Terreur maakt vooral slachtoffers onder moslims

Aanslag Bagdad, augustus 2005 (Foto: ministerie van Defensie, VS)

Terreur maakt vooral slachtoffers onder moslims

De menselijke tol van de jongste aanslag in Egypte is immens en bijgevolg was er enige media-aandacht. De meeste terreuraanvallen en slachtoffers vallen in vijf landen maar blijven grotendeels buiten beeld. Het onlangs verschenen Globale Terrorisme Index-rapport 2017 brengt verheldering.

In Egypte vielen tijdens het vrijdaggebed van 24 november, minstens 305 doden als gevolg van een aanslag in Bir al-Abed (in het noorden van de Sinaï). Het doelwit was de el Rawda Moskee die behoort tot de Soefi-strekking binnen de Soennitische islam. Vermoedelijk ging het om daders van de Islamitische Staat die Soefi’s als afvalligen beschouwt. De gruwelijke aanslag helpt er aan herinneren dat moslims tot de belangrijkste slachtoffers behoren van extremistische geweld.

Voedingsbodem van terreur: oorlog en repressie

President al-Sisi die in de zomer van 2013 de macht greep en sindsdien een uitermate autoritair bewind installeerde, reageerde met ijzeren hand door meteen veronderstelde IS-doelwitten te bombarderen. Het is niet duidelijk waarom dat niet eerder is gebeurd. Het valt niet uit te sluiten dat daarbij nieuwe burgerslachtoffers zijn gevallen. Al-Sisi wilde zijn bevolking aan de vooravond van presidentsverkiezingen (voorzien voor de eerste helft van 2018) een politieke boodschap meegeven en tonen dat hij krachtdadig optreedt. Maar volgens het zopas gepubliceerde GTI-rapport 2017 (Global Terrorism Index) vindt terreur nu net een voedingsbodem in landen als Egypte of Turkije waar politieke repressie heerst en die hun toevlucht zoeken tot harde antiterreuracties. Volgens de GTI valt Egypte met een 11e plaats net buiten de top tien van de landen die het zwaarst te lijden hebben van aanslagen. Turkije prijkt op de 9e plaats.

Repressie, oorlog en geweld leveren de voedingsbodem in incidenten die 99% van alle terreurdoden maken: 95% valt in landen die zich in een gewapend conflict bevinden, 4% in landen waar politieke terreur heerst (verdwijningen, folteringen, politieke gevangenen). Dat is het geval voor de eerste 22 landen van de GTI. Frankrijk (23e plaats) is het eerste land op de GTI zonder een intern gewapend conflict of grootschalige politieke terreur. Het land is weliswaar actief betrokken geweest in verschillende militaire interventies, maar daar spreekt de GTI zich niet rechtstreeks over uit. Wel zien we in de ranking dat de meerderheid van de landen in de top 10 van de GTI te maken kreeg met een buitenlands militair optreden.

75% van terreurdoden valt in 5 landen

Lang niet alle aanslagen halen het nieuws. Veel aanslagen blijven voor de burgers in Europa of de VS verborgen. Dat is toch wel de belangrijkste indruk die achterblijft na het lezen van de GTI-rapporten van het Instituut voor Economie en Vrede, een Australische denktank, die de data van 163 landen analyseert en de trends in kaart brengt. De GTI houdt rekening met vier indicatoren: het aantal terreurincidenten, het aantal dodelijke slachtoffers, het aantal gewonden en de schade die bij de aanslagen wordt veroorzaakt.

Het goede nieuws is dat het aantal terreurdoden t.ov. het dieptepuntjaar 2014 terug in dalende lijn gaat. In 2016 vielen wereldwijd 25.673 terreurdoden, een daling met 13% en 23% in vergelijking met respectievelijk 2015 en 2014. Toch blijft het jaar 2016 het derde dodelijkste jaar sinds 2000 wat een verachtvoudiging is over de hele periode gemeten.

Driekwart van alle terreurdoden valt in vijf landen: Irak (38%), Afghanistan (17,8%), Syrië (8,2%), Nigeria (7,1%), Pakistan (3,7%). Behalve in Irak, daalde het aantal terreurdoden in de andere landen van de top 5. De grootste kentering was in Nigeria merkbaar waar het aantal doden als gevolg van aanslagen door Boko Haram in 2016 met 80% is gedaald. Maar: in 2016 was de organisatie nog altijd verantwoordelijk voor 1.069 terreurdoden. Anderzijds is wereldwijd het aantal dodelijke terreurslachtoffers dat toegeschreven wordt aan de Islamitische Staat (IS) sterk gestegen. IS leed zware nederlagen in Irak en Syrië en compenseert dat met meer zelfmoordaanslagen en terreuraanvallen tegen burgers. In totaal maakte IS 9.132 doden, goed voor bijna een derde van alle dodelijke terreurslachtoffers. Daarnaast blijven de Taliban (3.583 terreurdoden) en al Qaida (1.349 doden) erg actief aanslagen plegen, ook al gaat het aantal incidenten en doden net als in het geval van Boko Haram in dalende lijn.

1% van alle terreurdoden valt in rijke landen

Een andere trend is dat meer en meer landen te maken krijgen met terreur. In 2016 waren 77 landen slachtoffer van een of meerdere dodelijke terreuraanslagen tegenover 65 landen het jaar ervoor. De Oeso-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en ontwikkeling, vooral de rijkere landen) kenden een sterke stijging van zowel het aantal aanslagen (+ 67%) als aantal terreurdoden (+ bijna 600%) sinds 2014 vooral door de verhoogde activiteit van IS. De sterke stijging van de doden is vooral het gevolg van een aantal zeer dodelijke aanslagen zoals die in Parijs (november 2015, 137 doden) en in Nice (juli 2016, 87 doden). Als we deze trieste cijfers evenwel in een mondiaal kader plaatsen dan vertegenwoordigen de OESO-landen maar 1% van de terreurdoden wereldwijd. De perceptie dat het Westen het belangrijkste doelwit is van gewelddadige extremisten komt niet overeen met de werkelijkheid.

De mondiale economische impact van terrorisme is niet min. Het kostenplaatje bedraagt 84 miljard dollar, maar dat is nog altijd minder in vergelijking met 2014 (104 miljard dollar) en 2015 (91 miljard dollar). Toch vertegenwoordigt de economische impact van terrorisme volgens het GTI-rapport maar 1 procent van de totale economische kost die geweld veroorzaakt.

steun ons

© 2017 vrede vzw - website by