Lode Vanoost
Printvriendelijke versie
Tags 
Presidentsverkiezingen in de VS 2016: 'same show, different faces'
Foto: Gage Skidmore

Presidentsverkiezingen in de VS 2016: 'same show, different faces'

De vierjaarlijkse mediashow van het Amerikaanse tweepartijenmonopolie wordt in 2016 een herhaling van de vorige afleveringen. De afwezigheid van politieke inhoud – voor zover die er ooit was – wordt nog groter, evenals de dominantie van de financiële elite. Er is één kaper op de kust, maar of die het eindresultaat zal bepalen is zeer twijfelachtig. Een eerste overzicht.
Een presidentsverkiezing na een president die twee mandaten vervuld heeft, is altijd een klein beetje spannend. Ze draait in feite rond slechts één vraag: zal de partij van de zetelende president, in dit geval de Democratische Partij, opnieuw een president uit eigen rangen verkozen krijgen?

Het kiessysteem

Net als bij alle vorige verkiezingen in het Amerikaanse politieke systeem, zal de winnaar – ditmaal kan dat ook een winnares worden – het halen door de meeste stemmen te behalen in de ongeveer '12 swing states', de Amerikaanse deelstaten waarin het opdagende kiespubliek traditioneel geen uitgesproken voorkeur heeft voor een van de twee dominante partijen, de Democraten en de Republikeinen. Ze stemmen er ongeveer evenveel voor de ene dan wel voor de andere partij. In deze staten kan een kleine verschuiving ten voordele van één kandidaat grote gevolgen hebben voor het aantal zetels in het presidentiële kiescollege. Inderdaad, in tegenstelling tot wat nog veel wordt gedacht, wordt de Amerikaanse president niet rechtstreeks door het volk verkozen maar door een kiescollege. Dat college wordt wel door de burgers gekozen, ook al kennen ze de namen van de betrokkenen niet eens. In het Amerikaanse kiessysteem – dat geënt is op het aloude Britse 'winner takes all' principe – krijgt de kandidaat die de meeste stemmen verzamelt in een bepaalde deelstaat, 100% van de leden van het kiescollege van die staat achter zijn/haar naam. De kandidaat hoeft daarvoor niet eens de helft van de stemmen gewonnen te hebben in die deelstaat. Als kandidaat A pakweg 45% behaalt, kandidaat B (van de andere grote partij) 44% en de overige 9% verdeeld is over lokale presidentskandidaten, ongeldige en blanco-stemmen, dan krijgt kandidaat A alle zitjes van die staat. De gevolgen van dit systeem werden breed uitgesmeerd bij de presidentsverkiezingen van 2000. Toen kon de Republikein George W. Bush president worden met in totaal minder stemmen dan zijn Democratische tegenstrever Al Gore. Dat kon alleen dankzij het systeem van het kiescollege. Het was toen reeds de vierde maal dat een dergelijke situatie zich voordeed in de Amerikaanse geschiedenis. Die anomalie in het kiessysteem van de VS werd in het buitenland zwaar bekritiseerd in 2000. Dit systeem is echter ongewijzigd gebleven.

Dat de VS een tweepartijenmonopolie is, klopt overigens niet helemaal. Op niveau van de deelstaten doen er ook wel derde partijen mee aan de verkiezingsrace. Ook voor de presidentsverkiezingen zijn er veel meer dan de twee kandidaten van de Republikeinen en de Democraten (ook al zal je daar aan de berichtgeving in de reguliere media zo goed als niets van merken). Op het niveau van de deelstaten is de uitvoerende macht nog enger verdeeld dan op het federaal niveau. In de meeste deelstaten heeft één van beide partijen soms tot tientallen jaren na elkaar de overmacht en beheerst ze zowat alle overheidsdiensten volledig (nog een gevolg van het Britse systeem waarbij de winnaar altijd alles krijgt). Slechts in twaalf tot dertien staten ligt de uitslag van de presidentsverkiezingen niet bij voorbaat vast. Alleen daar woedt er een werkelijke verkiezingsstrijd.

Participatie & financiering

Net als bij zowat alle presidentsverkiezingen blijft ongeveer de helft van de kiesgerechtigde Amerikanen gewoon thuis of op hun werk – verkiezingsdag is een gewone weekdag. De cijfers variëren enigszins maar het gemiddelde participatieniveau ligt traditioneel rond de 50%. Bij verkiezingen in eender welke EU-lidstaat noemt men een dergelijk lage participatiegraad een 'democratisch deficit'. Het is een haast nooit becommentarieerde constante tijdens Amerikaanse presidentsverkiezingen. Overigens ligt de deelname van het Amerikaanse publiek aan parlementsverkiezingen – zowel federaal (het Congres) als voor de deelstaatparlementen – nog lager. Bij gemeenteraadsverkiezingen, de verkiezing van sheriffs en rechters of gewestraden ('counties') zakt de deelname van de kiezers soms tot 15 % en lager.

De Amerikaanse presidentsverkiezingen werden tot nu toe altijd gewonnen door de kandidaat die het meeste geld voor zijn campagne wist te verzamelen, van individuele burgers en van bedrijven samen. Sinds de verkiezingen van 1992 wordt het record van het totaalbedrag dat de presidentskandidaten uitgeven aan hun campagne bij elke verkiezing opnieuw gebroken – zelfs als men rekening houdt met de inflatie van de dollar. Dat zal ook in 2016 het geval zijn.
Tot in de jaren 1970 werd dit financiële aspect van de verkiezingen nauwelijks gevolgd in de media. Dat veranderde geleidelijk vanaf de verkiezing van president Ronald Reagan in 1981. Sindsdien is het bedrag dat kandidaten weten te verzamelen één van de centrale onderwerpen van debat in de Amerikaanse media, zij het uitsluitend als een graadmeter voor de kansen van de kandidaten. Dat dit ook een bedenkelijke achteruitgang is voor de democratie, hoort niet bij die besprekingen. Er is een heel concrete reden waarom dat aspect niet benadrukt wordt door de Amerikaanse media. Het grootste deel van de campagnefondsen wordt immers uitgegeven aan advertenties in kranten en magazines en aan zendtijd op de televisie en de radio. Ook de twee grote partijconventies van de Republikeinen en de Democraten, waarin traditioneel de respectievelijke presidentskandidaten geselecteerd worden, zijn een grote bron van inkomsten voor de media. Dat de uitzendingen over de conventies niet echt hoge kijkcijfers halen, is daarbij irrelevant. U betaalt, wij draaien. Dat is het zowat. De bedrijven weten ook wel dat hun advertenties niet goed worden bekeken maar betalen toch, als 'steun' voor de kandidaten, die de boodschap uiteraard perfect begrijpen.

Citizens United

Een en ander is nog erger geworden sinds het Amerikaans Hooggerechtshof enkele jaren geleden heeft bepaald dat bedrijven niet langer begrensd zijn in de bedragen die ze mogen geven aan een presidentskandidaat (meestal geven ze trouwens aan beide kandidaten). In 2010 won een groepering genaamd 'Citizens United' een rechtszaak tegen de Federale Verkiezingscommissie, de overheidsdienst die toeziet op de correcte wettelijke uitvoering van de federale verkiezingen (voor het Congres en het presidentschap). De naam Citizens United is misleidend. Ze staat voor een belangengroep van bedrijven die een einde wilde aan de beperkingen op de bedragen die aan verkiezingskandidaten geschonken mogen worden. Het Hooggerechtshof oordeelde in het voordeel van Citizens United dat die beperking een inbreuk is op de 'vrijheid van meningsuiting'. Inderdaad, geld storten staat sindsdien gelijk aan het uiten van een mening in de VS. Pure democratie als het ware. In de praktijk veranderde de uitspraak van het Hooggerechtshof niet veel aan de totale campagnebedragen, maar het storten van financiële steun voor kandidaten wordt nu wel openlijk gedaan. Bedrijven kopen hiermee de facto de verkiezingen af en ondersteunen zo de kandidaat die het best hun wensen vertegenwoordigt.

Hillary Clinton

Over naar 2015 en de nieuwe kandidaten voor de presidentsverkiezingen van 2016. De twee grote partijen organiseren binnenkort hun eigen 'primaries', een soort voorverkiezingen per deelstaat waarin uiteindelijk bepaald wordt welke presidentskandidaat ze naar voren willen schuiven op hun partijconventie. Bij de Democraten zijn de mogelijke presidentskandidaten (tot op 31 augustus 2015) Hillary Clinton, Lincoln Chaffee (senator van de staat Rhode Island), Martin O'Malley (gouverneur van de staat Maryland) en Jim Webb (senator van de staat Virginia). Bernie Sanders dingt ook mee voor de nominatie van de Democraten, hierover meer verder. Vice-president Joe Biden zou misschien ook nog kunnen meedingen, maar waarschijnlijk zal hij om privé-redenen besluiten om dat niet te doen (op 6 juni 2015 is een van zijn zoons overleden). Chaffee, O'Malley en Webb zijn zo goed als kansloos tegenover Clinton, die over het algemeen de meeste kansen wordt toegedicht om Obama op te volgen. Zij heeft ook reeds de meeste campagnesteun gevonden bij de bedrijven. Beleidsmatig staat ze voor de voortzetting van het presidentschap van Obama, met dezelfde retoriek en dezelfde inhoud. Ze pleit voor een minimale staat, beperkte sociale taken voor de overheid en een continuering van het buitenlandse beleid van de VS. Op een aantal ethische kwesties zoals abortus, euthanasie, het homohuwelijk en vrouwenrechten is ze naar Amerikaanse maatstaven redelijk progressief. Vergeleken met Europa is dat echter nog altijd zeer behoudsgezind en vergelijkbaar met de standpunten van de rechtervleugel van de Europese christen-democraten en conservatieven. Clinton is ook voorstander van de doodstraf. Voor het ogenblik staat ze aan de leiding in de Democratische peilingen, maar een zaak uit het verleden blijft haar parten spelen. Tijdens de vier jaar dat ze voor Obama minister van Buitenlandse Zaken was (2009-2013), heeft ze blijkbaar heel wat werkgerelateerde en officiële e-mails verzonden via haar eigen privé-server omdat ze de versleutelde server van het ministerie te omslachtig en te traag vond. Met veiligheid en beveiliging wordt echter niet gespot in de VS. Haar tegenstrevers (ook binnen de eigen partij) vinden dat ze 'onbetrouwbaar' is, omdat ze vertrouwelijke informatie verspreidde in e-mails die het land 'in gevaar zouden kunnen brengen', maar vooral omdat ze dat aanvankelijk ontkende, en dus gelogen heeft. Deze kritiek is typerend voor de politieke cultuur en de manier waarop de media functioneren in de VS. Het gaat niet om het beleid dat ze voerde (of zal voeren, m.a.w. de electorale beloften die ze nu maakt) maar over haar persoonlijkheid, haar leiderschap, haar karakter. Kortom, zaken die zo goed als niets zeggen over het inhoudelijke profiel van haar kandidatuur.

Bernie Sanders

De Amerikaanse media zwijgen er grotendeels over maar ook de kandidatuur van Bernie Sanders (1941) speelt Clinton parten. Sanders is een geval apart in de Amerikaanse politiek. Hij begon zijn politieke loopbaan toen hij als onafhankelijke, niet-partijgebonden kandidaat tweemaal verkozen werd tot burgemeester van Burlington (1981-1989), de hoofdstad van de staat Vermont.
De staat Vermont is de enige voormalige Franse kolonie die de allereerste federatie van 13 Verenigde Staten vervoegde aan het einde van de 18de eeuw. De staat is grotendeels bedekt met heuvelachtige bossen (vandaar de Franse naam 'vermont', groene heuvel). Met zijn 625.000 inwoners is Vermont de tweede kleinste staat van de VS. Burlington telt maar 42.000 inwoners. De staat maakt deel uit van een regio in het noordoosten van de VS waarnaar verwezen wordt als New England (bestaande uit de staten Connecticut, Maine, Massachusetts, New Hampshire, Rhode Island en Vermont). New England is veel 'Europeser', blanker en socialer dan de de rest van de VS, maar Vermont steekt daar nog bovenuit. De doodstraf werd er afgeschaft in 1965 (en niet meer toegepast sinds 1954). De staat scoort het best van alle VS-staten op gebied van gezondheidszorg en openbaar onderwijs. Bovendien zal Vermont vanaf 2016 de eerste Amerikaanse staat zijn die openbare gezondheidszorg aanbiedt aan alle werknemers op zijn grondgebied (ook degenen die niet in Vermont wonen, maar niet aan Vermonters die in andere staten werken). In de rest van de VS wordt gezondheidszorg enkel via de werkgever georganiseerd. (Obamacare is geen openbare gezondheidszorg, zoals velen denken, maar een vorm van openbare subsidiëring voor wie geen privé gezondheidsverzekeringspolis kan betalen.) Verder is Vermont de tweede veiligste staat in de VS op vlak van criminaliteit en de derde veiligste staat op vlak van autoverkeer.

Democratisch socialist

Bernie Sanders was van 1991 tot 2007 het enige Vermontse lid van het federale Huis van Afgevaardigden (dat samen met de Senaat het Congres vormt) en het enige onafhankelijke lid van het Huis. Sanders noemt zichzelf openlijk een 'democratisch socialist', wat naar Amerikaanse normen zeer links is. Zijn socio-economische standpunten kan je best positioneren als gematigd sociaaldemocratisch naar Europese normen. Sinds 2007 is hij één van de twee federale senatoren van de staat Vermont. (In de Senaat wordt elk van de 50 VS-deelstaten vertegenwoordigd door twee senatoren. De grootste staat, Californië, heeft met zijn 38 miljoen inwoners dus ook twee senatoren). Gezien Vermont een kleine staat is, is Sanders in aantal kiezers geen hoogvlieger. In de kleine kieskring van de staat Vermont waar hij moet ijveren voor zijn zetel, kan dat met relatief goedkope campagnemiddelen. Het is precies die kleinschaligheid die zijn onafhankelijke politieke loopbaan voor een groot deel heeft mogelijk gemaakt. Bernie Sanders is de enige federale politicus in de VS die openlijk pleit voor openbare gezondheidszorg en voor openbaar onderwijs gefinancierd op basis van het aantal leerlingen. Het huidige openbare onderwijs in de VS wordt gefinancierd via het heffen van schoolbelastingen in de counties. (Dit zijn de lokale bestuursniveaus waarin de staten zijn opgedeeld. Kleine landelijke gemeentes maken deel uit van counties, terwijl grote steden net zijn opgedeeld in counties, maar ze hebben dezelfde bevoegdheden). Welvarende counties hebben daarom degelijke openbare scholen. Arme counties op het platteland of in de getto's van de grootsteden hebben daarentegen amper geld om de leerkrachten te betalen of de aftakelende gebouwen waarin les gegeven wordt, te onderhouden.

Democratisch kandidaat

Hoewel hij altijd een onafhankelijk politicus is geweest, kondigde Sanders eind april aan dat hij zou meedingen naar de Democratische nominatie voor presidentskandidaat. In de peilingen moet hij tot nu toe alleen Clinton laten voorgaan. Hij trekt ook als enige bomvolle zalen, zowel in het diepe zuiden van het land als in het Middenwesten. Hij weigert als enige kandidaat financiële steun van de grote 'Political Action Committees' (PAC's), mantelorganisaties van o.a. grote bedrijven die fondsen verzamelen en doneren om campagne te voeren voor of tegen kandidaten. Sanders' campagne wordt uitsluitend gefinancierd met individuele donaties. Voor een groot deel is die keuze natuurlijk academisch, omdat de grote bedrijven er niet aan denken een kandidaat te steunen die een nationaal minimumloon wil opleggen, de overheidssubsidies aan de bedrijven drastisch wil inkrimpen, openbare gezondheidszorg voor het hele land wil invoeren, enzovoort. Hij is daarenboven de enige kandidaat die zich openlijk uitspreekt tegen het TTIP-vrijhandelsakkoord dat momenteel onderhandeld wordt tussen de VS en de EU. Hij is ook de enige kandidaat die het aandurft om openlijk de massamedia te bekritiseren. Kortom, op vlak van de binnenlandse politiek staat deze man voor een grote ommezwaai in sociaaldemocratische richting. Het zal de lezer niet verwonderen dat de Amerikaanse media hem zo goed als doodzwijgen of enkel met korte soundbites, zonder enige context ridiculiseren. Dat hij desondanks volle zalen trekt en 25 tot 26% haalt in de peilingen is een teken aan de wand. Een deel van het Amerikaanse publiek laat zich blijkbaar niet meer vermurwen door de barrage aan anti-politieke berichtgeving in hun media. Bernie Sanders heeft echter enkele niet onaanzienlijke nadelen. Hij wordt 73 in september 2015 en als kandidaat uit het blanke, 'Europese' New England spreekt hij de etnische minderheden zo goed als niet aan. Zijn publiek bestaat dan ook quasi uitsluitend uit blanke middenklassers. Tot nu heeft Hillary Clinton elke commentaar over Sanders' kandidatuur geweigerd. Dat wordt haar door de media ook niet echt moeilijk gemaakt. Enkel journalisten van kleine alternatieve media vragen haar er naar en ze krijgen alleen korte, ontwijkende antwoorden. Het maakt van haar vertoon als 'progressief' kandidaat wel een bedenkelijke farce.
Op buitenlands vlak betekent Sanders niet echt een grote verandering. Hij is een kind van de Amerikaanse politieke cultuur en gelooft dus ook in de mythe van het Amerikaans 'exceptionalisme'. Als president zal hij waarschijnlijk wel een minder agressief beleid voeren en de militaire ontplooiing van de VS over de wereld inperken. Op een aantal specifieke vlakken, zoals bijvoorbeeld Israël, staat hij voor een voortzetting van het huidige beleid. Uiteindelijk zal het Amerikaanse politieke systeem zijn kandidatuur wel uitwieden, door hem dood te zwijgen of te ridiculiseren, zoals dat in het verleden altijd met derde kandidaten is gebeurd.

De Republikeinen

Aan Republikeinse kant, de uitdagende partij die na de 8 jaar van 'socialist' Obama absoluut wil winnen, is het voorlopig niet veel soeps. Kandidaten vallen over elkaar heen en blinken uit in het uiten van de meest waanzinnige ideeën en voorstellen om de blanke middenklasse en arbeiders voor zich te winnen. Ze spreken allemaal hun afkeer uit voor abortus, euthanasie, Mexicanen, homohuwelijken, alles passeert de revue, om het maar niet over sociale thema's te hebben.
Over de vastgoedmagnaat Donald Trump, de meest exuberante van de hoop, is al veel geschreven. Hij zegt niets nieuws. Het uitzonderlijke aan de man is alleen dat hij nog veel verder gaat en een veel explicieter woordgebruik heeft dan de andere kandidaten die vier jaar terug zelfs nog als extreem werden weggezet. Dat maakt dat twee andere Republikeinse kandidaten, Jeb Bush (de broer van president George W. Bush en zoon van president George Bush senior) en Scott Walker, (gouverneur van de staat Wisconsin – waar enkele jaren terug grote sociale protesten woedden tegen Walker's afschaffing van de vakbonden) het moeilijk hebben om zich te positioneren als de meest waarschijnlijke winnaars. Trump is bovendien ook uitzonderlijk door het feit dat hij geen kandidaat is die gestut wordt door superrijke en machtige steungevers, maar gewoon zelf een superrijk, machtig persoon is. Hij is echter niet de eerste. Ross Perot deed het hem reeds voor als onafhankelijk kandidaat in 1992 en 1996. Het traditionele establisment zit zwaar in de maag met Trump. Hij jaagt immers heel wat vrouwelijke kiezers weg die zijn beledigend machismo maar matig kunnen appreciëren. Bovendien beseft de partijtop dat een man die ooit nog campagnesteun heeft gegeven aan zowel Republikeinse als Democratische kandidaten (zoals Hillary Clinton) en die in het verleden viermaal van het bankroet werd gered met overheidssteun, een veel te controversieel kandidaat is om in stelling te brengen tegen de hoogstwaarschijnlijk vrouwelijke winnaar van de Democratische nominatie, Hillary Clinton.

De andere Republikeinse kandidaten zijn het afzonderlijk vermelden niet waard. Het debat dat Fox News organiseerde met de Republikeinse kandidaten toonde ondanks de makke voorspelbare vragen aan dat zij nauwelijks kaas hebben gegeten van de onderwerpen, geen enkele ervaring of kennis hebben over het buitenland en niet in staat zijn om meer dan clichés en platitudes te reproduceren. Dat kan een Europees publiek verbazen, maar ook dit is niet uitzonderlijk. Dergelijke fletse debatten in de voorbereidingsperiode tot de primaries hebben altijd al plaatsgehad. Ze bleven vroeger beperkt tot lokale tv-stations in de afzonderlijke staten. In de buitenlandse media hoorde je er niets van. Tot eind de jaren 1970 werd de Amerikaanse verkiezingsstrijd pas gevolgd in Europa vanaf de twee grote partijconventies. Dat is geleidelijk opgeschoven. Nu wordt er dus al bericht over de komende presidentsverkiezingen anderhalf jaar voor ze plaatshebben.

Samengevat, het machtigste land ter wereld, dat nominaal een representatieve democratie is zal andermaal de helft van zijn bevolking niet kunnen overtuigen om deel te nemen aan de verkiezingen en zal de andere helft de vrije keuze aanbieden om tussen twee kandidaten te kiezen die grotendeels voor hetzelfde beleid staan, de ene iets minder antisociaal dan de andere, de ene iets meer internationaal genuanceerd over hetzelfde agressieve buitenlandse beleid dan de andere.

Lode Vanoost is redacteur bij www.dewereldmorgen.be

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by