Opstand in Irak
Foto: Translate the Revolution
Foto: Translate the Revolution

Opstand in Irak

De ‘verloren jeugd’ van Irak neemt zijn toekomst in eigen handen.

Op 1 oktober 2019 verschenen jonge demonstranten op het Tahrirplein in de hoofdstad Bagdad om hun ontevredenheid te uiten over de onleefbare situatie in hun land. “Geen toekomst!” en “Het is gedaan met Irak”, waren veelgehoorde uitspraken. Het was het begin van een aanhoudende protestgolf die Adil Abdul-Mahdi uiteindelijk zijn positie als premier zou kosten.

Iraakse jongeren vluchtten de voorbije jaren massaal weg uit het land, op zoek naar een veilige haven waar ze een betekenisvolle toekomst kunnen uitbouwen. Volgens een recente poll steeg het aantal jongeren dat het land absoluut wilde verlaten van 17% tot 33% tussen 2012 en 2019. Maar de recente opstand, ook wel Tishreen Revolutie genoemd, heeft de wanhoop van de jeugd veranderd in hoop op een vreedzame en rechtvaardige maatschappij.

In Bagdad werd de recente mobilisatie aanvankelijk ingegeven door socio-economische motieven.

In Bagdad werd de recente mobilisatie aanvankelijk ingegeven door socio-economische motieven. De eerste demonstranten waren werkloze jongeren uit de sjiitische oostelijke kant van de stad. Toen na de eerste protestdag minstens 10 demonstranten werden gedood breidde de opstand zich snel uit naar alle zuidelijke sjiitische provincies, ook naar de belangrijke oliehavenstad Umm Qasr nabij Basra, waardoor de economische activiteit met meer dan 50% daalde. Oliearbeiders legden het werk neer ter ondersteuning van de demonstranten en de Iraakse vakbonden organiseerden evenementen op het Tahrirplein om de protesten te steunen. In het zuiden van Irak leidden de lerarenbonden een algemene stakingsbeweging. Ook studenten en organisaties van het maatschappelijk middenveld sloten zich aan bij de tweede protestgolf die op 25 oktober begon. Het verzet tegen de politieke elite omvat alle sociale klassen en groeide uit tot de grootste grassroots-beweging in de moderne geschiedenis van Irak. Miljoenen mensen namen de afgelopen maanden deel aan de dagelijkse acties en demonstraties.

De meerderheid van de demonstranten groeide op tijdens de Amerikaanse invasie en bezetting, en het voortdurende geweld dat daarop volgde. Een banner van een jonge demonstrant verwoordde het als volgt: "Wij zijn een generatie, geboren in uw oorlogen. Wij brachten onze kinderjaren door in uw terrorisme, onze adolescentie in uw sektarisme en onze jeugd in uw corruptie. Wij zijn de generatie van gestolen dromen en vroegtijdig oud worden".

Er zijn geen jobs en geen degelijk functionerende publieke diensten. Er is een ondermaats onderwijs- en gezondheidssysteem, ongebreidelde corruptie en een sektarische regering die zich verschuilt in de ‘Green Zone’ (Groene zone) en het land leegplundert. De zwaar beveiligde Groene Zone in het centrum van de hoofdstad vertegenwoordigt de zetel van de macht van de Iraakse regering en haar imperiale meesters. Het is daar dat alle regeringsgebouwen, ambassades, villa's van topfunctionarissen, en kantoren van militaire huurlingen en andere buitenlandse agentschappen zijn gevestigd. Het gebied is niet toegankelijk voor gewone burgers, maar op de avond van 24 oktober probeerden demonstranten deze zone toch binnen te dringen. De demonstranten slaagden erin om 3 strategische bruggen over de Tigris -die naar de Groene Zone leiden- te bezetten. De Groene Zone staat voor hen symbool voor corruptie en de Amerikaanse controle over Irak en de bredere regio, concreet belichaamd door de aanwezigheid van de enorme Amerikaanse ambassade.

 

Repressie

De demonstratiegolf werd van meet af aan zeer hardhandig neergeslagen door de Iraakse veiligheidstroepen. Afhankelijk van de bron wordt het dodental intussen geraamd op 400 tot meer dan 700. Er is sprake van tienduizenden gewonden. De meeste doden zijn gevallen door machinegeweervuur en sluipschutters. Er werd zowel willekeurig in de menigte geschoten als op geïdentificeerde protestleiders gemikt. Bovendien werden waterkanonnen gebruikt die heet water over de demonstranten sproeien.

Volgens Amnesty International werden traangasgranaten van militaire kwaliteit ingezet "om demonstranten te doden in plaats van ze uiteen te drijven”.

Volgens Amnesty International werden traangasgranaten van militaire kwaliteit ingezet "om demonstranten te doden in plaats van ze uiteen te drijven”. Yousra Rajab, lid van de Iraakse parlementaire mensenrechtencommissie zei dat regeringstroepen gasbommen gebruikten met gifstoffen die blindheid, miskramen bij zwangere vrouwen en beroertes kunnen veroorzaken, evenals brandwonden die tot de dood kunnen leiden. Tegelijkertijd stuurden paramilitaire groepen, openlijk loyaal aan Iran, hun in het zwart geklede militanten naar televisiezenders die over de protesten berichtten om daar de apparatuur en studio's te vernielen. Ze vielen ook gewonde demonstranten in ziekenhuizen aan en ontvoerden en bedreigden journalisten, artsen en iedereen die de demonstraties steunde.

Generaal Qasem Soleimani, de commandant van de troepen van de Iraanse Revolutionaire Garde en architect van het Iraans regionaal beleid trok begin oktober naar Bagdad om er de strategie tegen de opstand te bespreken met de Iraakse leiders, o.a. met Hadi Al-Amiri, het hoofd van de Fatah Alliantie, het 2de grootste parlementaire blok bestaande uit verschillende sjiitische islamistische partijen, waaronder de door Iran gesteunde Badr Organisatie (waarvan Hadi Al-Amiri tevens voorzitter is). Na 28 november 2019, de dag waarop er een bloedbad aangericht werd onder de demonstranten, stelde de Iraaks professor Kamel Abdul Rahim: “Ik ben er nooit van overtuigd geweest dat de Iraanse generaal Qasem Soleimani een grote rol speelde in de Iraakse politiek, maar de slachting die gisteren [28 november] werd begaan in al-Nasiriya en Najaf [waar minstens 69 doden vielen] -een slachting die ongetwijfeld naar het Tahrirplein in Bagdad zal overwaaien- is een flagrante uiting van de manier waarop Soleimani Irak als een Iraanse provincie beschouwt. De heersende Iraanse regering zal nooit haar verlies in Irak accepteren. Ze kan eventueel het verlies van Jemen of Libanon en zelfs Syrië dragen, maar Irak is de rode lijn. […] Adil Abdul-Mahdi, de generaals en de andere oorlogsheren, de gehele politieke klasse… allemaal kozen ze voor het dodelijk recept van Soleimani. We staan op de drempel van een bloedige fase. De Trump-regering koos voor stilte en keurt misschien wel het plan van Soleimani goed. Er is immers een grote eensgezindheid tussen de twee ‘vijanden’ Amerika en Iran. […] De Iraakse burger vormt het nieuwe gevaar voor hun gezamenlijke agenda omdat hij zich tegen dit opgelegde systeem verzet. De Iraakse burger is een lastpost geworden en het Iraakse volk kan enkel op zichzelf rekenen om verandering teweeg te brengen.”

 

Endemische corruptie

Premier Adil Abdul-Mahdi was voor de demonstranten de personificatie van het failliete en corrupte politieke regime dat door het VS-imperialisme werd opgedrongen. Hij begon zijn carrière als lid van de Ba'ath partij, werd daarna een leidend lid van de Iraakse Communistische Partij en ging vervolgens in ballingschap in Iran als een loyalist van Ayatollah Khomeini. Door Amerikaanse tanks teruggebracht naar Irak, trad hij in 2004 toe tot de Iraakse Interim-regering, het marionettenregime gecreëerd door de VS, als minister van Financiën. Hij werd door de Amerikaanse denktank ‘Council on Foreign Relations’ beschreven als “een gematigde technocraat die nuttig is voor de Amerikaanse belangen”. Van 2005 tot 2011 was hij vicepresident van het land. Na de verkiezingen van 2018 duidde president Barham Salih, Abdul-Mahdi aan als premier. Net als zijn voorgangers sinds 2004, organiseerde hij mee de plundering van de olierijkdom van Irak om buitenlandse bedrijven, de lokale heersende oligarchie en corrupte politici en hun aanhangers te verrijken.

Het Amerikaans Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat zich voor het grootste deel bezighoudt met het veiligstellen van de Amerikaanse militaire basissen en economische belangen, sprak zich aanvankelijk niet uit over de bloedige onderdrukking van de demonstranten. Op de 6de dag van de protesten had de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Pompeo nog een telefoongesprek met de Iraakse premier Abdul-Mahdi, waarin hij het had over "de kracht en diepte van de strategische relaties tussen de twee landen". Eind oktober, nadat werd gemeld dat Iran een overeenkomst had gesloten met de belangrijkste Iraakse politieke partijen om Mahdi aan de macht te houden en het protest nog hardhandiger te onderdrukken, begon Washington echter voorzichtig te spreken over het “respecteren van de eisen van de demonstranten” en het voorkomen van geweld. Terwijl de VS tot nu toe niet de focus van de protesten lijkt te zijn, toonde een recente Iraakse opiniepeiling dat slechts 22% van de Irakezen dat land gunstig beoordeelt. Dat is evenwel hoger dan het percentage van de Irakezen dat Iran gunstig beoordeelt: 16%. Volgens dezelfde peiling gelooft echter bijna 43% van de Irakezen dat de VS de Iraakse politiek op een significante manier beïnvloedt en 53% is van mening dat het doel van de invasie van 2003 "de bezetting van Irak en de plundering van zijn rijkdom" was. Deze cijfers suggereren dat een sterke reactie van de VS de situatie alleen maar erger kan maken, vandaar het relatieve stilzwijgen vanuit Washington.

Ondanks de enorme olierijkdom in het land, leeft 1 op de 5 Irakezen onder de armoedegrens

Ondanks de enorme olierijkdom in het land, leeft 1 op de 5 Irakezen onder de armoedegrens. Volgens het IMF bedraagt de jeugdwerkloosheid er 40% (60% van de ongeveer 40 miljoen Irakezen is jonger dan 25 jaar). De algemene werkloosheid wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek in Bagdad geschat op ongeveer 23%. Per dag is er slechts 5 à 8 uur elektriciteit en het water is vervuild. Dit zijn slechts een paar van de problemen waardoor de Irakezen gefrustreerd zijn.

De endemische corruptie is een enorm probleem. Politici houden zich nooit aan hun beloften. Restauratie- en verbeteringsprojecten worden beloofd, maar geschrapt voordat de inkt van de contracten is opgedroogd. En het geld dat wordt toegewezen, verdwijnt in corrupte zakken. De olie, die goed is voor meer dan 90% van de overheidsinkomsten, is ook de belangrijkste grondstof op de zwarte markt. Personeel van het Ministerie van Olie, en hooggeplaatste politieke en religieuze figuren zijn naar verluidt betrokken bij de corruptie. Ze werken samen met maffia-netwerken en criminele bendes die olie smokkelen en grote winsten genereren.

Oud-premier Nouri al-Maliki heeft tijdens zijn 8-jarige bestuursperiode (2006-2014) 500 miljard dollar laten verdwijnen

Volgens de NGO Transparency International maakt Irak deel uit van de 3 meest corrupte landen in de Arabische wereld (naast Syrië en Jemen). Diepgewortelde corruptie in Irak is een van de factoren die de inspanningen voor de wederopbouw al meer dan een decennium belemmeren. Oud-premier Nouri al-Maliki heeft tijdens zijn 8-jarige bestuursperiode (2006-2014) 500 miljard dollar laten verdwijnen, aldus de Iraakse Commissie Integriteit (CPI). “Bijna de helft van de inkomsten van de overheid [onder al-Maliki] werd 'gestolen' of is ‘verdwenen’”, verklaarde Adil Nouri, woordvoerder van de CPl, in oktober 2015. Hij noemde dit "het grootste politieke corruptieschandaal in de geschiedenis". De olie-inkomsten van Irak bedroegen 800 miljard dollar tussen 2006 en 2014, en de regering al-Maliki ontving in die periode ook nog eens steun ten bedrage van 250 miljard dollar uit verschillende landen, waaronder de VS.

De Wereldbank rangschikt Irak als een van de slechtst bestuurde staten ter wereld. De Iraakse regering heeft tot nu toe weinig bijgedragen tot het herstel van de verwoeste steden van haar grotendeels soennitische bevolking na de strijd tegen de Islamitische Staat (IS). Ze heeft evenmin inspanningen geleverd om een vorm van eenheid tot stand te brengen over de etnische of sektarische verschillen heen. Verder wordt te veel van ‘s lands 'olierijkdom' geconsumeerd door politici, ambtenaren en een overheidssector die een van de meest betaalde en minst productieve is van alle ontwikkelende landen. Elk van de 329 Iraakse parlementsleden ontvangt een maandsalaris van ongeveer 17.000 dollar en heeft 30 lijfwachten. Volgens cijfers van de Iraakse Nationale Rekenkamer verdient elke minister meer dan 30.000 dollar per maand, de premier 60.000 dollar en de president krijgt een maandsalaris van 75.000 dollar.

Corruptie, verspilling van overheidsmiddelen en de aankoop van militair materiaal hebben het begrotingstekort van Irak doen toenemen van 16,7 miljard dollar in 2013, over 20 miljard dollar in 2016 tot 23 miljard dollar voor het fiscaal jaar 2019. En uiteraard snelt het IMF dan ter hulp en staat miljardenleningen toe die het land nog afhankelijker maken van de VS en andere buitenlandse crediteurs.

Tal van functionarissen die door de Iraakse autoriteiten van corruptie worden beschuldigd, konden dankzij hun buitenlandse paspoorten het land ontvluchten en zo aan vervolging ontsnappen, zoals de voormalige ministers Abdul Falah al-Sudani (Handel), Hazim Shaalan (Landsverdediging) en Ayham al-Samarrai (Elektriciteit). Andere Iraakse functionarissen met een dubbele nationaliteit riskeren dan weer een proces in het buitenland. Najah al-Shammari, minister van Defensie onder Adil Abdul-Mahdi, is tevens een Zweeds staatsburger. In Zweden loopt er een onderzoek naar hem voor uitkeringsfraude. Volgens Zweedse media zou hij jarenlang huisvesting en kinderbijslag geclaimd hebben in Zweden, terwijl hij in Bagdad woonde. De Zweedse openbare aanklager startte eind november ook een onderzoek op tegen al-Shammari wegens “misdaden tegen de menselijkheid”. Een ander voorbeeld is de Iraakse president Barham Salih, die een Brits staatsburger is. Tegen hem werd klacht ingediend door 'Defending Christian Arabs'. Deze organisatie verzocht de advocaat-generaal in Schotland om een onderzoek tegen Salih te openen wegens “misdaden tegen de menselijkheid, door toestemming te hebben verleend voor of medeplichtig te zijn aan de wijdverspreide aanval op burgerdemonstraties in Irak, die resulteerde in massale moorden, verwondingen, onwettige arrestaties en ontvoering van mensen”.

"Politieke partijen weigeren het kabinet te verlaten omdat ze dan niet meer in de staatskas kunnen grabbelen"

Van Iraakse ambtenaren is bekend dat ze steekpenningen tot tienduizenden dollars eisen om overheidscontracten te geven of zelfs om alleen een handtekening op een openbaar document te zetten. Ook om een lucratieve functie voor een vriend of familielid te regelen, nemen ze smeergeld in ontvangst. "Politieke partijen weigeren het kabinet te verlaten omdat ze dan niet meer in de staatskas kunnen grabbelen", verklaarde een hooggeplaatst lid van de regerende coalitie aan het persagentschap AFP. Veel benoemingen in het kabinet, directeurs-generaal in ministeries en ambassademedewerkers zijn familieleden van de machtige sjiitische geestelijke Moqtada al-Sadr of van Hadi Al-Amiri, het hoofd van de Badr Organisatie.

Op 29 november diende premier Adil Abdul-Mahdi zijn ontslag in. Te midden van de verwachte herschikking van het kabinet worden alvast posities 'gekocht'. Volgens een hoge Iraakse functionaris “krijgt een politieke partij een bepaald ministerie toegewezen. De partij verkoopt die ministeriële positie vervolgens aan de hoogste bieder". Het is een bekend script: de kandidaat betaalt de partij voor de functie en probeert vervolgens om zich zoveel mogelijk publiek geld toe te eigenen, waarmee de schuld kan worden afbetaald. Het systeem is zo diepgeworteld, zeggen waarnemers, dat er weinig kan gedaan worden om het af te stoppen.

De huidige protesten tegen de door de sjiieten geleide Iraakse regering zijn ontstaan in de centrale en zuidelijke provincies, die traditioneel de sjiitische steunpunten zijn voor de Iraanse invloed in het land. Maar dit is dan ook geen sjiitische opstand. Dit is een Iraakse opstand.

 

Het Tharirplein toont hoe de maatschappij er ook kan uitzien

De soennitische Arabieren in Irak probeerden al eens een einde te maken aan het huidige sektarische bestuurssysteem, maar dat mislukte. Hun protesten in 2013 hebben o.a. geleid tot de opkomst van de Islamitische Staat (IS) en de vernietiging van hun steden. In de steden van de overwegend soennitische gebieden van de provincies Al-Anbar en Ninawa - die tijdens de oorlog tegen IS tot puin werden gebombardeerd- komen de mensen nog niet op straat. Dit is niet vanwege een gebrek aan sympathie voor het protest tegen de corrupte autoriteiten, maar omwille van het repressief optreden tegen enig teken van oppositie. Zelfs degenen in de regio die hun solidariteit op Facebook hebben uitgesproken, worden door veiligheidstroepen opgepakt. De autoriteiten hebben heel duidelijk gemaakt dat iedereen die zich tegen de regering verzet, zal worden behandeld als ‘een terrorist’ en IS-sympathisant.

De leiders van de Koerdische Autonome Regio in Irak vrezen dat zij het slachtoffer zullen worden van elke verandering in het politiek systeem, omdat een wijziging in de huidige Iraakse grondwet hun gewaarborgde rechten op autonomie zou kunnen aantasten. Zij sloten zich dus niet aan bij het verzet tegen de Iraakse regering van Adil Abdul-Mahdi.

 

Opstand van de jeugd

De jonge generaties geloven niet meer in politieke partijen en de leiders van het land. “Ik haatte Irak vóór 25 oktober, nu ben ik er trots op”, aldus de 16-jarige Fatima Awad. "Vroeger hadden we geen toekomst en niemand protesteerde omdat iedereen bang was. Nu zijn we allemaal verzameld op het Tahrirplein," voegde ze er aan toe. Die hoop op een betere toekomst leeft niet alleen binnen Irak, maar ook bij de Irakezen in de diaspora. Van Sydney tot Toronto, en ook in België, werden solidariteitsacties georganiseerd. Sundus Abdul Hadi, een Iraaks-Canadese artieste en auteur stelde: “Ik zou zeggen dat de meesten van ons in de diaspora volledig in beslag genomen of zelfs geobsedeerd zijn door wat er in ons moederland gebeurt. We zijn met hart en ziel bij de mensen in Irak. Zonder sociale media weet ik niet wat ik zou doen. Ze geven ons de mogelijkheid om rechtstreeks contact te maken met mensen in Irak, om hun visie en ervaringen te delen. […] Deze strijd is niet alleen belangrijk voor mensen in Irak. Deze revolutie is ook voor degenen buiten Irak, die ontheemd of verbannen zijn, altijd verlangend om terug te keren, altijd verzonken in nostalgie en trauma's. Het is voor de Irakezen een unieke mogelijkheid om hun hoop op terugkeer levendig te houden.”

Het 14 verdiepingen tellende ‘Turkse restaurantgebouw’ dat uitkijkt over het Tahrirplein en de Jumhuriya-brug (die naar de Groene Zone leidt) is het kloppend hart van de revolutie. Het is overgenomen door jonge demonstranten die gezworen hebben het gebouw niet te verlaten. Aan alle ingangen van het gebouw en het Tahrirplein zijn checkpoints waar door jonge vrijwilligers controle wordt uitgevoerd op het bezit van wapens - die zijn te allen tijde verboden op het plein. Elke verdieping heeft een andere functie: een voor de schilders en andere kunstenaars, een voor de muzikanten, een voor de bibliotheek, een voor de beveiliging, enz. Het gebouw stond leeg sinds het werd gebombardeerd in 2003. Op alle verdiepingen zijn er slaapplaatsen, worden toiletten gebouwd en is er een schoonmaakdienst.

 

Systeemverandering

De meest radicale eis op het Tahrirplein is de ontmanteling van het hele sektarische, politieke, islamitische systeem en een einde aan de buitenlandse controle over het land. De demonstranten willen de grondwet wijzigen, de regerende politieke partijen verdrijven, de sektarische verkiezingsregels afschaffen en alle verdragen met de Wereldbank opzeggen. Het volk wil zijn soevereiniteit terug, het Amerikaans leger en zijn basissen verjagen, de Iraanse aanwezigheid uitbannen en het Turks leger verdrijven (dat regelmatig aanvallen uitvoert in het Koerdische Noord-Irak). De demonstranten willen een scheiding van religie en politiek. De jonge Irakezen gebruiken termen als ‘burgerschap’ en ‘sociale rechtvaardigheid’ in tegenstelling tot de religieuze of etnische identiteit die de invloedrijke geestelijken en machthebbers aan het Iraakse volk hebben opgelegd.

De radicale eisen op het Tahrirplein zijn de ontmanteling van het hele sektarische, politieke, islamitische systeem en een einde aan de buitenlandse controle over het land

De Amerikaanse bezettingsmacht heeft er alles aan gedaan om de nationale Iraakse identiteit uit te wissen en het land etnisch en religieus dieper te verdelen, wat aanleiding heeft gegeven tot bloedige sektarische conflicten. Deze tactiek pakt niet meer bij de demonstranten. "Dit is een beweging van ons allemaal. Afkomst speelt hier geen rol. We worden allemaal onderdrukt door één politieke klasse", legt een activist uit. Posters die elke sektarische taal verbieden zijn overal aanwezig. Mensen verwijzen bewust naar elementen die een verenigende rol hebben gespeeld in de geschiedenis van hun land. Het Tahrirplein is versierd met islamitische en christelijke symbolen en tekeningen. Ook het spijkerschrift en figuren uit het Mesopotamische erfgoed van de regio zijn zichtbaar. In tegenstelling tot een exclusief Arabisch-islamitische identiteit, koesteren de demonstranten een identiteit die de diversiteit van het land weerspiegelt. Steeds opnieuw wordt er verteld over alle verschillende sociale, etnische en religieuze groepen die aanwezig zijn op het plein. De Mandeeërs (aanhangers van de gnostische religie het Mandeïsme) delen er voedsel uit, de Chaldeeuws-katholieke patriarch van Babylon, Louis Raphael I Sako, zegde een gepland onderhoud in Hongarije af en verkoos “in deze moeilijke tijd in Bagdad te blijven”. Sako en andere leiders van de christelijke gemeenschappen bedankten in een gezamenlijke verklaring "de jonge mannen en vrouwen -de toekomst van Irak- voor hun vreedzame protesten, voor het doorbreken van de sektarische barrières in het land en voor het benadrukken van de Iraakse nationale identiteit." Koerdische banners hangen op het Tahrirplein naast Arabische. Een Koerdisch-Arabische tent nodigt demonstranten uit voor gratis thee. Er is ook grote solidariteit van de Jezidi-gemeenschap, die geld stuurt, maar ook voedsel en water naar het plein brengt. Op die manier betuigen ze hun steun voor verandering die kan leiden tot een hernieuwde Iraakse identiteit.

De religieuze leiders die het land besturen, zijn niet welkom op het plein. Een populaire slogan is: "In naam van de religie gedragen politici zich als dieven!".

 

Klassendoorbrekend

Op het Tahrirplein bieden bakkers, restauranthouders, artsen en verpleegkundigen, kappers, enzovoort, allemaal gratis hun diensten aan. Gezinnen uit alle klassen en buurten gaan samen demonstreren onder de hashtag نازل_اخذ_حقي # (ik kom demonstreren om mijn rechten te eisen). Hordes studenten verlaten middelbare scholen en universiteiten om deel te nemen aan de protesten. Vakbonden hebben zich bij de opstand aangesloten. Maar vooral de tuktuk-chauffeurs zijn het symbool bij uitstek van de revolutie geworden. De tuktuk is een voertuig op drie wielen dat dienst doet als taxi voor de armen. Tuktuks worden niet alleen afgebeeld op de muren rondom het plein, er worden ook liedjes over geschreven en zelfs de krant van de revolutie, die verslag doet van alle activiteiten op het plein, wordt Tuktuk genoemd. Tuktuk-chauffeurs zijn sociaal gemarginaliseerd en worden gediscrimineerd. Het zijn meestal jonge, minderjarige bestuurders die geen andere keuze hebben dan deze job uit te oefenen, gezien de hoge werkloosheid en de wijdverbreide armoede.

Nu vervoeren ze gratis gewonde demonstranten en hebben ze ook een logistieke functie. (Tuktuks zijn de enige voertuigen die zijn toegelaten op het Tahrirplein.) De verhoogde sociale erkenning voor de chauffeurs in de context van de opstand, uit zich in toenemende donaties van de andere demonstranten.

 

Vrouwen

Vrouwen in Irak worden al lang gemarginaliseerd en het zwijgen opgelegd door conservatieve islamisten, maar nu hebben ze besloten om zich te laten horen. Ze zijn massaal mee in de protestbeweging gestapt. In een samenleving waar mannen en vrouwen normaal gesproken niet bijeenkomen, betekent samen protesteren dat een taboe is doorbroken. Dit is dus ook een revolutie tegen verouderde tradities en normen. Mannen en vrouwen lopen hand in hand, omhelzen elkaar en er wordt zelfs gezoend. Dat is ongezien. Het lijdt geen twijfel dat de opstand een keerpunt voor vrouwen is, maar de weg naar vrijheid en meer rechten ligt nog steeds vol obstakels. Het doorbreken van de kunstmatige barrière tussen mannen en vrouwen is één van de mooiste en meest significante uitkomsten van deze historische opstand.

Dit is dus ook een revolutie tegen verouderde tradities en normen

De vrouwen komen uit alle sectoren van de samenleving, met of zonder hoofddoek, moslims, christenen, jongeren, ouderen, middenklasse- en arbeidersvrouwen, huisvrouwen, ... ze nemen allemaal deel - in de frontlinies of als logistieke supporters. Dit is een hoopvolle evolutie en geen enkele macht zal dit kunnen terugdraaien, ondanks alle inspanningen en de uitgaven die de politieke islam al heeft gedaan om zijn feodale cultuur op te leggen. De vrouwen die mee betogen, hulp bieden en zelfs overnachten op het Tahrirplein, voelen zich ook volstrekt veilig. Het bureau van de Iraakse Commissaris voor de Mensenrechten verklaarde op 6 november dat er “sinds het begin van demonstraties in de verschillende Iraakse provincies geen enkel geval gesignaleerd is van vrouwen die worden lastiggevallen, ondanks de deelname van duizenden vrouwen”.

Vrouwelijke en mannelijke demonstranten in heel het land worden wel misbruikt en mishandeld door de Iraakse veiligheidsdiensten en aan de regering gelinkte milities. In de avond van 6 december werd het Tahrirplein nog bestormd door ongeïdentificeerde militieleden die er een bloedbad aanrichtten. Tientallen demonstranten werden doodgeschoten.

 

Buitenlandse inmenging in de Iraakse opstand?

De Verenigde Staten en Saoedi-Arabië zullen ongetwijfeld gebruik willen maken van de huidige oproer in Irak om hun eigen agenda door te drukken. Amerika en Israël zijn in het Midden-Oosten verwikkeld in een totaalstrijd tegen alle gebieden onder Iraanse invloed. In de westerse media wordt de opstand bijgevolg eenzijdig geportretteerd als gericht tegen de Iraanse invloed op de sjiitische Iraakse regering. De sociale media onthullen echter dat de visie van de demonstranten veel genuanceerder is.

Amerika heeft niet echt controle over de honderdduizenden demonstranten in Irak, maar het exploiteert elk evenement en elke politieke ontwikkeling wanneer dat zijn belangen dient. We lezen in de westerse reguliere media enkel over de anti-Iraanse retoriek van de opstand. Wat we echter niet in de pers lezen is dat de protesten evenzeer gericht zijn tegen de Amerikaanse aanwezigheid en tegen de inmenging van Saoedi-Arabië en Israël in het land. Op banners van de demonstranten op het Tahrirplein staat te lezen: “Neen aan Amerika. Neen aan Erdoğan. Neen aan Iran. Neen aan Barzani [verwijzend naar de corrupte politieke clan in het Koerdische Noord-Irak]. Neen aan de Israëlische NGO's”.

Gelukkig zijn er de sociale media, die krachtige verhalen brengen -genegeerd door de reguliere media-, en die een menselijk gezicht geven aan de strijd. Er zijn wanhopige pogingen geweest van de Iraakse regering om de verspreiding van ooggetuigenverslagen via de sociale media tegen te gaan door het internet in verschillende gebieden en op verschillende tijdstippen af te sluiten, maar dat heeft niet gewerkt.

"ze moeten ophouden zich te bemoeien met ons land. Het Iraakse volk is een vrij volk"

De Iraakse journalist Muntadhar al-Zaidi, die beroemd werd nadat hij twee schoenen naar VS-president Bush had gegooid en riep: "Dit is een afscheidskus van het Iraakse volk, hond", is nu een prominente stem op de sociale media. Al-Zaidi vertelde Euronews dat de demonstranten oproepen tot de val van het politieke regime en dat ze niet willen dat andere landen zich mengen: "De regering van de Amerikaanse bezetting wordt verworpen. Deze regering heeft rampspoed gebracht in het land”. Hij vervolgde: “We haten Iran niet, we haten Saoedi-Arabië niet, we haten Turkije niet. Maar onze boodschap is eenvoudig: ze moeten ophouden zich te bemoeien met ons land. Het Iraakse volk is een vrij volk."

“Al deze menselijke verliezen, de plundering, en de misdaden van de regering van de Groene Zone zijn de totale verantwoordelijkheid van de Amerikaanse regering. Ze beschermen die dievenbende sinds 2003 met hun huurlingen en militaire basissen, alleen maar om de multinationale bedrijven de mogelijkheid te geven de olie en andere hulpbronnen van Irak te controleren”, aldus Souad al-Azzawi, een Iraakse milieuwetenschapper.

Op 18 november 2019 verschenen in de Amerikaanse krant de New York Times en op de nieuwssite The Intercept artikels over de controle van Iran over Irak, gebaseerd op gelekte documenten van het Iraans ministerie van Inlichtingen en Veiligheid. Naar aanleiding van deze onthullingen schreef een gezaghebbende Iraakse opiniemaker: “Enkele vragen: Wat zijn dan die belangrijke geheimen die Amerika heeft onthuld en gepubliceerd in de New York Times, die de Irakezen niet zouden kennen? Is het niet Amerika dat Irak bezette en zijn nationale instellingen vernietigde, miljoenen mensen heeft gedood, gearresteerd en ontheemd? Is het niet de VS die het corrupte sektarische politieke proces heeft gecreëerd en het graag wil beschermen en voortzetten? Is het niet de VS die jarenlang heeft samengewerkt met Iran en zijn criminele terroristische milities? De VS weet precies hoe deze bendes aan de macht zijn gekomen; ze hebben immers samen miljarden dollars ontvreemd, de rijkdom van het land geplunderd, en onschuldige mensen ontvoerd en vermoord. Is het niet Amerika dat de ruimte, het land, de lucht, de beveiliging en de communicatie controleert met zijn spionnen en precies weet wat er aan de hand is, tot in de huiskamers toe? Ja, de VS kent, tot in de details, alle kleine en grote misdaden die Iran en zijn agenten sinds 2003 tot vandaag tegen het volk van Irak hebben begaan. Ze waren er immers tot over hun oren bij betrokken en hebben Iran mee in het Iraakse moeras getrokken. De Iraakse demonstranten hebben dergelijke ‘onthullingen’ niet nodig, omdat ze in opstand kwamen voor zichzelf, hun vaderland en de mensheid, nadat hun geduld op was en ze geen licht zagen aan het einde van de donkere tunnel die door Amerika werd gecreëerd door middel van de brute bezetting van dit land. Misschien veroorzaken deze documenten een schandaal in Amerika, en stellen ze het in staat om verder te zwijgen over zijn eigen rol in het doden van een volk en de verkrachting van een land door de jaren heen. Deze documenten zouden dus niet alleen een veroordeling van Iran mogen zijn, want Iran is enkel een partner in de misdaden tegen de menselijkheid die begaan werden door de VS.”

Ook Hassan Juma’a Awad van het Algemeen Vakverbond van Olie-arbeiders van Irak legt de verantwoordelijkheid bij de VS: “De kern van onze problemen in Irak is de Amerikaanse regering [...] Het door de VS opgelegde parlementaire stelsel in Irak is een mislukking en corrupt tot op het bot - vol met politici die wetten aannemen om hun eigenbelang te bevorderen. Dit is een onvermijdelijk gevolg van het systeem van sektarische politieke quota, dat ons grote schade heeft berokkend [...] Dit corrupte systeem is verantwoordelijk voor de massale diefstal van openbare middelen. Dit verachtelijke systeem steelt in feite van de armen.”

Een andere opmerking die circuleert op de sociale media is: “Lieve Iraakse zusters en broeders, de Amerikanen werken heel hard om uw demonstraties te kapen en te gebruiken als springplank om een Amerikaans marionettenregime te installeren in de plaats van het huidige regime. Wees alstublieft waakzaam en sta niet toe dat Irak een slagveld van wereld- en regionale mogendheden wordt."

Dit zijn maar enkele voorbeelden die het verhaal van de westerse massamedia ontkrachten dat de Iraakse opstand vooral gericht zou zijn tegen Iran, quod non. De VS, maar ook het Iraans leiderschap, zijn doodsbang voor een escalatie van dit conflict en een mogelijke omverwerping van het bestaande politieke systeem waar zij allebei profijt uit halen.

 

Iran

Alhoewel Iran zelf bedreigd wordt door de VS en Israël, en gebukt gaat onder een crimineel sanctieregime, heeft het sinds 2003 (de Amerikaanse invasie) met de VS samengewerkt om Irak te pacificeren en er het sektarisch bestuurssysteem gestalte te geven. Iraanse en Amerikaanse ambassadeurs hebben zeer ijverig geprobeerd om elke Iraakse poging tot echte onafhankelijkheid te fnuiken. Zowel de VS als Iran moeten in de beveiligde Groene Zone hun goedkeuring geven aan de samenstelling van een Iraakse regering na iedere verkiezing. Tegelijkertijd bestrijden Washington en Teheran elkaar om de volledige controle over Irak.

Iraanse en Amerikaanse ambassadeurs hebben zeer ijverig geprobeerd om elke Iraakse poging tot echte onafhankelijkheid te fnuiken.

Het Iraans discours in Irak weerspiegelt onwetendheid over de realiteit van de Arabische nationale identiteit. Iran lijkt zich niet te realiseren dat de sociaal-religieuze regels die gehanteerd worden in eigen land onverenigbaar zijn met het minder strikte religieuze gedrag van de Arabische sjiieten in Irak. Het is een element van vervreemding voor de sjiitische Arabieren. Diverse verklaringen vanuit Iran hebben al kwaad bloed gezet bij de Iraakse sjiieten. Zo betitelde Ali Younesi, een topadviseur van de Iraanse president Hassan Rohani, de hele regio in het Midden-Oosten als “Iraans”. Hij voegde eraan toe dat “Bagdad de hoofdstad is geworden van een nieuw Perzisch rijk”.

Ayatollah Khamenei, de hoogste leider van Iran, verklaarde in oktober dat de opstanden en demonstraties in Irak en Libanon worden aangewakkerd door buitenlandse machten - een visie die ook gedeeld wordt door de Iraakse regering en Hezbollah in Libanon. Ayatollah Khamenei beschreef de demonstraties in een tweet als "een samenzwering die geen effect zal hebben!". Deze ‘samenzwering’ zou volgens Khamenei geleid worden door de VS, Israël, Saoedi-Arabië en restanten van de Baath-partij (de in 2003 verboden partij van ex-president Saddam Hoessein). Het doel is de omverwerping van de regering en de installatie van een regime onder de volledige controle van Washington. Zelfs de hoogste sjiitische religieuze autoriteit in Irak, grootayatollah Ali al-Sistani, duidde in een verklaring op een mogelijk complot, alhoewel hij ook het geweld tegen de demonstranten veroordeelde. In andere verklaringen werd geïnsinueerd dat de scherpschutters die op de demonstranten schoten, gelieerd waren aan de VS. De Iraakse legerleiding heeft nochtans zelf toegegeven dat haar strijdkrachten verantwoordelijk zijn.

Een ander verhaal dat de ronde doet is dat Luitenant-generaal Abdul-Wahab al-Saadi, commandant van de Iraakse antiterrorismetroepen, verschillende ambassades zou hebben bezocht om steun te verkrijgen voor het organiseren van grootschalige demonstraties die vervolgens moesten leiden tot een militaire staatsgreep. Hij werd uit zijn ambt ontslagen op basis van deze geruchten. Dit verhaal mist echter elke geloofwaardigheid. Luitenant-generaal al-Saadi, die in 2015 een Iraaks nationaal symbool werd nadat hij zijn troepen naar beslissende overwinningen had geleid in de strijd tegen IS, verwierf het respect van de Iraakse bevolking net voor zijn onpartijdigheid in het getouwtrek tussen Iran en de VS tijdens de militaire campagne tegen IS. Heel wat sjiitische milities die samen de Populaire Mobilisatie Troepen vormden en meevochten tegen IS, werden bewapend, gefinancierd en getraind door Iran, maar al-Saadi weigerde Iraanse steun tijdens zijn succesvolle pogingen om gebieden op IS te heroveren. Tegelijkertijd aarzelde de Luitenant-generaal niet om zijn frustratie te uiten over de Amerikaanse beschermheren van Irak. Zo verklaarde hij openlijk in de media: “Soms voerden ze luchtaanvallen uit waar ik nooit om had gevraagd, en op andere momenten smeekte ik ze om luchtaanvallen en voerden ze die nooit uit”. In een land waar loyaliteit tegenover buitenlandse machten militaire en politieke carrières kan maken of breken, maakte de weigering van al-Saadi om partij te kiezen hem uniek in de ogen van de Irakezen. Zijn ontslag was trouwens één van de aanleidingen voor de huidige protesten. Al-Saadi was slechts de nummer 2 in de bevelstructuur van de Iraakse Contraterrorisme Dienst (CTS), die geleid wordt door Generaal Talib Shaghati. Organisaties zoals de CTS vormen de kern van de Amerikaanse strategie in het Midden-Oosten om de regio onder controle te houden. Amerikaanse troepen hebben dit apparaat opgericht na de invasie van het land, en het getraind en bewapend tijdens de eerste jaren van bezetting. Generaal Talib Shaghati staat al sinds 2007 aan het hoofd van de CTS. Shagati’s gehele familie is gehuisvest in Amerika. De enige mogelijke verklaring voor de verwijdering van al-Saadi uit zijn functie is niet dat hij een staatsgreep plande, maar dat hij de Iraakse belangen boven de buitenlandse plaatste.

Volgens sommige commentatoren financieren Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten de protesten in Irak. Waar zouden anders de fondsen vandaan komen om dagelijks gratis eten en drinken te verspreiden onder de duizenden mannen en vrouwen die het Tahrirplein permanent bezetten? Deze bewering gaat volledig voorbij aan de massale steun van de bevolking voor de opstanden en de enorme solidariteit die deze revolutie genereert.

Het Iraakse volk heeft duizend redenen om in opstand te komen tegen het bestaande regime.

Een opstand tegen de overheid vereist geen externe samenzwering. Alle binnenlandse factoren voor protest, opstand en revolutie zijn aanwezig. Het Iraakse volk heeft duizend redenen om in opstand te komen tegen het bestaande regime. De stigmatisering van de protesten in Irak als een zionistisch-Amerikaanse samenzwering of een Baathistische opstand is oneerlijk tegenover de honderdduizenden die hun toekomst in eigen handen willen nemen en het systeem willen aanvechten.

De milities van de Populaire Mobilisatie Troepen in Irak -gelieerd aan Iran- werden gecreëerd na een fatwa van de hoge sjiitische geestelijke Ali al-Sistani om IS-terroristen te bestrijden. Na het einde van de gevechten verlegden de milities hun focus naar de politiek. Ze controleren verschillende overheidsinstellingen en grote delen van het land. Onder de naam Fatah Alliantie werden ze in 2018 de op één na grootste formatie in de Iraakse regering (en het parlement). Saairun (Voorwaarts), de politieke alliantie onder de spirituele leiding van Moqtada al Sadr, is de grootste. Die ‘volksmilities’ hebben overal in Irak hun bewind met geweld opgelegd en vaardigden strikte regels uit in de gebieden die ze controleren. Ze verrijken zich op alle mogelijke manieren. Er wordt bv. smeergeld geëist bij checkpoints, vooral op wegen naar gebieden die zijn veroverd op IS. Volgens een rapport van de ‘London School of Economics’ genereerden milities in slechts één stad naar schatting 300.000 dollar per dag aan illegale belastingen. Er zijn ook berichten over milities die een schroothandel organiseren rond de stad Mosoel en materiaal wegvoeren om te verkopen in plaats van ondersteuning te bieden aan de wederopbouw. De milities controleren de zeehaven van Umm Qasr en de olie-industrie is ook niet gespaard gebleven. In 2015 plunderden milities de olieraffinaderij van Baiji, voorheen de grootste van Irak. Meer recent zijn er beschuldigingen van georganiseerde smokkel uit olievelden rond Mosoel en Kirkoek. In Basra smokkelen milities al heel lang olie en sommige hebben lucratieve contracten gesloten met internationale oliemaatschappijen.

Op de vraag: “Hebt u een positief of negatief beeld van de volgende landen?”, werd Iran in een poll van 2019 door slechts 38% van de Iraakse sjiitische bevolking gunstig beoordeeld, terwijl dat in 2014 nog 86% was. Het is onmogelijk dat deze scherpe daling in de positieve perceptie over Iran bij de Iraakse sjiieten te wijten zou zijn aan VS-propaganda. Dit heeft alles te maken met de corruptie van de regeringsleiders, die gesteund worden door Iran en het machtsmisbruik door de milities die gelieerd zijn aan zowel de Iraakse regering als aan Iran.

Uiteraard is en blijft de VS de hoofdschuldige voor de huidige chaos in Irak, maar Teheran draagt een grote verantwoordelijkheid voor de grote schade die is toegebracht aan de relaties tussen het Iraakse en het Iraanse volk. De huidige vijandigheid tegenover Iran komt niet uit de lucht gevallen, maar is het resultaat van een jarenlang opgebouwd ongenoegen over de samenwerking van Iran met de Amerikaanse bezettingsmacht. Deze twee buitenlandse machten voerden samen het sektarische quotasysteem in, hielpen de regeringsleiders aan de macht en beschermden hen. Bij verschillende gelegenheden kwamen ze ook rechtstreeks tussenbeide om parlementaire beslissingen te annuleren.

 

Besluit

Een overwinning voor de demonstranten is niet beslist, misschien niet eens waarschijnlijk, maar zou de enige juiste uitkomst zijn. Wat na een volksopstand gebeurt, is nooit een zekerheid, maar dat mag de vredesbeweging er niet van weerhouden om haar steun te verlenen aan de rechtvaardige eisen van het Iraakse volk. Als deze opstand niet het gewenste resultaat oplevert, zullen er nadien nog meer opstanden volgen. Het Iraakse volk wil een einde maken aan de buitenlandse inmenging en het neoliberale en corrupte systeem dat miljoenen mensen in armoede heeft gestort. Deze protesten zijn de enige garantie voor een lang verhoopte vrede in Irak. Onze solidariteit met de demonstranten is dan ook meer dan nodig.

Dirk Adriaensens is lid van het Uitvoerend Comité van het BRussells Tribunal

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by