Artikel
Georges Spriet
Printvriendelijke versie
Verslag debat: Hebben we nog een leger nodig?
Beeld: De Toekomstfabriek

Verslag debat: Hebben we nog een leger nodig?

Op donderdag 16 januari gingen Dirk Deboodt van ACOD-defensie, Wouter De Vriendt, parlementslid Groen en Ludo De Brabander van Vrede vzw in debat over de rol van het leger. Er zou worden stilgestaan bij de huidige rol van het leger om vervolgens te kijken naar de toekomst van het leger. Het debat past binnen de reeks die het samenwerkingsverband 'De Toekomstfabriek' heeft opgezet.

Maggi Poppe, stafmedewerkster van de Nederlandstalige Vrouwenraad die het gesprek modereerde, leidde het debat in door te wijzen op de gewijzigde rol van legers doorheen de geschiedenis. Het Belgische leger maakte een verschuiving mee van een instelling die het grondgebied moet verdedigen naar een die verregaand wordt ingeschakeld in internationale militaire structuren in het kader van globale interventiestrategieën zoals de NAVO en het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid. Volgens Maggi Poppe ligt in het officiële discours de nadruk benadrukt men de noodzaak van een interventieleger om geweld en schendingen van mensenrechten te stoppen, om vrede en stabiliteit te handhaven of af te dwingen, om oorlogen te voorkomen.  

Functie van het leger    

Dirk Deboodt
Het leger voert de opdrachten uit waartoe de politieke verantwoordelijken beslissen. Er is de laatste jaren een duidelijke verschuiving aan de gang onder impuls van minister van Defensie, De Crem, die volop inzet op de actieve militaire operationaliteit – de zogenaamde harde opdrachten – tegenover de vorige legislaturen onder Flahaut waar er meer aandacht ging naar de hulpverlenende – de zogenaamde zachte – opdrachten.
Hulpverlening is de specialisatie waar het Belgisch leger naar toe zou moeten, omdat we qua operationele middelen en het personeel voor de 'harde' opdrachten op korte termijn in de problemen zullen komen.
De hulpverlening kan in het binnenland nodig zijn (bij overstromingen bijvoorbeeld) en in het buitenland: B-Fast bij natuurrampen of peacekeeping bij conflicten. Ontwikkelingssamenwerking en optreden van het leger kunnen aanvullend zijn.
De internationale opdrachten zijn nodig om het zwijgen op te kunnen leggen aan vechtende partijen. Let wel: alleen aanwezigheid op het terrein in conflictsituaties is niet altijd voldoende om de vrede te handhaven en rust te brengen, actief militair optreden kan nodig zijn, zoals dat in Rwanda had moeten gebeuren.  

Wouter De Vriendt
Op internationaal vlak moet er meer ingezet worden op ontwikkelingssamenwerking omdat ze de beste conflictpreventie is. Het budget van het Belgisch leger is 2,7 miljard euro, dit is 1,1% van het Bruto Nationaal Product (BNP). Ontwikkelingssamenwerking heeft de laatste twee jaar sterk moeten inleveren en moet het in 2013 doen met slechts 0,49% van het BNP.
Militaire operaties zijn uiteindelijk een gevolg van het eigen falen: de diepere oorzaken van conflicten liggen bij geostrategische belangen, fout handelsbeleid, religieus etnische spanningen, koloniale erfenis, e.a.
Bepaalde spanningen in de Arabische wereld zijn doordrongen van het conflict tussen Israël en Palestina waar Europa en de VS hefbomen in handen hebben die ze niet gebruiken.
Het bilan van de recente militaire optredens van het Belgisch leger in het buitenland is niet eenduidig:
– Libanon, waar we aan ontmijning doen is ronduit positief.
– Afghanistan is een absolute mislukking, we hebben er nooit aandacht gehad voor de regionale context en moeten er nog maar eens vaststellen dat oorlog geen oplossing biedt maar zorgt vooral gruwelijkheden, mensen die moeten vluchten, verkrachtingen,...  
Vandaag hebben we in het parlement onze goedkeuring gegeven aan de regeringsbeslissing om militairen naar Mali te sturen in een ondersteunende functie. Mali behoort tot de partnerlanden voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Het is het 5de armste land van de wereld. De problematiek van het land heeft sterk historische wortels. Voor Frankrijk gaat het onmiskenbaar om belangen in de regio (buurland Niger is de uraniumleverancier voor de Franse nucleaire industrie). De VN-resolutie 2085 spreekt over een politiek traject en roep de Afrikaanse landen op om een vredesmacht in te zetten. Frankrijk meende dat in het licht van de recentste ontwikkelingen onmiddellijk moest worden opgetreden, wat werd gesteund door de VN-Veiligheidsraad. Voor ons kan er inderdaad militair worden opgetreden want er werden reeds politieke stappen gezet. Groen gaat echter niet akkoord met de resolutie in het parlement omdat er geen 'resultaatverbintenis' in zit, met name dat als de interventie geen succes is we die dan ook moeten stop zetten.  
Er bestaan dus inderdaad wel voorbeelden van succesvolle interventies: ik vernoemde al Libanon, maar ook de post-oorlog peacekeeping in Joegoslavië, en in Libië heeft het militair optreden een massaslachting voorkomen.  

Ludo De Brabander:
Qua direct defensiebudget spreken we inderdaad over 2,7 miljard; het cijfer 4 miljard waar Maggi Poppe naar verwees bekom je als de pensioenlast wordt meegeteld (= NAVO norm).
De legers in West-Europa zijn opgeschoven van een defensie-opdracht, verdediging van het grondgebied (onder de NAVO-koepel), naar een beleid van interventie zowel wat de NAVO betreft als wat het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid betreft. Het Nieuw Strategisch Concept van de NAVO werd door de Belgische regering in consensus met de andere NAVO-leden beslist zonder parlementaire inspraak. Het gaat hier om een absoluut democratisch deficit. De NAVO is een bij uitstek gemilitariseerde structuur die zeker niet geschikt is voor humanitaire opdrachten: ze blijft kernwapens als hoeksteen van haar strategie beschouwen.
In het kader van de economische crisis kan een debat over het leger niet meer ontlopen worden: als we het materieel willen vervangen spreken we over een budget van 8 miljard euro.
De vredesbeweging wil de samenleving (politici, openbare opinie) doen nadenken over het 'geloven in een militaire interventie', die voortspruit uit de morele dwang 'om iets te doen'. Bij Peacekeeping gaat het om een soort garantie te vormen voor een bepaald akkoord of wapenbestand, bij Peace-enforcing gaat het echt om oorlog. Wie echter het bilan opmaakt van de recente interventies kan alleen maar vaststellen dat dit desastreus is en enkel tot destabilisering heeft geleid.
Wat zouden we militair recht kunnen trekken dat door het internationaal onrechtvaardig handelsbeleid scheef is geduwd? De beste conflictpreventie is het verbeteren van de economische welvaart van de wereldbevolking en dan kan je niet met wapenhandel. Nu zijn de grote actoren die voor militaire interventies pleiten en ze uitvoeren tegelijk ook de belangrijkste wapenhandelaars. Er klopt dus iets niet. Het humanitaire discours dat met zo'n interventie gepaard gaat is dus hypocriet en vals.
Interventies dienen meestal eigen belangen en dikwijls (Libië, Syrië) zien we dat er bij de 'internationale gemeenschap' geen wil aanwezig is om tot een politieke oplossing te komen.  

Wouter De Vriendt antwoordt op Ludo De Brabander:
institutioneel gesproken zou het parlement wél een rol kunnen spelen in NAVO-beslissingen indien er een duidelijke politieke wil toe zou bestaan. Daarom heeft Groen een voorstel gelanceerd om de grondwet te herzien zodat het parlement vooraf moet beslissen over een deelname aan of verlenging van militaire operaties in het buitenland.
Het verschuiven van defensie naar interventie heeft te maken met de inschatting welke bedreigingen onze landen het hoofd moeten bieden.
Ook peacekeeping heeft militaire macht nodig.
Inderdaad handelsbeleid is essentieel, en wapenhandel moet aan banden worden gelegd.
Niet iedereen in de politieke wereld bekijkt de zaak vanuit eigen belangen, er is een groeiend gewicht van de humanitaire reflex bij politici.  

Dirk Deboodt
We mogen niet vergeten dat wanneer de diplomatie faalt er een leger nodig is om de vrede te herstellen. Zo was de interventie in Somalië een ontwapeningsopdracht. Maar België moet m.i. helemaal niet participeren aan 'Atalanta' om piraten op te sporen en zo doende de internationale, kapitalistische grootkoopvaardij te beschermen.  

Waar naartoe met het Belgisch leger

(naar aanleiding van de gelekte nota van bepaalde officier(en) “het leger is op drift”)  

Dirk Deboodt
Wat de nota scherp aantoont is dat er hoge nood is aan publiek debat met alle lagen van de samenleving over de rol van het leger. Ik herhaal mijn opvatting dat leger en ontwikkelingssamenwerking goed kunnen samen gaan. We moeten ons concentreren op die opdrachten waar we sterk in zijn, en dit is humanitaire hulp in het buitenland: ontmijnen ter land en ter zee, verzorging van brandwonden, maar ook hulp bij overstromingen. We hebben niet de capaciteit (middelen en personeel) – nu en zeker niet in de toekomst – om in de frontlinie operationeel tussen te komen, wel logistieke steun met helikopters; transport- in plaats van gevechtsvliegtuigen.  

Wouter De Vriendt
Enerzijds blijft er nood aan harde operaties, maar anderzijds mag België alleen maar hulpopdrachten uitvoeren?
In De Europese Unie spreekt men daarom – en uit besparingsnoodzaak – van 'pooling and sharing', en het is dus hoog tijd dat België beslist wat we nog wel willen en kunnen en wat niet. Bijvoorbeeld wat met de vervanging van de F16? Een debat dat in de volgende legislatuur (na 2014) volop aan de orde zal zijn.
De nota is een pleidooi voor meer budget. Dat kan niet.
Het buitenlands optreden moet steeds onder de koepel van de VN plaats grijpen maar kan desgevallend wel uitbesteed worden aan de NAVO of de EU.  

Ludo De Brabander
Een openbaar debat over het leger is absoluut nodig weze het maar omdat we de NAVO-vereisten niet langer aan kunnen wegens de economische crisis. Als we een volwaardig interventieleger in NAVO-kader willen dan zal het defensiebudget veel hoger moeten. Alleen al de vervanging van de F-16s wordt een peperdure operatie die me niet langer mogelijk lijkt, laat staan maatschappelijk aanvaardbaar is.
Het leger was vroeger gericht op defensie van het grondgebied, maar de EU heeft geen vijanden die haar militair willen aanvallen. De nieuwe lijn van harde militaire interventies blijkt totaal inefficiënt en gevaarlijk destabiliserend voor verschillende regio's. Dus...? Vanuit deze redenering volgt automatisch de vraag: zijn militairen dan niet overbodig geworden?
Wat moet kunnen zijn VN-peackeeping opdrachten in kader van politieke processen met goed opgeleide militairen (internationaal recht en humanitair recht) toegewezen aan de VN als blauwhelmencontingent. We kunnen nog verder gaan en het leger vervangen door een instelling gespecialiseerd in conflictpreventie (= niet-militair). België zou zich daarop kunnen toeleggen, maar zal dan wel eerst uit de NAVO moeten stappen. We schaffen het Ministerie van Defensie af en richten het Ministerie van Vrede op.    

Dan kwamen er verschillende vragen uit de zaal onder meer over dollar en politiek, multinationals, wapenhandel, bewapeningsindustrie, en een fundamenteel andere benadering via vredescultuur en vredesopvoeding.  

Verslag: Georges Spriet

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by