Antoine Uytterhaeghe en Georges Spriet
Printvriendelijke versie

Noord-Korea als alibi voor VS-provocaties tegen China

Vormen de gezamenlijke militaire oefeningen van Seoel en het Pentagon een antwoord op de Noord-Koreaanse bedreigingen, of is er meer aan de hand? Met de recente confrontaties tussen de VS en Peking lijkt het er sterk op dat de VS-elite de nieuwe krachtsverhoudingen in Azië, en in de wereld, niet lijkt te aanvaarden. Een reeks initiatieven in de regio en vooral de recente verklaring van Mevrouw Clinton dat de Zuid-Chinese Zee van nationaal belang is voor de Verenigde Staten, doen vragen rijzen bij de Amerikaanse bedoelingen. De schaduw van Iran duikt tegen de achtergrond op.

De laatste maanden hebben de VS zitten werken aan nieuwe allianties in Noord-West-Azië en vooral aan het opstellen van een akkoord met de zuiderbuur van China, Vietnam. De bedoeling van Washington is duidelijk: de buurlanden opruien tegen China. Viëtnam, bijvoorbeeld, aarzelde niet om zijn protest te versterken tegen de Chinese activiteiten in die zeegebieden die beide landen tot hun invloedssfeer rekenen. Recente berichten hebben het anderzijds over een mogelijke overeenkomst van de VS met Vietnam rond nucleaire energie waarbij Vietnam uraniumverrijking zou kunnen doorvoeren. De VS gebruiken wat ze hebben: nog altijd heel wat wereldinvloed, technologische kennis, en nog altijd heel wat commerciële invloed.

De Obama administratie heeft in haar betrekkingen met China de laatste tijd een scherpere toon aangenomen; China werd zelf echt geprovoceerd. De Washington Post schreef onlangs dat dit een uitdrukking is van een evenwichtsoefening. Waarbij de VS enerzijds bepaalde aspecten van de opkomst van China begroet, maar anderzijds er niet voor terugschrikt om de confrontatie met China te zoeken wanneer deze in strijd wordt geacht met de belangen van de Verenigde Staten.


Manoeuvres

Zo heeft Washington in de voorbije weken zijn nieuwe China politiek gedemonstreerd door met de Zuid-Koreanen manoeuvres ter zee te houden. Tegen de achtergrond speelt een machtsspel waarbij de VS de Chinese soevereiniteitsaanspraak over de Zuid-Chinese Zee afwijzen en deze nog wel degelijk als een regio voor de eigen VS-veiligheid opeisen.

De manoeuvres van eind juli 2010 wilden een antwoord zijn op de Noord-Koreaanse 'agressie' waarbij de noorderbuur een Zuid-Koreaans schip zou hebben getorpedeerd. Deze oefeningen gingen onder de codenaam Invincible Spirit en werden op 28 juli beëindigd. Er opereerden 20 oorlogsschepen en duikboten, 200 vliegtuigen en 8000 soldaten op zee, in de lucht en op de kusten van Zuid-Korea en in de Japanse Zee (ten oosten van het Koreaans schiereiland) nabij de kusten van Noord-Korea en Rusland.
Diezelfde dag verscheen er in de Taiwan News een artikel onder de titel: “Volgens China willen de VS een NAVO opzetten in Azië”, waarin Chinese nieuwsmedia, academici en analisten waarschuwden dat “de VS een nieuw bondgenootschap willen creëren om China in te dammen, zoals de huidige intense manoeuvres met Zuid-Korea en het doorstoten in de Zuid-Chines Zee aantonen. Deze operaties tezamen met de expliciete interventie in Aziatische aangelegenheden onderstrepen de Amerikaanse bedoelingen om China uit te dagen omtrent Pekings groeiende aanwezigheid in dit gebied.”

Op 5 augustus kondigde het Pentagon aan dat er nieuwe Amerikaans-Koreaanse militaire manoeuvres ter zee volgen – waar het vliegdekschip USS George Washington aan deelneemt – die zullen oefenen op controles van vijandige duikboten, bombardementen en operaties met special forces om de vijand te imponeren. Deze oefeningen gaan door in de Japanse Zee en kennen voor het eerst de inzet van de F-22 Raptor vijfde generatie-stealth jachtvliegtuigen.


China

De woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken meldde dat “China geregeld al een duidelijke en besliste houding heeft getoond tegenover de gezamenlijke militaire oefeningen van de VS en Zuid-Korea”. China is resoluut gekant tegen het gebruik van de Gele Zee (ten westen van het Koreaans schiereiland) en andere kustwateren door buitenlandse militaire schepen en vliegtuigen die de Chinese veiligheidsbelangen schaden.

De VS zet in op bepaalde tegenstellingen onder de Oost-Aziatische landen om een front tegen China te creëren, is een stelling die in Chinese academische kringen veel weerklank vindt. Dit kwam weer sterk naar voor als reactie op het voorstel van minister van buitenlandse zaken, Hilary Clinton, om “de controverse over geschilpunten in de Zuid-Chinese Zee op te nemen in de mechanismen van het internationaal recht, zeker voor wat de VS belangen betreft in de betwiste gebieden” zoals ze het tijdens de ASEAN° vergadering in Hanoi stelde op 23 juli. Clinton's boodschap dat de VS samen met Zuid-Oost-Aziatische landen tegen China's claim over de Parcel en Spratly eilanden°° willen opkomen, kwam er na een zesdaagse Azië-tournee in Pakistan, Afghanistan, Zuid-Korea en Vietnam. Ze vervolgde nadien haar reis naar gebieden aan de westelijke en zuidelijke flank van Rusland: Oekraïne, Polen, Azerbeidzjan, Armenië en Georgië. Heel de reis stond in het teken van de hernieuwde assertiviteit van Washington: er worden geen 'invloedssferen' erkend van een andere staat waar ook ter wereld, met inbegrip van Rusland en China; Washington eigent zich het exclusieve recht toe om regionale conflicten over de wereld heen naar eigen goeddunken te internationaliseren.


Aziatische NAVO

De stelling is dat de traditionele militaire schaduw van de VS moet behouden blijven boven dit deel van Azië. Naast gezamenlijk militaire oefeningen gaat het ook om wapenbeurzen en andere initiatieven. Van 19 tot 23 juli hield de regering van Singapore samen met US Air Force het 2010 Pacific Rim Airpower Symposium waar delegaties aan deelnamen uit Australië, Bangladesh, Brunei, Cambodja, Canada, Chili, India, Indonesië, Japan, Laos, Maleisië, Maldiven eilanden, Mongolië, Nepal, Nieuw-Caledonië, Nieuw-Zeeland, Papua Nieuw Guinea, de Filipijnen, Zuid-Korea, Sri Lanka, Thailand, Tonga en Vietnam. De hele maand juli hadden de tweejaarlijkse Rim of the Pacific Exercise (RIMPA) manoeuvres plaats in Hawaï met 36 oorlogsschepen, vijf duikboten, 170 vliegtuigen en 20.000 soldaten uit 14 landen: Australia, Canada, Chili, Colombia, Frankrijk, Indonesië, Japan, Maleisië, Nederland, Peru, Zuid-Korea, Singapore, Thailand en de VS. India en Nieuw-Zeeland waren aanwezig als waarnemer.

Geopolitieke strategen in de VS pleiten voor een Aziatische NAVO, die “in een gezamenlijke inspanning China's intimidaties en hegemonie-acties moet counteren, net zoals de NAVO de ruggengraat vormde van onze defensie tegen de toenmalige Sovjet-Unie”.

Een belangrijk onderdeel van het optreden van Washington bestaat erin om China bij de andere Aziatische landen als onverantwoordelijk voor te stellen.
De VS en Zuid-Korea beschuldigen Noord-Korea ervan eind maart het Zuid-Koreaans marineschip “Cheonan” tot zinken te hebben gebracht. Daarbij kwamen 46 militairen om het leven. Deze vermeende Noord-Koreaanse betrokkenheid bij het incident werd door een team van experten uit Zuid-Korea, Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Australië, en Zweden vastgesteld. Peking noch Moskou lijken overtuigd van de ernst van dit onderzoek. Washington gebruikt deze afstandelijkheid en de bijbehorende weigering om Pyongyang te veroordelen, als nieuwe motivatie om een anti-China sfeer te verspreiden. Tot grote verlegenheid van Washington kan men de laatste tijd echter, zelfs in de Zuid-Koreaanse media berichten lezen van experts die de aandacht op talrijke tegenstrijdigheden vestigen bij deze zogenaamde onweerlegbare bewijzen van Hillary Clinton en haar internationale commissie.


Ondertussen heeft Washington geen oren naar de eis van China om de vlootmanoeuvres in de Gele Zee te beëindigen. Peking bestempelt ze als intimidatie tegen Noord-Korea en is niet opgezet met buitenlandse militaire aanwezigheid in zijn voortuin. Volgens de Chinese veiligheidsexpert Shen Dinglu van de Fundan universiteit van Sjanghai, zijn deze manoeuvres een ernstige provocatie, in dimensie vergelijkbaar met de stationering van Sovjet-atoomraketten op Cuba in 1962. Dat bracht toentertijd de wereld aan de rand van een nucleaire oorlog.

Niet alleen in de Chinese media of in academische middens is men verontwaardigd over de diverse pogingen van de Verenigde Staten om China in te dammen, ook in regeringskringen wordt straffe taal gesproken. In een voor Peking ongebruikelijk scherpe verklaring, beschuldigde het Chinese ministerie van Buitenlandse zaken de VS ervan dat ze met het soevereniteitsconflict in de Chinese Zuidzee proberen onzekerheid en tweedracht te zaaien onder de Zuid-Aziatische landen. De Chinese minister van Buitenlandse zaken, Jang Jiechi, beschuldigde Washington ervan om samen met andere staten een gemeenschappelijk front tegen China op te zetten.


Steekspel om Iran

Als tegenzet voor bovenstaande stellingname waarschuwde de Obama administratie Peking, dat de VS in het kader van de door het Congres aangenomen nieuwe sancties tegen Teheran, strafmaatregelen kan nemen tegen Chinese en andere ondernemingen die hun handelsbetrekkingen met Iran zouden verder blijven zetten. De voornaamste bezorgdheid van Washington echter, betreft het feit dat Chinese ondernemingen de plaats bezetten op de Iraanse markt die door de afwezigheid van westerse ondernemingen is vrijgekomen. Door de miskenning van de nieuwe internationale krachtsverhoudingen gelooft Washington dat ze nog steeds eenzijdig haar wil kunnen opleggen, het Amerikaanse recht kan internationaliseren en naar goeddunken straffen uitdelen, door deze ondernemingen bijvoorbeeld de toegang tot de Amerikaanse markt te ontzeggen. Maar het is overduidelijk dat China meer en meer z'n eigen 'achtertuin' wil controleren en vrijelijk z'n eigen commerciële en andere bondgenootschappen wil kunnen ontwikkelen.

Peking is gekant tegen iedere unilaterale sanctie tegen Iran, zowel deze van de VS als deze van de EU. China is immers een van de belangrijkste handelspartners van Teheran. Dat botst met de westerse politiek omtrent Iran. Robert Einhorn, de speciale raadgever voor non-proliferatie en wapencontrole van het Amerikaanse departement voor Buitenlandse zaken stelde het als volgt: “We willen dat China als permanent lid van de VN-veiligheidsraad zijn verantwoordelijkheid opneemt en niet de genomen beslissingen tegenwerkt.” China heeft volgens de verklaringen van de Iraanse viceminister voor olie en energie, Hossein Nogrehkar Shirazi, al voor 40 miljard dollar in de Iraanse olie- en gassector geïnvesteerd en er zijn plannen om nog 10 miljard dollar te investeren voor nieuwe raffinaderijen, pijplijnen en in de petrochemie.

Voor de Obama administratie is het behoorlijk problematisch dat NAVO-bondgenoot Turkije meer en meer uit de pas loopt. Zo kan Iran, ondanks de in juli uitgevaardigde unilaterale embargomaatregelen, de helft van zijn benzinebehoefte via Turkije dekken, de andere helft van de import wordt door China verzekerd. Het is eigenlijk grotesk, dat de bankroete supermacht Verenigde Staten, die in feite op geleend geld functioneert, zijn belangrijkste geldbezorger (China heeft de grootste dollarreserves) niet alleen op politiek vlak provoceert, maar ook gelooft dat het Peking kan dwingen tegen zijn eigen belangen te handelen in Iran en Noord-Korea en algemener in Oost-Azië.
De tijd, dat het voor de VS volstond om met het stokje te zwaaien om alle andere landen naar hun pijpen te laten dansen, is voorbij. Dat voorgevoel werd onlangs door Daniel Glaser van het Amerikaanse ministerie voor financiën zeer duidelijk verwoord voor het Congres, toen hij waarschuwde dat het zeer moeilijk zal zijn om andere landen in Azië, het Midden-Oosten en Zuid-Amerika aan boord te krijgen voor de VS sancties tegen Iran.


Het ander aspect waarom de Amerikaanse buitenlandse politiek voor Azië zo agressief op de Bühne gebracht wordt, is het feit dat de VS geconfronteerd wordt met een grotere druk van de lokale bevolking om de Amerikaanse basissen te ontmantelen, zoals in Okinawa en op andere plaatsen in de regio. Het einde van de buitenlandse VS-basissen zou voor de machtspositie van de Amerikanen in dit werelddeel catastrofale gevolgen hebben, voor hun wapenindustrie, hun controle op de handelstrafiek en de positie van de dollar als internationale betalingsmunt.

Wil de Amerikaanse elite de machtspositie van haar imperium behouden dan moet ze een angstpsychose creëren van bedreiging en onveiligheid. Zo houdt men de wapenwedloop op gang en schept men een gunstig klimaat voor het opstellen van rakettenschilden overal ter wereld, wat kennelijk de kern van het beleid vormt van het trio Obama, Gates, Clinton.

Antoine Uytterhaeghe en Georges Spriet

geïnteresseerd in buitenlandse politiek? Lees het tweemaandelijks tijdschrift Vrede.


Bronnen:
Global Military Agenda: U.S. Expands Asian NATO To Contain And Confront China by Rick Rozoff (http://www.globalresearch.ca/index.php?aid=20517&context=va)
Central Asia: US Military Buildup on Chinese, Iranian and Russian Borders http://rickrozoff.wordpress.com
US Military Show of Force in Asian Waters: "A Threat to China" Xinhua. http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=20624

noten:

° Association of Southeast Asian Nations (ASEAN)

°° De eilandengroepen Spratly en Parcel zijn rijk aan mineralen, aardgas- en olievelden. Vanwege hun grote economische en militaire belang zijn de eilanden al jaren onderwerp van discussie tussen China en verschillende Zuid-Aziatische landen, die allemaal het eigendom op deze eilanden claimen.

lees ook:

De Vs slaat de oorlogstrom in de Korea-crisis (08/06/10)

Koreaanse atoombewapening tegen Russisch-Chinese achtergronden (21.08.07)

 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by