Artikel
Tine Danckaers
Rojava is een experiment. Ik kan daarbij, vanuit mijn luie zetel in Gent, veel bedenkingen formuleren maar ik geloof wel dat dit een eerlijke zoektocht is naar een ideale maatschappij.
Printvriendelijke versie
Overleeft het Koerdische experiment het Syrië van morgen?

Overleeft het Koerdische experiment het Syrië van morgen?

In het Syrische Rojava bouwden de Koerden feitelijke autonomie op in een land dat al zeven jaar in oorlogsstaat is. Ludo De Brabander bezocht de regio meermaals, ook om inzicht te krijgen in het kluwen van de Koerdische strijd in Syrië, Turkije en Irak. 

n het Syrische Rojava bouwden de Koerden feitelijke autonomie op in een land dat al zeven jaar in oorlogsstaat is. Ludo De Brabander bezocht de regio meermaals, ook om inzicht te krijgen in het kluwen van de Koerdische strijd in Syrië, Turkije en Irak. In zijn recente boek Het Koerdisch Utopia houdt hij het ‘unieke experiment’ van Rojava kritisch tegen het licht. Rojava of de democratische Federatie Noord-Syrië wordt een emancipatorisch eiland genoemd in een staat van ontbinding. Basisdemocratie, gelijkheid tussen man en vrouw, pluralisme staan hier hoog aangeschreven. Maar werkt het ook echt? En wat als de tactische oorlogsallianties wegvallen?

Er is een duidelijke link tussen de Koerdische beweging in Rojava en die in Turkije. De Brabander begint zijn boek niet voor niets met de Koerdische strijd en de rol van de PKK, de Koerdische Arbeiderspartij, in Turkije. Maar belangrijk is dat de PKK sinds 1978, het jaar waarin Abdullah Öcalan de PKK oprichtte, een grondige gedaanteverwisseling onderging, zegt De Brabander.

Ludo De Brabander: De PKK zag in de jaren negentig in dat de militaire strijd niet voldoende was om haar doelstelling – een onafhankelijke Koerdische staat, bevrijd van het Turkse leger – te verwezenlijken. Het Turkse leger had in opeenvolgende decennia alles uit de kast gehaald om de Koerdische strijd te onderdrukken. In de jaren negentig werden er zowat 4000 dorpen ontruimd, waardoor de burgerbevolking enorm leed.

onder de Turkse president Özal kwam in 1993 een opening. De Golfoorlog was voorbij en in Noord-Irak bouwden de Koerden aan een autonome Koerdische regio. In dat momentum leek Özal bereid om de Koerden toch wat meer rechten te geven. Özal stierf even later in dubieuze omstandigheden, maar de opening die hij had gecreëerd, leidde er wel toe dat de PKK de wapens ging neerleggen. In ruil voor het stopzetten van de gewapende strijd eiste de PKK een politieke oplossing die minstens gelijke rechten aan de Koerden zou consolideren. De PKK nam afstand van een onafhankelijke staat en ging inzetten op een regio met verregaande autonomie waar Koerden hun culturele, politieke en burgerrechten kunnen genieten.

Maar het neemt niet weg dat de PKK geregeld de wapens opnieuw opnam. Vandaag staat de PKK nog steeds op Europese en Amerikaanse terreurlijsten.

Ludo De Brabander: Ten eerste zijn de terreurlijsten in de VS en Europa politieke lijsten. Noem het gerust een soort verlanglijstjes waaraan elk land zijn eigen terreurorganisaties heeft toegevoegd, maar waar staatsterreur van landen als Israël en Turkije zelf niet eens voorkomt.

Ten tweede is de PKK geen terreurgroep maar een bevrijdingsbeweging die zeker vandaag zijn gewapende strijd heel duidelijk richt tegen militaire doelwitten, niet tegen burgers. Dat neemt de zware fouten niet weg die de PKK, zeker in de beginjaren, heeft gemaakt. Zo werden dissidenten binnen de Koerdische beweging hard aangepakt, er waren afrekeningen, fysieke eliminaties. En ook de dorpswachters in de Koerdische dorpen (paramilitaire burgerwachten die in opdracht van de Turkse staat werkten, td) werden zwaar geviseerd, net zoals hun familieleden.

Je kan zeker discussiëren over het politiek project van de PKK en hun methodes maar je kan er niet omheen dat de PKK voldoet aan de criteria van het Internationaal Recht om een verzetsbeweging en geen terreurbeweging genoemd te worden. Vorig jaar oordeelde ook de Belgische rechtbank in een dossier tegen 36 aanhangers van de PKK dat de PKK geen terroristische organisatie is maar een verzetsbeweging die handelt binnen een conflict met twee partijen.

Ik denk dat de kans reëel is dat op een gegeven moment dat terreuretiket van de PKK wordt gehaald. Want het is op zijn minst bijzonder schizofreen dat een aan de PKK verwante organisatie enerzijds met de steun van de Amerikanen in Syrië vecht tegen IS en tegelijk nog op de terreurlijst staat.

Je verwijst in je boek meermaals naar het Verdrag van Lausanne (1923) dat grote gevolgen had voor het Midden-Oosten, en ook de Koerden en de Turken. Het speelt tot vandaag nog een rol. Kan je dat uitleggen?

Ludo De Brabander: Na de Eerste Wereldoorlog werd het hele Midden-Oosten verdeeld tussen Groot-Brittannië en Frankrijk. Het oorspronkelijke Ottomaanse rijk werd ingekrompen tot het huidige Turkije en de grenzen werden door het Verdrag van Lausanne vastgelegd. Die grenzen waren behoorlijk willekeurig vastgelegd. Zo volgde de grens tussen Turkije en Syrië deels een oude spoorlijn die dwars door steden liep. Die steden werden in twee gehakt en families werden van elkaar gescheiden. Het is dus niet onlogisch dat er een sterke band bestaat tussen de Koerden in Zuidoost-Turkije en het Syrische Rojava.

Door Lausanne werd de mogelijkheid voor een Koerdische staat, zoals ervoor was aangehaald in het Verdrag van Sèvres, 1920, volledig geschrapt. Er zou geen Koerdische staat komen, zo was het oordeel.

In 1920 werd in het Turks parlement een nationaal pact gestemd dat bepaalde dat zones in Noord-Syrië en Noord-Irak tot Turkije toebehoren: onder meer Mosoel in Irak en een groot deel van wat vandaag Rojava is. Dat is misschien een voetnoot in de geschiedenis, maar Turkije is de laatste jaren al twee keer in Noord-Syrië is binnengevallen, zowel in Afrin als ten westen van Kobani. Turkije is daar nu aanwezig, heeft er militaire posten en basissen geïnstalleerd. Ook in Noord-Irak heeft Turkije al verschillende militaire posten, het Turkse leger is daar permanent aanwezig. Je zou je kunnen afvragen of dit geen sluipende manier is om dat bijna honderd jaar oude pact te realiseren.

Je zegt dat er logische en natuurlijke banden zijn tussen de Koerdische regio’s in Turkije en Syrië. Maar dat verklaart nog niet de politieke invloed en aanwezigheid van de PKK in Syrië.

Ludo De Brabander: Door de politieke repressie van Turkije tegen de PKK begon de PKK te opereren vanuit Syrië. Voor de Syrische president Assad was de aanwezigheid van de PKK een ideaal drukkingsmiddel tegenover Turkije, met wie het onder meer over water en grond disputen had.

Vooral in de jaren negentig organiseerde de PKK zich zeer sterk in Syrië, trok ook veel jonge Syrische Koerden aan. Een kwart tot dertig procent van de PKK-guerilla zou bestaan uit Syrische Koerden die ook in Turkije en in het Iraakse Qandil vochten. De Koerdische beweging in Syrië die sinds 2003 werd opgebouwd, is ideologisch sterk verwant met de PKK.

De PYD, de Democratische Uniepartij, liet zich voor de uitbouw van Rojava ideologisch sterk inspireren door Abdullah Öcalan, de leider van de PKK die langdurig in Syrië verbleef.

Ludo De Brabander: Nadat Öcalan werd opgepakt, begon hij in zijn cel op het eiland Imrali veel te lezen en na te denken. Hij nam afstand van het klassieke orthodoxe marxisme en leninisme en zocht inspiratie bij linkse filosofen en intellectuelen. Vooral het werk van de sociale ecologist Murray Bookchin maakte grote indruk op hem. In The Ecology of Freedom maakte Bookchin een ideologische maatschappijanalyse waarin hij oplossingen aanreikt voor een aantal grote uitdagingen op vlak van ecologie, gendergelijkheid, sociale economie.

Öcalan zag daarin antwoorden voor het Koerdische vraagstuk, ook buiten Turkije: Irak, Iran, Syrië. Het moest voor hem radicaal anders. In zijn manifest bepleit hij het democratisch confederalisme, de basis voor radicale basisdemocratie, die vandaag tevens de basis vormt voor de uitbouw van Rojava.

Wat is daar nu juist zo anders aan dan het democratische model dat wij kennen?

Ludo De Brabander: De idee is dat de bevolking zelf veel meer greep heeft op besluitvorming, om deels te breken met de vertegenwoordigingsdemocratie die wij hanteren. Dat wil zeggen dat zoveel mogelijk besluitvorming van het laagste niveau van de dorpen moet komen, om door te vloeien naar steden, tot regio’s of kantons.

Een tweede belangrijke pijler is radicale gelijkheid. Öcalan wil sociaal-economische gelijkheid – onder meer door in te zetten op coöperatieve arbeidsvormen – maar ook gendergelijkheid. Hij wil dus breken met de patriarchale samenleving. De sociaal-economische strijd kan immers niet volledig zijn zonder tegelijk de strijd om gelijke rechten tussen man en vrouw te voeren. Dat was en is nog steeds broodnodig in de Koerdische samenleving die toch nog altijd conservatief is.

En Öcalan pleit ook voor een sterke ecologische basis, een respectvol evenwicht tussen mens en natuur.

Die ideologie vormt de basis voor het politieke model van Rojava. Alleen is dat heel erg wankel en hangt dat nauw samen met de logica van een land in oorlog. Hoe duurzaam is dit?

Ludo De Brabander: Die oorlogslogica of dat militaire luik zijn inderdaad heel belangrijk. In Noord-Syrië ontstond na het uitbreken van de burgeroorlog een bestuurlijk en administratief vacuüm. Dat gaf voor de PYD de kans om niet alleen gebied te controleren maar om dat politieke vacuüm in te vullen vanaf 2012. Maar het bleef natuurlijk volop oorlog. Eén van de belangrijkste taken was dan ook de verdediging van steden en dorpen die gecontroleerd werden.

IS was vanaf 2014 aan een enorme opmars bezig, veroverde hele grote gebieden, vooral in het noorden waar veel Koerden wonen. De strijd om de stad Kobani, hoofdstad van het gelijknamige kanton en heel belangrijk voor de Koerden, werd een symboolstrijd.

Het was een langdurige en zeer bloedige strijd tussen een zeer goed gewapende IS en Koerdische strijders met verouderde kalasjnikovs. Onder toenemende druk om de Koerden te steunen leverde de VS dan wapens aan de Koerden. Na nog meer bloedvergieten kon men een tegenoffensief lanceren en de situatie omkeren. Met steun van de VS konden de Koerden geleidelijk aan meer gebied controleren.

Daar zit ook Arabisch gebied tussen. De PYD pleit voor pluralisme maar toch is er enorm wantrouwen tegenover dat pluralisme en vreest men dat de Arabieren zullen worden verdreven.

Ludo De Brabander: Dat klopt. Jeziri bijvoorbeeld is voor bijna de helft Arabisch, als gevolg van een eerdere Arabiseringspolitiek die Hafez al-Assad, de vader van de huidige president, in Koerdische gebied doorvoerde. De grootste groep zijn Koerden en Arabieren, maar er zijn ook nog Turkmenen, Chaldeeërs, Assyriërs, Jezidi’s… Men heeft geprobeerd om met quota te werken, om die groepen volgens demografische aanwezigheid te vertegenwoordigen. Dat klinkt mooier dan het is, want je maakt het jezelf niet makkelijk, want je betonneert demografische verhoudingen en je weet dat veranderingen voor spanningen zullen zorgen. Kijk naar Libanon waar het hardnekkige vasthouden aan demografische vertegenwoordiging de politiek gewoon lamlegt.

Een andere uitdaging is de spanning tussen tradities en dit nieuwe model. In Syrië bestaat polygamie nog altijd, vooral in ruraal gebied. Die wet werd in Rojava afgeschaft maar om rekening te houden met tradities heeft een overgangsmaatregel ingevoerd. Dat botst dan weer met die idee van gendergelijkheid.

 

Er zijn nog tal van uitdagingen: openbare dienstverlening, de rechtspraak met betrekking tot burgerrecht, familierecht, de verhouding tot het Internationaal Recht, de invoering van verplichte legerdienst… Hoe ideaal is dit project in de realiteit?

Ludo De Brabander: Het boek heet niet voor niets ‘Utopia’. De humanist Thomas More verzon de idale staat voor zijn Utopia van de zestiende eeuw. Zijn Utopia was niet realiseerbaar, wist hij, maar je kan die utopie wel vertalen als een streven naar een ideale maatschappij. Een ideologie botst met de realiteit, zeker in een situatie van oorlog en embargo’s, maar je kan wel fundamenten vastleggen in een sociaal contract.

Het socialisme in de negentiende eeuw bijvoorbeeld was een utopie. Tegelijk kan je er niet omheen dat binnen de socialistische arbeidersstrijd wel heel veel rechten werden opgebouwd, zeker na de Tweede Wereldoorlog. Je kan dat, wat sommigen doen, cynisch bekijken. Je kan zeggen dat het een manier was van het kapitalisme om zichzelf in stand te houden. Maar het neemt de sociale vooruitgang niet weg.

Om terug te komen op je vraag: Rojava is een experiment. Ik kan daarbij, vanuit mijn luie zetel in Gent, veel bedenkingen formuleren maar ik geloof wel dat dit een eerlijke zoektocht is naar een ideale maatschappij.

Een groot breekpunt moet voor jou als vredesactivist toch de dienstplicht zijn?

Ludo De Brabander: Dat is inderdaad een van de grote dilemma’s. In het eerste sociaal contract van 2014, dat de basis vormt voor de noordelijke federatie van de PYD, streeft men antimilitarisme na. Maar tegelijk is er de nood om zich te verdedigen. Opnieuw, Rojava is opgebouwd in volle oorlogstijd, in een oorlog die zeven jaar duurt en met meer gebied dat bevrijd werd van IS. In 2016 ging men in elk kanton de wetgeving veranderen en de verplichte legerdienst van één jaar invoeren omwille van de nood aan militaire krachten.

Natuurlijk heb ik daar problemen mee, ingegeven vanuit mijn eigen logica, vanuit mijn eigen luxesituatie als inwoner van een stabiel land. Die van IS bevrijde dorpen in Syrië moeten ook verdedigd worden. Na de bevrijding van Kobani volgden een paar maanden later zeer zware aanslagen, er zijn nog steeds aanslagen. Ik vrees dat je de bescherming daartegen niet alleen aan vrijwilligers kan overlaten, maar dat het een kwestie is van collectieve plicht en wil. De extra moeilijkheid die daar nog bijkomt is wat je doet met Koerden die, net als veel Arabieren, niet achter het project van Kobani staan? Kan je hen verplichten om dat project te verdedigen?

Hoe verhoudt dit hele project zich, zeker op militair vlak, nu tot de VS?

Ludo De Brabander: De VS zijn die alliantie niet aangegaan om de mooie ogen van de Koerden. Dat weet iedereen. Zodra ze klaar zijn met hun project — de strijd tegen IS, de invloed van Iran, de installatie van militaire basissen, zullen ze de Koerden laten vallen. Zo schreef ik het in mijn boek.

Maar de onvoorspelbare Amerikaanse president heeft zopas, en tegen eigen regeringsleiders en adviseurs in, beslist dat de VS zijn troepen zal terugtrekken uit Noord-Syrië. Dat gebeurde na een telefoongesprek met de Turkse president Erdogan, die onder meer zou beloofd hebben om voor 3,5 miljard dollar wapens aan te kopen bij de VS.

De Koerden spraken zelf van een tactische alliantie met de VS, een overlevingsstrategie die ze verbinden aan eigen doelstellingen: streven naar meer autonomie.

Tegelijk zien ze zich daardoor soms in onmogelijke situaties. Gewonde YPG-Strijders die in de PKK-kampen in Qandil worden verzorgd, worden gebombardeerd door Turkije. De VS steunt zijn NAVO-bondgenoot in de strijd tegen de PKK en staat daarmee echt in een spreidstand, want zoals gezegd: de PKK en de YPG vormen in grote lijnen één beweging.

Hebben de Koerden ook vrienden?

Ludo De Brabander: Men zegt dat de Koerden enkel de bergen als vriend hebben. Ze hebben eerder allianties dan vrienden. De PYD mag dan ook een vertegenwoordiging in Moskou hebben, of zelfs afspraken met het Syrisch regime in het kader van gemeenschappelijke vijanden zoals het Vrije Syrische Leger en de salafistische milities. Maar dat zijn allemaal tactische bondgenootschappen. We hebben in Afrin gezien wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Rusland — dat aanwezig was met grondtroepen en dat het luchtruim boven Syrië controleerde — heeft op een bepaald moment beslist om de Koerden over te leveren aan Turkije en geallieerde salafistische milities. Het resultaat is dat Afrin nu bezet is door zowel die milities als door Turkije. Conclusie: nee, de Koerden hebben geen vrienden.

Gepubliceerd op www.mo.be op 19 januari

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by