Oorlog zonder grenzen
Foto: Bruno Stevens Ontwerp: EPO

Oorlog zonder grenzen

De inleiding en het overzicht van het boek 'Oorlog zonder grenzen' dat zopas is verschenen bij EPO

Brussel, 22 maart 2016. De blinde terreur heeft opnieuw toegeslagen. Terrorisme. Je leest er geregeld over in de krant. In Bagdad, in Ankara, in Beiroet, Damascus, Tunis, Sharm el-Sheik ... Een steeds langer wordende lijst. Een bladzijde van de krant die we al eens achteloos omdraaien. Soms verstopt in een klein berichtje of amper te googelen op het internet. Maar de terreur stopt niet. Vier dagen na Brussel volgt een aanslag op een voetbalstadion in Iskandariyah, een stad op 70 kilometer van Bagdad. Meer dan veertig doden en ruim honderd gewonden. Een dag later is Lahore, een stad in Pakistan, aan de beurt. Een aanslag die gericht is tegen christenen door een splintergroep van de Taliban maakt zeventig dodelijke slachtoffers, onder wie veel kinderen.

Veel cijfers, en toch beseffen we amper welk menselijk leed schuilgaat achter de slachtoffers en de getroffen families. Weliswaar geen Iraakse of Pakistaanse kleuren op de Eiffeltoren, die blijft vooralsnog gehuld in de Belgische driekleur. Die andere landen zijn ver van ons bed. Ook voor de media die onze kijk op de wereld kleuren. Toch zijn het vooral moslims die het slachtoffer worden van de blinde terreur. Moslims die in Europa gestigmatiseerd of zelfs met de aanslagen geassocieerd worden, moslims die men uitdrukkelijk vraagt om openlijk afstand te nemen van datzelfde terrorisme.

Veel cijfers, en toch beseffen we amper welk menselijk leed schuilgaat achter de slachtoffers en de getroffen families.

Vandaag is de terreur heel dichtbij. Parijs liet ons niet onberoerd en dan, plots, gebeurt het in Brussel. Een jonge vrouw die op een mooie zondagse lentedag naast mij liep op de parade van Hart boven Hard, een vrouw die opkwam voor warmte, solidariteit en vrede is in kritieke toestand opgenomen in een Brussels ziekenhuis. Op het verkeerde ogenblik, op de verkeerde plaats: het metrostation Maalbeek. Een leven verwoest. Een willekeurig slachtoffer van de haat. Cijfers worden mensen.

Wat drijft mensen om willekeurig onschuldige slachtoffers te maken? Om te doden en te vernietigen? Welke blinde woede, fanatisme, frustraties gaan hierachter schuil?

De Amerikaanse intellectueel Noam Chomsky zegt na de aanslagen in Parijs in een videoboodschap (17 november 2015):

‘Als je het terrorisme wilt stoppen, is de eerste vraag die je je moet stellen: waarom bestaat het? Wat is de onmiddellijke oorzaak? En wat zijn de dieper liggende drijfveren? Die moet je aanpakken. Maar wat is de rechtstreekse oorzaak? Voor deze terreurdaden [Parijs], maar ook voor de aanslag op het Russische vliegtuig die honderden mensen doodde in de Sinaï? We tasten in het duister, de enige informatie waarover we beschikken is de uitleg die ISIS verstrekt: “Als jullie ons bombarderen, dan vallen wij jullie aan.” Wel dat is hoogstwaarschijnlijk de reden, de rechtstreekse oorzaak. Over de andere oorzaken hadden we het al: de invasie van Irak, de “wahhabisering” van de soenni-islam, enzovoort. Wie minder aanslagen wil, moet de onmiddellijke oorzaak aanpakken. En wie meer aanslagen wil, die doet maar zoals president Hollande, namelijk ISIS nog meer bombarderen: “Laat ons ISIS vernietigen met militaire macht.” Wat wellicht onmogelijk is. En stel dat een dergelijk opzet lukt, dan komt er wel iets anders in de plaats. Ongetwijfeld nog erger. Logisch, we deden niets aan de oorzaken.’

Chomsky stelt simpele vragen en lijkt logische conclusies te trekken. En toch blijven we zweren bij dezelfde aanpak. Denk aan de gevechtsvliegtuigen die militaire interventies moeten uitvoeren. Ook België doet mee aan de bombardementen op Irak en Syrië. De Belgische minister van Defensie Steven Vandeput maakte dit standpunt eerder duidelijk: ‘Mijn persoonlijke mening is dat IS heel veel schade kan aanrichten. Dat hebben we gezien op 22 maart en dat moeten we stoppen. We moeten hen bestrijden waar zij zich bevinden, dus ook in Syrië als de internationale coalitie dat ons vraagt.’

Een ideologie bombardeer je niet weg, je dreigt ze sterker te maken.

In westerse regeringskringen overheerst een diep geloof in deze luchtoperaties. Om de terreur te bestrijden, grijpt men naar militaire antwoorden. In weerwil van de ervaringen die we opdeden in de afgelopen decennia. Het veiligheidsargument werd al ontkracht door de aanslagen in Parijs die voortvloeiden uit de Franse luchtaanvallen op IS-doelen in Irak en Syrië. Of willen we de Islamitische Staat misschien verzwakken? Dat kan wellicht – tijdelijk – door de militaire slagkracht van de groepering in te perken. Maar op termijn? Een ideologie bombardeer je niet weg, je dreigt ze sterker te maken. Elke bom die valt is een opportuniteit voor extremistische jihadi’s om te rekruteren en te reageren op de westerse ‘kruistocht’ tegen de islam.

Terrorisme is geen nieuw fenomeen. Het is eeuwenoud. Maar de schaal van het internationaal terrorisme en de reactie daarop – de ‘oorlog tegen de terreur’ – zijn wel recent. Volgens de meeste opiniemakers willen terroristen angst zaaien door het plegen van gewelddaden om een politiek doel te bereiken. Ze willen destabiliseren, verdeeldheid zaaien, hun wereldbeeld opleggen. Terreur is geen natuurramp. Organisaties als al-Qaida of de Islamitische Staat zijn onder meer het product van militaire interventies, van wapenhandel, van economische uitbuiting, van steun aan autoritaire regimes, van oliehonger, ja zelfs van de westerse koloniale geschiedenis die maar blijft nazinderen. Stel dat er in 2003 geen invasie had plaatsgevonden in Irak, zou er dan sprake zijn van de Islamitische Staat? Deze terreurbeweging is geboren op de puinhopen van Irak, net zoals al-Qaida haar wortels vindt in de ravage van het geweld in Afghanistan. De Brits-Amerikaanse invasie heeft van Irak een trieste recordhouder gemaakt. Het land krijgt in 2014 gemiddeld negen aanslagen per dag te verwerken! Daarbij vallen bijna 10.000 doden. De ironie wil dat de Amerikaanse regering de oorlog tegen Irak aan de publieke opinie verkocht als een oorlog tegen het terrorisme. Irak kende voorheen nochtans amper terreurdoden. Laat staan dat het seculiere Ba’athregime van Saddam Hoessein enige ideologische verwantschap zou vertonen met extremistische jihadi’s.

Stel dat er in 2003 geen invasie had plaatsgevonden in Irak, zou er dan sprake zijn van de Islamitische Staat?

In het Westen onderschat men de politieke impact van militaire interventies. Ook oorlog is terreur. Een Saoedische bom van westerse makelij die begin maart 2016 ruim 119 doden maakt op een markt in Jemen, is dat geen terreur? Of wat denk je van het Turks militair optreden in de zomer van 2015? Deze operatie in de Koerdische regio van het land heeft honderden burgerslachtoffers gemaakt nadat diverse stedelijke centra onophoudelijk werden bestookt met artillerievuur. De Turkse regering stelt onomwonden dat ze reageert op terreurdaden van de Koerdische Arbeiderspartij, maar ze beantwoordt die onbeschaamd met staatsterreur. En wat te zeggen over de Israëlische bezettingsmacht? Die krijgsmacht doodt in een ‘rustige’ periode, tussen 2009 en 2015, maar liefst 110 minderjarige Palestijnen. De duizenden slachtoffers van de operaties ‘Gegoten Lood’ (winter 2008-2009) en ‘Beschermende Rand’ (zomer 2014) buiten beschouwing gelaten. Sinds de start van de ‘oorlog tegen de terreur’ in 2001 vielen er in Irak, Afghanistan en Pakistan ruim 1,3 miljoen doden.Dat zijn ontiegelijk meer slachtoffers dan het aantal doden door aanslagen van terroristische organisaties. Toch pronken onze politieke leiders met hun zogenaamde successen in de ‘oorlog tegen de terreur’. ‘Deze strategie van het elimineren van terroristen die ons bedreigen, terwijl we onze partners steunen aan de frontlinies is er een die we gedurende jaren met succes hebben toegepast in Jemen en Somalië’, aldus president Obama in een verklaring over de dreiging van de Islamitische Staat. Jemen is inmiddels in een bloedige burgeroorlog verzeild. Een internationale coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië begraaft het land onder een bommentapijt en ondersteunt zo milities die met al-Qaida meestrijden. De bommen voor de operatie worden geleverd door ... de VS. In Somalië controleert Al-Shabaab, een extremistische organisatie die eind 2015 een alliantie is aangegaan met de Islamitische Staat, nog grote delen van het platteland en enkele steden. Nog altijd kan de organisatie aanvallen en terreuraanslagen plegen, onder meer in buurland Kenia. Al-Shabaab telt 9000 strijders in haar rangen en lijkt nog lang niet uitgeteld, de terreurgroep blijft rekruteren op het verpauperde platteland. Dit is niet langer een militair probleem.

De ‘oorlog tegen de terreur’ is op een complete mislukking uitgedraaid. Sinds de aanslagen in 2001 is het aantal terreurdoden jaar na jaar opgeklommen. Het aantal slachtoffers steeg in 2014 met 80 procent in vergelijking met het jaar daarvoor. Sinds het begin van de 21ste eeuw is het aantal terreurdoden bijna vertienvoudigd.9 Het aantal aanslagen is sinds 2002 met maar liefst 6500 procent toegenomen (van 199 naar 13.500 aanslagen in 2014), volgens officiële Amerikaanse bronnen. Ook het aantal landen waar terreuraanslagen plaatsvinden piekt. Het gros van de aanslagen vindt niet in het Westen plaats … Driekwart van de aanslagen deed zich voor in Irak, Nigeria, Afghanistan, Pakistan en Syrië. Die landen krijgen dus niet alleen onze oorlogen, maar ook de terreur te verwerken. Inmiddels heeft de actieradius van organisaties als de Islamitische Staat en al-Qaida zich uitgebreid naar Europa en Noord-Afrika. Toch lijken onze politieke leiders niet geneigd zich te bezinnen. Ze roepen dat we in oorlog zijn, laten onze gevechtsvliegtuigen uitrukken, en verheffen de kwaal tot remedie …

De ‘oorlog tegen de terreur’ is op een complete mislukking uitgedraaid. Sinds de aanslagen in 2001 is het aantal terreurdoden jaar na jaar opgeklommen.

In de discussies wordt zelden gerefereerd aan de desastreuze gevolgen van de militaire interventiepolitiek de afgelopen decennia. De analyses beperken zich doorgaans tot de radicale ideologie van extremistische jihadisten en het gebrek aan integratie van de moslimpopulatie. Soms komt ook de marginalisering van jonge moslims ter sprake. De link tussen de aanslagen in Parijs en Brussel en het militaire optreden van de betrokken landen in de regio blijft buiten beeld. Enige kritische houding over de militaire interventiepolitiek ontbreekt nagenoeg volledig. Nochtans staat die oorlogspolitiek centraal in de verklaringen van de Islamitische Staat na elke aanslag. Ze worden gepleegd uit wraak voor de bombardementen op Syrië en Irak. Uit wraak voor de vele Amerikaanse droneaanvallen in Jemen, Afghanistan of Pakistan die behoorlijk wat burgerslachtoffers maken. Diezelfde oorlogspolitiek, in naam van onze veiligheid, vergroot onze onveiligheid en die van de bevolking in andere landen.

Oorlog is een nieuw, mondiaal tijdperk ingetreden. Vele koloniale en neokoloniale oorlogen in de 20ste eeuw worden in het buitenland gevoerd, ver van het thuisland. Op de bodybags en de nieuwsberichten na, merkt de bevolking ze amper op. Na de Koude Oorlog verandert de NAVO haar strategie. Ze is niet langer een defensiemacht, wel een interventieorganisatie. Tijdens de Koude Oorlog is de NAVO nog de verdediger van haar grondgebied, vandaag is ze een ‘expeditieleger’. Begrippen als ‘snelle interventiemacht’ (NAVO), battlegroups (Europa), ‘vooruitgeschoven’ verdediging, ‘energieveiligheid’, drones, enzovoort worden gemeengoed in het westers militair discours. De nadruk ligt niet langer op defensie, maar op interventie. Sinds de val van de Berlijnse Muur heeft de NAVO haar territorium uitgebreid, non-artikel 5-opdrachten (niet gezamelijke interventieopdrachten) in het strategisch concept opgenomen en is ze samenwerkingsverbanden aangegaan met landen en regio’s uit de hele wereld (de zogenaamde ‘coöperatieve veiligheid’). Het gebeurt allemaal onder de noemer van onze ‘veiligheid’ of het ‘brengen van vrede en stabiliteit’. De verantwoordelijken van het ‘militair industrieel complex’, waar president Eisenhower zijn bevolking begin jaren 1960 voor waarschuwde, blijven ‘succeszand’ in de ogen van de bevolking strooien. Aan het eind van de NAVO-oorlog in Libië – gevoerd in naam van de bescherming van de bevolking – verkondigt secretaris-generaal Rasmussen zelfvoldaan: ‘Ik ben heel trots over wat we samen met onze partners hebben bereikt, met inbegrip van velen in de regio. Onze troepen hebben een slachting vermeden en talloze mensenlevens gered. We creëerden de voorwaarden voor de Libische bevolking om hun eigen toekomst te bepalen.’12Sinds het vertrek van de NAVO is Libië een vrijhaven voor lokale gewapende milities en krijgsheren.

De oorlogen van de 21ste eeuw worden niet langer lokaal gevoerd. De aanslagen in Brussel (2016) en Parijs (2015), en eerder ook in Madrid (2004) en Londen (2005) maken duidelijk dat militaire interveniërende machten hun eigen bevolking niet langer buiten de gevechtszone kunnen houden. In de jaren 1970 en 1980 zijn er sporadische tekenen van de weerslag van gewelddadige conflicten elders in de wereld. Denk aan de IRA-aanvallen in Groot-Brittannië en de vliegtuigkapingen door Palestijnse fracties. Al-Qaida en vooral de Islamitische Staat treden gesofistikeerder op. Met digitale media, zelfmoordaanslagen door toegewijde lokaal opgegroeide jongeren en dankzij een stevige financiële basis. Jonge rekruten, de zogenaamde ‘Syriëstrijders’, zijn gemakkelijk vatbaar voor indoctrinatie op basis van geopolitieke ongenoegens, gevoelens van onrechtvaardigheid en groeiende vervreemding van hun thuisland.

De nieuwe oorlog tussen staten en terreurgroepen wordt gekenmerkt door twee eigenheden:

Ten eerste negeren beide kampen grenzen. Aan de ene kant bevinden zich transnationale extremistische jihadnetwerken. Deze netwerken hanteren een internationale strategie die de vloer aanveegt met de hele set aan oorlogsregels, ze voeren trouwens openlijk propaganda met oorlogsmisdaden. Aan de andere kant is er een coalitie van staten onder leiding van de VS die over een wereldwijd netwerk van militaire en marinebasissen beschikt. Die coalitie voert haar oorlog tegen de terreur met nauwelijks aandacht voor de soevereiniteit van naties, nochtans een belangrijk principe in het Handvest van de Verenigde Naties.

Ten tweede is er een toenemend indiscriminatoir karakter van de contraterreur. Droneaanvallen en luchtbombardementen tegen basissen van extremistische organisaties worden in de betrokken landen ook gepercipieerd als een vorm van terreur. Er vallen immers veel burgerslachtoffers in de oorlog tegen de terreur.

Voor het eerst in de geschiedenis controleert één terreurnetwerk diverse grote delen grondgebied in verschillende landen: van Syrië, Irak over Libië en Somalië.

De oorlogsvoering is wederkerig geworden, met niet-statelijke actoren die over veel meer capaciteiten beschikken dan ooit tevoren. Voor het eerst in de geschiedenis controleert één terreurnetwerk diverse grote delen grondgebied in verschillende landen: van Syrië, Irak over Libië en Somalië. Zo heeft dit terreurnetwerk ook de middelen om de economie van de oorlog te voeden. Het is hoog tijd om het nut en de gevolgen van de oorlogsvoering buiten de westerse hemisfeer fundamenteel en kritisch te analyseren. De militaire interventiepolitiek, het militariseren van de contraterreur, het verhogen van de oorlogsbudgetten in plaats van ontwikkelingsbudgetten en sociale investeringen zijn contraproductief gebleken. Het geweer moet niet van schouder veranderen, maar opnieuw in de kast opgeborgen worden. Er moet ingezet worden op het vermijden van de terreur door de grondoorzaken aan te pakken, met een veiligheidspolitiek die er echt een is. In ieders belang. Want zo kunnen we de terugslag in de vorm van terreur beter indammen. Zo kunnen we het ondermijnend karakter voor onze rechtstaat en bijhorende vrijheden beter tegengaan.

Oorlog, terreur, vluchtelingen … kennen oorzaken. Begrip voor die oorzaken en onze verantwoordelijkheden daarin kan leiden tot een andere beeldvorming en een ander beleid, een discours gestoeld op onze verantwoordelijkheid, op onze solidariteit. Politici die ‘ten oorlog’ roepen zonder een grondig besef van de culturele, historische en economische wortels van een conflict … zo zijn er dertien in een dozijn. In de herfst van 2014 stemt de gezamenlijke Kamercommissie Buitenlandse Zaken en Defensie in met een luchtoperatie op IS-doelen in Irak, na amper enkele uurtjes debat. Het valt te betwijfelen of een commissielid een oordeel kan vellen (in zo korte tijd) over een militair ingrijpen in een complexe (Iraakse) realiteit. Laat staan de mogelijke consequenties ervan inschatten. Wie van de commissieleden of de verantwoordelijke regeringsleden kent de Islamitische Staat goed genoeg of heeft inzicht in de dynamiek en de geschiedenis van het geweld in Irak? Heel weinig, vrees ik. Ze deden alleszins niet de moeite om zich te informeren door bijvoorbeeld hoorzittingen te organiseren met experts.

Dit boek is een bescheiden poging om de achtergrond van de terreur en de basismechanismen die aan de oorzaak ervan liggen, bloot te leggen.

Dit boek is een bescheiden poging om de achtergrond van de terreur en de basismechanismen die aan de oorzaak ervan liggen, bloot te leggen. De focus ligt op de geopolitieke dimensie van terreur, de decennialange oorlogspolitiek en hoe die niet langer ter plaatse blijft maar ook bij ons zichtbaar wordt in de vorm van terrorisme en een vluchtelingencrisis.

Het boek begint met een historisch overzicht van de koloniale en neokoloniale politiek van Europa en de VS in de Arabische wereld.

Het eerste hoofdstuk behandelt de politiek van de koloniale machten na de nederlaag van het Ottomaanse rijk in het Midden-Oosten. Dat is noodzakelijk om te kunnen begrijpen wat er vandaag in de regio gebeurt. Tot vandaag worstelen de MENA-landen (het Midden-Oosten en Noord-Afrika) met de naweeën van hun koloniale verleden. Het is een verhaal van bezetting, onderdrukking en uitbuiting en vormt op zijn zachtst gezegd geen al te mooie bladzijde in de Europese geschiedenis. De landkaart van de Arabische wereld en de toekomst van de regio zou er heel anders hebben kunnen uitzien als de toenmalige Europese machten het Arabische streven naar onafhankelijkheid hadden gerespecteerd, na de nederlaag van het Ottomaanse Rijk. De Britten beloven (in de Hoessein-McMahoncorrespondentie) onafhankelijkheid in het Midden-Oosten, maar plegen vlug dubbel verraad. In 1916 sluiten ze met Frankrijk het geheime Sykes-Picotakkoord om het Midden-Oosten onder elkaar op te delen. Een jaar later belooft de Britse minister van Buitenlandse Zaken Lord Balfour in een brief aan de zionistische leiding een ‘joods nationaal tehuis’ in Palestina. Die belofte heeft in de geschiedenis diepe sporen nagelaten. De terreinwinst na het zomeroffensief van 2014 van de Islamitische Staat in Syrië en Irak wordt door IS uitdrukkelijk aangekondigd als de vernietiging van Sykes-Picot, met andere woorden het einde van de koloniale opdeling.

Sykes-Picot en de Balfourverklaring zadelen de regio met een zware politieke erfenis op. De wijze waarop Frankrijk de Libanese afsplitsing van Groot-Syrië doorvoert en het interne bestuur organiseert, legt de kiemen van de Libanese burgeroorlog (van 1975 tot 1991). Ook de toekomst van de Koerden – aan wie in het Verdrag van Sèvres (1920) nog een zekere autonomie is beloofd – wordt bezegeld door koloniale keuzes zonder inspraak van de betrokken bevolking. Hoe anders zou de geschiedenis van Irak, Turkije of Syrië niet zijn geweest? In 1921 onttrekt de Britse kolonisator Koeweit aan de Iraakse provincie Basra (in Zuid-Irak). Sinds de onafhankelijkheid van Koeweit in 1961 nemen de Iraakse regeringen elke gelegenheid te baat om hun claim op het olierijke koninkrijk op te eisen. De Iraakse invasie van Koeweit in de zomer van 1990 en de daaropvolgende Golfoorlog kunnen daar niet los van worden gezien, ook al is de rechtstreekse aanleiding een dispuut over een gedeeld olieveld. De belofte van een ‘joods nationaal tehuis’ komt er al evenzeer zonder inspraak van de plaatselijke Palestijns bevolking. Europa beschouwt de effectieve oprichting van dat ‘tehuis’ als een antwoord op het heersende antisemitisme dat al sinds de 19de eeuw de kop opsteekt. Ik denk niet dat ik overdrijf als ik stel dat de Palestijnen vandaag nog altijd het gelag betalen voor het Europese schuldgevoel over de gruwelijke genocide tegen de joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Sykes-Picot en de Balfourverklaring zadelen de regio met een zware politieke erfenis op.

De kolonisatie roept veel verzet op. De Europese koloniale machten onderdrukken met harde hand elk streven naar onafhankeljikheid in de regio. Dat vergeten we al te gemakkelijk in het licht van de actualiteit en onze drang om militair te interveniëren. Op de Iraakse opstanden tijdens het interbellum reageert de Britse Royal Air Force met grootschalige luchtbombardementen. De Fransen veroorzaken in 1925 een bloedbad tijdens het neerslaan van de opstand in Damascus. Een hele wijk wordt met de grond gelijkgemaakt. Een van de bloedigste episodes van het koloniale tijdperk speelt zich af in de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog van 1954 tot 1962 die naargelang de bron tussen de 350.000 en 1,5 miljoen slachtoffers maakt. De voorbeelden zijn talrijk en ze zouden Frankrijk en Groot-Brittannië tot wat meer bescheidenheid moeten aanzetten in hun beleid ten aanzien van de regio.

De belangen die de koloniale politiek inspireren, blijven ook daarna voortleven. Weliswaar in een andere, neokoloniale gedaante. Daarover handelthet tweede hoofdstuk. Dat de regio op zoveel westerse belangstelling kon en nog altijd kan rekenen is uiteraard onlosmakelijk verbonden met de internationale ‘petroleumverslaving’. Na de Tweede Wereldoorlog komen de VS prominent in beeld. Ten nadele van Frankrijk en Groot-Brittannië. Na de oorlog verwerven de VS de controle over de Iraanse olieproductie. De toegang tot oliebronnen en het transport is diverse keren de inzet van militair machtsvertoon. De Iraakse invasie in Koeweit in de zomer van 1990 is deels een gevolg van een discussie over de ontginning van een petroleumveld in de grensstreek van beide landen. Saddam Hoessein valt in ongenade in het Westen. Irak krijgt een sanctieregime opgelegd en moet twee oorlogen ondergaan. Het officiële argument voor de laatste Golfoorlog tegen Irak (2003) zijn de nooit gevonden massavernietigingswapens en de strijd tegen het terrorisme. Maar het is niet moeilijk om te achterhalen dat de internationale belangstelling voor het land meer te maken heeft met de grote olievoorraden die het herbergt. Saddam Hoessein is een ‘te onbetrouwbare’ leider voor het beheer en de ontginning van die olievoorraden. Nochtans was de Iraakse heerser ooit een bondgenoot van Europa. Tijdens de allereerste Golfoorlog – de achtjarige oorlog tussen Irak en Iran – wordt hij gezien als een dam tegen de gevaren van een eventuele islamistische revolutie uit Irak. Hij kan daarom rekenen op onze wapens en politieke steun. Het Westen sluit de ogen voor de repressie in het Koerdische noorden van het land.

Geen enkel conflict heeft zo’n symbolische waarde en roept zoveel politieke reacties op als het Israëlisch-Palestijns bezettingsconflict.

De Arabische wereld is bewust dat de westerse grootmachten een opportunistische belangenpolitiek voeren. Het is koren op de molen van extremistische jihadi’s. Maar geen enkel conflict heeft zo’n symbolische waarde en roept zoveel politieke reacties op als het Israëlisch-Palestijns bezettingsconflict. Dit conflict is een sterk staaltje van de westerse twee-maten-twee-gewichtenpolitiek. Israël is het product van de kolonisatie. De oprichting van Israël gaat gepaard met etnische zuiveringen en grote vluchtelingenstromen. Tot vandaag heeft het gros van de Arabische bevolking moeite om de realiteit van een zionistische staat in Arabisch gebied te aanvaarden. Het conflict met de Palestijnen heeft zo’n grote symboolwaarde omwille van de onrechtvaardigheid en de hypocrisie. Het conflict is in veel opzichten onthullend voor de ware aard van de internationale relaties. De VS ontpoppen zich na de Tweede Wereldoorlog tot de belangrijkste bondgenoot van het zionisme. Dat gaat samen met enorme militaire en diplomatieke steun. Die steun is niet alleen noodzakelijk om verschillende oorlogen en disputen met de Arabische buurstaten te beslechten, maar ook om de kolonisatie van de bezette Palestijnse gebieden en de Syrische Golanhoogten te consolideren. Israël handelt duidelijk in strijd met het internationaal recht. Toch bewijzen Europa en de VS niet maar dan wat lippendienst aan het Palestijnse recht op zelfbeschikking en het respect voor de internationale rechtsorde. Die nalatigheid heeft ertoe bijgedragen dat Israël verschillende bloedige oorlogen kon voeren in de Palestijnse gebieden en Libanon. De oorlogspolitiek in Irak, de oliezucht, de militaire steun aan de Israëlische bezettingspolitiek ... het is niet zo moeilijk om een antwoord te geven op de vraag die de Angelsaksische pers geregeld stelt: ‘Waarom haten ze ons?’

De Europese Unie en de VS moeten heel wat kritiek van de Arabische wereld slikken omwille van de dubbele normen die ze hanteren inzake democratisering. Een democratie waarop ze zelf gefundeerd zijn, zo beweren ze toch. In de associatieakkoorden die het Westen heeft gesloten met diverse landen in de regio staat het principe van de mensenrechten en de democratie als een voorwaarde ingeschreven voor de onderlinge relaties. Maar in de praktijk legt het Europese nabuurschapsbeleid de prioriteiten bij structurele hervormingen en de liberalisering van de handel ten koste van de politieke liberalisering. In het derde hoofdstukkomt dit Europese en Amerikaanse opportunisme aan bod. De EU kiest voor veiligheid en stabiliteit, eerder dan voor democratisering en mensenrechten. Illustratief is het akkoord dat de EU nog in 2010 sluit met het regime van Qadhafi over de controle van ‘migratiestromen’. De meeste Europese landen tonen ook geen terughoudendheid voor wapenleveringen aan dat regime. De erbarmelijke staat van de mensenrechten is blijkbaar van ondergeschikt belang. Tot op het ogenblik dat Qadhafi het veld moet ruimen wegens te onbetrouwbaar.

Europa spreekt bij het uitbreken van de Arabische omwenteling eind 2010 zijn steun uit voor de mannen en vrouwen die in opstand komen tegen hun autoritaire en corrupte heersers. De VS en de EU beweren de ‘Arabische Lente’ te onderschrijven, maar ze zullen gauw weer vervallen in oude gewoontes. Het westerse wantrouwen groeit snel omdat de democratisering ‘vijandig’ gezinde islamisten aan de macht dreigt te brengen, wat meteen ook voor kopzorgen zorgt over de toegang tot ‘onze’ energiebronnen en handelsrelaties. Wat begint als een veelbelovende revolutionaire democratische wind en daarom ook de ‘Arabische Lente’ wordt gedoopt, zal in verschillende landen omslaan in een bittere winter. In Libië wordt Qadhafi met militair geweld van de macht verdreven. In de plaats van democratie krijgt de bevolking geweld en instabiliteit. De Islamitische Staat heeft in dat land inmiddels een kuststrook van goed 200 kilometer onder zijn controle. De NAVO-oorlog heeft Libië in een gedestabiliseerde hel veranderd. Warlords zijn er vandaag heer en meester. Ze gebruiken de door Europa geleverde wapens om de controle te verwerven of te behouden over de olie-installaties. Het land is de belangrijkste vrijhaven geworden voor de miljardenbusiness van mensensmokkelaars voor vluchtelingen uit Afrika. Vanuit Libië vertrekken ook grote wapentransporten richting Syrië die het conflict verder helpen escaleren.

De NAVO-oorlog heeft Libië in een gedestabiliseerde hel veranderd.

In plaats van te werken aan stabiliteit en het respect voor mensenrechten stouwen de VS en de Europese landen de regio vol met wapens. Het deert daarbij niet dat het Saoedische koningshuis een vuile oorlog voert in Jemen en Syrië. Saoedi-Arabië heeft te veel olie om het autoritaire koningshuis met de vinger te wijzen en tot terughoudendheid aan te manen. Bovendien pompt het koninkrijk de oliedollars opnieuw in de westerse economie, niet het minst in de wapenindustrie.

Saoedi-Arabië is ongetwijfeld een van de belangrijkste steunpilaren van de extremistische islamistische milities. In het vierde hoofdstuk wil ik niettemin laten zien dat het gewelddadig jihadisme niet louter een Saoedisch product is. Een omvangrijk steunprogramma aan de Afghaanse moedjahedien eind jaren 1970 met de bedoeling om het communistisch regime in Kaboel omver te werpen en de invloed van de Sovjet-Unie terug te dringen – zo niet een Sovjetinvasie uit te lokken – legt de basis voor de internationale gewelddadige jihad. Het Afghaanse oorlogsmoeras blijkt een goede kweekbodem voor het ontstaan van al-Qaeda dat later de verantwoordelijkheid voor de aanslagen van 9/11 zal opeisen. Al-Qaedaleider Osama bin Laden legitimeert zijn acties met een veroordeling van de westerse ‘decadente’ inmenging en invloed in de islamitische wereld. De VS reageren met een ‘oorlog tegen de terreur’, niet alleen in Afghanistan maar ook in Irak. In beide landen zijn de gevolgen catastrofaal, maar dat geldt ook voor de internationale veiligheid en stabiliteit. In Irak zal de invasie evolueren naar een lange en bloedige bezettingsoorlog. Irak dat tot dan amper terreur kent, zal een trekpleister worden voor extremistische jihadisten uit de hele wereld en wordt zo de recordhouder van het hoogste aantal terreuraanslagen. Uit de chaos die de Brits-Amerikaanse oorlog veroorzaakt, doemt de Islamitische Staat op, de organisatie die kort nadien ook alle aandacht zal opeisen in de Syrische burgeroorlog. Die oorlog zal verworden tot een big game van regionale en internationale grootmachten met elk eigen belangen en prioriteiten. Turkije wil het ontstaan van een Koerdische staat in het noorden verhinderen. De Qatarese steun aan de oppositie zal wellicht niet vreemd zijn aan het streven naar een alternatieve transportroute van Qatarees gas. Rusland wil absoluut zijn enige geostrategische positie in de regio vrijwaren. Westerse machten rekenen er aanvankelijk op dat het verdwijnen van president al-Assad hen in de kaart zal spelen. Een regionale machtsstrijd ontplooit zich in Syrië, met een uitgesproken sektarisch karakter tussen een Soennitische as onder leiding van Saoedi-Arabië en een sjiitische as met Iran als belangrijkste macht.

Toch verschijnt er in Syrië misschien een cynisch ‘lichtpuntje’. De vluchtelingenstroom, de terreur en de Syriëstrijders, maar ook de schrik voor een al te nadrukkelijke Russische stempel op het conflict creëren openingen voor een politieke oplossing. Een oplossing aan de onderhandelingstafel. Het inzicht lijkt te groeien dat dit conflict niet louter militair kan opgelost worden. Na de jarenlange verrotting zal een oplossing zich evenwel niet onmiddellijk aandienen. Daarvoor zijn de economische en tegengestelde belangen van het conflict nog al te nadrukkelijk aanwezig.

De koloniale en neokoloniale politiek, de steun aan autoritaire regimes, de bewapening, de olieverslaving ... de gevolgen zijn niet langer exclusief voor de bevolking van de regio. Ze komen tot bij ons in de vorm van een vluchtelingencrisis en terrorisme.

Maar sinds de grootmachten begrepen hebben dat hun belangen niet langer gediend worden door een aanslepende confrontatie, was er even een broos wapenbestand van kracht. Het is alvast een indicatie dat de internationale spelers een sleutel in handen hebben die een einde aan de Syrische oorlog kan maken.

De koloniale en neokoloniale politiek, de steun aan autoritaire regimes, de bewapening, de olieverslaving ... de gevolgen zijn niet langer exclusief voor de bevolking van de regio. Ze komen tot bij ons in de vorm van een vluchtelingencrisis en terrorisme.

Het vijfde hoofdstuk gaat over de boemerang van de terreur. Frankrijk is het doelwit van de Islamitische Staat, het land was de afgelopen vijf jaar ook bij zes militaire interventies betrokken. Tussen terreur en oorlog bestaat een verband. Maar ook na de aanslagen in Parijs blijft de Franse regering kiezen voor een militair antwoord. President Hollande doet een beroep op een militaire solidariteitsclausule van het Europese Verdrag, zodat ook andere landen mee ten strijde trekken tegen de terreurorganisatie in Syrië. Europa lijkt zijn eigen 9/11-scenario te schrijven. Oorlog in het buitenland en de nadruk op repressie in het binnenland. Nochtans zijn er alternatieven. De Verenigde Naties publiceren eind 2015 een plan dat pleit voor meer nadruk op de preventie van extremistisch geweld en het respect voor de rechtsstaat. Het plan stelt voor om een coherent beleid te voeren met maatregelen die kunnen inwerken op de diverse factoren die extremisme in de hand werken: gebrekkige scholing, armoede en werkloosheid, marginalisering en discriminatie, corruptie en falend bestuur, aanhoudende gewelddadige conflicten ... Maar helaas: de Europese regeringen hebben net bespaard op de beleidsdepartementen die een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan deze niet-militaire en niet-repressieve antiterreurmaatregelen.

De vluchtelingencrisis zoals we die in 2015 hebben gekend is evenmin een natuurramp. Het is niet iets wat Europa overkomt. Want er is wel degelijk een verband tussen ons beleid en de klimaatvluchtelingen (denk aan Europa’s historische broeikasschuld) en de economische vluchtelingen (denk aan het internationale handelsbeleid en de geërfde koloniale economische infrastructuur). In het laatste hoofdstukkomt de problematiek van de oorlogsvluchtelingen aan bod die na de zomer 2015 zorgen voor verhitte politieke debatten. Het gaat over mensen uit Afghanistan, Irak, Libië, Syrië ... Zij vormen het gros van de vluchtelingen. Dat ze de facto ‘onze’ oorlogen, wapens, oliezucht en politieke nalatigheid ontvluchten is niet iets wat je Europese politici makkelijk hoort zeggen. N-VA-voorzitter Bart De Wever fulmineert in september 2015 – tijdens een openingscollege voor studenten politicologie – tegen de komst van grote aantallen Iraakse vluchtelingen.13 Hij verwijt hen dat ze onze welvaart willen inpalmen en dat ze economische vluchtelingen zijn omdat ze evengoed een veilige thuishaven kunnen vinden in de buurlanden. Maar zou de Iraakse vluchtelingenstroom wel bestaan als NAVO-bondgenoten – de VS en Groot-Brittannië – geen desastreuze oorlog waren begonnen in Irak op grond van valse beweringen en politieke manipulaties? Als Irakezen of Afghanen via Calais of Zeebrugge naar Groot-Brittannië willen trekken is dat tenslotte maar een kleine compensatie voor de menselijke en economische tragedie die ze leden. Een tragedie die het gevolg is van bezetting en oorlog. Over dat aspect hoorden we niets in de twintig bladzijden lange speech van De Wever. De NV-A-partijvoorzitter doet alsof het ons allemaal niet aangaat. Hij gaat nochtans niet vrijuit in de boemerang van de oorlog. Zijn partij gaf in maart 2011 ook de toestemming om ten strijde te trekken tegen Libië, het land dat de thuishaven is van mensensmokkelaars en extremisten van de Islamitische Staat.

Dat mensen de facto ‘onze’ oorlogen, wapens, oliezucht en politieke nalatigheid ontvluchten is niet iets wat je Europese politici makkelijk hoort zeggen.

Het is dan ook ironisch en triest tegelijk dat vele duizenden oorlogsvluchtelingen bescherming zoeken in dezelfde Europese NAVO-landen die ofwel rechtstreeks (zoals in Libië, Irak en Afghanistan) ofwel onrechtstreeks (zoals in Syrië) bijdroegen aan de vernietiging en de destabilisering van hun landen. Vluchtelingen zijn het product van het oorlogsbeleid dat de afgelopen decennia is gevoerd.

De vluchtelingencrisis houdt ons een spiegel voor. Belangrijke Europese verklaringen hebben het steevast over onze waarden ... de waarden van de verlichting, democratie, mensenrechten, burgerrechten, ga zo maar door. Maar met een even groot gemak worden ze paniekerig overboord gegooid als de vluchtelingen een veilig onderkomen zoeken op ons continent. ‘Grenzen toe’ is zowat het belangrijkste beleidsprincipe geworden voor de vluchtelingencrisis. Er komt een heel militair apparaat aan te pas en slechte deals met landen die geen veilig onderkomen bieden aan asielzoekers. Sommige politieke tenoren voeden de publieke opinie met angstboodschappen. De vluchtelingen zouden onze cultuur, onze sociale zekerheid, ja zelfs onze welvaart in gevaar brengen. Dat die zure reacties niet zelden afkomstig zijn van dezelfde mensen die een beleid van sociale afbraak voorstaan, zegt genoeg. De West-Vlaamse provinciegouverneur Carl Decaluwé, een voormalig Vlaams parlementslid van de CD&V, vond het zijn plicht om de bevolking op te roepen om illegale vluchtelingen geen voedsel te geven. ‘Anders gaat het escaleren.’ In de kerken wordt nochtans nog altijd de naastenliefde gepredikt. De glorieuze dagen van de kerken mogen al lang achter de rug zijn, de partij waartoe hij behoort inspireert zich op het christelijke geloof. Of zoals het in een goedgekeurde congrestekst van de CD&V uit 2013 klinkt: ‘Globale rechtvaardigheid behoort tot onze christendemocratische fundamenten.’

Wat is er gebeurd dat Europa zo overstag gaat rond zijn eigen principes? Hoe komt het dat sociaaldemocratische leiders op 1 mei de Internationale zingen en wat later de spullen van vluchtelingen in een vuilniskar laten dumpen, zoals in Zeebrugge is gebeurd? Er heerst paniek. Paniek om de achterban met zijn angsten en onzekerheden voor het hoofd te stoten. Een opbod naar rechts in een poging het midden te kunnen houden. De steun die sp.a-partijvoorzitter John Crombez aanvankelijk betuigt aan het voorstel van zijn Nederlandse collega Samson – een beperkt plafond op de instroom van vluchtelingen en het terugsturen van de overigen – is wellicht niet vreemd aan een mediapeiling waaruit moet blijken dat een meerderheid van de Vlamingen de asielzoekers als een bedreiging beschouwt voor onze maatschappij.

Na enkele maanden aan dit boek te hebben gewerkt kan ik zelf niet anders besluiten dat de oplossing niet uit de loop van een geweer komt. Alleen het doorbreken van de vicieuze cirkel van oorlog en geweld kan de veiligheid bieden waar de bevolking hier en elders zo naar verlangt.

Tot slot rest me nog de mensen te bedanken die aan de totstandkoming van dit boek hebben meegewerkt. In het bijzonder mijn collega Soetkin Van Muylem die met eindeloos geduld de teksten gecorrigeerd, aangevuld en leesbaar heeft helpen maken. Uitgeverij EPO dank ik voor de waardevolle adviezen die ik kreeg. Mijn dank gaat ook uit naar al zij die me dierbaar zijn en me de afgelopen maanden de tijd gunden om dagenlang achter het toetsenbord van mijn computer te slijten. Ik draag dit boek op aan alle slachtoffers van de oorlog en de terreur in deze wereld.

Je kan het boek hier bestellen

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by