de nu al zeven jaar durende burgeroorlog, noch met het verhinderen dat er alsmaar meer burgerslachtoffers vallen met of zonder chemische wapens.

Hoe kunnen we weten dat er een chemische aanval heeft plaatsgevonden en zo ja, door wie?

Dat kan enkel door een onderzoek en niet door gespierde uitspraken of losse beschuldigingen over en weer. Afgelopen dinsdag 10 april maakte de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) bekend dat ze de Syrische regering gevraagd heeft om de nodige maatregelen te nemen voor een onderzoeksmissie (technisch: een fact finding mission) naar Douma. De organisatie liet weten dat Syrië en Rusland daar zelf om hebben gevraagd. Op dit ogenblik valt niets uit te sluiten, noch over de aard van het gifgas, over de aanval zelf en wie er achter zou zitten. Alle beschuldigingen aan het adres van het Syrische regime zijn vooralsnog zonder grond. Zeker in dit conflict waar verschillende groot- en regionale machten betrokken partij zijn, belangen te verdedigen hebben en meer dan gewoon wat boter op het hoofd hebben, is gezond wantrouwen meer dan noodzakelijk.

Wat is de zin van een militaire operatie?

Een militaire actie brengt ons geen stap vooruit, wel integendeel, want het vergroot de kans op een regelrechte confrontatie tussen nucleaire grootmachten en een verdere escalatie van de Syrische oorlog. Een aanval met kruisraketten zoals vorig jaar na een vermeende gifgasaanval op Khan Sheikhun – waarvan het Pentagon twee maanden geleden moest toegeven dat er geen bewijzen voor waren – heeft geen enkel verschil gemaakt, behalve dan dat het garandeert dat de beurswaarde van het wapenbedrijf Lockheed Martin verder in stijgende lijn gaat. Een militaire actie kan wel de aandacht afleiden van binnenlandse problemen: Donald Trump zit met het FBI op de hielen, Theresa May vindt maar geen elegante piste voor de Brexit en Emmanuel Macron kan wel een populariteitsduwtje gebruiken. De Turkse president Erdogan en de Israëlische premier Netanyahu hebben al meermaals hun toevlucht genomen tot een oorlogsrecept om hun populariteit op te vijzelen. En jammer genoeg werkt het dikwijls ook nog.

Een militaire actie heeft dus vooral symboolwaarde: tonen hoe krachtdadig Trump, May en Macron wel zijn. Het past ook binnen de juiste framing van de ‘dreigende Russen’ of de ‘gevaarlijke onberekenbare Poetin’. En dat zorgt er meteen ook voor dat de bevolking wordt klaargestoomd om ons te bewapenen tegen mogelijke dreigingen, terwijl daar nu net het gevaar schuilt.

De vredesbeweging moet zich tegen de oorlogspolitiek verzetten, aandringen op het respect voor het internationaal recht, op een degelijk onderzoek naar het voorkomen en desgevallend naar de uitvoerders van een chemische aanval en constructieve maatregelen eisen. Wat dat laatste betreft: daar valt oorlog alvast niet onder. Oorlog vergroot de ellende, maakt meer slachtoffers en brengt ons alleen maar verder van een politieke oplossing.

steun ons

© 2018 vrede vzw - website by