Nieuw geweld in Oekraïne
Ukrainian Presidential Press Service / foto Mykola Lazarenko

Nieuw geweld in Oekraïne

Oekraïne komt tegenwoordig maar sporadisch in het nieuws. Nochtans blijft dit dossier voor onze regeringen het belangrijkste argument leveren om de verhoogde militaire uitgaven in de West-Europese landen te verantwoorden – meer bepaald omwille van het zogenoemde expansionistische Rusland.

Van een gedegen persopvolging van de gebeurtenissen in Oekraïne zelf zien we niet veel. Even kregen we berichten in de grote media over nieuwe vuurgevechten in de oostelijke regio van het land. En verder niets meer. Dit artikel wil bepaalde lacunes opvullen.

Achtergrond

Het Westen is in Midden- en Oost-Europa nu al meer dan een kwarteeuw actief een beleid aan het concretiseren dat gericht is op de uitbreiding van de economische en politieke invloedssfeer. Rusland zoekt voor zichzelf, als verliezende supermacht van de Koude Oorlog, een plaats in het geopolitieke spel. Moskou wil zijn sterk verkleinde invloedssfeer onder een stabiele controle houden en botst daarbij op de Westerse expansie. Oekraïne werd jarenlang heen en weer getrokken tussen beide kampen. Sedert het Poetin-tijdperk stelt Moskou immers paal en perk aan bepaalde, mede door het Westen geleide ontwikkelingen in het land. Iedereen herinnert zich nog hoe de Europese leiders Kiev onder druk zetten in 2013 om een handelsakkoord met de EU te ondertekenen en afstand te nemen van de relaties met Moskou. Uiteindelijk leidde dit tot de weigering van de toenmalige Oekraïense president, Janoekovytsj, om met de EU in zee te gaan. De Maidan-opstand -straatprotest met actieve fascistische deelname, o.a. van groepen die al jarenlang gefinancierd werden door de VS, en met mediatieke ondersteuning van Europese en Amerikaanse politici- zorgde er uiteindelijk voor dat de president het land moest verlaten. Na verkiezingen werd één van de oligarchen in het land, Petro Porosjenko, de nieuwe president.

Intern is het land nog altijd de speelbal van de verschillende oligarchen, die een corrupt politiek-economisch systeem in stand houden dat alleen gericht is op de eigen verrijking. Politieke partijen en 'onafhankelijke' parlementsleden zijn in feite de vertegenwoordigers of de marionetten van deze oligarchen. Een geografisch-politieke breuklijn verdeelt het land. Oost-Oekraïne, dat rijk is aan grondstoffen en industrie, is op vlak van economie en cultuur traditioneel meer op Rusland gericht. Het westelijke deel van het land kijkt meer naar de Europese Unie. Na de Maidan-opstand hechtte Moskou het zuidelijke schiereiland de Krim aan bij Rusland en riepen twee Oost-Oekraïense regio's zich, met Russische steun, uit tot autonome Volksrepublieken: Luhansk en Donetsk. Een burgeroorlog was er het gevolg van. Onder auspiciën van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) werden er vredesonderhandelingen opgestart in de Wit-Russische hoofdstad Minsk. Op 5 september 2014 ondertekenden vertegenwoordigers van Oekraïne, de Russische Federatie en de Volksrepublieken Donetsk en Luhansk, het Minsk Protocol, een overeenkomst om de oorlog in de oostelijke Donbass-regio van Oekraïne te stoppen. Het Protocol implementeerde een onmiddellijk staakt-het-vuren, maar er werd nooit echt gestopt met vechten. Beide partijen beschuldigden elkaar voortdurend van schendingen van het staakt-het-vuren. Tegen januari 2015 was de wapenstilstand van het Minsk Protocol volledig ineengestort. Na de overwinning van de separatisten in de strijd om de internationale luchthaven van Donetsk zei de woordvoerder van de Volksrepubliek Donetsk dat het Protocol niet langer kon blijven gelden in zijn huidige vorm. In een poging de overeenkomst te doen herleven werden nieuwe gesprekken gestart. Minsk II werd ondertekend op 11 februari 2015. Maar ook deze door Frankrijk, Duitsland en Rusland begeleide, nieuwe overeenkomst stelt Oekraïne maar moeizaam in staat om aan de rechtstreekse militaire confrontatie te ontsnappen.

Geweld laait weer op

In januari 2017 steeg de politiek-militaire crisis in de Donbass-regio weer naar een tussentijds hoogtepunt. Aanleidingen genoeg. Eigenlijk hebben de wapens tussen het officiële Oekraïense leger en de zelfverklaarde volksrepublieken nooit echt gezwegen. De nieuwe piek in het geweld kwam er terwijl beide partijen elkaar ervan beschuldigden de afspraken van het vredesakkoord niet te respecteren. De observatiemissie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) noteerde aan beide zijden een hele lijst met schendingen van het staakt-het-vuren. Het moet hierbij genoteerd dat Kiev steeds spreekt over 'aanvallen van de Russische terroristen'. Volgens de centrale regering in Oekraïne zou Moskou de reactie proberen te peilen van president Trump. Een andere kijk draait de zaak om: Kiev wil nagaan hoe de VS onder president Trump omgaat met nieuw geweld in Oekraïne. Anderen menen dat Kiev met het beschuldigen van 'de Russische terroristen' de boodschap wil overbrengen dat de sancties tegen een agressor als Rusland niet mogen worden opgeschort. Volgens berichten van Radio Free Europe/Radio Liberty was er echter al enige tijd een sluipend offensief bezig van het Oekraïens leger om in en rond de zelfverklaarde Volksrepublieken een nieuwe de facto situatie op het terrein te creëren. De aanvallen vanuit de separatistische regio's waren daar dan gewoon een antwoord op. Bepaalde commentatoren spreken ook over een afleidingsmanoeuvre: de nieuwe militaire opstoot moet Rusland als de grote boeman blijven voorstellen. Het zou dan ook de schuld van Moskou zijn dat de beloftes die op het Maidan-plein gedaan werden aan de Oekraïense burgers nog altijd niet zijn ingelost, met name de strijd tegen corruptie, hogere lonen, grondwettelijke hervormingen, economische verbetering en toegang tot de Europese Unie.

Verder hebben Oekraïense extremistische milities de spoorweglijnen vanuit de rebellerende oostelijke regio's geblokkeerd. Ze houden o.a. treinen tegen die van daaruit vertrekken en geladen zijn met steenkool voor de rest van het land. Op die manier wordt een dubbele druk ontwikkeld. Enerzijds worden de autonome regio's afgesloten van een deel van hun afzetmarkten en leiden ze daardoor ernstige economische verliezen. Anderzijds hopen de extremistische milities dat een energiecrisis in het land als gevolg van het tegenhouden van de steenkoolleveringen, een verdere radicalisering bij de Oekraïense bevolking tegen de afgescheurde regio's zal voeden.

Volksrepublieken

Al enige tijd valt er een opvallende vaststelling te noteren: verschillende militaire leiders uit de Volksrepublieken vinden de dood. Namen zullen de Nederlandstalige lezers niet veel zeggen, maar de lijst imponeert. Alexander Bednov van het Batman-bataljon en minister van Defensie van de volksrepubliek Luhansk werd in januari 2015 gedood bij beschietingen van de colonne auto's waarin zijn wagen zich bevond. Officieel werd hij beschouwd als de leider van een criminele groep. Evgeni Ischenko, burgemeester van Pervomaysk en een populair Kozak-generaal, werd diezelfde maand neergeschoten op straat. In mei 2015 werd de wagen opgeblazen van Aleksei Mozgovoi, leider van het Prizrak-bataljon. Hij was, naar verluidt, één van de laatste militaire leiders die onafhankelijk bleef opereren van de nieuwe regering in Luhansk. (In november 2014 werden in Donetsk en Luhansk verkiezingen georganiseerd om de regeringen en parlementen van deze afgescheurde Volksrepublieken vast te leggen.) In december 2015 stierf militair bevelhebber Pavel Dremov toen zijn auto explodeerde. Hij viel openlijk de nieuwe bureaucratie van Luhansk aan en was van plan om bewijzen op tafel te leggen van corruptie, illegale handel van steenkool en misbruik van humanitaire hulp. In september 2016 werd Evgeni Zhilin vermoord in een restaurant in Moskou. Hij was bevelhebber van de Oplot-paramilitaire groep in de Volksrepubliek Donetsk en startte daarna een handelszaak in Rusland. Ook in september vond de vroegere eerste minister van de Volksrepubliek Luhansk, Genadi Tsypkalov, de dood in de gevangenis. Hij was eerder gearresteerd door de geheime diensten van Luhansk en beschuldigd van verraad. Officieel gaat het om zelfmoord. Op 16 oktober werd één van de populairste separatisten, Arsen Pavlov, alias Motorola, vermoord. Hij was de bevelhebber van het Sparta-bataljon en werd beroemd omwille van de hevige strijd rond de luchthaven van Donetsk. Januari dit jaar stierf de eerste gouverneur en leider van de Volksrepubliek Luhansk, Valeri Bolotov. Hij kwam in conflict met de nieuwe regeringen van Donetsk en Luhansk en was naar Moskou uitgeweken. De doodsoorzaak is officieel hartfalen, maar zijn weduwe en vrienden beweren dat hij werd vergiftigd. Op 4 februari 2017 werd Oleg Anasjenko, de leider van een populaire militie, gedood toen zijn auto in Luhansk werd opgeblazen. De voorlopig laatste in deze grimmige rij is de leider van het Somali-bataljon, Michail Tolstykh. Hij had de reputatie een onvermurwbaar separatistisch leider te zijn en was een graag geziene gast op de Russische televisie. Ook hij had zijn onafhankelijkheid behouden ten opzichte van de nieuwe regeringen in de Volksrepublieken. Hij vond de dood bij een bomexplosie in de lift van het gebouw waarin hij woonde in Donetsk. De meeste van deze gedode leiders waren wel berucht voor hun brutale wreedheid en gewelddadigheid tegen krijgsgevangenen.

Volgens sommigen zijn de moorden het werk van Kiev. De publieke opinie in beide zelf uitgeroepen Volksrepublieken lijkt ervan overtuigd dat het om professionele Oekraïense sabotagegroepen gaat. In West-Oekraïne wijst men echter steevast Moskou met de vinger, dat alle hinderlijke elementen in de Volksrepublieken simpelweg uit de weg zou ruimen. Rusland zou iedereen dwingen om trouw te zweren aan de nieuwe regeringsadministraties in de Volksrepublieken Donetsk en Luhansk. Van de niet te controleren militieleiders zou het zich willen ontdoen. Andere stemmen spreken over een intern conflict en houden het bij wraak van vroegere ondergeschikten die reageren op het wrede leiderschap waaraan ze onderworpen werden tijdens de gevechten in de burgeroorlog.

Connecties

Oekraïne mag dan wel in twee gesplitst zijn, de oligarchen hebben overal tentakels. Zo wordt geschreven dat Mozgovoi, de vermoorde militaire leider van het Prizrak-bataljon, de controle had over één van de belangrijkste staalbedrijven in Oost-Oekraïne en taksen afdroeg aan het centrale Oekraïense budget. De eveneens vermoorde bevelhebber Dremov en de voormalig eerste minister van Luhansk, Genadi Tsypkalov, zouden met Oekraïense oligarchen in contact hebben gestaan en hun belangen hebben behartigd in de nieuwe republieken.

In de Volksrepublieken werden vanaf 1 maart dit jaar een veertigtal grote fabrieken en mijnen -onder meer eigendom van de steenrijke oligarch Renat Akhmetov- onder lokaal management geplaatst. In Kiev spreekt men van nationalisatie, maar de Volksrepublieken hebben (voorlopig) niet geraakt aan de eigendomstitel van deze bedrijven. Sinds de blokkade van de spoorweg hadden Luhansk en Donetsk met deze maatregel gedreigd indien die niet zou worden opgeheven. Ze wezen erop dat Kiev, volgens de Minsk-akkoorden verantwoordelijk is voor de sociaaleconomische ontwikkeling van de Donbass-regio. Aangezien er belastingen betaald werden aan het centrale gezag in Kiev, was het ook alsof de ondernemingen in Luhansk en Donetsk de militaire tegenstrever financierden, zo wordt geredeneerd in separatistische kringen.

Door de spoorwegblokkade van de extremistische Oekraïense milities worden de Volksrepublieken verplicht op zoek te gaan naar andere afzetmarkten. In de eerste plaats richt men zich daarbij op buurland Rusland. Er bestaan al een hele reeks afspraken: zo is de Russische munteenheid, de roebel, al sedert september 2015 de officiële munt in de Volksrepubliek Donetsk en recent nu ook in Luhansk. Burgers uit deze beide separatistische regio's kunnen zonder visa naar Rusland reizen. Moskou erkent onder meer paspoorten en registratiedocumenten van voertuigen die zijn uitgeschreven door de autoriteiten van Donetsk en Luhansk. Dit lijkt op een beleid dat de breuk tussen de Volksrepublieken in de Donbass en de regering in Kiev als definitief beschouwt en wil consolideren.

Kiev

In het westen van Oekraïne loopt het intussen ook niet op wieltjes. In alle rapporten staat te lezen dat corruptie het grootste probleem blijft in het land. Sedert april 2016 heeft Oekraïne een nieuwe regering onder leiding van premier Volodimir Groysman, een bondgenoot van president Petro Porosjenko. In februari 2016 had het parlement tevergeefs gepoogd om zich te ontdoen van de zeer onpopulaire regering van Arseni Jatsenjoek (van de rechtse, nationaal-liberale partij Volksfront). Nadat het parlement een motie van wantrouwen goedkeurde tegen de regering van Jatsenjoek vroeg de president aan de premier om zijn ontslag in te dienen, maar die weigerde. Verschillende andere partijen stapten daarop uit de regeringscoalitie en op 10 april 2016 kondigde Jatsenjoek eindelijk aan dat hij zou aftreden. De nieuwe regering van premier Groysman is samengesteld uit een coalitie van zijn eigen Volksfront-partij en het Petro Porosjenko Blok 'Solidariteit', de partij van de president. Ze lijkt echter eerder een mozaïek van verschillende belangengroepen te zijn dan een hechte bewindsploeg. De twee partijen, die in de parlementsverkiezingen van oktober 2014 de meeste zetels veroverden, moeten steun zoeken bij allerlei kleine groepen parlementsleden om effectief maatregelen te kunnen doorduwen. Groysman beloofde de corruptie in het land streng aan te pakken. Er werden al grondwettelijke amendementen gestemd met betrekking tot de onafhankelijkheid van justitie, maar een aparte wet die even later werd gestemd, geeft de president nog altijd controle over het gerecht.

Eigenlijk is het officiële programma voor 'ont-oligarchisering' uitgelopen op een reeks nieuwe afspraken onder de oligarchen zelf. Nemen we even het voorbeeld van Privatbank in Kiev. In 2014 en 2015 toen 29 banken in Oekraïne hun licentie verloren en spaarders hun tegoeden kwijt raakten, floreerde Privatbank als nooit tevoren. Maar nu in december 2016 werd ze genationaliseerd wegens onderkapitalisering. De voornaamste aandeelhouder, oligarch Ihor Kolomoyskyi, had geen enkel bezwaar. De naam Kolomoyskyi doet hier waarschijnlijk geen belletje rinkelen, maar hij werd in maart 2014 benoemd tot gouverneur van de oblast (provincie) Dnipropetrovsk. In maart 2015 ontnam het parlement hem het bestuur over de publieke olie-onderneming Ukrnafta. Hierop stuurde hij zijn privé-militie om het hoofdkwartier van het bedrijf te bestormen en beschuldigde hij president Porosjenko ervan een vijandige overname te willen realiseren. De volatiele situatie werd snel onder controle gebracht maar beide oligarchen, Kolomoyskyi en Porosjenko, bleven in conflict met elkaar. Kolomoyskyi nam ontslag als gouverneur en verliet het land. Om terug te komen op Privatbank: er zou zeker 2 miljard dollar illegaal naar het buitenland versluisd zijn door de eigenaars ervan, Kolomoyskyi en zijn partner Genadi Bogolubov. Toen de bank genationaliseerd werd, beloofde president Porosjenko dat de eigenaars niet vervolgd zouden worden wegens corrupte praktijken. Geruchten doen de ronde over een akkoord tussen beide oligarchen. De media in handen van Kolomoyskyi, zoals het tv-kanaal 1+1, zou de president vanaf nu enkel nog met fluwelen handschoenen behandelen. Bovendien zou Kolomoyskyi zijn verliezen door de nationalisatie van zijn bank naar verluidt kunnen compenseren via een amendement in de belastingscodex. Immers, het amendement halveert bijna de taksen op investeringen in olievelden. En laat Kolomoyskyi net in deze sector grote belangen hebben. De enige verliezers in het verhaal zijn de belastingbetalers die de problemen van de genationaliseerde Privatbank zullen moeten oplossen via financiering vanuit de Nationale Bank van Oekraïne.

Corruptieconsensus

Het valt niet te verwonderen dat uit peilingen van december 2016 blijkt dat 89% van de bevolking vindt dat de strijd van de regering tegen corruptie een totale mislukking is. De voormalige Oekraïense minister van Economie, Aivaras Abromavičius, maakte bekend dat Igor Konenko, parlementslid en de nauwste bondgenoot van de president, rechtstreeks regeringsbeslissingen beïnvloedde. Een voormalige vennoot van de president, Alexander Onisjenko, verkondigt nu dat hij werd gevraagd om parlementsleden om te kopen om hun stemgedrag te beïnvloeden. Hij zou ook de opdracht gekregen hebben Konenko zwart geld toe te stoppen in verband met steenkool- en gasleveringen aan staatsbedrijven. Onisjenko heeft intussen het land verlaten.

Sommige commentatoren stellen dat er wel een 'corruptieconsensus' lijkt te bestaan binnen de leidinggevende kringen van het land. Buitenlandse hervormers (met Oekraïense roots) die in 2013 werden aangetrokken, verlieten intussen het land - onder druk of vrijwillig. In 2016 vertrokken de minister van Financiën, Natalie Jaresko (VS), en de minister van Economie, Aivaras Abromavičius (Litouwen). Ook de Georgiërs David Sakvarelidze en Khatia Dekanoidze, die werkzaam waren in Justitie, werden verplicht het land te verlaten. De bekendste naam in dit verband is voormalig Georgisch president Mikhail Saakasjvili, die in mei 2015 gouverneur werd in de Oekraïense oblast Odessa. Hij nam in november 2016 ontslag en beschuldigde de president van corruptie. Men kon natuurlijk vooraf al bedenken dat het moreel gezag van een ex-president die in eigen land beschuldigd wordt van machtsmisbruik en verduistering van overheidsgeld, niet echt zwaar zou wegen. De laatst overgebleven expert uit Georgië, Gizo Uglava, staat nog altijd aan het hoofd van het Nationaal Bureau voor de Bestrijding van Corruptie, maar hij wordt vanuit de administratieve entourage van de president sterk onder druk gezet om op te stappen.

Economie

Het IMF heeft het over een succesvolle strijd tegen de inflatie en over een gevoelige stijging van de internationale reserves van de Centrale Bank in Oekraïne. Het economisch groeicijfer voor 2016 zou 1,5% bereiken en de vooruitzichten voor 2017 spreken over 2,5% groei. Maar het met reële-koopkrachtcijfers gecorrigeerde Bruto Binnenlands Product (BBP) per capita ligt nog altijd maar net boven de 20% van het EU gemiddelde. In IMF-kringen is er ook veel lof voor het stopzetten van de subsidies voor het privé-gasverbruik. Voor de consument zijn de prijzen echter fel toegenomen. De voormalige woordvoerder van de Oekraïense Communistische Partij, Anatoli Sokolioek, die nu een nieuw links front probeert vorm te geven, meent dat de economische situatie voor de bevolking niet verbeterd is. De Oekraïense producten die het Westen niet nodig heeft, hebben hun afzetmogelijkheden op de Russische markten verloren. Er komen van daar geen deviezen meer binnen. In vergelijking met 2013 is het Oekraïense geld vandaag maar een derde waard. De stijging van de prijzen van de levensmiddelen en van water of verwarming maken het alleen maar erger. Deze kosten vergen de helft van een gemiddeld Oekraïens loon, dat zo'n 200 euro per maand bedraagt.

Besluit

Intern blijft Oekraïne een prooi van de corrupte oligarchen. De onafhankelijke politieke krachten zijn te zwak om een democratische uitweg te vinden. De recente militaire opflakkering tussen de centrale regering en de separatistische regio's heeft alleen maar meer ellende en meer interne vluchtelingen met zich mee gebracht. In de zelfverklaarde autonome regio's is men nog op zoek naar stabiliteit en worden de banden met Rusland steeds nauwer. Het is nog lang niet duidelijk hoe het buitenlands beleid van de nieuwe VS president Trump zich precies zal verhouden tot Moskou, maar op korte termijn lijkt Oekraïne toch een conflictterrein te blijven tussen Rusland en het Westen.


Georges Spriet was jarenlang educatief medewerker van Vrede VZW en is momenteel lid van de Raad van Bestuur.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by