Artikel
Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
Referendum in Irak breekt Koerden zuur op

Referendum in Irak breekt Koerden zuur op

Het onafhankelijkheidsreferendum dat de Regionale Regering van Koerdistan (KRG) op 25 september organiseerde in de autonome Koerdische regio van Irak, zorgde voor een tumultueuze nasleep die de Koerden uiteindelijk zuur zou opbreken.

Het Iraakse leger reageerde met een militair offensief en palmde grote stukken grondgebied in. De relaties van de autonome Koerdische regio van Irak met de buurlanden, die zelf met een grote Koerdische minderheid zitten, zakten bovendien naar een dieptepunt.

Veel Iraakse Koerden koesteren een onafhankelijkheidsdroom. Volgens de Koerdische electorale commissie stemde meer dan 92% van de kiezers afgelopen september 'ja' op de vraag: “Wil je dat de Koerdische Regio en de Koerdische gebieden buiten de (Koerdische) Regio een onafhankelijke staat worden?”. In 2005 ging er in de Iraakse Koerdische regio al eens een informeel referendum door met een nog hogere score voor onafhankelijkheid – meer dan 98%.

Volgens de Iraakse federale regering ging het referendum in tegen de grondwet. Wat de boosheid van Bagdad het meest opwekte, was dat het referendum ook werd gehouden in de ‘betwiste gebieden’ die in 2014 door de Pesmerga (het Koerdische leger) werden ingenomen en die buiten het officiële territorium van de Koerdische autonome zone vallen, waaronder de stad Kirkoek.

Het referendum was grotendeels het gevolg van een aanhoudend dispuut tussen de Regionale Regering van Koerdistan (KRG) en de centrale regering in Bagdad over olieontginning en de verdeling van de inkomsten. Toen Bagdad fondsen voor de KRG inhield als reactie op autonome Koerdische oliedeals en het achterhouden van olie-inkomsten, kondigde de Koerdische regering in 2014 een referendum aan dat nog datzelfde jaar zou plaatsvinden. Het offensief tijdens datzelfde jaar van de Islamitische Staat (Daesh) in de Koerdische regio in Noord-Irak stak stokken in de wielen. Het referendum zou de daaropvolgende jaren verschillende keren worden uitgesteld. Maar tegelijk veranderde de situatie en de machtsbalans in het noorden van het land. Het Iraakse leger had zich halsoverkop teruggetrokken uit belangrijke steden als Mosoel en Tikrit, op de vlucht voor een snel oprukkend Daesh in de zomer van 2014. Toen het Iraakse leger zich ook uit de stad Kirkoek terugtrok, grepen de Peshmerga hun kans en namen ze de posities over. Ze beschouwden de stad als oorlogsbuit in de strijd tegen de Islamitische Staat. Deze strijd zorgde er weliswaar voor dat het referendum voor drie jaar werd uitgesteld, maar dat werd gecompenseerd met gebiedsuitbreiding en een groeiende zelfzekerheid (of overmoed) bij de Koerdische leiding in het dispuut met het centrale gezag in Bagdad.

Kirkoek

Kirkoek is al jaren een twistappel tussen het centrale gezag en de Koerdische regering. De Koerden zien de stad als hun culturele hoofdstad, maar dat doet de grote Turkmeense minderheid die in het gebied leeft ook. De stad telt verder nog een grote Arabische populatie, naast andere minderheden. Maar het economisch belang van de olievoorraden rond Kirkoek weegt waarschijnlijk veel zwaarder door in de strijd om de stad. De schattingen variëren sterk, maar volgens sommige bronnen zit er voor 35 miljard vaten (1 vat is 159 liter) olie in de ondergrond. De Koerdische regering kon de olie-inkomsten goed gebruiken om de stijgende overheidsuitgaven te dekken. Nadat de olievelden in 2014 effectief onder controle kwamen van de KRG lag de productie op 540.000 vaten olie per dag. De export ervan verliep grotendeels via Turkije, met wie verbazend genoeg goede relaties werden onderhouden. Het referendum maakte daar een einde aan. Koerdische onafhankelijkheid is een absolute rode lijn voor Ankara, dat vreest dat de grote Koerdische minderheid in eigen land wel eens op verkeerde gedachten gebracht zou kunnen worden. De Turkse president Erdoğan toonde zich zwaar ontstemd over het referendum en kondigde sancties aan zoals het stopzetten van het olietransport via zijn land, wat de Koerdische autoriteiten op zwart zaad zette. Ankara ging daarna nog een stap verder door te decreteren dat alle afspraken over oliehandel voortaan rechtstreeks met de centrale regering in Bagdad gemaakt zouden worden.

Geen internationale steun

Op Israël na, dat zijn steun uitsprak voor het referendum, deed de wereld zich er het zwijgen toe of reageerde negatief op de plannen van de Regionale Regering van Koerdistan. De Koerdische president Barzani hoopte op de steun van Washington, maar misrekende zich. Hij stond behoorlijk geïsoleerd en kreeg veel tegenwind. Turkije en Iran vreesden dat het referendum de eigen Koerdische bevolking zou inspireren. Deze vrees bleek niet helemaal onterecht. De Iraans-Koerdische bevolking kwam massaal op straat om het referendum te vieren. De steun van Israël was bovendien een vergiftigd geschenk en droeg alleen maar bij aan de ergernis van Turkije en Iran. Beide landen beschuldigen de zionistische staat er al langer van de Koerdische autonome regio te gebruiken voor Mossad-activiteiten (de Mossad is de Israëlische geheime dienst). De moeilijke relaties met Turkije en zeker met Iran zorgen ervoor dat een bondgenoot in deze grensstreek voor Israël van strategisch belang is. Het is een standaardprocedure binnen de Israëlische buitenlandse politiek om alles wat de Arabische wereld verzwakt, te steunen, dus ook de verdeling en daarmee de verzwakking van de staat Irak.

Bagdad voelde zich door het Koerdische isolement gesterkt. Met de steun van Iran en Turkije zag het zijn kans schoon om opnieuw de controle te bemachtigen over de door de Peshmerga ingenomen gebieden. Enkele weken na het referendum rukten Iraakse troepen en sjiitische milities op en namen in een mum van tijd de stad Kirkoek en de andere 'betwiste' gebieden in. Dat het zo vlot verliep, kwam omdat de KRG geen grote militaire confrontatie wilde, maar ook door de verdeeldheid binnen het Koerdische politieke kamp in de autonome regio. Dat Irak er fel zou tegenaan gaan, was geen verrassing.

Rol van Iran

Na de expansie van het gebied dat onder controle stond van de Regionale Regering van Koerdistan (KRG) in 2014, kwam de Iraakse premier al-Abadi onder zware binnen- en buitenlandse druk te staan om in te grijpen. Toen de Koerdische president Barzani bleek door te zetten met zijn plan om een referendum te organiseren, groeiden de binnenlandse spanningen nog meer. Bagdad bleek nog bereid tot concessies, met inbegrip van het toekennen van rechten over het luchtruim in ruil voor het droppen van het referendum. Maar nadat het referendum toch was doorgegaan, zag al-Abadi, indien hij zijn politiek overleven niet op het spel wilde zetten, geen andere keus dan een militair optreden. Bovendien was zijn autonomie om te reageren en te handelen ingeperkt door de invloed en het optreden van buitenlandse actoren in zijn land, vooral van Iran. De invloed van Teheran in Irak is sterk toegenomen via de sjiitische politieke partijen die de Iraakse regering domineren, maar ook via de Volksmobilisatie Eenheden (Hashd Al-Sha'abi) waarvan een deel nauwe banden heeft met Iran. (Hashd Al-Sha'abi is een parapluorganisatie bestaande uit zo'n 40 milities, voornamelijk sjiitische, die gevormd werd om te strijden tegen Daesh.)

Teheran bespeelde ook de verdeeldheid tussen de Koerdische partijen in de autonome regio. Qassem Suleimani, een belangrijke commandant van de Iraanse Revolutionaire Wacht, regelde een akkoord met enkele fracties van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) die ontevreden zijn met het leiderschap van Barzani. De Koerdische president is zelf voorzitter van deKoerdistan Democratische Partij (KDP). De PUK en de KDP maken beiden deel uit van de Regionale Regering van Koerdistan, maar de PUK staat traditioneel sterk in de regio die grenst aan Iran.

Misrekening

In een poging om een verdere escalatie van het conflict met Bagdad te voorkomen, kondigde de Regionale Regering van Koerdistan aan dat het de resultaten van het referendum zou bevriezen. President Masoud Barzani zou de tol betalen voor deze mislukking. Hij kondigde op 1 november 2017 zijn aftreden aan. Zijn positie was duidelijk verder verzwakt en hij regeerde sowieso al vier jaar langer dan de wettelijk voorziene termijn. Toen zijn presidentschap in 2013 ten einde liep werd dat zonder nieuwe verkiezingen met twee jaar verlengd door het Koerdische parlement, maar ook na 2015 bleef hij aan als president, wat hem veel kritiek opleverde. De tegenstanders van Barzani beweren dat hij het referendum wilde gebruiken om zijn populariteit op te vijzelen. Insiders zeggen dan weer dat president Barzani met het referendum zijn onderhandelingpositie ten opzichte van Bagdad wilde versterken – een grove misrekening, die hem en zijn volk zuur is opgebroken.

De bevriezing van het referendum en het aftreden van Barzani vermochten niet dat Bagdad zich soepeler zou opstellen. Er kwam een verbod op internationale vluchten naar de Koerdische autonome regio. Irak handhaafde ook de controle over de grensovergangen die het had heroverd op de Koerden. Bovendien sanctioneerde de Iraakse regering de KRG financieel met een daling van de dotatie van 17% naar 12,7% in de begroting voor 2018. Bagdad stelde zelfs zijn veto voor een bezoek van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken aan Erbil, de hoofdstad van Iraaks-Koerdistan.

In plaats van naar onafhankelijkheid, loodste de Iraaks-Koerdische leiding haar bevolking naar een avontuur met een reeks sancties, het verlies van grote stukken grondgebied en het gemis van heel wat olie-inkomsten tot gevolg. Bovendien kregen de Iraakse Koerden ook de buurlanden over zich heen die de relaties met de KRG op een laag pitje zetten. De verwachte steun van de VS en andere internationale grootmachten bleef eveneens uit. De Koerden in Irak hebben alleen nog de bergen te vriend, zo klinkt het nu bitter.

steun ons

© 2018 vrede vzw - website by