Vrede vzw
Printvriendelijke versie
Q & A: De crisis in Oekraïne
Kaart: NordNordWest on wikipedia

Q & A: De crisis in Oekraïne

In deze Q & A doen we een poging om een aantal belangrijke aspecten van de crisis in Oekraïne te duiden. In de komende weken zal deze Q & A verder worden aangevuld en/of geactualiseerd.

Hoe is de crisis in Oekraïne ontstaan?

Aan de basis ligt het getouwtrek tussen keuze voor hechte handelsrelaties met de Europese Unie of met Rusland en dus tot welke invloedssfeer Oekraïne zou behoren. De Oekraïense regering had oorspronkelijk zijn akkoord gegeven voor het aangaan van een Associatie-Akkoord (met inbegrip van een Diep en Alomvattend Vrijhandelsakkoord) met de Europese Unie, maar overwoog tegelijkertijd om lid te worden van een douane-unie met Rusland, Belarus en Kazachstan. Op 31 mei 2013 kreeg het land het statuut van waarnemer van deze douane-unie wat zowel door de oppositie als door de Europese Commissie werd afgewezen. Volgens commissievoorzitter Barroso “kan een land niet tegelijk lid zijn van de douane-unie en zich in een diepe gemeenschappelijk vrijhandelszone met de Europese Unie bevinden”. De Oekraïense Eerste Minister Azarov had eerder verklaard dat zijn land zou moeten samenwerken met beide. De geplande ondertekening op de top van het 'Oostelijk Partnerschap van de Europese Unie' in Vilnius (27/11/2013) ging niet door. Bijkomend struikelblok waren de Europese eisen voor vrijlating van de zieke oppositieleidster Timoshenko, die vast zat voor vermeend machtsmisbruik en geldverduistering, en electorale, juridische en grondwettelijke hervormingen die Oekraïne zou moeten doorvoeren als voorwaarde voor het afsluiten van een Associatie Akkoord. Tenslotte verklaarde president Janoekovitsj dat hij het Europese aanbod voor financiële steun ten bedrage van 610 miljoen Euro vanaf het ogenblik dat het een akkoord tekende met het Internationaal Monetair Fonds 'vernederend' vond. Een week later tekenden Rusland en Oekraïne een akkoord. Rusland zou voor 15 miljard dollar steun verlenen in de vorm van de aankoop van Oekraïense obligaties en de prijs voor gasleveringen met een derde verlagen. De Oekraïense bevolking reageerde verdeeld op het akkoord. Een groeiende protestbeweging eiste nauwere relaties met de Europese Unie.

Waarom werd president Janoekovitsj van de macht verdreven?

De rechtstreeks aanleiding voor de golf van protest – een beweging die 'Euromaidan' ('Europlein') werd gedoopt – was de onvrede over het afwijzen van het Associatie Akkoord met de Europese Unie. Maar de diepere reden was ook de algemene onvrede bij de bevolking over het beleid van president Janoekovtsj en zijn regering. De kern van de zaak is dat het land in handen is van verschillende oligarchen. De protestbeweging eiste het aftreden van Janoekovitsj omwille van corruptie, machtsmisbruik en vervolgens ook de gewelddadige aanpak van de manifestanten. Er was ook de economische onvrede. De export daalde in 2013 met 1,4 miljard dollar, vooral als gevolg van strenge douaneregels van Rusland (vanaf augustus 2013) dat op die manier het land strafte voor de plannen om een Associatie Akkoord af te sluiten met de Europese Unie. Volgens verschillende opiniepeilingen reageerde de bevolking erg verdeeld. Iets minder dan de helft steunde de protestbeweging niet.

Volgens verschillende bronnen geraakte de protestbeweging, die reageerde op de enorme corruptie en hoopte dat aanleunen bij de EU het tij zou doen keren, geïnfiltreerd door uiterst rechtse nationalistische groeperingen. Ze stonden in voor de praktische en militaire organisatie van de protesten op Maidan en bezetten verschillende overheidsgebouwen. Die uiterst-rechtse groepen hadden nog weinig te maken met de eisen van de eerste protestdagen. Het doek viel voor Janoekovitsj op het ogenblik dat het protest tot hevig geweld escaleerde, waarna hij de steun verloor van de oligarchen in het land. Zij kozen eieren voor hun geld. Vandaag controleren de 50 rijkste oligarchen 85% van het BNP.

Wie zijn de nieuwe machthebbers in Kiev?

De nieuwe regering staat onder leiding van premier Yatsenjoek van de conservatieve vaderlandpartij. Naast de post van eerste minister heeft de Vaderlandpartij ook de ministeries van Justitie, Sociaal Beleid, Binnenlandse Zaken, Infrastructuur en het ministerie voor de relaties met het parlement. Opvallend is de aanwezigheid van extreemrechts in de regering die een aantal belangrijke sleutelposities in handen heeft. De extreemrechtse Svoboda-partij ('Vrijheid') levert de vice-eerste minister, en de ministers van Defensie, Landbouw en Voeding en Grondstoffen. Een ander deel van de regering bestaat uit zogenaamde ‘onafhankelijken’, zoals de ‘eerste vice-eerste minister’, Buitenlandse Zaken, Financiën, Economie, Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, Energie en Mijnbouw. De meesten zijn slechts ‘onafhankelijk’ in naam. Ze hebben bijna allen een verleden in de Vaderlandpartij of in één van de voorgangers van deze partij, of ze zijn er ideologisch nauw mee verbonden. Daarnaast heeft extreemrechts (naast Svoboda (‘vrijheid’) gaat het om de nog radicalere Pravy Sector (‘rechtse sector’) en leden van de opgeheven fascistische partij Nationale Vergadering van Oekraïne - Zelfverdediging van het Oekraïense volk (UNA-UNSO)) verschillende sleutelposities verworven op het minder zichtbare niveau net onder de ministers.

Waarom is de Krim bij Rusland geannexeerd?

De Krim kent een lange Russische geschiedenis. Het landsdeel maakte vanaf 1783 deel uit van Rusland en werd pas in 1954 door de toenmalige Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov overgeheveld naar de Sovjetrepubliek Oekraïne in 1954. Een meerderheid (ongeveer 60% tegenover 24% etnische Oekraïners) van de bevolking bestaat uit Russen. Die Russen hadden deels de plaats ingenomen van de naar schatting 240.000 Krim-Tataren die Stalin in 1944, naar Centraal-Azië had verbannen. Stalin vond hen schuldig aan collaboratie met de nazi-troepen, ook al vochten veel Tataren uit de Krim in het Rode Leger. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie in 1991 kwam het voortdurend tot spanningen omwille van diverse pogingen om de Krim zoveel mogelijk onafhankelijk te maken van de regering in Kiev. Enkele dagen na de val van Janoekovitsj besliste de Hoge Raad van de Krim (het parlement van de autonome Krim-Republiek) om een referendum te houden over de status van de republiek. Rechtstreekse aanleiding was de onvrede onder de Russen op de Krim over de machtsgreep van de oppositie in Kiev. Veel Russen (zoals elders in de Oekraïne) vreesden voor hun rechten. Dat is niet helemaal onterecht. De Neo-Nazipartij Svoboda, die vier ministers telt in de nieuwe regering in Kiev, verklaarde publiekelijk dat het de autonome status van de Krim wilde terugschroeven. Op 23 februari stemde het Oekraïense parlement bovendien een wet die de officiële status van de Russische taal in staten met een belangrijke Russischtalige minderheid wilde afschaffen. Hoewel interim-president Turchinov de wet niet bekrachtigde, vormde deze poging de rechtstreekse aanleiding voor het referendum op de Krim. Met een monsterscore van 96,77% werd gekozen voor de afscheuring van Oekraïne en de aanhechting bij Rusland. Volgens officiële cijfers nam 83,1 % van de bevolking in de Krim deel.

Pro-Russische activisten en Russische troepen hadden in de aanloop van het referendum inmiddels al de macht overgenomen.

Waarom breken er opstanden uit in Oost-Oekraïne?

Russen vormen de grootste minderheid in Oekraïne met daarnaast nog eens een omvangrijke groep Russofielen. De Partij van de Naties, die veel Russische en pro-Russische aanhangers telt en ook de partij was van de afgezette president Janoekovitsj – staat het sterkst in het zuiden en het oosten van Oekraïne en haalde over het hele land 30% van de stemmen bij de jongste parlementsverkiezingen van 2012. Het oostelijke deel van het land onderhoudt nauwere linguistieke en economische banden met Rusland dan het westelijke deel. Begin april begonnen gewapende pro-Russische activisten met de bezetting van overheidsgebouwen in diverse oostelijke steden en bemanden ook controleposten. De regering in Kiev ontplooide daarop leger en politie voor wat ze een 'anti-terroristische' actie noemde. Net als in de Krim leeft er groot wantrouwen onder een deel van de bevolking omwille van pogingen om de (taal)rechten van de Russische minderheid verder te beknotten. Ze riepen de hulp in van Rusland om hen militair te ondersteunen. In Donetsk besliste de Raad tot het houden van een referendum over de toekomst van de provincie (die 4,5 miljoen bewoners telt). De Raad in de provincie Luhansk (dat aan Rusland grenst) vroeg onder meer het verbod van de extreemrechtse partijen en de ontmanteling van hun milities, zoniet zou ze zich het recht voorbehouden om de hulp in te roepen van Russische troepen. Het Westen beschuldigt Rusland de hand te hebben in de opstanden. Moskou ontkent dat. Eerder, naar aanleiding van de gebeurtenissen in de Krim, heeft het Russische parlement wel ingestemd met het verzoek van Poetin om Russische troepen te mogen inzetten om Russische burgers en militairen in de Oekraïne te mogen beschermen.

Wat drijft Rusland?

Poetin is zonder meer een autoritair leider die niet hoog oploopt met zaken als vrije meningsuiting en opposanten wel eens hard durft aanpakken. In zijn 'patriottisme' kan hij rekenen op de steun van Russische ultranationalisten. Hoewel hij kritiek heeft op de extreemrechtse aanwezigheid in de regering van Oekraïne is hij zelf behoorlijk populair bij Russisch en Europees extreemrechts. Maar de nervositeit over de groeiende invloed in voormalig Warschaupact- en Sovjetgebied overstijgt de figuur Poetin en is een algemene Russische bekommernis. Rusland heeft moeten slikken dat gewezen Sovjetrepublieken, de drie Baltische staten, lid werden van de NAVO. Moskou stelde zich onder Boris Jeltsin en aanvankelijk ook onder Poetin redelijk onderdanig op. Zo schaarde Poetin zich na de aanslagen van 11 september 2001 achter de oproep van Washington voor een internationale alliantie tegen het terrorisme. Maar dat hinderde het Westen niet, vooral Amerikaanse organisaties, om zich in toenemende mate te bemoeien met de politieke ontwikkelingen in Georgië (de “Fluwelen revolutie” van 2003) en Oekraïne (“Oranje revolutie” van 2004) die beide tegen Ruslands belangen ingingen. Vervolgens kwam er het NAVO-rakettenschild waarop Moskou erg gepikeerd reageerde. De druppel vormden de verklaringen van de NAVO (in 2008) om Georgië en Oekraïne lidmaatschap van de NAVO te beloven en de aangemoedigde Georgische aanval op Zuid-Ossetïe. Het bedrog over de beslissing van de VN-Veiligheidsraad voor een “interventie met humanitaire doeleinden” in Libië die uitliep op een regelrechte militaire interventie van de Navo en een 'regime change', verharde Russische positie in Syrië.

Hoe reageert de NAVO?

Achter de NAVO-oproepen tot dialoog en diplomatie ten aanzien van Rusland gaat een agressieve militaire politiek schuil. Terwijl het bondgenootschap Rusland oproept om de troepen langs de Oekraïense grens, maar nog steeds op Russisch grondgebied, terug af te bouwen, startte de NAVO zelf met de ontplooiing van troepen aan haar oostelijke grenzen. De VS, Groot-Brittannië, Frankrijk en Canada voerden het aantal gevechtsvliegtuigen in de Baltische staten, Polen en Roemenië op. Er kwamen ook AWACS (vliegtuigen voor luchtruimbewaking), oorlogsbodems in de Zwarte Zee en troepenversterkingen van landen als de VS en Canada. Navo-secretaris-generaal Rasmussen gaf te verstaan dat de NAVO de “herziening van operationele plannen, militaire manoeuvres en adequate troepenversterkingen” overweegt. Het Pentagon stelde dat de VS binnenkort extra troepen naar de regio willen sturen. Volgens de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergey Lavrov is dat in strijd met 'NAVO-Rusland Oprichtingsakte'. Daarin staat dat NAVO-landen en Rusland zich terughoudend opstellen op vlak van troepenontplooiing. Het betrokken document stelt ook dat beide landen elkaar niet langer als tegenstanders beschouwen. NAVO adjunct-secretaris-generaal Alexander Vershbow verklaarde begin mei 2014 evenwel dat de NAVO Rusland niet langer als een partner, maar als een tegenstander beschouwt. Daarmee lijkt hij de oprichtingsakte ten grave te dragen.

Wat heeft de Oekreïne-crisis te maken met onze defensie?

De crisis in Oekraïne wordt nu binnen de NAVO gebruikt om te waarschuwen voor al te lage defensiebudgetten. De Amerikaanse minister van Defensie Chuck Hagel, zei begin mei 2014, dat de Russische acties in de Oekraïne de NAVO terug doen herinneren aan de principes bij de oprichting en het belang van transatlantische solidariteit. Hij drukte vervolgens zijn bezorgdheid uit over de te lage Europese defensiebudgetten. Een recent rapport (16 april) van het Congressional Research Service (een onderzoeksinstituut verbonden aan het Amerikaanse Congres) wees eerder al op de slinkende Europese defensiebudgetten, de defensievermogens en de lastenverdeling. Het rapport berekende dat de Europese NAVO-lidstaten samen slechts 1,6 procent van het BNP uitgeven aan defensie, hoewel de NAVO-norm 2 procent is. Bovendien zijn de VS verantwoordelijk voor 72 procent van de totale defensie-uitgaven van de NAVO. In een opiniestuk de Britse krant The Telegraph (6 april) stelt NAVO-Secretaris-Generaal Rasmussen dat er meer moet geïnvesteerd worden in moderne uitrusting, training en nauwere samenwerking en hij wijst op het belang van de NAVO-top in Newport. Die 'moderne uitrusting' wordt geleverd door de defensiebedrijven in de VS en Europa die de Oekraïne-crisis graag in harde cash willen vertaald zien. In een bericht van reuters (4 mei) verwacht de baas van Lockheed Martin dat de crisis zal leiden tot grotere bestellingen van haar (MEADS) raketdefensiesysteem (MEADS) en de F-35 gevechtsvliegtuigen. België moet in de komende legislatuur beslissen over de aankoop van een nieuw gevechtsvliegtuig wat inmiddels op de steun kan rekenen van diverse partijen zoals CD&V en N-VA. Deze laatste partij pleitte in een opiniestuk voor het behoud van de Amerikaanse kernwapens in Kleine Brogel, die de VS willen moderniseren en dan – voorlopig – enkel door F-35s kunnen worden getransporteerd. “Voor de nieuwe NAVO-lidstaten blijft de aanwezigheid van Amerikaanse kernbommen een veiligheidsgarantie tegen dat Russische imperialisme. Als we met een kleine kliek gastlanden vragen aan de VS om de kernwapens te verwijderen, zullen de Oostelijke lidstaten zich in de kou gelaten voelen. Dat komt de solidariteit op het Europese vasteland niet ten goede”, aldus een aantal N-VA-parlementsleden.

steun ons

© 2021 vrede vzw - website by