Artikel
Ruth Van de steene
Printvriendelijke versie
Pepe Mujica, ‘s werelds meest bescheiden president
Foto: ProtoplasmaKid

Pepe Mujica, ‘s werelds meest bescheiden president

 José (El Pepe) Mujica is één van de meest opmerkelijke en interessante politieke leiders van onze tijd. Hij was de president van Uruguay van 2010 tot maart 2015.

Uruguay: klein maar vooruitstrevend

Uruguay is een klein land in het zuidoosten van Zuid-Amerika. Het grenst aan Argentinië, Brazilië en de Atlantische Oceaan. Er wonen zo’n 3,3 miljoen mensen, waarvan 1,8 miljoen in en rond Montevideo, de hoofdstad en tevens grootste stad van het land. Uruguay is het tweede kleinste land in Zuid-Amerika, na Suriname.

Uruguay scoort hoog op de meeste ontwikkelingsindicatoren en is gekend voor zijn secularisme, liberale sociale wetgeving en goed ontwikkelde sociale zekerheid, gezondheids- en onderwijssystemen. Het is één van de weinige landen in Latijns-Amerika en de Caraïben waar de volledige bevolking toegang heeft tot drinkbaar water.

Uruguay heeft een vrije markteconomie die gekenmerkt wordt door een landbouwsector die focust op export, met goed opgeleide werkkrachten en veel sociale uitgaven. Zoals in andere landen in de regio heeft een economische boom, grotendeels veroorzaakt door China’s groeiende nood aan voedsel, veel mensen uit de armoede getrokken. De armoedecijfers zijn in een decennium gedaald van 40% naar 12%. Acute armoede is in die periode gedecimeerd. De economische boom viel samen met het presidentschap van Mujica en zijn voorganger (en tevens opvolger) Vázquez, een periode waarin de economie gegroeid is met 75% en publieke uitgaven met bijna 50% zijn toegenomen. De welvaartskloof in Uruguay werd ook gedicht, niet in het minst omdat de regering van Vázquez de eerste inkomstenbelasting heeft geïntroduceerd. Sociale uitgaven zijn toegenomen en vooral gericht op de armsten. Alle schoolkinderen hebben gratis laptoppen, alhoewel daarbij wel vermeld moet worden dat delen van het schoolsysteem nog niet naar behoren functioneren.

Pepe de guerrillastrijder

Eind de jaren 1950 was er in Uruguay plotseling een enorme daling in de levensstandaard, gedeeltelijk omwille van de wereldwijde afname in vraag naar landbouwproducten. Dit leidde tot studentenprotesten en arbeidsonrust. In de jaren 1960 radicaliseerden een aantal jongeren uit de middenklasse. Ze gingen uiteindelijk over tot gewapende actie. Pepe Mujica maakte in de jaren 1960 en 1970 deel uit van de guerrillabeweging van de Tupamaros, een groep geïnspireerd door de Cubaanse Revolutie die banken overviel, mensen kidnapte en vermoordde en daarnaast ook probeerde de overheid omver te werpen**.

In 1973, te midden van economische en politieke onrust, installeerde het leger een civiel-militair regime op vraag van de toenmalige president, Juan Maria Bodaberry. Er werden tijdens het twaalfjarige civiel-militaire bewind (van 1973 tot 1985) zo’n 200 mensen vermoord. Honderden mensen werden illegaal vastgehouden en gefolterd. In totaal is Mujica vier keer opgepakt door het regime. Hij werd door de militaire dictatuur onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten tussen 1973 en 1985. In 1985, toen de constitutionele democratie hersteld werd, werd Mujica bevrijd dankzij een amnestiewet die van toepassing was op politieke en verwante militaire misdrijven begaan sinds 1962. Mujica bracht in totaal zo’n dertien jaar in de gevangenis door. Het was een periode die hem mentaal bijna gebroken heeft en die zijn transformatie van strijder naar politicus heeft vormgegeven.

Verschillende jaren na het herstel van de democratie sloten Mujica en vele andere Tupamaros zich aan bij andere linkse organisaties om de 'Movimiento de Participación Popular' te creëren, een politieke partij die zich aansloot bij het Brede Front (Frente Amplio), een linkse politieke colaitiepartij. Als lid van die coalitie werd Mujica minister van 2005 tot 2008 en daarna senator. Als kandidaat voor het Brede Front won hij de presidentsverkiezingen in 2009. Hij werd president op 1 maart 2010.

Ik ben niet tot president verkozen omdat ik een Tupamaro ben geweest”, zegt Mujica. “Maar ik heb het niet in het geniep gedaan. Ik heb mijn verleden niet verborgen gehouden.” Hij beweert zelf dat hij het geweld tot een minimum probeerde te beperken tijdens zijn guerrilladagen. Nu getuigt hij van een haat voor moderne oorlogvoering, maar veracht ook “gelukzalig pacifisme” en weigert wroeging te hebben over zijn eigen gewelddadig verleden. "Jaren geleden dachten we dat er goede en slechte oorlogen waren. De goede waren degenen die gevoerd werden voor een rechtvaardige en nobele zaak, voor de voortgang van de bevrijding. Vandaag wordt oorlog, met al onze technologische en wetenschappelijke kennis, sowieso een opoffering van de zwakste mensen in de samenleving… De slechtste onderhandeling is nog altijd beter dan de beste oorlog. Dat is wat ik nu denk, omdat ik de pijn en het offer van oorlog ken.”

Pepe, de onconventionele president

Mujica wordt gezien als een “antipoliticus” die “de taal van het volk spreekt”. Hij wordt wel eens “de meest bescheiden president ter wereld” genoemd omwille van zijn levensstijl. Zo rijdt hij met een 25 jaar oude Volkswagen Beetle, draagt nooit een das, woont in een boerderij en geeft 90% van zijn loon (12.000 dollar) aan goede doelen ten voordele van arme mensen en kleine ondernemers. Zijn bewust ruwe maar pragmatische stijl is heel populair bij de arme mensen in Uruguay, maar werkt ook bij een deel van de middenklasse. Op die manier de herinnering opwekken aan de grote bevrijder van Zuid-Amerika, Simón Bolívar, is iets dat niet gelukt is bij andere populistische Latijns-Amerikaanse leiders.

Mujica zou kunnen wonen in het presidentieel paleis, een honderd jaar oud herenhuis in het chique Prado district, maar hij blijft liever waar hij is, een sobere boerderij aan de rand van Montevideo. “We zien het als een manier om voor onze persoonlijke vrijheid te vechten”, zegt hij. “Als je je leven materieel gezien te ingewikkeld maakt, gaat een groot deel van je tijd naar het zorgen voor het materiële. Dat is waarom we vandaag nog altijd leven zoals veertig jaar geleden, in dezelfde buurt, met dezelfde mensen en dezelfde dingen. Je stopt niet met een normale man te zijn omdat je president bent.”

Hij staat internationaal bekend als een strijdlustige waarheidsspreker: verschillende van zijn speeches, waaronder die tijdens de Rio+20 conferentie in 2013, waarin hij hevig uithaalde naar ongebreideld consumeren, en de speech bij de Verenigde Naties in New York het jaar erna, zijn al miljoenen keren bekeken op YouTube. “Wat zou er gebeuren met onze planeet als indianen evenveel auto’s per gezin hadden als de gezinnen in Duitsland?” vroeg hij aan het publiek in Rio. “Hoeveel zuurstof zou er nog over zijn?” Bij de VN zei hij aan afgevaardigden dat ze moesten stoppen met naar verkwistende, dure toppen te gaan waar niets bereikt wordt.

Critici beweren dat Mujica meer vorm is dan inhoud: een charmante oude man die zijn geweer en revolutionaire idealen opzij heeft gezet. In een continent dat een broeiplaats is geworden voor alternatieve linkse regimes, waarbij elk regime beweert de magische formule te hebben gevonden, zijn velen er nog niet uit of hij nu een held is of een verrader.

Controversiële verwezenlijkingen van de president

Sommigen noemen Mujica de Nelson Mandela van Latijns-Amerika, mede door de dertien jaar die hij in de gevangenis heeft doorgebracht. Anderen zien hem dan weer als een baanbrekende sociaal liberaal die de meest vernieuwende cannabiswetgeving op het continent heeft geïntroduceerd, alsook progressieve wetgeving rond het homohuwelijk en abortus.

Bij het beëindigen van zijn presidentschap laat El Pepe Uruguay achter met een relatief gezonde economie en sociale stabiliteit - iets waar zijn grotere buren alleen maar van kunnen dromen. De principes van Mujica blijven socialistisch, maar hij is een man die gematigder is geworden met ouder worden. Een aantal van zijn meest controversiële politieke initiatieven gedurende de vijf jaar dat hij president was, heeft hij evenzeer om praktische als om ideologische redenen genomen.

In 2013 ondertekende Mujica een nationale wetgeving die de eerste, door de regering gecontroleerde marihuanamarkt creëerde in het land. Mujica verdedigde de idee omdat het de macht wegneemt van de drugkartels en de overheid de kans geeft om de materie te behandelen als een probleem van openbare gezondheid en niet van criminaliteit. “Marihuana is een plaag, een verslaving. Sommigen zeggen dat het goed is, maar nee, dat is onzin. Noch marihuana, tabak of alcohol zijn goed - de enige goede verslaving is liefde!” aldus de man die in 2005 trouwde met zijn partner en voormalig collega-revolutionair, Lucia Topolansky. “150.000 mensen roken hier en ik kon ze niet overlaten aan de genade van de drugshandelaars. Het is gemakkelijker om iets te controleren als het legaal is en dat is waarom we dit gedaan hebben.”

We vragen de wereld om ons te helpen bij de creatie van deze ervaring”, zei Mujica aan de Braziliaanse krant 'A Folha de São Paulo' in 2013. “Het zal ons toelaten om een socio-politiek experiment te verwezenlijken dat het ernstige probleem van de drugshandel wil aanpakken… de effecten van drugshandel zijn erger dan de drug zelf.”

Het was ook in 2013 dat het homohuwelijk gelegaliseerd werd in Uruguay. Het was het twaalfde land ter wereld om dat te doen, en het derde in Amerika, na Canada en Argentinië.

In een interview met het Braziliaans nieuwsagentschap 'O Globo' legde Mujica de logica uit achter de wetgeving. “We hebben een heel eenvoudig principe toegepast: de feiten erkennen”, zei hij. “Het homohuwelijk is ouder dan de wereld. Kijk naar Julius Caesar, Alexander de Grote. Het is een objectieve waarheid dat het bestaat. Voor ons zou het niet legaliseren ervan betekenen dat mensen onnodig gepijnigd worden.”

De hervorming, gesteund door Mujica’s partij het Brede Front, creëerde regels die op alle koppels van toepassing zijn, met een aangepaste terminologie ('contractpartijen' in plaats van 'man en vrouw'). Homoseksuele koppels kunnen tevens kinderen adopteren.

Het jaar ervoor, in 2012, werd abortus gelegaliseerd in Uruguay. De wet legaliseert abortus in de eerste twaalf weken, op voorwaarde dat de ingreep besproken wordt met een panel van dokters en sociale werkers, die hun advies geven over de risico’s en mogelijke gevolgen. Daarna heeft de vrouw vijf dagen om over haar beslissing na te denken, en zij neemt uiteindelijk de beslissing. De procedure en het herstel worden gedekt door de universele gezondheidszorg die bestaat in Uruguay.

Besluit

José Mujica, de “armste president ter wereld”, heeft de presidentiële fakkel in maart 2015 doorgegeven aan zijn opvolger - en voorganger - Tabaré Vázquez. Vázquez heeft in het verleden reeds bijgedragen aan de economische groei en de armoedebestrijding in het land, en zal het linkse beleid van Mujica verderzetten. Tegelijkertijd wijkt hij toch af van een aantal aspecten uit Mujica’s zeer progressieve nalatenschap.

Mujica, die dit jaar 80 is geworden, gaat de geschiedenisboeken in als een enorm bescheiden president die aan de wieg stond van verschillende wetten die van Uruguay een progressieve bakermat hebben gemaakt. Mujica heeft Uruguay veranderd. Hij verpersoonlijkt de principes en essentie van het land, maar hij heeft vaak ook verandering bewerkstelligd door enkel gebruik te maken van de kracht van zijn persoonlijkheid en zijn welwillendheid. Hij heeft ex-Guantánamo gevangenen opgevangen in zijn land die niemand anders wou toelaten. Hij heeft het homohuwelijk gelegaliseerd. Hij creëerde een legale markt voor marihuana en klaagde tegelijkertijd de gevaren van drugs voor de gezondheid aan. Hij heeft grote, vooruitstrevende hervormingen doorgevoerd ondanks het feit dat een meerderheid van burgers er vaak tegen was. Desalniettemin is hij erin geslaagd om de steun van het volk te behouden.

Mujica was niet perfect, maar hij was eerlijk, origineel en authentiek. En misschien wel het belangrijkste: de president was oprecht optimistisch in een soms rampzalige globale context.

**Uruguay was, zeker na de Tweede Wereldoorlog, een welvarend land met een verstedelijkte bevolking en een groeiende middenklasse. De regeringen bouwden een welvaartsstaat uit met grotere democratische en burgerlijke vrijheden dan in de andere Zuid-Amerikaanse landen. Maar een terugval in de vraag naar wol en vlees, de twee voornaamste exportproducten, na de Koreaanse oorlog, veroorzaakte een stevige daling van de levensstandaard. Er kwamen mobilisaties tegen de honger, de armoede en de mensonwaardige levensomstandigheden. Met deze sterk stijgende sociale spanning, de corruptie van een overgebureaucratiseerde staat en de repressieve reactie werden de omstandigheden geschapen waarin een stadsguerrilla kon gedijen.

De Movimiento de Liberacion Nacional Tupac Amaru II (naar een Peruviaanse verzetsleider van de 18de eeuw) werd in 1963 opgericht onder leiding van Raul Sendic. Het ging om een politieke organisatie met de gewapende strijd als werkmethode. “Het vroeg heel wat politieke ruggengraat om in te zien dat de wapens een middel waren en geen doel” zei een Tupamaro jaren later. In de eerste jaren gingen veel energie en activiteit van deze stadsguerrilla naar het verwerven van werkingsmiddelen, voornamelijk door overvallen op banken, munitiedepots en privé-ondernemingen. Voedsel werd uit depots of vrachtwagens gestolen en uitgedeeld in de armenwijken. De tactieken die werden gebruikt waren vooral gewapende propaganda (o.a. tijdelijke bezetting van radiostations, van bioscoopzalen...) en intimidatie van de veiligheidstroepen. De slechte economische omstandigheden lokten ook steeds meer studenten- en arbeidersprotest uit. De rangen van de Tupamaros groeiden aan. De repressie ging met de staat van beleg sterk de hoogte in. De Tupamaros antwoordden met meer bomaanslagen en ontvoeringen.

Toen in 1970 de regering weigerde te onderhandelen met de Tupamaros rond de ontvoering van een Amerikaanse CIA-agent van de Uruguayaanse veiligheidsdiensten, werd de betrokkene, Dan Mitrione, vermoord. Hierdoor verloor de guerrilla heel wat politieke steun bij bepaalde lagen van de bevolking. In april 1972 schortte de nieuwe president, Bordaberry, de burgerlijke vrijheden op en verklaarde de staat van 'interne oorlog' tegen de Tupamaros. Massa-arrestaties, martelingen, groots gemilitairseerde zoekacties, waren het gevolg. Raul Sendic, Jose Mujica en zovele anderen werden gevangen genomen, gefolterd. In 1973 kwam het leger aan de macht. De Tupamaros-gevangenen kwamen pas vrij toen de militaire dictatuur in 1985 werd beëindigd [nvdr].

 

 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by