Dossier
Pieter Teirlinck & Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
Nieuwe militariseringsgolf

(C) Pol

Nieuwe militariseringsgolf

Het begrotingsvoorstel van president Trump voor 2018 voorziet een verhoging van het defensiebudget met 10%, Europa wil vanaf 2020 jaarlijks 500 miljoen in defensie-onderzoek stoppen en de NAVO maant zijn lidstaten aan om hun defensiebudgetten op te drijven.

Trump blaast warm en koud over kernwapens, maar toch vooral warm

Van Trumps persoonlijke opvattingen ten aanzien van kernwapens schemerde al het een en ander door tijdens zijn verkiezingscampagne. Een maand na zijn aantreden als nieuwe president van de Verenigde Staten legde hij in een interview met Reuters voor het eerst een officiële verklaring af over kernwapens en die is niet echt hoopgevend voor liefhebbers van een kernwapenvrije wereld – de volledige weldenkende mensheid dus.

Tijdens zijn verkiezingscampagne werd al duidelijk dat Donald Trump een lichtzinnige kijk heeft op de meest destructieve wapens ter wereld. In publieke interviews merkte hij achteloos op dat het misschien geen slecht idee is dat Japan, Zuid-Korea of Saoedi-Arabië hun eigen kernwapens zouden ontwikkelen. Volgens de Amerikaanse televisiezender MSNBC zou Trump tijdens een overleg met een Amerikaanse buitenlands beleidsadviseur bovendien meermaals gevraagd hebben: “Als we er toch over beschikken, waarom zetten we dan geen kernwapens in?”.

In december - toen Trump al verkozen was, maar nog niet in het Witte Huis zetelde als president - pleitte hij op Twitter voor een “versterking en uitbreiding van de Amerikaanse kernwapencapaciteiten totdat de wereld bij zijn zinnen gekomen is op vlak van kernwapens”. Wanneer hij daags nadien (telefonisch) gevraagd werd om zijn Tweet te verduidelijken gooide Trump nog wat olie op het vuur: “Laat het een wapenwedloop worden. We zullen hen op elk gebied verslaan”. Het was niet duidelijk aan wie Trump deze dreiging richtte, want het enige land dat zich op nucleair gebied met de VS kan meten is Rusland en over diens president Poetin heeft Trump alleen maar goede dingen te vertellen.

Sedert 20 januari dit jaar is Trump effectief president van de VS en als opperbevelhebber van de strijdkrachten heeft hij de eindbeslissing over de inzet van Amerikaanse kernwapens. Te allen tijde is er een militair assistent in zijn buurt die een koffer meedraagt met daarin de informatie en apparatuur om binnen enkele minuten het Amerikaans kernwapenarsenaal te kunnen lanceren.

Beleid

Op donderdag 23 februari liet Trump zich voor het eerst sinds zijn aantreden als president officieel uit over kernwapens. In een interview met het persagentschap Reuters stelde hij dat het nucleair ontwapeningsakkoord New START, dat in 2010 ondertekend werd door de VS en Rusland, “slecht en eenzijdig” is, net zoals het nucleaire akkoord met Iran. Een kernwapenvrije wereld zou ideaal zijn volgens Trump, maar tot het zover is, zal hij nooit aanvaarden dat een ander land over meer kernwapens beschikt dan de Verenigde Staten. Zijn land moet koploper blijven op het vlak van kernwapens en dat impliceert een uitbreiding van de kernwapencapaciteiten. Nog volgens Reuters stelde de president dat hij verontrust is dat “het kernwapenarsenaal van de VS achterop is geraakt”.

De internationaal erkende kernwapenexpert Hans Kristensen van de 'Federation of American Scientists' spreekt die bewering tegen. Volgens de laatste cijfers beschikt de VS in totaal over 6780 kernwapens, waarvan er 1740 ontplooid zijn via 681 dragers. Rusland beschikt over 7000 kernwapens, waarvan er 1950 ontplooid zijn via 504 dragers. In het geval van de VS worden er dus iets minder kernwapens ontplooid via iets meer kernwapendragers, bij Rusland is het net omgekeerd. Gezien het grotere belang van de aantallen kernwapendragers (kernwapens zijn snel op en af dragers te laden), de kwaliteit van het Amerikaans kernwapenarsenaal en zijn overweldigende conventionele wapenmacht is de VS zonder twijfel ook vandaag nog steeds de koploper.

De VS investeert de volgende 30 jaar 1000 miljard dollar om haar kernwapenarsenaal te moderniseren.

Bovendien investeert de VS de volgende 30 jaar 1000 miljard dollar om zijn kernwapenarsenaal te moderniseren. Een duizelingwekkend groot bedrag, dat zonder twijfel het budget van elke mogelijke nucleaire concurrent ver overvleugelt en zoals gebruikelijk een grove onderschatting zal blijken van de werkelijke uitgaven, zoals de huidige ontwikkeling van het F35-gevechtsvliegtuig (dat kernwapens kan dragen) bewijst.

Maar voor de zekerheid wil president Trump daar nog een schepje bovenop doen. In zijn budgetvoorstel voor 2018 - dat voorziet in een stijging van het defensiebudget met 10% – zijn er ook middelen gereserveerd voor een stijging van het kernwapenbudget.

Alsof dat nog niet angstwekkend genoeg is, voorziet Trump tezelfdertijd een besparing van 30% op het budget van het ministerie van Buitenlandse Zaken (dat nu 50 miljard dollar omvat). Dit betekent dus dat er significant minder middelen voorzien worden om aan diplomatie te doen. Concreet duidt dit erop dat internationale ontwapeningsakkoorden niet als een prioriteit beschouwd worden. Een rampzalig scenario voor de toekomst, wetende dat twee van de belangrijkste nucleaire ontwapeningsverdragen tussen de VS en Rusland grote aandacht behoeven. Het INF-verdrag staat op de helling en het New START verdrag moet hernieuwd worden tegen 2021.

Internationale ontwapeningsverdragen op de helling: INF-crisis in de maak

De relatie tussen de twee grote kernwapenmachten Rusland en de NAVO is de laatste jaren sterk bekoeld en lijkt zijn dieptepunt nog steeds niet bereikt te hebben.

In grote lijnen zijn de redenen voor de huidige slechte relaties enerzijds de voortdurende expansie van de NAVO (en de EU) richting Rusland en de verdere ontwikkeling en ontplooiing van een Amerikaans strategisch rakettenschild langs de Russische grens, en anderzijds de Russische annexatie van de Krim en de dreigende houding ten aanzien van het Westen door een Rusland dat zich in het defensief geduwd voelt. Ondertussen is er een nieuwe Amerikaanse president aan de macht die de militaire suprematie van de VS verder wil opdrijven maar ook laat uitschijnen dat hij graag betere relaties met Rusland wil. Tezelfdertijd moet hij met een Republikeinse parlementaire meerderheid samenwerken die het niet zo op Rusland begrepen heeft.

De ontwapening stokt

Internationale beperkingen op het bewapeningsbeleid en de transparantie en verificatie van dit beleid onder de vorm van ontwapeningsakkoorden, lijken het veiligheidsbeleid van beide landen vandaag eerder in de weg te staan dan te ondersteunen. En die tendens is niet nieuw.

In 2002 zegde de VS eenzijdig het ABM-verdrag op - een verdrag dat de ontwikkeling van grootschalige antiballistische rakettensystemen verbood voor zowel de VS als Rusland. Het verdrag kwam er in 1972 om een nog grotere escalatie van de wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog te voorkomen. Sinds het wegvallen van het ABM-verdrag werkt de VS ijverig aan de ontwikkeling van een rakettenschildsysteem. Vanaf het begin kon dit op sterk protest van Rusland rekenen, vooral gezien er onderdelen van dat defensieschild in Oost-Europese landen langs de Russische grens geplaatst worden. Verder weigert de VS het verdrag dat kernwapentesten verbiedt ('Comprehensive Nuclear Test Ban Treaty' – CTBT) te ratificeren en is het gekant tegen een verdrag dat wapens in de ruimte moet verbieden. De belofte van nucleaire ontwapening, een vereiste van het Non-proliferatieverdrag (NPT) dat al sinds 1970 van kracht is, werd door nog geen enkele kernwapenstaat gehonoreerd. De laatste herzieningsconferentie van het NPT, in 2015, draaide uit op een mislukking. Rusland schortte in 2007 dan weer zijn participatie op aan het Verdrag dat de Conventionele Troepenmacht in Europa (CFE) moet regelen en stapte er in 2015 definitief uit.

Akkoord, er werd onder Obama in 2010 wel nog een belangrijk nieuw bilateraal ontwapeningsakkoord gesloten tussen de VS en Rusland: het Verdrag voor de Vermindering van Strategische Nucleaire Wapens (New START). Maar de onderhandelingen in 2009 en 2010 verliepen helemaal niet van een leien dakje. Rusland drong aan op een inperking van het Amerikaans rakettenschild als onderdeel van het akkoord, maar moest uiteindelijk bakzeil halen. New START limiteert het kernwapenarsenaal van de twee grootmachten vanaf 2018 tot 'slechts' 1550 strategische wapens elk en gaat gepaard met een streng controleproces. Het akkoord loopt echter af in 2021, en indien er geen verlenging komt dan vervallen de beperkende bepalingen van het verdrag. President Trump liet in zijn eerste telefoongesprek met zijn Russische collega president Poetin alvast uitschijnen dat hij het een slecht en eenzijdig verdrag vindt. Ondertussen staat er nog een belangrijk ontwapeningsverdrag op de helling, het 'Intermediate-Range Nuclear Forces Treaty' (INF-verdrag). Sedert 2008 vermoedt de VS dat Rusland dit verdrag overtreedt door te werken aan de ontwikkeling van nieuwe grond-kruisrakketten.

INF-verdrag

Het INF-verdrag werd in 1987 getekend door de Amerikaanse president Ronald Reagan en zijn Russische tegenhanger Mikhail Gorbatsjov. Het verbiedt voor onbepaalde duur het bezit, de productie en het testen van kruisraketten met een actieradius tussen de 500 en 5500 km, die vanaf de grond afgevuurd worden. Het verdrag voorziet een zeer indringend controlemechanisme. Vanaf zee en uit de lucht gelanceerde kruisraketten worden echter niet door het verdrag verboden. De ondertekening van het akkoord bracht destijds een grote nucleaire ontwapeningsgolf op gang en een ontspanning in de relaties tussen de kernwapengrootmachten. Tegen 1991 waren in totaal 2692 raketten vernietigd, waaronder de Amerikaanse Pershing II raketten die in West-Europa opgesteld werden onder het NAVO-dubbelbesluit dat volgde op de ontplooiing van Russische SS-20 raketten in de Centraal-Europese regio. Dankzij het INF-akkoord verdween voor Europa de meest imminente nucleaire dreiging. Een heel proces van multilaterale wapencontroles en ontwapeningsverdragen volgde, zoals de voorlopers van het New START en de CFE.

In 2014 werd Rusland er voor het eerst publiekelijk van beschuldigd het INF-verdrag te schenden, maar het was pas in maart 2017 dat de kwestie hoog op de Amerikaanse politieke agenda werd gezet. Tijdens een recente hoorzitting in het parlement verklaarde generaal Paul Selva, de vicevoorzitter van het militaire adviesorgaan de 'Joint Chiefs of Staff', dat Rusland een gebruiksklaar nieuw type grond-kruisraketten ontwikkeld heeft, zonder evenwel het type te benoemen of te vermelden waar deze wapens precies ontplooid zijn. Het nieuwe wapensysteem vormt volgens Selva een onmiddellijke bedreiging voor de NAVO en de Amerikaanse militaire faciliteiten in Europa. Wellicht gaat het om twee bataljons van het type SSC-8, een mobiel type grond-kruisraketten. Elk bataljon zou bestaan uit vier lanceerinstallaties met elk zes raketten geladen met kernkoppen. Wat de zaak compliceert, is dat de lanceerinstallaties zeer moeilijk te onderscheiden zijn van de Iskander ballistische raketten die eveneens kernkoppen kunnen dragen. Iskander is een type korteafstandsraket (met een reikwijdte van minder dan 500 km) dat wel toegelaten wordt door het INF-verdrag. In het kader van de Russische militaire manoeuvres worden Iskander-raketten met regelmaat ontplooid in de Russische enclave Kaliningrad aan de Baltische Zee. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Sigmar Gabriel, vreest dat de opstelling in Kaliningrad ondertussen permanent geworden is. Ze staat er al onafgebroken sedert oktober 2016.

Russische houding

Moskou gaf in het verleden al te kennen dat het vindt dat het INF-verdrag bijgestuurd moet worden omdat het in het voordeel speelt van de VS. Amerika heeft immers geen nood aan raketten met een bereik dat verboden wordt door het INF. Het zou enkel Mexico en Canada kunnen raken met dergelijke grond-kruisraketten, twee landen die niet echt een existentiële bedreiging vormen. Rusland daarentegen ziet heel andere veiligheidsuitdagingen aan zijn grenzen.Ten eerste is er de conventionele suprematie van de NAVO. Met wapens met INF-bereik zou Rusland alle Europese NAVO-landen kunnen treffen. Nu beschikt het enkel over Iskander korteafstandsraketten die slechts de Baltische staten en een deel van Polen in het vizier kunnen nemen. Ten tweede zijn componenten van het Amerikaanse rakettenschild ingeplant in Roemenië en Polen, wat Moskou beschouwt als een zeer ernstige bedreiging van het nucleaire evenwicht tussen de VS en Rusland. Ten derde is er de proliferatie (verspreiding) van rakettechnologie ten zuiden van Rusland. Landen zoals Iran en Saoedi-Arabië, maar ook een heel aantal kernwapenstaten zoals Israël, India, Pakistan, Noord-Korea en in het bijzonder China ontwikkelen momenteel ballistische rakettensystemen. Deze landen zijn namelijk niet gebonden aan de bepalingen van het INF-verdrag dat uitsluitend geldt voor de VS en Rusland. China is momenteel een strategische partner van Rusland, maar de economische en militaire ontwikkeling van China kan op termijn ook een bedreiging gaan vormen - een analyse die gedeeld wordt door Washington.

Sommige experts stellen dat een door Rusland geïnitieerde crisis rond het INF-verdrag in de eerste plaats een instrument is om het NAVO-partnerschap te testen.

Sommige experts stellen dat een door Rusland geïnitieerde crisis rond het INF-verdrag in de eerste plaats een instrument is om het NAVO-partnerschap te testen en verdeeldheid te zaaien. Hoe zal de NAVO reageren als Rusland raketten plaatst die volgens het INF verboden zijn? Zullen de Europese landen toelaten dat er een nieuwe rakettencrisis ontstaat vergelijkbaar met die van begin jaren 1980?

Officieel blijft Rusland voorlopig ontkennen dat het het INF-verdrag schendt en kaatst het de bal terug naar Amerika door Washington ervan te beschuldigen zelf het verdrag te schenden via de ontwikkeling van interceptoren in het kader van het rakettenschild en van drones die eigenlijk dezelfde militaire finaliteit hebben als de grond-kruisrakketten die door het INF-verdrag verboden worden.

Amerikaanse houding

De VS vermoedt al sinds 2008 dat Rusland het INF-verdrag aan het schenden is. De VS heeft dus vrij lang getalmd om er een zaak van te maken. Was het te moeilijk om harde bewijzen te verzamelen of wou de Obama-regering de New START onderhandelingen niet in gevaar brengen? Of was Rusland nodig om tot een nucleaire deal met Iran te komen?

Zoals gezegd heeft de VS zelf geen nood aan raketten met een INF-bereik om het eigen grondgebied te beschermen. De VS lijkt op het eerste zicht dus vooral baat te hebben bij de instandhouding van het INF-verdrag. Het vormt een belangrijke pijler van het veiligheidsbeleid van de Europese bondgenoten en bovendien lijkt het lot van het New START-verdrag ermee verbonden te zijn.

Er zijn natuurlijk ook haviken in Washington die pleiten voor het schrappen van het INF-verdrag simpelweg omdat de VS erdoor belemmerd wordt om het volledige spectrum aan conventionele en nucleaire opties te ontwikkelen, niet alleen ten aanzien van Rusland maar ook ten aanzien van China. Het wordt afwachten hoe de Trump-regering hiermee zal omgaan. Op 27 januari 2017 gaf president Trump alvast de opdracht aan zijn minister van Defensie, Jim Mattis, om een nieuw 'Nuclear Posture Review' en een nieuw 'Ballistic Missile Defense Review' te initiëren (onderzoeken om te bepalen wat de rol van respectievelijk kernwapens en ballistische raketsystemen zou moeten zijn in de Amerikaanse veiligheidsstrategie). En tijdens de recente hoorzitting in het Amerikaanse parlement over de vermeende Russische schending van het INF-verdrag werd gevraagd aan de generaals om tegen het eind van de maand de mogelijke nucleaire opties voor de VS op te sommen.

Mogelijke evolutie

Hoe zal deze situatie zich verder ontwikkelen? In een artikel in het magazine 'Strategic Studies Quarterly' werken de auteurs Ulrich Kühn en Anna Péczeli drie mogelijke scenario’s uit. In een eerste scenario (het meest positieve) schikt Rusland zich terug naar de bepalingen van het INF-verdrag. De vermeende nieuwe raketsystemen worden vernietigd en de crisis wordt aangegrepen om het INF-verdrag te moderniseren en er meer landen bij te betrekken, in de eerste plaats China. Het klinkt inderdaad logisch dat regelgeving rond nieuwe technologieën zoals drones of de ‘interceptoren' (raketten die doelwitten uit de lucht moeten schieten) van het Amerikaanse rakettenschild uitgeklaard en verdragsrechtelijk vastgelegd worden. Een pertinente vraag is ook waarom het INF-verdrag eigenlijk beperkt is tot grond-kruisraketten. Wat is immers het verschil met raketten met dezelfde reikwijdte die vanop zeeschepen gelanceerd worden?

Volgens de auteurs is dit eerste scenario echter niet het meest plausibele. In een tweede scenario zal Rusland gewoon doorgaan met de ontplooiing van door het INF verboden raketsystemen. De auteurs verwijzen daarbij naar het Amerikaanse precedent van 2002 waarbij de VS het ABM-verdrag eenzijdig opzegde om een rakettenschild te kunnen ontwikkelen. Rusland voert volgens dit scenario een politiek van voldongen feiten die in onderhandelingen als pasmunt gebruikt kan worden om de componenten van het Amerikaanse rakettenschild in Europa te laten verdwijnen. Sommige Europese landen zien wellicht liever én de Russische raketten én het Amerikaanse rakettenschild verdwijnen dan te moeten leven met het dubbele gevaar van beide wapensystemen. Dit scenario zou ook de NAVO uit elkaar kunnen drijven en Europa destabiliseren. Sommige Europese NAVO-lidstaten zullen immers eisen dat de VS hen beschermt door gelijkaardige wapens of nieuwe kernwapens te ontplooien in Europa, terwijl andere lidstaten –de escalatie van de jaren 1980 en de acute nucleaire dreiging indachtig- alles zullen doen om een dergelijke nieuwe wapenwedloop in Europa te voorkomen. Een grootschalige wapenwedloop in Europa zou echter ook de veiligheid van Rusland niet ten goede komen. Daarom zal Rusland wellicht gaan voor het derde scenario: ambiguïteit.

In dat geval zal Moskou officieel blijven ontkennen dat het wapens bezit die een inbreuk vormen op het INF, maar ondertussen zullen ze in het geheim verder geproduceerd blijven worden. Rusland zou er dan op rekenen dat de NAVO het moeilijk zal hebben om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen omdat aantallen, plaats en reikwijdte van de wapens onbekend zijn. Het risico bestaat wel dat de economische sancties ten aanzien van Rusland dan uitgebreid worden waardoor de economie van Rusland verzwakt én dat de VS zal weigeren om New START te verlengen. Indien dat gebeurt, verliezen Rusland en de VS de mogelijkheid om elkaars kernwapenarsenalen te limiteren en te controleren, terwijl ze ondertussen aan een sneltempo gemoderniseerd worden. Dat zou beslist geen gunstige evolutie zijn.

Het is intussen duidelijk geworden dat de nieuwe regering in Washington niet zal toelaten dat Rusland ambiguïteit nastreeft. De VS beschuldigt Rusland openlijk van de schending van het INF en het door de Republikeinen gedomineerde Congres zal dit niet zomaar laten overwaaien.

De-escalatie en dialoog

De gevolgen van de nakende INF-crisis zullen in de eerste plaats voor Europa zijn. Paniek is echter ongegrond. Zelfs al plaatst Rusland 100 dergelijke raketten met INF-bereik, dan nog zullen de militaire machtsverhoudingen tussen de NAVO en Rusland niet significant veranderen. De conventionele militaire macht van de NAVO blijft veel groter. Het defensiebudget van Rusland bedraagt momenteel nog geen 12de van dat van de VS.

Het defensiebudget van Rusland bedraagt momenteel nog geen 12de van dat van de VS.

De kans is heel groot dat de INF-crisis de komende jaren een belangrijk NAVO-onderwerp wordt en dat in de Centraal- en Oost-Europese landen de roep om meer NAVO-troepen ter plaatse en om gezamenlijke militaire manoeuvres groter wordt. Dat zou de spanningen met Rusland alleen maar verder opdrijven.

Onze politici zouden er alles aan moeten doen om te voorkomen dat er een nieuwe wapenwedloop gestart wordt in Europa. De dialoog met Rusland moet dringend aangegaan worden en ook de veiligheidsbekommernissen van Moskou moeten daarbij in acht genomen worden – in de eerste plaats het Amerikaans rakettenschild in Europa dat als een rode draad door het hele verhaal van militaire escalatie loopt. Het is duidelijk dat het rakettenschild ons niet meer, maar minder veiligheid brengt. De NAVO lijkt absoluut niet het aangewezen forum voor een dergelijke veiligheidsdialoog. De Organisatie voor de Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) zou in dit dossier dringend een centrale rol moeten opnemen. De nood aan een hernieuwing en versterking van internationale afspraken is urgent. New START moet verlengd worden, het INF-verdrag moet vernieuwd, uitgebreid en aangevuld worden met andere verdragen die de ontwikkeling van ballistische raketten voor alle landen aan banden legt, én kernwapens moeten eindelijk verboden worden. Vertrouwenwekkende maatregelen zijn nodig, te beginnen met de onmiddellijke stopzetting van de bouw van de antiraketinstallatie in Polen en de verwijdering van de vooruitgeschoven Amerikaanse tactische kernwapens uit Europa.

De VS streeft nucleaire dominantie na

In een recent rapport van de 'Federation of American Scientists' wordt de sterk verbeterde capaciteit belicht van de gemoderniseerde W76-kernkoppen van de VS. Er is sprake van een technische innovatie die onbekend is bij het grote publiek maar waarvan de consequenties voor de internationale betrekkingen zeer groot zijn.

Nieuw ontstekingsmechanisme

De VS beschikt anno 2017 over 6780 kernwapens, waarvan er 1740 ontplooid zijn, 2740 in reserve zijn en 2300 wachten op ontmanteling. De Amerikaanse kernwapens kunnen op drie manieren afgeleverd worden. De zogenaamde nucleaire triade bestaat uit intercontinentale ballistische raketten afgevuurd vanaf de grond (silo’s), gelanceerd vanop zee (duikboten), en nucleaire bommen die gedropt worden vanuit de lucht (bommenwerpers).

De W76-1 kernkoppen (met een explosiekracht van 100 kiloton per stuk) worden op de strategische ballistische raketten gemonteerd waarmee de Amerikaanse kernwapenduikboten uitgerust zijn. Deze gemoderniseerde kernkoppen zijn voorzien van een nieuw ontstekingsmechanisme. De innovatie voltrok zich -zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven- in het kader van het algemene levensduurverlengingsprogramma ('Life Extension Program') van het Amerikaans leger, dat de kernwapens “veilig en bruikbaar” moet houden tot diep in de 21ste eeuw. Er werd in 2009 gestart met de moderniseringsoperatie en tegen eind 2016 waren er al 1200 van de in totaal 1600 voor modernisering ingeplande kernkoppen afgewerkt. Geschat wordt dat alle 506 W76-kernkoppen die momenteel ontplooid worden, op in totaal 14 Amerikaanse kernwapenduikboten, inmiddels voorzien zijn van dit nieuw ontstekingsmechanisme. Elke ballistisch raket is momenteel uitgerust met 4 à 5 kernkoppen – een aantal dat gemakkelijk kan verdubbeld worden want de raketten zijn ontwikkeld en getest om elk tot 12 kernkoppen mee te dragen. Een groot deel van de kernwapenonderzeeërs is te allen tijde op patrouille.

Verhoogde slagkracht

De ballistische raketten die vanuit het water afgevuurd kunnen worden dienen in principe als nucleaire afschrikking en zijn dus hoogstwaarschijnlijk gericht op strategische doelwitten zoals de lanceerinstallaties van de intercontinentale raketten van Rusland. Dit zijn versterkte ondergrondse silo’s ontworpen om zelfs (beperkte) kernexplosies te weerstaan, daarom worden het ‘harde’ doelwitten genoemd.

De impact van dit nieuwe ontstekingsmechanisme wordt door de auteurs van het aangehaalde rapport revolutionair genoemd. Met een standaard ontstekingsmechanisme konden zelfs de meest accurate ballistische raketten niet altijd dicht genoeg bij hun doelwit ontploffen om het met grote zekerheid te vernietigen. Daarom werden er in de nucleaire plannen van de VS altijd drie kernkoppen van het type W76 voorzien om één hard doelwit uit te schakelen. Dat is met het nieuwe ontstekingsmechanisme niet langer nodig. Vanaf nu kan één W76 kernkop in de buurt van het doelwit op de ‘juiste’ hoogte tot ontploffing gebracht worden om het met grote zekerheid te vernietigen.

Het Amerikaans nucleair arsenaal op de kernwapenduikboten is tegenover versterkte doelwitten dus veel slagkrachtiger geworden dan voorheen. Vroeger werden enkel de W88-kernkoppen (475 kiloton) als krachtig genoeg beschouwd om dergelijke harde doelwitten uit te schakelen. De W88-kernkop is dan ook bijna 5 keer zo krachtig als de W76-kernkop, maar maakt slechts 20% uit van het kernwapenarsenaal dat vanop duikboten afgevuurd kan worden. Maar vanaf heden zijn dus alle kernkoppen op de duikboten in staat om harde doelwitten uit te schakelen en kunnen de extreem zware W88-kernkoppen ‘vrijgesteld’ worden om nog ‘moeilijkere’ ondergrondse doelwitten te vernietigen zoals bijvoorbeeld militaire commandoposten die diep onder de grond ingegraven zitten.

First strike

Volgens de auteurs van het rapport is het VS-arsenaal nu perfect uitgerust voor een ‘first strike’-scenario. In een dergelijk scenario wordt (althans zo luidt de militaire theorie) het kernwapenarsenaal van de vijand voor een groot deel vernietigd met een preventieve nucleaire verrassingsaanval, waardoor ook de nucleaire vergeldingscapaciteit van de vijand sterk afneemt. Er werd berekend dat het totale Russische arsenaal aan intercontinentale ballistische raketten in ondergrondse silo’s (in totaal 136 stuks), vernietigd zou kunnen worden met slechts een vijfde van het totale Amerikaanse ballistische raketarsenaal, dankzij de technologische innovatie van de Amerikaanse kernkoppen. Met andere woorden 79% van de Amerikaanse ballistische raketten zou nog beschikbaar zijn om andere cruciale Russische doelwitten te elimineren -zoals verplaatsbare kernraketinstallaties en commandocentra voor ballistische raketten. In dit angstaanjagende scenario valt te verwachten dat Russische onderzeeërs, uitgerust met ballistische kernraketten, een vergeldingsaanval uitvoeren, maar de VS werkt al jaren aan de ontwikkeling en ontplooiing van een grootschalig antirakettenschild dat vijandige ballistische raketten moet tegenhouden. Grootschalige antiraketsystemen waren internationaalrechtelijk verboden onder het ABM-verdrag ('Anti Ballistic Missile'), maar dit pact werd in 2002 eenzijdig opgezegd door de VS.

De VS beschikt ondertussen over antiraketinstallaties op het Amerikaanse vasteland ('Ground-Based Midcourse Defense') en er worden ook tientallen marineschepen uitgerust met AEGIS, een ballistische rakettenafweersysteem dat tegen 2030-2040 over 500 tot 700 raketten moet beschikken. De AEGIS-schepen patrouilleren langs de kusten van de VS en werden onder president Obama ook reeds ontplooid in Europa en Japan. In het kader van de mondiale uitbouw van het Amerikaanse antirakettenschild varen in Europa AEGIS-schepen uitgerust met radars en raketten in de Middellandse Zee, werd een radar- en raketinstallatie gebouwd in Roemenië (afgewerkt in mei 2016) en wordt in Polen een radar- en raketinstallatie geconstrueerd (op te leveren in 2018) – allemaal in de nabijheid van de Russische grens dus. De effectieve capaciteit van deze systemen om vijandige raketten te onderscheppen, wordt door experts zeer zwaar in twijfel getrokken. Zo kan het systeem bijvoorbeeld geen onderscheid maken tussen vijandige raketten, passagiersvliegtuigen of lokaasdoelwitten. Maar de enorme inspanningen om de antiraketsystemen te ontwikkelen, versterkt in ieder geval de perceptie dat de VS werkt aan totale nucleaire dominantie en de ongenaakbaarheid van een Amerikaanse ‘first strike’-capaciteit. Dit betekent met andere woorden het einde van het decennialang geldende ‘nucleair strategisch evenwicht’ tussen de VS en Rusland.

Russische reactie

Voor Rusland is Amerikaanse nucleaire dominantie onaanvaardbaar en zonder twijfel zullen er Russische tegenmaatregelen volgen. Volgens de 'Federation of American Scientists' lekte Moskou vorig jaar bewust een rapport over de ontwikkeling van Russische onbemande onderzeeërs die tot 100 megaton zware kernkoppen tot ontploffing zouden kunnen brengen voor Amerikaanse kuststeden en/of belangrijke havens. De Russische president Poetin liet al verschillende keren verstaan dat militaire bedreigingen gericht tegen Rusland doeltreffend geneutraliseerd zullen worden, ook diegene die verbonden zijn met het rakettenschild.

Al deze ontwikkelingen zijn op zich al huiveringwekkend genoeg, maar het feit dat Rusland in tegenstelling tot de VS niet beschikt over een gesofisticeerd detectiesysteem in de ruimte dat de lancering van vijandige ballistische raketten in een vroeg stadium kan detecteren, vergroot de onveiligheid nog. Aangezien Rusland enkel beschikt over een uitgebreid radarsysteem op aarde, kan het de lancering van raketten voorbij de horizon niet waarnemen. Dit betekent dat de totale reactietijd voor de onvermijdelijke en essentiële militaire handelingen volgend op een nucleaire raketaanval zeer beperkt is. Er zijn minimaal tussen de 7 en de 13 minuten nodig voor de detectie, de analyse en de beslissing om al dan niet over te gaan tot een nucleaire tegenaanval, en vervolgens voor codering, communicatie en decodering van de militaire orders en het doorlopen van de lanceerprocedures. Dan is er nog de tijd die nodig is voor de Russische kernraketten om een veilige afstand te bereiken weg van de lanceerplatforms alvorens die laatsten vernietigd worden door de inkomende Amerikaanse kernraketten.

De enige manier om sneller te reageren op deze voor Rusland existentiële dreiging, bestaande uit de combinatie van een vijandige verrassingsaanval met heel performante vanop zee gelanceerde kernraketten en een gebrek aan vroege waarschuwingssystemen, is het winnen van tijd door het delegeren van de lanceringsorders aan lagere commandoniveaus. Dit vergroot natuurlijk de kans op ongelukken die de ongewilde lancering van het Russische kernwapenarsenaal kunnen triggeren. Het feit dat de Russische nucleaire strijdkrachten vandaag sowieso al in hoge staat van paraatheid verkeren, versterkt deze problematiek.

Er zijn tal van voorbeelden uit de recente geschiedenis op te sommen van momenten waarop de wereld nipt aan een kernwapenoorlog ontsnapt is.

In de recente geschiedenis zijn er tal van voorbeelden op te sommen -zowel uit de VS als uit Rusland- waarbij de wereld nipt aan een kernwapenoorlog ontsnapt is. De recente documentaire ‘The man who saved the world’ illustreert dit zeer goed. De film gaat over het waargebeurde verhaal van een Russische commandant die in 1983 het voorgeschreven militaire protocol negeerde door géén tegenaanval te bevelen terwijl de Russische waarnemingssystemen registreerden dat het land aangevallen werd door Amerikaanse kernraketten. Achteraf bleek dit een valse waarneming te zijn, maar het scheelde heel weinig of er was een echte kernoorlog uitgebroken. De Amerikaanse auteur Eric Schlosser schreef recentelijk in zijn boek ‘Command and control’ over 1000 grote en kleine kernwapenincidenten in de VS en kwam tot de conclusie dat de wereld al dikwijls door het oog van de naald is gekropen. Maar we kunnen niet blijven rekenen op de factor 'geluk'.

Conclusies

Dankzij het nieuw ontstekingsmechanisme in de W76-kernkoppen neemt de doeltreffendheid van de bestaande ballistische kernraketten die vanop zee afgevuurd worden enorm toe. De vernietigingskracht wordt tot drie keer groter en de mogelijkheid voor de VS om ‘harde’ doelwitten te vernietigen neemt aanzienlijk toe. Deze capaciteit zal nog verder toenemen wanneer dezelfde innovatie ook wordt toegepast op andere types kernkoppen in het VS-arsenaal. Om ‘harde’ doelwitten te vernietigen via de nucleaire capaciteit verschuift de focus van raketten die vanuit landsilo’s afgevuurd worden naar raketten die vanop zee gelanceerd worden. Ze kunnen zo dichter bij hun doelwitten gebracht worden, waardoor een verrassingsaanval meer tot de mogelijkheden behoort. Het resultaat van de modernisering is dat het Amerikaans kernwapenarsenaal geoptimaliseerd werd en vanaf nu aan de vereisten voldoet “om een verrassingsaanval uit te voeren tegen Rusland en om kernoorlogen te voeren en te winnen”, concludeert het rapport. Terwijl het aantal kernwapens van zowel de VS als Rusland is afgenomen (als gevolg van het New START akkoord dat in 2011 van kracht ging), is de nucleaire vernietigingskracht van de VS sterk toegenomen, waardoor het Russische kernwapenarsenaal veel kwetsbaarder geworden is voor een ‘first strike’-aanval vanuit Washington. De idee dat het kernwapenarsenaal voor beide partijen enkel als afschrikking ('Mutual Assured Destruction') diende om een kernwapenaanval van de vijand te voorkomen, is door de praktijk achterhaald.

Verdere modernisering

De verdere ontwikkeling en uitbreiding van het Amerikaanse rakettenschild dat een (vergeldings)aanval zou kunnen afslaan, versterkt de perceptie van de twijfelachtige nucleaire intenties van de VS nog meer – zeker in een context van toenemende Amerikaanse cyber-, conventionele en nucleaire capaciteiten. Deze evolutie zorgt er uiteraard voor dat het Russische wantrouwen gevoed wordt en spoort Moskou verder aan tot 'worst case planning'.

Men zou bijna vergeten dat de VS al jaren bezig is met de modernisering van zijn volledige kernwapenarsenaal. Geen enkele andere kernwapenstaat investeert zoveel geld in de hernieuwing van het materiaal. Er wordt geschat dat de VS de komende drie decennia meer dan 1000 miljard dollar zal besteden aan de modernisering van zijn kernwapenarsenaal. Voor dat budget, dat wellicht een schromelijke onderschatting zal blijken, kan men natuurlijk veel meer dan alleen de W76-kernkoppen moderniseren. President Trump voorziet in zijn begroting voor 2018 alvast een lichte verhoging van het kernwapenbudget.

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat andere types kernkoppen, zoals de W87 (475 kiloton), eveneens uitgerust zullen worden met het nieuw ontstekingsmechanisme. Ook het type B61-kernbom dat in NAVO-verband in België gestockeerd wordt op de militaire luchthaven van Kleine Brogel, zal onderworpen worden aan een modernisering. De B61 zal onder meer een nieuw staartstuk krijgen waardoor de eerste geleide nucleaire bom een feit wordt. Ook de dragers van allerlei types kernkoppen worden vernieuwd. De VS werkt aan een nieuwe klasse kernwapenonderzeeërs, nieuwe langeafstandsbommenwerpers (B21), nieuwe jachtbommenwerpers (F35), nieuwe intercontinentale raketten en een zelfs in eigen land zeer controversieel militair programma rond nieuwe nucleaire kruisraketten die vanuit de lucht kunnen worden afgevuurd. Deze nieuwe nucleaire kruisraketten kunnen een zeer destabiliserend effect hebben, omdat ze zowel geladen kunnen worden met een nucleaire als een conventionele springstof. Het feit dat de vijand niet op voorhand kan weten of het gaat om een nucleaire of conventionele aanval maakt de kans op misrekeningen en ongewenste escalaties veel reëler.

Dat het in Europa vooruitgeschoven Amerikaanse kernwapenarsenaal fundamenteel van aard verandert (geleide kernbommen in combinatie met voor de radar niet detecteerbare nieuwe bommenwerpers zoals de F35) zal Rusland ongetwijfeld verder ontstemmen.

Nieuwe kernwapens?

En alsof dit allemaal nog niet voldoende is, duiken er wederom Amerikaanse voorstellen op om volledig nieuwe ‘kleinere’ kernwapens te ontwikkelen, alsook de dragers om deze kleinere kernwapens af te leveren. In december 2016 adviseerde de invloedrijke 'Defense Science Board' van het Pentagon de regering Trump in een ongepubliceerd rapport over de defensieprioriteiten om deze nieuwe nucleaire optie te overwegen, omdat ze de VS in staat zou stellen “beperkte atoomoorlogen” uit te vechten “die minder schadelijk zijn voor mens en milieu”. Het debat is niet nieuw, maar de huidige Amerikaanse president is misschien gevoeliger voor de argumenten. In feite zal de VS in de heel nabije toekomst al beschikken over wapens die kunnen ingesteld worden op wat eufemistisch een ‘lagere explosiekracht' genoemd wordt, o.a. met de gemoderniseerde B61-kernbommen. Maar een lagere explosiekracht volgens de huidige criteria staat nog altijd gelijk aan het effect van de bom die Hiroshima vernietigde (15 kiloton). Een groot probleem is dat de militaire planners de president verschillende op de werkelijkheid gebaseerde scenario’s zullen voorschotelen waarbij ‘kleine’ kernbommen zouden kunnen ingezet worden. Dat zou de aantrekkelijkheid om ze effectief in te zetten vergroten en de kans op een escalerende atoomoorlog dichterbij brengen.

Valt het te verwonderen dat dit alles de voormalige Amerikaanse minister van Defensie William Perry tot de zeer verontrustende conclusie leidt dat het gevaar op het uitbreken van een kernoorlog vandaag de dag groter is dan tijdens de hoogtepunten van de Koude Oorlog?

NAVO-top in Brussel moet militaire budgetten verder de hoogte injagen

Op 24 en 25 mei vindt in Brussel de volgende NAVO-top plaats. Bij die gelegenheid zal ook het peperdure nieuwe NAVO-gebouw van 1,1 miljard euro worden ingewijd. Het is afwachten wat de komst van de Amerikaanse president Trump zal brengen. Het wordt zijn eerste deelname aan een bijeenkomt van de trans-Atlantische organisatie die hij vorig jaar nog als 'verouderd' bestempelde. Anders dan het in Europa werd voorgesteld, was dat geen uiting van isolationisme. Het doel van Trumps boodschap was druk te zetten op de Europese NAVO-partners zodat ze een “eerlijk deel” van de kosten zouden bijdragen.

Wat Trump een eerlijk deel noemt, is een behoorlijke smak geld. In 2014 op de NAVO-top in Wales, werd afgesproken dat de lidstaten ernaar zouden streven om 2% van hun Bruto Binnenlands Product (BBP) te besteden aan defensie. In 2016 waren er maar 5 landen die daaraan voldeden: de Verenigde Staten (3,61%), Griekenland (2,36%), Estland (2,18%), het Verenigd Koninkrijk (2,16%) en Polen (2,01%). België bengelt met 0,91% van zijn BBP ergens onderaan.

Trump stelt dat de Amerikaanse steun aan de NAVO in de toekomst afhankelijk zal zijn van de mate waarin de Europese lidstaten in hun defensie-apparaat investeren.

De uitspraken van de nieuwe VS-president over de NAVO zorgden voor ongeruste reacties bij de Europese leiders. Toen de nieuwe Amerikaanse minister van Defensie James Mattis onlangs in Brussel was voor een bijeenkomst met zijn NAVO-collega’s (op 15 en 16 februari) stelde hij -voor zover dat al nodig was- de gemoederen gerust. Hij verklaarde dat Trump volledig achter de NAVO staat, maar dat de organisatie zich moet aanpassen aan de actuele strategische situatie om relevant te blijven. Mattis herhaalde echter ook de boodschap van Trump dat de Amerikaanse steun aan de NAVO afhankelijk is van de mate waarin de Europese NAVO-lidstaten in hun defensie-apparaat investeren. Trumps dreigement kwam deels als geroepen om de reeds ingezette militarisering binnen Europa beter te kunnen verantwoorden in tijden van besparingen.

Europa

Niets is wat het lijkt. Ten eerste was de VS-druk op Europa rond de defensie-uitgaven er ook al onder president Obama. Die beschuldigde Europa vorig jaar in april nog van “zelfgenoegzaamheid”, omdat de Europese NAVO-lidstaten er niet in slagen om de afgesproken 2% van het BBP voor defensie te halen. Hij stelde dat de NAVO meer moet uitgeven om crisissen zoals Syrië aan te pakken en om te investeren in het nieuwe rakettenschild en cyberdefensiesystemen. Ten tweede is er ook onder de politieke elite in Europa een groeiende consensus dat het militair vermogen van de EU moet verbeteren. Na haar aanstelling tot nieuwe Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid zo'n twee jaar geleden, kreeg Federica Mogherini de opdracht om een nieuwe Europese veiligheidsstrategie op te stellen. Afgelopen zomer, maanden voor Trump verkozen werd tot president, zag de nieuwe veiligheidsstrategie het levenslicht. Daarin klinkt het dat “de EU moet versterkt worden als een veiligheidsgemeenschap” want “een geloofwaardigere Europese defensie is ook noodzakelijk in het belang van een gezond trans-Atlantisch partnerschap met de Verenigde Staten”. Dat komt neer op zeggen wat Washington al jaren graag wil horen. Het pleidooi voor hogere defensiebudgetten wordt in de nieuwe defensiestrategie vaag omschreven: “Het ontwikkelen en behouden van defensiecapaciteiten vereist zowel investeringen als het optimaliseren van het gebruik van de nationale middelen via diepere samenwerking”. Toch kwamen er enkele maanden later al concrete plannen voor een Europees defensiefonds. De Europese Commissie (EC) wil voor de periode 2020 tot 2027 jaarlijks 500 miljoen euro in defensie-onderzoek stoppen. Daarnaast wil ze elk jaar 5 miljard euro vrijmaken voor gezamenlijke investeringen van de lidstaten in militair materieel.

De Europese Commissie (EC) wil voor de periode 2020 tot 2027 jaarlijks 500 miljoen euro in defensie-onderzoek stoppen.

De stijging van de Europese militaire uitgaven lijkt inmiddels ingezet, want volgens de gegevens van de NAVO gaan ze sinds 2016 opnieuw de hoogte in. In dat jaar gaven de Europese NAVO-lidstaten 242 miljard dollar uit, een stijging van meer dan 6 miljard ten opzichte van het jaar er voor. De verwachting is dat de defensie-uitgaven de komende jaren nog sterker zullen stijgen. Als de NAVO-norm moet worden gehaald dan kan de factuur makkelijk oplopen tot 100 miljard dollar extra. Bij de Europese publieke opinie is daar weinig steun voor. Volgens een opiniepeiling van het ‘Pew Research Center’ in 11 NAVO-lidstaten, is enkel in Polen en Nederland ongeveer de helft van de bevolking te vinden voor een verdere stijging van de defensiebudgetten. In de meeste andere landen zijn de voorstanders in de minderheid. Voor ongeveer de helft van de bevolking moeten de defensiebudgetten bevroren blijven op het huidige niveau.

NAVO-Rusland

Het Poolse defensiebudget kreeg de afgelopen jaren al een boost van 60% t.o.v. 2009. De angst die onder de Poolse bevolking en bij uitbreiding ook in andere NAVO-lidstaten wordt gecultiveerd voor de Russische dreiging is niet in overeenstemming met de realiteit. De Russische economie kan de nieuwe wapenwedloop met de NAVO helemaal niet volgen. Het Kremlin kondigde als gevolg van tegenvallende olie-inkomsten aan dat het Russisch militair budget fors moet krimpen tot 45 miljard dollar in het jaar 2017 of omgerekend 3,3% van het Russische BBP. Het aandeel van de militaire uitgaven in de Russische begroting moet in de toekomst verder dalen naar 3% van het BBP in 2018 en naar 2,8% van het BBP in 2019. Het gezamenlijk militair budget van de NAVO-leden is met 921 miljard dollar maar liefst 20 keer groter! Die wanverhouding zal de komende jaren nog sterk toenemen, gezien de NAVO-afspraak om de defensiebudgetten van de lidstaten tot 2% van het BBP te laten aangroeien. Hoewel het defensiebudget van de VS ver boven deze norm ligt, kondigde president Trump aan dat het leger volgend jaar 54 miljard dollar extra krijgt - een stijging die hoger is dan het totale defensiebudget van de Russen! Trump wil meer geld voor nieuwe marineschepen, militaire vliegtuigen en voor een “robuustere aanwezigheid langs belangrijke internationale waterwegen zoals de Straat van Hormuz en de Zuid-Chinese Zee”, aldus één van zijn medewerkers. Het is een duidelijke indicatie dat president Trump voor zijn ‘America First’ een volledige militaire dominantie nodig heeft van de belangrijke economische aanvoerroutes. Dat klinkt veel minder isolationistisch dan media en politiek lieten uitschijnen.

De grote militaire wanverhoudingen verhinderen niet dat de NAVO doet alsof we elk ogenblik een aanval vanuit Rusland mogen verwachten. In januari van dit jaar begon de NAVO aan de ontplooiing van 4.000 extra militairen en honderden gepantserde voertuigen in Polen en de Baltische staten. Daarnaast houdt de NAVO grootschalige manoeuvres in het oosten van Europa. In juni vorig jaar was er Anaconda-16 in Polen, een militair machtsvertoon met een multinationale troepenmacht van 31.000 soldaten. In dezelfde maand voerde de NAVO met 1.800 manschappen uit 14 lidstaten militaire oefeningen uit in Oekraïne, hoewel dat buurland van Rusland zelf geen lid is van de NAVO. In maart 2017 vonden dan weer grote ‘Joint Viking’-manoeuvres plaats in Noorwegen, in de noordelijke provincie Finmark, waaraan 8.000 militairen deelnamen.

Spanningen

Rusland ziet de activiteiten van de NAVO aan zijn westelijke grens als oorlogsvoorbereidingen en reageert navenant. De denktank 'European Leadership Network' noteerde tussen maart 2014 en maart 2015, 60 incidenten in de Baltische Zee, de Zwarte Zee en de Atlantische Oceaan. Het gaat om schendingen van het NAVO-luchtruim, gevechtsvliegtuigen die te dicht in elkaars buurt vliegen, de jacht op Russische onderzeeërs die ervan verdacht worden zich in de territoriale wateren van een NAVO-lidstaat te bevinden, enzovoort. Het dieptepunt was het neerhalen door NAVO-lid Turkije van een Russisch gevechtsvliegtuig dat zich in de Syrische grensstreek even in het Turkse luchtruim bevond. De oorlogsspelletjes hebben het potentieel om te ontaarden in echte gevechten en wie weet zelfs een open oorlog.

De Russische reacties op de machtsontplooiing en de NAVO-expansie in Centraal- en Oost-Europa maken deel uit van de trans-Atlantische politiek van een zelfvervullende voorspelling. Net zoals dat omgekeerd het geval is met de uitbreiding van de NAVO naar het oosten. De NAVO-tenoren laten steevast hetzelfde geluid horen: elk land is soeverein om te beslissen of het al dan niet toetreedt tot de NAVO. Maar dat gaat in tegen de idee van gemeenschappelijke veiligheid zoals in de jaren 1970 in Helsinki werd uitgewerkt en die geleid heeft tot de oprichting van de OVSE (de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa). De centrale drijfveer van gemeenschappelijke veiligheid is: een land is pas veilig als de veronderstelde tegenstander dat ook zo ervaart. En de uitbreiding van de NAVO naar het oosten wordt door Rusland aanschouwelijk als een veiligheidsdreiging ervaren. Stel dat Rusland zijn veiligheidsomgeving plots opschuift in westelijke richting, dan zou dat hier evenzeer als een bedreiging gezien worden.

De deur van de NAVO blijft echter openstaan voor nieuwe leden. Volgens de Duitse krant de Frankfurter Allgemeine (9/02) is de Oekraïense premier Porosjenko van plan om een referendum te houden over NAVO-lidmaatschap. Als de uitslag positief is en de NAVO het land aanvaardt als nieuw lid, dan kan dit uitmonden in een serieuze militaire escalatie. Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat het zo’n vaart zal lopen. In Oekraïne woedt immers nog altijd een oorlog tussen het centraal gezag en de opstandelingen in het oosten van het land die de steun van Rusland genieten.

In principe zal Montenegro dit jaar als 29ste lid toetreden tot de NAVO. Vanuit militair standpunt is dit geen grote aanwinst: het land telt minder dan 2.000 pover uitgeruste troepen en heeft een slechte reputatie op vlak van corruptie. Maar wellicht dient de toetreding vooral een politiek signaal. In de woorden van de conservatieve denktank 'Heritage Foundation': “De steun voor het lidmaatschap van Montenegro is... een duidelijk signaal dat geen derde land een veto kan uitspreken over NAVO-uitbreiding”.

steun ons

© 2017 vrede vzw - website by