Pre- en postrevolutionair Egypte, waar seksuele intimidatie een epidemie is

Cartoon: Doaa El-Adl

Pre- en postrevolutionair Egypte, waar seksuele intimidatie een epidemie is

Seksuele intimidatie is zes jaar na de Egyptische revolutie - waarin brood, sociale rechtvaardigheid en menswaardigheid geëist werden - nog steeds een groot maatschappelijk probleem in et land. Of werkte de revolutie alleen maar als escalerende factor?

Ik ga op reis naar Egypte en ik neem mee: verhullende blouses en lange, loszittende broeken. Voor vele vrouwelijke toeristen zijn ongewenste intimiteiten in Egypte ondertussen een bekend fenomeen geworden, waartegen ze zich tevergeefs proberen wapenen. Ook voor Egyptische vrouwen is het een aloud en aanhoudend zeer.

Onderzoekscijfers en statistieken over seksuele intimidatie in Egypte doen je steil achterover slaan. volgens een uitgebreid onderzoek uit 2013 van de afdeling ‘Gendergelijkheid en Emancipatie van Vrouwen’ van de Verenigde Naties (UN Women) heeft 99,3% van de Egyptische vrouwen ervaring met seksuele intimidatie. De resultaten van een onderzoek uit 2014 van de stichting ‘HARASSmap’ waren niet veel beter: 95,3% van de Egyptische vrouwen gaven te kennen al slachtoffer te zijn geweest van seksuele intimidatie. Ongewenste intimiteiten zijn ondertussen – naast politieke onrust, onbetrouwbaar drinkwater en gevaarlijk rijgedrag – zelfs een rol gaan spelen in de reisadviezen van buitenlandse overheden over de gevaren van een bezoek aan Egypte. Zowel Egyptische als buitenlandse vrouwen worden onderworpen aan verschillende vormen van seksuele intimidatie. Dat gaat van aanhoudend gestaar, ongepast gefluit, schunnige geluiden en opmerkingen, veelzeggende gezichtsuitdrukkingen en ongewenste seksuele uitnodigingen tot aanrakingen, verkrachtingen en groepsmisbruiken. De alomtegenwoordigheid van seksuele intimidatie, in combinatie met het voor deze tijd ongewoon hoog aantal vrouwenbesnijdenissen en de hedendaagse golf van islamistische gevoelens en geweld in de nasleep van de Egyptische revolutie van 2011, maakten van Egypte een paar jaar geleden nog het ergste land voor vrouwen in de Arabische wereld. Egypte eindigde met zijn 22ste en laatste plaats zelfs na het onstabiele en conflictueuze Irak en het controversiële Saoedi-Arabië, zo blijkt uit een studie van Thomson Reuters Foundation uit 2013.

Perceptie versus realiteit

Volgens de Egyptische vrouwen die meewerkten aan de hogervermelde studie van HarrasMap komt seksuele intimidatie hoofdzakelijk voor op straat en op het openbaar vervoer, en in mindere mate op school, op het werk en via de telefoon. Onderzoek naar seksuele intimidatie in Egypte wijst op een grote discrepantie tussen de percepties over seksuele intimidatie en de feiten en ervaringen in de praktijk. Zo wordt verondersteld dat het een verborgen praktijk is, die uitsluitend in de late uurtjes en op verlaten plaatsen voorkomt, maar de overgrote meerderheid van de door HARASSmap ondervraagde slachtoffers verklaarde dagelijks ongewenste intimiteiten te ervaren, en niet alleen in donkere verlaten straatjes, maar ook in een drukke omgevingen en op klaarlichte dag.

In vele gevallen proberen vrouwen zich bestand te maken tegen dergelijke vormen van seksuele intimidatie door bijvoorbeeld onopvallend in de straten te wandelen en door zich verhullend te kleden -al zijn deze pogingen volgens het onderzoek tevergeefs. Opvallend genoeg geven zowel onthullende zomerjurkjes en strakke jeansbroeken, als hijabs (laten het gezicht ontbloot), niqabs (laten enkel de ogen ontbloot) en vormeloze kleren aanleiding tot seksuele intimidatie door mannen. Geen enkele vrouw lijkt veilig voor het fenomeen. Niet enkel jonge, aantrekkelijke, ongetrouwde en ongesluierde vrouwen worden seksueel geïntimideerd, maar net zo goed oudere, minder aantrekkelijke, getrouwde en gesluierde vrouwen. Leeftijd, burgerlijke staat, beroep en sociale klasse lijken geen vat te hebben op het probleem. Opnieuw lopen feiten en percepties sterk uiteen: het onderzoek van HARASSmap onthult namelijk dat meer dan de helft van de ondervraagde mannen ervan overtuigd is dat vrouwen dergelijk onfatsoenlijk gedrag uitlokken door het dragen van strakke kleding, en het zich ten allen tijde toonbaar maken op zowel private als publieke plaatsen. Op die manier stellen Egyptische mannen de vrouwen zelf verantwoordelijk voor de seksuele intimidatie die ze moeten ondergaan. Sommigen gaan er zelfs vanuit dat vrouwen graag op deze manier aandacht krijgen. Anderen geven dan weer schaamteloos toe dat ze het doen om hun seksuele verlangens te bevredigen.

Waar velen verwachten dat daders van seksuele intimidatie jong, ongetrouwd, werkloos en laaggeschoold zijn, brengt onderzoek alweer opvallende resultaten aan het licht: 77,3% (!) van de ondervraagde mannen gaf toe zich al schuldig gemaakt te hebben aan seksuele intimidatie. Bovendien bleek deze groep mannen uit uiteenlopende leeftijdscategorieën, verschillende opleidingsniveaus en diverse sociale klassen te komen. Ondanks de algemene opvatting dat seksuele intimidatie een mannelijke zonde is waar vrouwen aan onderworpen worden, onthult onderzoek dat ook mannen eronder kunnen lijden. In vergelijking met het aantal vrouwelijke slachtoffers, gaat het echter om een zeer klein percentage.

De schuldkwestie

Vanaf 2011 begonnen er regelmatig filmpjes op de sociale media te verschijnen van vrouwen die werden lastig gevallen door groepen mannen. Seksuele intimidatie, en in het bijzonder groepsaanrandingen, werd in Egypte pas een echt openlijk besproken maatschappelijk probleem nadat in de zomer van 2014 een expliciet filmpje op de sociale media verscheen. Veel mensen waren met verstomming geslagen over de omvang en de ernst van het probleem. Het bewuste filmpje, dat zich als een lopend vuurtje verspreidde, laat een blonde jonge studente van de Universiteit van Caïro zien, gekleed in een zwarte panty en een roze T-shirt met lange mouwen, die door een grote groep mannen gevolgd, aangevallen en nageroepen wordt. Het voorval werd iets later becommentarieerd door de Egyptische televisiepresentator Tamir Amin en het hoofd van de Universiteit van Caïro, Gaber Nassar, die de oorzaak van het incident beiden legden bij de manier waarop de jonge vrouw gekleed was. Dit veroorzaakte een storm van kritiek en verontwaardigde reacties op de sociale media. Zowel Amin als Nasser verontschuldigden zich uiteindelijk voor hun uitspraken, maar beiden blijven ervan overtuigd dat ‘provocatief geklede’ vrouwen erom vragen.

De idee dat vrouwen zelf schuld treffen wanneer ze het slachtoffer worden van seksuele intimidatie, is breed gedragen in de Egyptische maatschappij. Dit creëert niet alleen schuld-, maar ook angstgevoelens bij de getroffen vrouwen, die bijgevolg aarzelen om voorvallen aan de autoriteiten te rapporteren. Het onderzoek van HARASSmap toont aan dat slechts een heel klein percentage, amper 2.6%, van de slachtoffers naar de politie stapte na een incident van seksuele intimidatie. Naast schuld- en angstgevoelens zijn er nog redenen voor deze terughoudendheid. Meer dan driekwart van de Egyptische vrouwen die het slachtoffer worden van seksuele intimidatie, vreest dat toegeven dat ze zijn lastiggevallen of verkracht, ten koste zal gaan van hun reputatie. Dit sluit opnieuw aan bij de foutieve idee dat uitsluitend 'onfatsoenlijke' vrouwen het slachtoffer worden van seksuele intimidatie. Ten slotte stappen veel slachtoffers van ongewenste seksuele intimiteiten gewoonweg niet naar de politie, omdat ze ervan overtuigd zijn dat er geen actie zal ondernomen worden door de agenten. Enerzijds is het moeilijk om te bewijzen dat je bent lastiggevallen als de dader al in geen mijlen en velden meer te bespeuren is, anderzijds zijn politieagenten – schandelijk genoeg - zelf vaak ook daders.

Internetkwaal

In het huidige klimaat van alomtegenwoordig internetgebruik blijft seksuele intimidatie niet meer beperkt tot de straten. Door middel van mobiele toestellen en via de sociale media slagen daders van seksuele intimidatie erin aan cyber-seksuele intimidatie te doen. Via elektronische communicatiemiddelen zenden ze berichten en foto’s van seksuele aard naar vrouwen om hen te bedreigen of te beledigen. In sommige gevallen gebruiken en manipuleren ze foto’s van slachtoffers om die vervolgens online te delen. Doorgaans worden vrouwen hiervoor zelf verantwoordelijk gesteld, omdat ze eigenhandig persoonlijke foto’s op de sociale media plaatsen en zichzelf op die manier kwetsbaar opstellen. Het moeilijkste aan deze nieuwe vorm van seksuele intimidatie is dat veel internetaccounts vals zijn, wat het opsporen van de daders een heel pak moeilijker maakt. En zo vormen niet enkel meer de straten het toneel van seksuele intimidatie, maar worden vrouwen nu ook bedreigd in het comfort van hun eigen huis, terwijl daders zich gemakkelijk kunnen verstoppen achter de anonimiteit van hun computerscherm.

Verklaringen

Verklaringen voor de Egyptische epidemie van ongewenste intimiteiten zijn talrijk en uiteenlopend, maar hangen op een bepaalde manier toch met elkaar samen. Volgens HARASSmap gaat de oorzaak van het probleem terug tot de liberalisering van de Egyptische economie (infitah) in de vroege jaren 1980 onder president Anwar Al-Sadat – een beleidslijn die kan doorgetrokken worden tot vandaag. De liberaliseringspolitiek van president Sadat en zijn opvolger Hosni Moebarak zorgde voor een achteruitgang van de welvaart en verslechtte de sociaal-economische omstandigheden voor veel Egyptenaren. De woelige politieke en economische jaren sinds de verdrijving van Moebarak (in 2011), versterkten deze trend. De hoge werkloosheidscijfers die het gevolg waren van dit alles, hadden dan weer een negatieve invloed op het huwelijksgebeuren: mannen zaten niet meer in een gunstige financiële positie om een vrouw en kinderen te kunnen onderhouden, waardoor de gemiddelde leeftijd waarop mannen trouwden, verhoogde. Het taboe op seks voor het huwelijk is daarbij geen bevorderende factor. Werkloze ongetrouwde mannen met veel vrije tijd en met hun gedachten bij seks – tegenwoordig ongetwijfeld versterkt door de media en het internet – geraken seksueel gefrustreerd en kunnen maar moeilijk libidineuze uitlaatkleppen vinden. Een andere factor waarop vaak gewezen wordt als oorzaak voor seksuele intimidatie in Egypte is het gebrek aan religieus besef en morele opvoeding. In gezinnen waarvan de ouders druk bezig zijn om financieel rond te komen of waarvan de vaders in de Golf zitten om te werken, zou de ouderlijke morele greep op de kroost verslappen waardoor bepaalde normen en waarden niet meegegeven worden.

Daarnaast spelen de media in het algemeen een rol van betekenis bij het verspreiden van een vrouwonvriendelijke cultuur: reclames, liedjes en films stellen vrouwen regelmatig voor als objecten die mannen voortdurend verleiden. Het lastigvallen van vrouwen wordt daarbij weergegeven als een ‘coole’ praktijk. Dit is het beeld dat het Egyptische kijkerspubliek – vooral de jongere generatie – te zien krijgt en nadien zelf imiteert.

Eén van de belangrijkste elementen in het verhaal van seksuele intimidatie in Egypte is de diepgewortelde patriarchale cultuur. Nog veel Egyptenaren gaan ervan uit dat de man de belangrijkste positie bestrijkt in de maatschappij en zich bijgevolg dominant moet tonen tegenover de vrouw. Dit idee wordt nog eens versterkt door de opkomst van het religieus conservatisme en extremisme – stromingen die mede door het Westen grootgebracht zijn via het kolonialisme, de vroegere campagnes tegen het seculiere pan-arabisme en de militaire interventies in het Midden-Oosten. Tegelijkertijd vertonen vrouwen zich in het patriarchale Egypte steeds meer in het openbaar en worden ze alsmaar actiever in het maatschappelijke, politieke en economische domein. De grote vrouwelijke participatie in de revolutie van 2011 is hiervan een mooi voorbeeld. Alles samengevat stelt HARASSmap vast dat een mannelijkheidscrisis is ontstaan in Egypte waarbij mannen gevangen zitten tussen historische culturele waarden en moderne politieke en economische realiteiten.

Revolutie

Waar seksuele intimidatie al decennialang een gevestigd maatschappelijk probleem is in Egypte, leek de praktijk sinds de omwenteling van 2011 alleen maar te escaleren. Ondanks de eis voor menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid tijdens de massale volksprotesten en het belangrijke politieke aandeel van vrouwen binnen de verzetsbeweging, zien we vanaf dan een alarmerend stijgende trend in de cijfers over seksuele intimidatie. Vooral het fenomeen van de groepsaanrandingen nam aanmerkelijk toe sinds de protesten van 2011 en de val van het regime van Hosni Moebarak. Tijdens de massale demonstraties die doorgingen op het Tahrirplein tussen 29 juni en 7 juli vonden 186 ernstige gevallen van groepsverkrachting en groepsaanranding plaats. Onder de dekking van grote samenkomsten werden vrouwen omsingeld door vaak tientallen mannen tegelijk. Slachtoffers rapporteerden achteraf dat ze betast werden op alle plaatsen, dat hun kleren uitgetrokken werden, dat ze geslagen of zelfs gebeten werden, dat ze zowel vaginaal als anaal gepenetreerd werden met vingers of objecten, of dat ze regelrecht verkracht werden. Volgens Amnesty International kunnen de aanrandingen van een paar minuten tot meer dan een uur duren. Verschillende vrouwelijke journalisten (zowel Egyptische als buitenlandse) die verslag wilden uitbrengen vanop het Tahrirplein over de aan de gang zijnde volksprotesten werden eveneens het slachtoffer van traumatische groepsaanrandingen. Bovendien werden de Egyptische veiligheidsdiensten ervan beschuldigd deze methode in te zetten tijdens politieke demonstraties als wapen tegen vrouwelijke actievoerders.

De toenemende invloed van de islamisten, culminerend in de verkiezing van Moslimbroeder Mohamed Morsi als president in juni 2012, deed Egypte nog een stap terugzetten op het vlak van vrouwenrechten. Ook Morsi’s regime werd op zijn beurt omvergeworpen. Hij werd op 3 juli het slachtoffer van een militaire staatsgreep (onder leiding van generaal Abdel Fattah el-Sisi) na massaprotesten tegen zijn islamistisch en autocratisch bewind. Maar zijn vertrek betekende opnieuw geen bevrijding voor de Egyptische vrouwen. Vrouwenrechtenorganisaties documenteerden meer dan 500 gevallen van massaverkrachtingen en groepsmisbruiken tussen juni 2012 en juni 2014, het merendeel daarvan tijdens protestacties op het Tahrirplein. Egypte bleef meedeinen op de golven van seksueel geweld tegen vrouwen. Groepsaanrandingen en –verkrachtingen zijn als het ware een onderdeel van het publieke leven geworden. Vooral tijdens politieke protesten, maar ook tijdens publieke en religieuze festiviteiten waar veel volk samenkomt, meldde een groot aantal vrouwen – en een klein percentage mannen – dat ze seksueel waren aangerand, vastgebonden en uitgekleed of verkracht. Ook tijdens de festiviteiten in juni 2014 rond de inhuldiging van president Fattah al-Sisi die een maand eerder verkozen was, werd een schrikwekkend aantal gevallen van aanrandingen en verkrachtingen van vrouwen gerapporteerd. Op 8 juni alleen, de dag dat Sisi ingezworen werd, rapporteerde Shoft Taharrush('I Saw Harassment'), een organisatie die gevallen van aanranding bijhoudt en aanklaagt, vier gevallen. Terwijl 'Operation Anti-Sexual Harassment' er op diezelfde dag tien vaststelde.

Verklaringen voor deze opvallend negatieve wending in de politieke protesten tijdens en na de revolutie van 2011 schieten als paddenstoelen uit de grond. Volgens sommigen is het lastigvallen van vrouwen op dergelijke evenementen een middel om vrouwelijke politieke participatie in de publieke ruimte terug te dringen. In 2013 lieten verschillende Egyptische politici zich nog ontvallen dat vrouwen niet tussen mannen moeten staan tijdens publieke protesten, en indien ze toch deelnemen, is dat volgens hen op eigen risico. Daarmee houdt ook de politiek, naar analogie met de algemene maatschappelijke opvatting, vrouwen zelf verantwoordelijk voor de seksuele intimidatie die ze moeten ondergaan. Daarnaast wordt gesuggereerd dat de “duidelijk georganiseerde seksuele aanvallen” tijdens en na de revolutie politieke motieven verhulden. Veel Egyptenaren beschuldigden de Moslimbroeders er bijvoorbeeld van de aanvallen georkestreerd te hebben. Ze zouden deel uitmaken van een complot om de Egyptische reputatie te bezoedelen en/of bepaalde politieke evenementen te verpesten, zoals de inhuldiging van president Sisi. Wat er ook van zij, de vele seksuele aanvallen op vrouwen tijdens en na de revolutie transformeerden het Tahrirplein van icoon van het vrijheidsstreven naar het schouwtoneel van ongewenste intimiteiten en seksuele intimidatie.

Politiek

De escalatie en grootschaligheid van het probleem van seksuele intimidatie is volgens velen ook toe te schrijven aan het lakse ingrijpen van de autoriteiten en de onverschillige houding van de Egyptische politiek. Al lijkt de politieke wereld zich, net als de Egyptische maatschappij in haar geheel, wel bewuster te zijn van de problematiek sinds de revolutie van 2011. Na een zorgwekkende stijging van het aantal gevallen van seksuele intimidatie en een resem aanklachten tegen de politieke laksheid werd er in 2014, onder interim-president Adly Mansour, eindelijk een wet uitgevaardigd die seksuele intimidatie definieert en criminaliseert. Elke ongewenste seksuele hint, via woorden, tekens of daden, kon vanaf dan resulteren in gevangenisstraffen van minstens zes maanden en boetes tussen de 155 en 260 euro. Bij het herhaaldelijk schuldig maken aan seksuele intimidatie worden de straffen verdubbeld. Indien er sprake is van een machtspositie van de dader ten opzichte van het slachtoffer (bijvoorbeeld op het werk), als er gebruik gemaakt wordt van wapens of als er twee of meer daders zijn, kunnen gevangenisstraffen uitgedeeld worden van twee tot vijf jaar en boetes van 1.040 tot 2.600 euro. Voor velen was het strafbaar maken van seksuele intimidatie een positieve eerste stap in de goede richting, maar toch is er nog heel wat kritiek. Volgens Fathi Farid, coördinator van het Shoft Taharrush-initiatief, slaagt de wetgeving er niet in slachtoffers te beschermen, bevat ze niets over steun aan slachtoffers, is ze niet duidelijk over hoe een incident kan worden bewezen en laat ze specifieke gevallen, bijvoorbeeld waarin de daders familieleden zijn, onbelicht. Zo vereist de wet dat een slachtoffer twee getuigen meeneemt bij aangifte in het politiekantoor. Dat is praktisch gezien uiteraard niet zo evident. Indien er geen getuigen aanwezig zijn, neemt de politie het incident echter niet serieus.

Hoewel er heel wat aan te merken valt op president Sisi’s bewind, lijkt zijn houding ten opzichte van vrouwenrechten en seksuele intimidatie veelbelovend. In 2014 maakte Sisi een positief politiek statement door als eerste Egyptische president een slachtoffer van seksuele intimidatie te bezoeken in het ziekenhuis. Zowel tijdens de verkiezingsperiode als tijdens zijn ambtstermijn spoorde Sisi de regering aan om alle nodige maatregelen te nemen om seksuele intimidatie te bestrijden en de nieuwe wet strikt te implementeren. In januari 2017 bekrachtigde het Egyptische parlement nog strengere straffen voor seksuele intimidatie en aanranding. De minimumgevangenisstraf werd verhoogd tot één jaar in plaats van zes maanden. De boetes werden opgetrokken van 155 à 260 euro naar 260 à 520 euro.

Nehad Abul Komsan, directrice van het Egyptisch Centrum voor Vrouwenrechten, zei in een televisie-interview dat ze getuige was van drie periodes in de recente geschiedenis van seksuele intimidatie in Egypte: “Eerst was er het Moebarak-tijdperk waarin we de kwestie van seksuele intimidatie aankaartten, maar waarin we opgedragen werden te zwijgen, dan kwam het Morsi-tijdperk waarin aangevallen vrouwen zelf aansprakelijk gesteld werden voor de aanrandingen waaraan ze onderworpen werden, en nu beginnen vrouwen eindelijk compensatie te krijgen.” Er worden dus eindelijk politieke inspanningen geleverd rond het probleem van seksuele intimidatie, maar de weg is nog lang.

Hoop

Ondanks de politieke inzet van de laatste jaren is er nog lang geen reden om seksuele intimidatie als iets uit het verleden te beschouwen. Ervaringen in Tunesië en Algerije waar gelijksoortige wetgevingen al langer bestaan, tonen immers aan dat de mazen in deze wetten moeilijk te sluiten zijn. Bovendien volgen culturele en maatschappelijke veranderingen slechts traag. De schaal van het probleem is in Egypte nog altijd groot, maar seksuele intimidatie wordt nu tenminste openlijk besproken, terwijl het vroeger tot de taboesfeer behoorde. Vandaag de dag zijn er in Egypte ook allerlei vernieuwende campagnes en initiatieven om vrouwen tegen aanvallen van seksuele intimidatie en aanranding te beschermen, om ze te begeleiden bij het melden van incidenten, om hen te helpen omgaan met de gevolgen, en dergelijke meer.

Jonge mensen van beide geslachten worden benaderd via lokale sensibiliseringsprojecten. Het doel is de volgende generatie – vooral jongens – te leren dat je niet mannelijker bent als je vrouwen lastigvalt. HARASSmap, één van de bekendste sociale initiatieven rond seksuele intimidatie, doet enerzijds onderzoek naar het voorkomen van seksuele intimidatie en aanranding in het dagelijks leven van de Egyptische vrouwen en probeert anderzijds via verschillende wegen slachtoffers en daders te bereiken om een einde te stellen aan de maatschappelijke aanvaarding van het fenomeen. HARRASMap creëerde een mobiele en online-tool waardoor slachtoffers of getuigen van seksuele intimidatie, incidenten onmiddellijk kunnen melden. Na verificatie van de meldingen worden de plaatsen waar de incidenten zich voordeden toegevoegd aan een interactieve kaart van Egypte. Ook de NGO ‘Shoft Taharrush’ streeft naar een samenleving die vrij is van seksuele intimidatie en aanranding. Daarbij komt de verspreiding van een cultuur van gelijkheid waarin (seksueel) geweld tegen vrouwen bestreden wordt, op de eerste plaats. Volgens organisaties zoals HARASSmap en Shoft Taharrush is het creëren van een sociaal-maatschappelijk bewustzijn waarin seksuele intimidatie als een misdaad wordt beschouwd, de sleutel tot succes.

Het uitvaardigen, implementeren en afdwingen van een reeks wetten die slachtoffers van seksuele intimidatie tegemoetkomen en daders verantwoordelijk stellen voor hun misdaden was uiteraard een noodzakelijkheid en een eerste prioriteit voor vrouwenrechtenorganisaties in Egypte. Maar een stevig wettelijk en juridisch kader is niet genoeg. Zolang de brede maatschappij deze intimidatiepraktijken als een normaliteit blijft zien, de daders verdedigt en de slachtoffers met de vinger wijst, kan deze problematiek nooit uit de Egyptische samenleving gebannen worden.

Besluit

Seksuele intimidatie is al decennialang een groot maatschappelijk probleem in Egypte, maar leek in de nasleep van de revolutie van 2011 -waarin ironisch genoeg onder meer vrijheid en persoonlijke waardigheid geëist werden- alleen maar verder te escaleren. Niet alleen brachten de gebeurtenissen de veiligheid van vrouwen in gevaar, maar ze belemmerden ook hun publieke participatie. Als gevolg van het groot aantal (groeps)aanrandingen en verkrachtingen tijdens en na de revolutie van 2011 kreeg de problematiek voor het eerst de aandacht die ze verdiende. De sociale media speelden hierbij een belangrijke rol, enerzijds door het probleem zichtbaar en kenbaar te maken en anderzijds door het maatschappelijk debat erover op te starten. Het is dit debat samen met het werk en de campagnes van vrouwenrechtenorganisaties en andere burgerinitiatieven, die uiteindelijk geleid hebben tot een wetgeving die seksuele intimidatie definieert en criminaliseert. Op wettelijk vlak is er zeker nog ruimte voor verbetering, maar vooral aan de mentaliteit en de gewoontes moet nog heel hard gewerkt worden in Egypte. Vooral de idee dat vrouwen zelf de verantwoordelijkheid dragen voor de intimidaties of aanrandingen waarvan ze het slachtoffer zijn, blijft breed gedragen. Het belangrijkste wat de revolutie heeft voortgebracht is een krachtig gevoel van autonomie bij de Egyptische bevolking. Zowel mannen als vrouwen ervoeren tijdens de revolutie een gevoel van overwinning, waardigheid, geloof en hoop. En laat dat nu net datgene zijn wat nodig is om de strijd tegen seksuele intimidatie verder aan te gaan.

Lisa De Buck studeerde Arabistiek aan de Universiteit van Gent en liep in het voorjaar van 2017 stage bij Vrede vzw.

steun ons

© 2017 vrede vzw - website by