Antoine Uytterhaeghe
Printvriendelijke versie

VS projecteert China als een militaire dreiging

In januari werd de Chinese president Hu Jintao ontvangen in Washington door Obama met de grootste egards. Ondanks de welkomstgroeten van de VS-president kan men doorgaans nochtans een anti-Chinese retoriek vaststellen bij de Amerikaanse regering en media. Men wil de VS-burgers klaarstomen voor het Chinese gevaar dat een bedreiging vormt voor de veiligheid en de Amerikaanse belangen.

Militaire dreiging

De propaganda-aanvallen van de VS op China hebben vele gezichten, maar dienen dezelfde doelstelling: het discrediteren van alle aspecten van de Chinese samenleving, militair, economisch en sociaal. Tijdens zijn recente rondreis in Azië verkondigde de chef van het Pentagon, Robert Gates, bij iedere gelegenheid dat China een militaire bedreiging vormt. De snelle opbouw van de Chinese militaire capaciteit boezemt Gates angst in. Bij haar anti-Chinese campagne kan het Pentagon rekenen op de steun van de Amerikaanse media. Die moeten de burgers doen aanvaarden dat de VS zijn enorme defensiebudgetten moet handhaven en zelfs verhogen. Een vluchtige blik op de concrete feiten, toont duidelijk aan dat Gates en de Amerikaanse media zich hypocriet gedragen. Wanneer we de defensie-uitgaven van beide landen naast elkaar leggen, dan komen we tot de vaststelling dat de uitgaven van Peking in het niets verdwijnen in vergelijking met die van Washington. President Obama, de laureaat van de Nobelprijs voor de Vrede, voorziet een defensiebudget van 733 miljard dollar voor 2011, terwijl China in 2010, 80 miljard dollar aan defensie uitgaf. China bezit bovendien geen enkele buitenlandse militaire basis, terwijl de VS er op zijn minst 737 heeft.

Ook Hillary Clinton levert haar bijdrage aan de anti-China hetze. Tijdens spreekbeurten nam ze het land al herhaaldelijk op de korrel voor zijn mensenrechtensituatie. Natuurlijk zal niemand tegenspreken dat er nog veel verbeterd kan worden op vlak van de eerbiediging van de mensenrechten in China, maar de kritiek is komende van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken nogal hypocriet. Hillary Clinton vergeet bewust het Amerikaans gevangenenkamp op Guantanamo. Mensen worden er nog steeds gevangen gehouden en gefolterd zonder concrete bewijzen van schuld. Het ziet er bovendien niet naar uit dat de VS van plan is het kamp in de nabije toekomst te sluiten. Clinton vergeet gemakshalve ook de luchtmachtbasis van Bagram in Afghanistan, die dienst doet als interneringskamp en waar gefolterd wordt. De mensenrechten worden er door het VS-leger met de voeten getreden en het internationale Rode Kruis krijgt er geen toegang tot de gevangenen. Is het nodig dat we Clintons geheugen opfrissen met onder meer de verklaringen van VS-soldaat en klokkenluider Bradley Manning over de oorlogsmisdaden van de VS in Irak?

Economische dreiging

De Amerikaanse minister van Financiën plaatste volgens de Washington Post van 12 januari een scherpe aanval op het Chinees economisch beleid in een speech. Volgens Timothy Geithner weigert China expres om haar munt op te waarderen, waardoor de Amerikaanse economie belemmerd wordt en het concurrentievermogen op de globale markt ernstig verstoord wordt. Dit is opnieuw een volslagen hypocriet verwijt. Er is geen enkel land dat economisch meer schade heeft berokkend dan de VS, wiens ondernemingen de globale economie onderuit hebben gehaald, door de wereld te verzadigen met biljoenen dollars, door hun frauduleuze huishypotheken, enzovoort. Deze politiek werd aangemoedigd door de Amerikaanse regering, die de ondernemingen goedkoop geld verschafte zonder enige beperking, een strategie die vandaag nog altijd verder gezet wordt door de centrale bank van de VS, de 'Federal Reserve'. Die laat de geldpers non-stop draaien, blijft ondernemingen toestaan om te speculeren op de geldmarkt en doet de prijzen voor olie en andere grondstoffen wereldwijd stijgen.

De Obama administratie ondervindt geen problemen bij het uitspelen van hun anti-Chinese uitvallen in de media. Die tonen zich steeds bereidwillig om de nodige bijstand te verlenen. Zo publiceerde de New York Times op 12 januari 2011 bijvoorbeeld een edito onder de titel “The Real Problem With China”, waarin gesteld werd dat het belangrijkste probleem met de Chinese economie de intellectuele diefstal is. Maar het werkelijke probleem met China is het volgende: de Chinese economische groei tast de Amerikaanse invloed en macht wereldwijd aan, met als resultaat een negatieve trend voor de winsten van de Amerikaanse ondernemingen die o.a. contracten verliezen aan hun Chinese tegenhangers.

Antwoord VS

Het Amerikaanse antwoord op de groeiende concurrentie vanuit Peking, is het zwart maken van China in de media en de concrete militaire omsingeling van het land. Dit gebeurt via de bewapening van de bondgenoten in de Aziatische regio: vooral Japan en Zuid-Korea en als het kan India. Hillary Clinton ontkent dit uiteraard en beweert dat de VS zijn bondgenootschappen in de regio enkel sterker onder de arm wil nemen. Het is ondertussen nochtans duidelijk dat de Obama-administratie het beeld van China als een militaire bedreiging gebruikt om dit te verantwoorden. Het is niet onmogelijk dat deze politiek van omsingeling en provocatie zou ontaarden in een gewapend conflict. Zeker met de militarisering van de wateren rond de kust van China in de Zuid Chinese Zee.

Het lijkt het verstandigst om de anti-Chinese hype in de VS te negeren en de aandacht te vestigen op het onverantwoordelijk beleid van de VS en de bedrijfswereld. Het werkelijk gevaar komt niet vanuit China maar van het imperiale machtsstreven van de VS

 

CHINA

 

VERENIGDE STATEN

78 miljard (2010)

Budget

733 miljard dollar (2011)

2,00%

% van het BNP

4,30%

2,26 miljoen

Actief personeel

1,53 miljoen

1320

Gevechtsvliegtuigen

2379

0

Militaire vrachtvliegtuigen

11

9

Duikboten

72

27

Torpedoboten

57

240

kernkoppen

9400

 

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by