Artikel
Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
Nieuwe Europese Veiligheidsstrategie in militair kleedje
Foto: U.S. Department of State

Nieuwe Europese Veiligheidsstrategie in militair kleedje

Haast ongemerkt stelde de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie (EU), Federica Mogherini, begin deze zomer de nieuwe Europese Veiligheidsstrategie voor. Het accent ligt daarbij duidelijk op de militaire component.

De nieuwe veiligheidsstrategie duwt Europa naar verdere bewapening, een sterk militair apparaat en een stevige defensie-industrie. Bovendien moeten de banden met de NAVO verder worden aangehaald.

In december 2003 kwam Javier Solana, de toenmalige Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid, met de eerste Europese Veiligheidsstrategie op de proppen. Die moest een einde maken aan de Europese verdeeldheid als gevolg van de Amerikaanse inval en oorlog in Irak. Groot-Brittannië, Spanje, Italië maar ook een aantal Oost-Europese kandidaat-lidstaten steunden de Amerikaanse Irakoorlog en vormden een zogenaamde 'coalitie van bereidwilligen' ('coalition of the willing'). Aan de andere kant bevonden zich Frankrijk, Duitsland en België die niet zonder meer de Amerikaanse oorlogslogica volgden. Van een gemeenschappelijk Europees Buitenlands en Veiligheidsbeleid was er dus hoegenaamd geen sprake. De Europese politieke elite vond het daarom noodzakelijk dat er een gezamenlijke Europese strategie overeengekomen zou worden die de dreigingen op vlak van buitenlands en veiligheidsbeleid, en de mogelijke antwoorden erop, moest vastleggen. In zekere zin heeft de eerste Europese Veiligheidsstrategie van Solana (met de titel 'Een veiliger Europa in een betere Wereld') mee de basis helpen leggen voor het sterk gemilitariseerde veiligheids- en defensieluik van het latere Verdrag van Lissabon.

Veiligheidsomgeving

9/11, de Irak-oorlog, de Balkanoorlogen, enzovoort, verhinderden niet dat Solana's strategienota optimistisch opende met: “Europa was nooit eerder zo voorspoedig, zo veilig, zo vrij.” Verderop klonk het: “De steeds grotere convergentie van de Europese belangen en de versterking van de onderlinge solidariteit binnen de EU maakt van de EU een meer geloofwaardige en meer doeltreffende speler.” of nog: “De Europese Unie heeft vooruitgang geboekt bij de ontwikkeling van een samenhangend buitenlands beleid en een doeltreffende crisisbeheersing.”

Vandaag, dertien jaar later, ziet de Europese veiligheidsomgeving er helemaal anders uit. De oorlogen in Syrië en Oekraïne, de toestroom aan vluchtelingen in Europa en de Brexit hebben de veiligheidsperceptie en de optimistische visie van een solidair Europa dat de dreigingen gezamenlijk aanpakt, stevig door elkaar geschud. De politieke elite vond dat de Europese veiligheidsstrategie van 2003 dringend aan vervanging toe was. Toen Federica Mogherini aantrad als nieuwe Hoge vertegenwoordiger, was een van haar eerste opdrachten dan ook het opstellen van een nieuwe Europese Veiligheidsnota. Die zag eind juni 2016 het levenslicht.

Al in de derde regel van deze nota klinkt een heel ander geluid dan in de vorige versie: “Onze bredere omgeving is instabieler en onveiliger geworden. De crisissen binnen en langs onze grenzen raken rechtstreeks het leven van onze burgers.”

Verantwoordelijkheid

De nieuwe Europese veiligheidsstrategie van Mogherini is echter in hetzelfde bedje ziek als de oude. Er staan tal van mooie principes in (vrede, democratie, vooruitgang voor de EU-burgers, een internationale rechtsorde,…) maar in eigen boezem wordt niet gekeken. Dat de Europese wapenexport, het neoliberale handelsbeleid, de steun aan autoritaire regimes, de laksheid tegenover de Israëlische kolonisatie en repressie in de Palestijnse gebieden, de Westerse oorlogen tegen Irak of Libië, enzovoort, de zuidelijke ‘periferie’ mee heeft helpen destabiliseren, valt er niet in te lezen.

Als er staat dat de proliferatie van massavernietigingswapens een groeiende bedreiging vormt voor Europa en de bredere wereld dan ‘vergeet’ men de honderden kernwapens die in Frankrijk, Groot-Brittannië, België, Nederland, Duitsland en Italië staan opgesteld en bovendien allemaal het voorwerp zijn van een nucleair moderniseringsprogramma.

De talrijke ronkende verklaringen die terug te vinden zijn in de strategische nota staan ver af van de Europese praktijk. Zo wordt beweerd dat de EU actief zal deelnemen aan de controle van de wapenexport en dus de “gemeenschappelijke Europese regels zal versterken die het exportbeleid voor militair materieel en uitrusting van de lidstaten reguleren. Sinds 1998 beschikt de EU over een regelgeving met acht criteria die moeten verhinderen dat Europese wapens terecht komen in oorlogen, conflictgebieden en bij regimes die de mensenrechten niet respecteren. Dat deze regelgeving in 2008 bindend is gemaakt, verhindert niet dat bijvoorbeeld een repressieve oorlogsstaat als Saoedi-Arabië het op één na belangrijkste bestemmingsland is van Europese wapens. In 2014 was de Europese wapenexport naar Riyad goed voor een bedrag van 3,9 miljard euro. Nochtans zeggen mensenrechtenorganisaties dat Saoedi-Arabië op grote schaal oorlogsmisdaden begaat in Jemen. De kans dat de Europese lidstaten plotseling wel de belangen van hun wapenbedrijven opzij zullen schuiven zodat conflictgebieden van de ‘instabiele zuidelijke periferie’ niet langer bevoorraad worden, is zeer gering.

Volgens de nieuwe Europese Veiligheidsstrategie is de onschendbaarheid van grenzen en de vreedzame hantering van geschillen een ‘sleutelelement’ van de Europese veiligheidsorde. Dat lijkt moeilijk in overeenstemming te brengen met de oorlog om Kosovo (zonder VN-mandaat) of de door Europese landen geleide NAVO-oorlog tegen Libië waar het VN-mandaat er in bestond de bevolking te beschermen, niet om het regime ten val te brengen. Inzake de oorlog in Oekraïne krijgt Rusland de volle laag (“Russische schending van het internationaal recht”), hoewel de EU allesbehalve vrijuit gaat in het ontstaan en aanwakkeren van de oorlog. De nieuwe Europese Veiligheidsnota stelt dat de banden met de NAVO verder moeten aangehaald worden, hoewel de territoriale expansie van deze militaire organisatie richting Rusland het Europese veiligheidsevenwicht heeft doorbroken. Moskou geeft al jaren signalen dat het oostwaarts opschuiven van de NAVO als een bedreiging wordt ervaren en reageert navenant. Stel dat Rusland zijn veiligheidszone systematisch richting West-Europa zou opschuiven, hoe zou de EU reageren?

Nauwe NAVO-banden

Het pleidooi voor een hechtere trans-Atlantische band is overigens een van de opvallendste punten in deze veiligheidsstrategie: “De EU zal het partnerschap met de NAVO verdiepen via de gecoördineerde ontwikkeling van de defensiecapaciteit, parallelle en synchrone militaire oefeningen en wederzijds versterkende acties die de capaciteiten van onze partners opbouwen, hybride en cyberdreigingen afwenden en de maritieme veiligheid promoten”. De NAVO krijgt een erg prominente rol toegeschreven, anders dan de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) of de Verenigde Naties (VN), de organisatie aan wie het volgens het internationaal rechtssysteem toekomt om de internationale vrede en veiligheid te helpen verzekeren. De VN moet zich tevreden stellen met een bijrolletje: “De EU zal haar bijdrage aan de collectieve veiligheid opvoeren en daarbij nauw samenwerken met haar partners, te beginnen met de NAVO”.

De voorstanders van de oprichting van een heus Europees leger hebben hun slag niet thuisgehaald, maar meer samenwerking en onderlinge militaire solidariteit onder de EU-leden is volgens de veiligheidsstrategie wel noodzakelijk: “De EU moet versterkt worden als een veiligheidsgemeenschap”, zo klinkt het. De EU moet autonoom kunnen opereren en ook acties kunnen ondernemen in samenwerking met de NAVO want “een geloofwaardigere Europese defensie is ook noodzakelijk in het belang van een gezond trans-Atlantisch partnerschap met de Verenigde Staten”. De tijd dat een Europese defensie als mogelijke concurrentie van de NAVO gezien werd, is al lang verleden tijd.

Sterke defensie-industrie

Een ander markante vaststelling is het pleidooi in de Strategie-nota om de militaire capaciteiten van de EU behoorlijk op te krikken: “Het ontwikkelen en behouden van defensiecapaciteiten vereist zowel investeringen als het optimaliseren van het gebruik van de nationale middelen via intensere samenwerking”. De Europese financiering van defensieonderzoek en technologie is volgens de auteurs van de Veiligheidsstrategie een “essentiële voorwaarde voor Europese veiligheids- en defensie-inspanningen die onderbouwd worden door een sterke Europese defensie-industrie”. De defensie-industrie wordt in de watten gelegd met een nieuwe norm die bepaalt dat 20% van het Europese defensiebudget besteed moet worden aan investeringen in militair materieel, onderzoek en technologie. Niet toevallig hanteert de NAVO eenzelfde norm wat nogmaals aantoont hoe beide organisaties aan elkaar worden vastgeklonken. En net als bij de NAVO moet er meer en beter geïnvesteerd worden in de militaire apparaten: “Lidstaten moeten een voldoende niveau van hun uitgaven besteden aan defensie”, zo stelt de Europese Veiligheidsstrategie.

Hoewel de Veiligheidsstrategie lippendienst bewijst aan een brede veiligheidsbenadering, ligt de focus toch wel heel erg op de militaire component, waarbinnen de te nemen maatregelen ook erg concreet zijn. Op het moment dat de wereld met 1.700 miljard dollar een recordbedrag uitgeeft aan militaire bestedingen, wordt gepleit voor meer bewapeningsinspanningen. Erg verwonderlijk is dat niet. In het Verdrag van Lissabon (in werking sinds 2009) staat al een Europese bewapeningsverplichting ingeschreven die in goede banen geleid moet worden door het Europees Defensieagentschap (EDA). In artikel 42 (lid 3) van het verdrag staat heel duidelijk wat de doelstelling is van dit Agentschap: “De lidstaten verbinden zich ertoe hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren”. De Europese Veiligheidsstrategie borduurt daarop voort en hamert daarbij opnieuw op samenwerking: “Om deze capaciteiten te verkrijgen en te behouden, zullen lidstaten moeten komen tot defensiesamenwerking als de norm.”

De Europese Veiligheidsstrategie die nu op tafel ligt is een gemiste kans voor de EU om terug aan te knopen met het internationale gedachtegoed van de jaren 1970 en 1980, zoals dat binnen de VN werd gepromoot, dat koos voor ontwapening. De vrijgemaakte middelen zouden nochtans een vredesdividend vormen ter financiering van de ontwikkeling.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by